
INTERVIEW UIT DE SCHAATSSPORT (NR.3, 10 NOVEMBER 1999) DOOR MARLEEN VRIEZEN
DE DRUKTE RONDOM HAAR PERSOONTJE NA DE TWEE GOUDEN PLAKKEN, HEEFT HAAR ACHTERAF EEN BEETJE OVERVALLEN. HET VORIGE SEIZOEN KWAM ER DAN OOK DOOR IN HET GEDRANG. NU, TWEE JAAR NA NAGANO EN ALWEER HALVERWEGE OP DE WEG NAAR SALT LAKE CITY LIJKT DE DRUKTE RONDOM MARIANNE TIMMER ECHTER EEN BEETJE AFGEZAKT. REDELIJK RUSTIG HEEFT DE NATIONALE SPRINTKAMPIOENE ZICH DAN OOK VOOR KUNNEN BEEIDEN OP HET KOMENDE SEIZOEN. EEN SEIZOEN WAARIN TIMMER HAAR PIJLEN GAAT RICHTEN OP HET WK SPRINT IN SEOUL.
Het daags voordat zo'n beetje heel schaatsend Nederland naar Inzell afreist om daar het jaarlijkse herfsttrainingskamp op te slaan. Ook Marianne Timmer heeft de koffers gepakt, al heeft zij een andere reisbestemming. Samen met Frouke Oonk zal Timmer namelijk naar Calgary reizen om daar de laatste voorbereidingen voor het schaatsseizoen 1999/2000 te treffen. De Sappemeerse doet het even rustig aan zo vlak voor het vertrek. Ze voelt zich niet helemaal honderd procent en heeft de trainingen daarom even op een laag pitje gezet.
Het is niet dat Timmer ziek is, je zou het eerder een beetje overwerkt kunnen noemen. Het is iets dat de Groningse kent van zichzelf. "Ik ben altijd bezig mijn grenzen op te zoeken en vaak train ik dan te hard of te intensief. Ik ben iemand die heel moeilijk rustig aan kan doen. Als het lekker gaat dan ga ik maar door en op een gegeven moment verg je dan te veel van jezelf. Je lichaam geeft dat aan. Dan willen je benen niet meer; krijg je een heel zwaar gevoel en zit je tegen ziek worden aan. Op zo'n rustig moment moet je even rustig aan doen. Zoals nu. Ik train nu heel weinig; alleen een beetje fietsen en verder niets. Dan kan ik straks in Calgary een goed kamp draaien."
Het verhaal van Marianne Timmer heeft een hoog Assepoester-gehalte. Van een onzeker sportmeisje, kampend met blessures en de ziekte van Pfeifer, groeide ze langzaam uit tot de prinses van de Nederlandse sprint om uiteindelijk met twee gouden medailles de koningin van de Olympische Spelen in Nagano te worden. Timmer werd daarmee een nationale heldin en heel schaatsenminnend Nederland sloot de Sappemeerse in de armen. Dat dat niet altijd voordelig is, ondervond Timmer echter vorig jaar, toen haar plotselinge populariteit haar misschien wel een deel van haar schaatsseizoen kostte. "Ik was na die twee medailles in één keer een bekende Nederlander. Ik werd heel veel gevraagd voor televisie en interviews, maar ook voor openingen, wielerrondes, loopcircuits en dat soort dingen. Nou vind ik het goed als er aandacht komt voor de sport dus dat soort dingen wil ik allemaal wel doen, maar het werd wel eens een beetje veel. Ik werd echt van hot naar her gesleept en dat is misschien wel ten koste gegaan van mijn voorbereiding." Toch wil Timmer haar moeilike start van het afgelopen jaar niet helemaal op de Olympische Spelen en de drukte daarna gooien. Het was eigenlijk te wijten aan een heleboel facetten. "Het belangrijkste is dat we vorig jaar te laat begonnen zijn met snelheidstraining, waardoor de basissnelheid niet optimaal was. Verder ben ik veel ziek geweest. Ik kreeg bijvoorbeeld een ontstoken kies midden in het seizoen en dat schaatst toch ook niet echt lekker. Daarbij was ik natuurlijk van de bond naar Sanex gegaan, dus je komt in een nieuwe groep en dat is wennen. Eigenlijk zat er zoveel tegen dat ik al lang blij was dat ik uberhaupt nog in vorm kwam. Het WK sprint en zeker het WK afstanden waren gewoon goed en zo kijk ik toch nog terug op een geslaagd seizoen."
