INTERVIEW UIT DE SPORTWEEK DOOR ROBERT HEUKELS EN RENZE LOLKEMA

 

MARIANNE TIMMER (24) WAS DE GROTE VERRASSING OP DE OLYMPISCHE WINTERSPELEN IN NAGANO. EERST VERSLOEG ZE GUNDA NIEMANN EN CO OP DE 1500 METER EN NA DAT SENSATIONELE GOUD HAALDE ZE OOK NOG EENS DE EERSTE PLEK OP DE 1000 METER.

 

"Het was mijn meest memorabele jaar ooit. Dat heeft alles te maken met Nagano, de Olympische Spelen. Iedere sporter, waar ter wereld ook, droomt van de Spelen. Om daar een plak te winnen. Als je dan, zoals ik, twee keer een gouden medaille wint, is je doel bereikt. Daar droomt iedereen toch van? Wat er ook verder met je leven gebeurt, dat nemen ze je nooit meer af."

Laten we teruggaan naar maandag 16 februari, de avond voor de 1500 meter.

"Kevin Overland, mijn vriend, en de jongens hadden net de 1000 meter gereden. Kevin was negende geworden, Jan Bos had zilver gewonnen, Ids goud. De volgende dag moest ik de 1500 meter rijden. De 500 meter was de vorige dag geweest, ik was na twee races uiteindelijk zesde geworden. Niet slecht voor mij. Kevin en ik zijn die maandagavond met zijn ouders en wat lui van Unit 4, de sponsor van Kevin, uit geweest. We hebben heerlijk gegeten, in zo'n typisch Japans restaurant. Het was ontzettend gezellig. Ik ben niet het gesloten type dat zich de avond voor de wedstrijd op haar hotelkamer opsluit en zich focust op wat komen gaat. Ik heb juist gezelligheid nodig. Wat dom ouwehoeren, dan ben ik op m'n best hoor. Ik had het echt gigantisch naar mijn zin. Nagano was een kick, al voordat ik een medaille won. Ik voelde me echt goed. We hadden ook een heel gezellige ploeg, er was een fantastisch contact. Niemand was superegocentrisch bezig."

Dinsdag 17 februari, de dag van de 1500 meter.

"Als je in vorm bent, kun je blijkbaar alles. Ik beleefde een heel apart gevoel, een gevoel dat je steeds weer wilt beleven. Dat gevoel dat alle klappen raak zijn. Ik had dat eerder op het WK-junioren, toen ik een jaar of achttien was. Dat is schaatsen, daar doe je het voor, daarvoor train je zo hard. Dat je door kan gaan, dat je niet moe wordt. Dat is het mooie van sport. Dat gevoel vertaalt zich in de tijden. De tijd geeft aan dat de puzzel klopt. In Berlijn, op het WK een paar weken voor Nagano, lagen die puzzelstukjes nog ver uit elkaar.

"Voor de race zat ik op zo'n stootkussen, op de boarding, aan de rand van de baan, en mij bekroop een heel raar gevoel. Ik vroeg aan mezelf: 'Waarom moet ik verliezen?' Een vraag die ik mezelf nooit eerder had gesteld. Maar op die dag spookte dat door m'n kop. 'Waarom moet ik nu verliezen?' "Af en toe werd ik vierde op de 1500. Dat kwam steeds door die laatste ronde. Ik weet nog dat ik dacht: als ik die nu eens flink doortrek. Dat gebeurde allemaal in mijn onderbewustzijn. Ik zat wat voor me uit te staren en droomde wat weg. Ik zag Gunda Niemann, die later zilver haalde, voorbij rijden en ik stelde mezelf nog een rare vraag: 'Hoe zal ik straks gaan juichen?' Ik dacht ook even aan Jan Bos, mijn ploeggenoot, die dus niet had mogen juichen. Ik wilde blijkbaar graag juichen. Tot ik wakker werd. Iemand zei wat tegen me. Ken je dat gevoel? Dat je even helemaal alleen bent met je gedachten, dat je even niet leeft in de echte wereld en dat je opschrikt als plots iemand tegen je begint te praten? Ik zei toen ook direct tegen mezelf: 'Doe niet zo stom, schaats nou maar gewoon.'

