Uit de Sport International van januari 2002, door Maarten Scholten
Drie gouden medailles in Calgary, twee in nagano. Ze ontmoetten elkaar nooit eerder. Nu laten Yvonne van Gennip en Marianne Timmer hun gevoel spreken
GOUD
van Gennip: 'Ik heb ooit gelezen dat jij naar mij had gekeken toen ik drie keer goud won, en dat je toen had gezegd: dat wil ik ook.'
Timmer: 'Op een wedstrijd in Groningen had ik je voor het eerst gezien. Ik kreeg de kans om blokjes te leggen. Geweldig! je had een blauw pak aan, met iets van rood en geel. Toen was je gevallen. Op het rechte stuk, zomaar.'
Van Gennip: 'Oh, het NK. Werd ik nog tweede ook. Met val.'
Timmer: 'Ik zat thuis, bij m'n ouders in de keuken, Olympische Spelen te kijken. Dacht ik: gaaf joh, dit wil ik ook wel. Ik was dertien, maar kan me dat nog zo goed herinneren. Hoe je je tong uitstak, de muts met Goud he.'
Van Gennip: 'Dat je toen al zei: dat zou ik ook willen. Daar dacht ik op die leeftijd helemaal niet aan. En dat je dan tien jaar later twee keer goud wint, heel bijzonder. Had jij een voorgevoel in Nagano? Ik wel. Niet dat ik ging winnen, wel dat het heel goed zou gaan.'
Timmer: 'In Nagano zat ik een keer op de kussens langs de baan. Zag ik Gunda voorbij rijden, dacht ik: waarom moet ik van haar verliezen? Zit je zo in jezelf, denk je: stom he, om zo te denken? Maar ik wist gewoon dat ik goed zou rijden.'
Van Gennip: 'Dat voel je. Terwijl je het de meeste andere keren niet eens in je hoofd haalt, om zo te denken.'
Timmer: 'Denk je: hoe zal ik straks gaan juichen? Lichaam en geest zijn één. Dat gevoel, ik denk dat je het daar allemaal voor doet. Wat erbij komt, medailles en zo, zie je wel. Maar dat gevoel is zo mooi'
Van Gennip: 'Het is ook niet terug te halen. Als je ouder wordt en stopt... Ik heb heel lang het gevoel gehad: dit maak ik dus echt nooit meer mee. Ze zeggen wel eens dat je ook zo'n euforisch gevoel krijgt als je moeder wordt.'
DAT STRAKKE
Timmer: 'Toen jij stopte, miste je het niet om met je lichaam bezig te zijn?'
Van Gennip: 'Nee, ik was juist blij. Niet meer elke ochtend wakker worden met het idee: hoe voelen m'n benen? Niet eerst naar buiten kijken hoe het weer is. Toen ik stopte ben ik een half jaar niet voor drieën naar bed geweest. Gewoon in m'n uppie, een beetje zitten lezen. Puur afreageren. Niet meer dat strakke.'
Timmer: 'Ik ben wel een beetje strak, maar niet té. Sommigen zijn daar echt extreem in. Ik moet er af en toe eens uit kunnen.'
Van Gennip: 'Wij trainden soms drie keer op een dag. Tussendoor moesten we rusten. Maar we wilden de stad in, even een kop koffie. Je wilde toch een beetje leven?' Timmer: 'Vind ik ook! Wij hebben best veel overeenkomsten.'
Van Gennip: 'Dat dacht ik van tevoren al. Jij bent, denk ik, een beetje wispelturig. Ik ook. Soms kan ik gekke dingen doen, die niemand van me verwacht. Puur op gevoel.'
EGBERT VAN 'T OEVER
Timmer: 'Wij konden allebei goed met Egbert opschieten. lij hebt z'n vrouw nog gezien he,op de begrafenis? Ik was er niet .We zaten in Calgary, ik kon het niet maken om terug te gaan. Kost minimaal vier dagen in een belangrijke trainingsperiode. Dat zou Egbert nooit gewild hebben.'
Van Gennip: 'Nee.'
Timmer: 'lk ben daarvoor wel geweest, afscheid genomen en zo. De eerste week was er nog niets aan de hand. Over mijn nieuwe schaatsen gepraat. "Moet je direct doen", zei hij. Hij zag er niet zo heel goed uit, maar was verder zoals altijd. Heel dapper. De week daarna klonk het ineens: "Het gaat niet zo goed, ik houd het niet meer". En de Spelen dan?, vroeg ik. "Nee, ik denk niet dat ik dat haal" Ik riep: he, hoe kan dat nou? Vertelde hij dat ze uitzaaiingen hadden geconstateerd. lk zei: ik kom meteen bij je langs. Hij lag toen al in bed. Het heeft geen twee weken meer geduurd.'