"Natuurlijk heb ik wel eens getwijfeld of ik er goed aan had gedaan om van ploeg te wisselen. Dat ging niet eens zozeer om Peter Mueller. Ik bedoel bij Leen (Pfrommer, red.) had ik ook goed gepresteerd. Peter was alleen speciaal omdat ik daar meteen twee keer de Olymische Spelen mee won. Het ging me meer om de ploeg. Afscheid nemen is nooit leuk en die ploeg waar ik in zat lag me toch wel heel erg. Ik kon altijd heel goed overweg met Jan en Erben en nu kwam ik in een compleet andere groep en dat was toch wel even wennen. Ik bedoel, bij de bond kende ik iedereen maar Rintje kende ik bijvoorbeeld niet echt en Geert Kuiper, de trainer, ook niet. Dan heb je een periode nodig om uit te vinden hoe en wat wie alles precies zit." De Sanex-ploeg was de eerste echte commerciele ploeg in Nederland en vooral Rintje Ritsma werpt zich nog steeds op als de voorman van het commerciele schaatsen. Bij de strijd met de bond om premie's en sponsornamen op de pakken is hij dan ook meestal de woordvoerder. Ook is Ritsma binnen zijn ploeg veel meer bezig met planning en dat soort zaken dan de rest. Marianne Timmer vindt die kant van het schaatsen stukken minder interessant. "Ik kan me niet overal druk om maken. Ik bedoel, laat mij maar lekker schaatsen. Het is niet zo dat Rintje alles voor ons beslist; het wordt wel allemaal overlegd, hij is daar gewoon veel meer mee bezig. Rintje is sowieso een heel ander persoon dan ik. Hij is bijvoorbeeld ook altijd met zijn schaatsen bezig. Altijd aan het verstellen enzo. Zo ben ik dus helemaal niet. Als ik teveel aan het stellen ben dan wordt ik gek. Doe mij maar gewoon een paar nieuwe schaatsen die meteen goed staan."
Alle tegenslagen en vernieuwingen zijn nu achter de rug en Timmer kijkt dan ook uit naar het nieuwe seizoen. "Dit jaar gaat het eigenlijk al vanaf het begin beter. We zijn eerder begonnen met tempo's en bovendien zit je nu voor het tweede jaar in deze groep dus de trainer weet ook beter hoe je reageert." Timmer heeft dan ook het gevoel klaar te zijn voor het komende schaatsseizoen. Ze zit lekker in haar vel, dat is duidelijk, en volgens haar is dat een hele belangrijke factor in het schaatsen. Je mentaal goed voelen, zo vertelt ze, bepaalt voor een heel groot deel hoe je rijdt. "Als je je goed voelt en makkelijk rijdt dan wordt het schaatsen ook nooit zwaar. Maar als je eenmaal niet lekker in je vel zit dan kost het allemaal veel meer. Als zoals vorig jaar zo moeilijk gaat dan is het mentaal zoveel zwaarder. Je moet jezelf dan steeds oppeppen, want je moet toch rijden terwijl je diep van binnen weet dat je er nog niet klaar voor bent. Nu is de voorbereiding beter geweest, ik voel me goed en nu heb ik ook veel meer het gevoel van: kom maar op."
Kom maar op dus en dat geldt dan in eerste instantie voor het WK sprint. Daar, heeft Timmer zich voorgenomen, moet het dit jaar maar eens gebeuren. "Veel mensen denken dat ik na twee gouden medailles niets meer heb om voor te rijden, maar zo'n WK winnen lijkt me ook wel heel mooi. Dat is dan ook mijn doel voor dit jaar. Ik wil toch wel eens proberen of ik daar in Seoul op het podium kan komen. Het WK afstanden is voor mijn gevoel iets minder belangrijk, maar die twee toernooien vallen binnen tien dagen en als je echt in vorm bent en je draait een superweekend dan is mijn ervaring dat je die ook nog wel een week vast kunt houden."
Het laatste weekend van februari staat dus dik aangestreept in Timmer's agenda. Het podium in Seoul lijkt dan ook geen onmogelijke opgave. "Vorig jaar zat ik er al heel dicht bij, maar ja, dichtbij is niet genoeg. Ik had dan ook niet echt de supervorm daar vorig jaar. Als ik bijvoorbeeld de vorm had gehad die ik vorig jaar tijdens het WK afstanden in Heerenveen had, dan was ik misschien al op het podium gekomen. Maar je kunt vorm niet honderd procent plannen. Pieken blijft moeilijk. Je moet me niet vragen hoe ik het doe, maar vaak kan ik het wel op het juiste moment. Je kunt alleen ook ziek worden en bovendien is het een mentale kwestie. Je kunt niet zeggen: volgende week wil ik het WK winnen of: nu wil ik een wereldrecord rijden, want zo werkt het gewoon niet. Als ik super rijdt; alles uit mezelf haal en ik wordt derde dan moet ik toch wel heel tevreden zijn."
|
|