'Tijdens die 1 500 meter reed ik lekker, maar ik had tijdens de race geen idee op welk schema ik zat. Toen ik op 1.57, 58 uitkwam, kon ik dat nauwelijks geloven. Een wereldrecord! Eerst dacht ik dat die tijd niet klopte, maar uiteindelijk paste die tijd wel weer bij het gevoel. Achteraf, als ik het allemaal nog eens rustig terughaal, denk ik nog wel eens aan dat bijzondere moment op de boarding. 'Waarom moet ik verliezen?' Ja, waarom eigenlijk? In mijn onderbewustzijn was ik er misschien al van overtuigd dat ik ging winnen. Zo'n moment vergeet je nooit meer omdat ik normaal gesproken nooit een dromer ben. Ik ben een realist. Daarom staat het me nog zo helder voor ogen."

Woensdag 18 februari, de avond voor de 1000 meter.

"Ik was gewoon in het olympisch dorp. We hadden die dag nog even ontspannen getraind en Peter Mueller, mijn trainer, werd steeds enthousiaster. Eigenlijk werd ik dat zelf ook steeds meer. Ik weet nog wel dat ik Peter vroeg: 'Wat nou als het misgaat?' Maar Peter maakte me wijs dat ik niets te verliezen had. Dat vond ik eigenlijk zelf ook. Ik heb die avond nog gewoon een glaasje wijn gedronken, met wat vrienden. Nee, dat wist de begeleiding niet, maar dat hoeft toch ook niet? Ik had die wijn zelfs op mijn kamer staan. Peter maakt zich ook niet druk om die dingen. Die vindt dat je buiten de baan zelf je ontspanning moet zoeken. Ze moeten 's avonds ook niet op me letten. Ja, bij Jong Oranje doen ze dat wel, maar wat gebeurt er dan? Dan doe je de dingen stiekem. Gingen we gewoon 's avonds naar elkaar toe en zaten we gezellig te ouwehoeren. Ik hou er niet van om iedere avond op tijd naar bed te gaan. Ik hou ervan om op zijn tijd een patatje te eten. Heerlijk. In topsport gaat het erom dat je je rust krijgt. Als je 's avonds een keer te laat in bed stapt, slaap je 's middags even bij. Je moet niet oververmoeid raken, dat is het geheim."

Donderdag 19 februari, de dag van de 1000 meter.

"Het ging voor mijn gevoel minder dan op de 1500 meter. Ik moest in de voorlaatste rit tegen Franziska Schenk. Van haar val heb ik niets meegekregen. Pas toen ik haar een ronde later tegenkwam en haar zag liggen, begreep ik dat ze gevallen was. Maar je bent zo met jezelf bezig, met je eigen rit, dat je daar niet van schrikt. En dan win je weer. Onvoorstelbaar en heel onwezenlijk. Twee gouden medailles. Ik weet nog dat ik amper wist wat me overkwam. Ik werd van interview naar interview gesleept."

"Dat ik in Nagano won, zal met vorm te maken hebben gehad. Plots is er weer vorm. Je weet nooit wanneer die vorm komt en wanneer die weer weg is. Dat is elke race weer afwachten. Maar het had ook met sfeer te maken. Nagano was echt tof. Alles was perfect geregeld. De bussen bijvoorbeeld, waar je steeds van afhankelijk was, reden keurig op tijd. En aan die randvoorwaarden, waar ik daarvoor veel tijd en energie mee kwijt was, was voldaan. Schaatsen blijft een moeilijke sport. Als je in vorm bent, kun je alles."

Eind februari '98, de dagen na de Olympische Spelen.

"Ik ben eigenlijk gevlucht voor al die festiviteiten. Ik ben een week eerder naar Calgary gegaan dan de bedoeling was. Het hele dorp was in feeststemming. Logisch, het was ook fantastisch. Maar van trainen kwam toen niets terwijl er toen nog een WK-afstanden op het programma stond. Er kwam zoveel op me af. Mensen uit Sappemeer die spontaan begonnen te huilen. En dat waren mensen die ik niet eens kende. Ze kwamen echt snikkend op me af en zeiden dat ze het allemaal zo mooi hadden gevonden. Nou ja, het is ook niet niets...