Van Gennip: 'Onvoorstelbaar, wij hadden hem twee weken daarvoor nog gezien. Hij deed aan alles mee, het ging goed. Hoelang heb jullie samengewerkt?'
Timmer: 'Twee jaar Sanex, een jaar DSB. Ik ben heel blij dat ik Egbert en Guusje beiden heb mogen meemaken. Positief Gewoon. Je voelde je thuis.'
Van Gennip: 'Op de een of andere manier wist hij je te raken. Dan dacht je gewoon: dat gaat goed. Heel raar, je vraagt je af: hoe doet iemand dat?'
Timmer: 'Egbert kon goed luisteren, bij hem kon je je gevoel kwijt.'
Van Gennip: 'Hij was er altijd voor je, straalde dat ook uit. Dan voelde je je heel bijzonder.'
Timmer: 'Hij was gewoon scherp. Sporters hebben bruin brood nodig. Moesten we naar Japan, waar ze dat niet hebben. Maar er was gewoon bruin brood, hoor. Egbert had een winkeltje ontdekt. Andere ploegen hadden het niet, wij wel.'
Van Gennip: 'Dan denk je: wij hebben bruin brood, zij niet. Wij hebben een voorsprong.'
Timmer: 'Ik genoot daar heel erg van. Frouke en ik wilden wel eens winkelen. Ging Egbert gewoon mee. Vond ik zo gaaf. Hij ging niet mee naar binnen, bleef voor de winkels wachten. Zo schattig. Heel vreemd dat hij er niet meer is. Hij was altijd bij de baan. Die zonnige kraaloogjes. Waar is hij? Hij hoort er gewoon bij.'
GERANIUMS
Van Gennip: 'Hebben jullie een leuke groep?'
Timmer: 'Ja. Gianni, Jakko, Erben. Gianni kende ik niet zo goed. Hij is een flapuit, op een leuke manier. Bijdehand, grappig.'
Van Gennip: 'Jullie hadden in het begin...'
Timmer: '...Ik kende hem niet, hij mij ook niet. Er waren wat verhalen, omdat hij wel eens wat heeft geroepen. Moet hij zich er elke keer weer uitlullen. Blijkbaar blijft dat soort dingen interessant. lk vind sowieso dat schaatsen in de media steeds meer op een soap gaat lijken.'
Van Gennip: 'Je hebt nu meerdere ploegen, dus ook tegenstellingen. ln de kernploeg vormde je meer één blok. Heb jij dat nog meegemaakt?'
Timmer: 'Ja, tot en met de Spelen van Nagano.'
Van Gennip: 'Wat vind je leuker?'
Timmer: 'Zoals het nu is. De KNSB is een wat logge organisatie. Nu kun je meer je eigen inbreng hebben. Jij hebt toch ook geprobeerd om bij de bond weg te gaan?'
Van Gennip: 'Lukte niet. De ploeg liep wel, maar commercieel was het geen klapper. De tijd was er niet rijp voor. Ach, niet alles lukt in het leven. Als je achter de geraniums blijft zitten, gebeurt er nooit wat.'
Timmer: 'Precies. Ik ben ook niet zo'n geraniumzitter. Een beetje actie hier en daar. Maar inderdaad, niet alles lukt.'
Van Gennip: 'Dat herken ik wel een beetje bij jou en mij.'
LASTIG
Timmer: 'Ik wil best lang ergens in meegaan. Maar als ik ergens echt niet in geloof, doe ik het niet.'
Van Gennip: 'Een ander kan nooit bepalen wat belangrijk voor je is.'
Timmer: 'Je kunt wel gaan meelopen met iedereen. En dan? Word je een grijze muis en verandert er nooit iets.'
Van Gennip: 'Je weet toch intussen wel wat goed voor je is en wat niet? Dat kan een ander nooit zien, die kan niet in jouw lijf kijken.'
Timmer: 'Ik heb de meeste moeite met mensen die mij dingen willen laten doen die ik niet wil. Jij moet dat doen, dat is goed voor jou. Echt niet. Dan doe ik het juist niet.'
Van Gennip: 'Dat heb ik ook heel sterk. Tjaard Kloosterboer kende mij zo goed, die wist dat ik linksaf ging als hij rechtsaf zei. Dus zei hij links en ging ik rechts. Slim.'
Timmer: anderen kunnen blijven meehobbelen. Ik niet.'
Van Gennip: 'Misschien zijn ze onzeker, denken ze: de trainer zal het wel weten. Anders snap ik het niet.'
Timmer: 'De meesten zijn zo.'
Van Gennip: 'Het is ook makkelijk om mee te gaan met de rest. Anders ben je lastig.' Timmer: 'Maar wij hebben wél gouden medailles.'
OVER LIJKEN
van Gennip: 'Sport is gevoel. Je moet je goed voelen.'
Timmer: 'Ik voel aan mezelf precies: ik mis sprint, of: ik mis duur. De meesten hebben dat niet. Die kunnen mij niet volgen, dus waarschijnlijk jou ook niet.'
Van Gennip: 'Nee. Je kiest wél de meest zuivere weg. Dat kun je alleen zelf aanvoelen. Heb jij wel eens een teamsport gedaan?'
Timmer: 'Niet echt. Op school kon ik daar al niet goed tegen. Deden ze expres hun best niet met volleybal, vond ik zo irritant'
Van Gennip: 'Ik vond het niet eens zo erg als een ander z'n best niet deed. Veel erger was het als je zelf iets fout deed. Voelde ik me zo lullig. Ik had heel erg veel faalangst' Timmer: 'Het idee dat de rest beter was dan jij?'
Van Gennip: 'Ik ging er van uit dat ik het zou verklooien. In de ogen van anderen was ik goed bezig, maar voor mezelf legde ik de lat alsmaar hoger. Als individuele sporter is er tenminste niemand die jou iets kan verwijten.'
Timmer: 'Schaatsen is een super-eerlijke sport'
Van Gennip: 'Hoelang ben jij nog van plan om door te gaan?' Timmer: 'Na Salt Lake City nog één Spelen. Dan ben ik 31.'
Van Gennip: 'Ze gaan allemaal langer door.'
Timmer: 'Gunda is er nu dus uit, maar ik ben niet iemand die zegt: fijn, weer een concurrent minder.'
Van Gennip: 'Je wilt winnen omdat je de beste bent Anders zeggen ze vooraf: het wordt lekker makkelijk. En achteraf hoor je: ja maar, die en die deden niet mee. Vond ik niets.' Timmer: 'Dan ben jij dus ook niet iemand die over lijken gaat?'
Van Gennip: 'Nee, die sporters heb je wel natuurlijk.'
Timmer: 'Precies, die gaan echt over lijken. Dat kan behoorlijk ver gaan hoor. Met psychologische spelletjes en zo. Vind ik verschrikkelijk, zal ik nooit doen.'
PRIVÉ
Van Gennip: 'Van Rintje zal je niet zo snel lezen wat hij privé doet.
Van Gianni wel, en waarom? Hij is ook een gevoelsmens, laat dingen zien. Ik denk dat de mensen die dat durven wel tegenstanders hebben, maar over het algemeen worden ze erg gewaardeerd.'
Timmer: Het hoort toch ook bij je? Niet alleen schaatsen, Porsches, huizen. Ook een beetje de menselijke kant.'
Van Gennip: Ik vind het leuk om daar wat van te weten.'
Timmer: 'Het is gevaarlijk hoor.'
Van Gennip: Vind jij het lastig?'
Timmer: 'Wat er van de zomer allemaal is gebeurd, rond het team.
Ik heb het vaak uitgelegd, maar het komt niet over. Laat dan maar.'
Van Gennip: 'Mensen hebben een idee dat niet conform de waarheid is. Er wordt gegokt, gegist. Dat is moeilijk om terug te lezen.'
Timmer: Laten ze dan onderzoek doen! Maar nee. Oordelen, veroordelen. Het is veel makkelijker om naar iemand te wijzen: zij heeft het gedaan.'
Van Gennip: 'lk heb het ook gehoord hoor, dat ik arrogant was. Als ik iets niet ben, is dat het Zo oneerlijk.'
Timmer: 'lk loop best vaak tegen muren op.'
EXTREEM
Timmer: 'In het Algemeen Dagblad stond een verhaal, dat was echt extreem. Ging veel te ver.'
Van Gennip: 'Bij mijn laatste Spelen heb ik het ook meegemaakt De grootste onzin werd erbij gehaald, heel erg. Het zat me tot hier. Na de laatste persconferentie heb ik gezegd dat ik het slechte journalistiek vond. Heerlijk, dat luchtte echt op.'
Timmer: 'lk heb zelf toch ook nooit mensen onderuit gehaald in de krant. Dat doe je niet, vind ik.'
Van Gennip: 'Maar ze doen het dus wel bij jou.'
Timmer: 'En dan zo extreem. Had ik niet verwacht. Je hebt ze altijd proberen te helpen. Op de een of andere manier kun je ze op een gegeven moment niet meer verder helpen. Dan denken ze: bij haar is niets meer te halen, rot maar op.'
Van Gennip: 'Ga je je nu anders opstellen?'