"Mijn leven is wel iets veranderd, maar ik kan gelukkig nog gewoon door het dorp. Iedereen groet me nu. "Hoi Marianne", hoor ik de hele dag. Vind ik niet erg hoor, maar soms heb ik wel moeite om mezelf een houding te geven. Ik ben op zich niet zo spontaan, maar door die gouden medailles kun je niet meer normaal opgaan in een groep. Maar ach, eigenlijk valt dat ook allemaal wel mee. Als ik uitga in 't Pierement, de kroeg van Sappemeer, probeer ik de gesprekken kort te houden en weer door te lopen. Ik wil graag normaal blijven doen, meer niet. Al dat enthousiasme zal straks wel een keer verwateren. Als ik eenmaal gestopt ben, zal het normale leven weer komen."

"Ik heb een huis gekocht in Sappemeer. Dat wil niet zeggen dat ik daar nu mijn hele leven blijf wonen, misschien een paar jaar, maar de stad trekt me niet. Misschien dat ik nog een paar schapen neem. Lijkt me leuk, "

Mensenkennis.

"In de loop der jaren heb ik daar steeds meer verstand van gekregen. Ik denk dat ik mensen sneller doorheb dan vroeger. Ik vind dat trouwens reuze interessant, communicatie. Maar ik ben niet iemand die snel iemand vertrouwt. Een relatie bouw je op, die heb je niet. Wel sta ik open voor een goed gesprek. Ik praat makkelijk, maar pas tegenwoordig wel op met wat ik zeg. Ik heb wel eens mensen wat in vertrouwen gezegd en dan hoorde ik niet veel later mijn verhaal op een andere manier terug. Er zijn maar weinigen die ik alles over mezelf vertel. Af en toe is het goed jezelf een keer te ontleden. Vrienden zijn op één hand te tellen. Anni Friesinger is zo'n type. Die beschouw ik als mijn beste vriendin, die weet alles van me en ik van haar. Een fantastische meid. Maar het is niet zo dat we elkaar laten winnen. Natuurlijk delen we kennis, maar we praten niet alleen over schaatsen hoor. Ben je gek. Gewoon dingen die meiden altijd met elkaar bespreken...

"Zo'n relatie met Geert Kuiper, mijn nieuwe trainer in het Sanex-team, ben ik nu aan het opbouwen. Geert leert me steeds beter kennen. En het voordeel is dat hij zelf in de top heeft geschaatst. Hij weet wat er in je omgaat qua spanning. Een trainer moet zich goed kunnen inleven. Sommige trainers kunnen dat maar slecht.

"Een trainer brengt je naar de top, maar het komt toch voor een groot gedeelte op jezelf neer. Je moet zelf aanpassingen doen. Als ik voel dat ik te weinig duurtrainingen heb gedaan, voel ik dat zelf. En ga ik meer duur doen. Natuurlijk heb je mensen om je heen nodig, maar uiteindelijk sta je er alleen voor. Dat heb ik wel geleerd.

"Ik ben nieuwsgierig naar mensen, maar niet naar de kleine dingen. Ik hoef niet te weten of die gescheiden is van die of dat die met die gaat. Ik vind het juist leuk om uit te vinden hoe iemand in elkaar steekt. Ik kom best veel mensen tegen en bij degenen waarbij ik voel dat ik op één lijn zit, ben ik bereid veel in te investeren. Met mensen die ik niet mag, heb ik zoiets van 'donder maar op.' Ik houd niet van mensen die hoog van de toren blazen. Ik houd niet van kapsones, ik houd niet van arrogantie. Die lui schud ik af."

De lange moeilijke weg naar het goud.

"Drie jaar geleden werd ik geveld door de ziekte van Pfeiffer, achteraf het grootste obstakel uit mijn loopbaan. Daardoor ben ik er een seizoen uit geweest. Ik was niet fit en dacht dat ik misschien de mentaliteit niet had om topsport te bedrijven. Ik kon niet slapen van vermoeidheid. En kreeg last van een keelontsteking, van een voorhoofdsholte-ontsteking, man, er was gewoon continu wat met me aan de hand." Ik zei steeds wel dat ik niet echt fit was, maar misschien had ik moeten zeggen: 'Ik ben doodziek.' Dat is het verschil tussen een noorderling en iemand uit het westen. Die zou direct steen en been hebben geklaagd over zijn of haar gezondheid. Achteraf had ik duidelijker moeten zijn. Maar ja, als iemand vraagt hoe het is, zegt een westerling direct: 'Niet zo goed.' Een Groninger zegt: 'Het gaat wel.'

"Ik heb toen enorm aan mezelf getwijfeld. En in de kernploeg heb ik met de rug tegen de muur gestaan. Ik kon m'n verhaal niet kwijt, ik was doodongelukkig, maar niemand begreep me. Nu weet ik dat er altijd weer een dag komt dat het weer goed gaat. Alleen is het zoeken naar dat gevoel niet altijd even makkelijk."

Je nieuwe status.

"Ik ben door die gouden plakken niet bewuster van mezelf geworden. Alles wat ik zeg, zegt de olympisch kampioene, Nou en? Maakt mij dat beter dan anderen? Er zijn mensen die een grotere prestatie leveren dan ik, maar die prestaties blijven onderbelicht. Ik heb na Nagano een jongen leren kennen met een spierziekte. Die schreef me een heel persoonlijke brief waarin hij vertelde dat hij waarschijnlijk niet lang meer te leven had. Of ik op zijn verjaardag wilde komen. Ik ben meteen gegaan. Zo'n brief spreekt me enorm aan. Ik kreeg heel veel post, de postbode moet er gek van geworden zijn, en je kan niet op alle verzoeken ingaan, maar zo'n brief doet me wat. Stel dat ik hem op die manier gelukkig kan maken. Dat gaf me een goed gevoel. Ik kan daar ook met enorm veel plezier aan terugdenken. Ik heb veel fans die gehandicapt zijn en ik ben blij dat ik ze af en toe blij kan maken.

"Of ik nu een voorbeeldfunctie heb, weet ik niet. Ik doe in elk geval geen wilde uitspraken meer, zoals ik vorig jaar wel deed, over dingen die niet goed geregeld waren door de KNSB. Daar had ik toen mijn redenen voor en daar is genoeg aandacht aan besteed. Maar ik voel me ook niet geremd. Ik kan altijd mezelf zijn. Een kampioen zou recht van spreken moeten hebben, maar bij de schaatsbond had ik het gevoel niemand naar me luisterde. Ik zit nu in een ploeg waar goed naar me wordt geluisterd. Zoals het nu gaat bij Sanex, zo heb ik het altijd graag gewild."

Je dromen.

"Ik ben nu tevreden. Eigenlijk ben ik woon gelukkig.

"Ik wilde graag goud halen, daar leef je in eerste instantie voor. Ik had die momenten voor geen goud willen missen. Maar ik ben nog steeds dezelfde Marianne Timmer. Een voorbeeld? Laatst zag ik in Salzburg een prachtig paar schoenen staan. Ik was samen met Anni Friesinger aan het winkelen en dat paar was echt mooi. Alleen kostten die schoenen driehonderd gulden. Nou, dat vind ik echt zonde van het geld, ook al kan ik dat best wel betalen. Meer geld uitgeven is makkelijker dan geld verdienen, zeg ik altijd maar. Ik investeer weliswaar in aandelen, m'n vader adviseert me, maar dat wil niet zeggen dat ik roekeloos uitgeef. Ik ga nog regelmatig naar rommelmarkten, voor koopjes. Vind ik heerlijk. Dat deed ik altijd al.

"Nu heb ik in Groningen schoenen gekocht. Hoe duur? ƒ109,-. En ik heb er nog een tientje op afgedongen. "

 

Hosted by www.Geocities.ws

1