Timmer: 'Ja.'
Van Gennip: 'Ergens is het wel goed, het vormt je. In het begin wil je door iedereen aardig gevonden worden. Dat houd je niet vol. Moet je accepteren.'
Timmer: 'Iemand wil jouw kennis of vriend zijn. Maar waarom? Vindt hij je leuk als persoon? Vindt hij het leuk om ergens heen te gaan, met behulp van mijn connecties? Kan hij beter van me worden? Wil hij een relatie met me? Vaak zitten er belangen achter.'
Van Gennip: 'Het is niet leuk om zo te moeten denken. Je moet zorgen dat je goede mensen om je heen hebt.'
Timmer: 'Maar wie zijn de goeden?'
Van Gennip: 'Je moet eerst honderd keer je neus stoten. Pas dan weet je hoe jij zelf daarmee om wil gaan. Ik heb een hele periode gehad dat ik amper weg ging. Was ik erg veel thuis.'
Timmer: "lk heb daar ook moeite mee. Peter is er vrij makkelijk in, met boodschappen doen en zo. lk ga het liefst naar een plek waar de minste mensen zijn.'
Van Gennip: 'Dit is voor mij heel erg herkenbaar.'
Timmer: I'k heb het gevoel dat ik bekeken word. In Amerika en Canada is het zo heerlijk, om dat niet te hebben.'
Van Gennip: 'Het is eenmaal zo, je kunt niet meer terug. Je moet ook de goede kanten willen zien. Als je in staat bent zelf ja of nee te zeggen, wat ik vroeger niet kon en nu wel, dan kun je leuk leven.'
STOPPEN
Timmer: 'Hoe oud was jij in Calgary?'
Van Gennip: '23. Dan ga je toch niet stoppen? Roepen ze: het kan alleen maar minder. Ard Schenk is ook doorgegaan. Dan heb je juist lef in je lijf. Michael Jordan is weer begonnen. Vragen ze wat ik daarvan vind. Prachtig. Die gozer luistert naar z'n gevoel.' Timmer: 'Het is zo makkelijk om te roepen: je kunt het nooit beter doen. Mensen die dat zeggen, wat hebben die dan gepresteerd?'
Van Gennip: 'Je kent nu euforie én teleurstelling. Word je echt niet minder van. Eerder sterker.'
Timmer: 'Geloof ik ook.'
Van Gennip: 'Vlak voor Albertville dacht ik: wat heb ik gedaan? Het liefst was ik kruipend teruggegaan. Mijn familie kwam nooit kijken, maar alsof hij een voorgevoel had, kwam mijn broer over. De Spelen waren nog niet eens begonnen, hij kwam bij een training het stadion binnen. Ik voelde me zo slecht, maar had me heel lang goed gehouden. Tot ik mijn broer zag. Janken. Hij zei: 'Kom op, mee in de auto'. Zijn we de bergen in gereden, zei hij: "Schreeuw het er maar uit". Ik schreeuwen, joh. Foto gemaakt. Op de radio een nummer van Michael Jackson, Save the World. Als ik dat nu draai... Ik ben zo dicht bij mijn broer komen te staan. Hij heeft me op m'n zwakste moment gezien. Dat is dus een band voor het leven.'
Timmer: 'Vaak worden dat soort omstandigheden niet gezien. Mensen zien ons schaatsen. Juichen, geweldig. Maar wat is eraan voorafgegaan? Veel zweet, tranen. Je vraagt constant het maximum van je lichaam. Moeilijk te begrijpen. Van buitenaf oogt het zo makkelijk.'
Van Gennip: 'We zijn allemaal mensen, met een gevoel in ons lijf In een wedstrijd gaan de oogkleppen op, ben je een soort robotje. Alles wat er om je heen gebeurt, is er even niet. Maar daarvoor en daarna komt de emotie in alle hevigheid binnen en eruit. Hoewel, ik heb het gevoel dat ik door sport mijn gevoel heel erg heb onderdrukt. Dat was alleen maar ballast, lastig. Echt voelen deed ik nooit. Nog steeds heb ik daar moeite mee. Als er iets ernstigs in mijn omgeving gebeurt, ga ik op de automatische piloot. Dan ga ik handelen, een overlevingsmechanisme. Dan lijkt het wel of ik geen gevoel heb. Beangstigend. Je moet het weer durven. Gevoel durven toelaten.'
Timmer: 'Heb ik minder moeite mee. Als ik verdrietig ben, denk ik: dan maar een week verdrietig.'
Van Gennip: 'Wees maar blij. Ik wilde me altijd heel erg groot houden, ook voor mezelf Hebben we toch nog iets verschillends.'