Kevelaer >> Genadekapel
Ingang van de genadekapel. Noordzijde van de kapel met zicht op schrijn.
Het neobarokke altaar van de kapel. De koepel met Mariale symbolen, ontworpen door Stummel. Raam uit 1892 met Kerstscene.
Midden op de Kapellenplatz in Kevelaer staat de zeshoekige genadekapel. In dit barokke bouwwerk bevindt zich het prentje van Onze Lieve Vrouw van Luxemburg, het cultusobject van het bedevaartsoord. Voor de meeste pelgrims is een bezoek aan de kapel het hoogtepunt van een bedevaart naar Kevelaer.

De bouw
De huidige genadekapel staat op de plek waar Hendrik Busman in 1642 het eerste wegkapelletje bouwde voor het prentje van Onze Lieve Vrouw van Luxemburg. Het was een eenvoudige zuil van zo'n twee meter hoog, nog geen meter breed en ongeveer 50 centimeter diep. Onder het schuine dak van het bouwwerkje bevond zich een kleine nis met het prentje. Soortgelijke kapelletjes komen nog veel voor in het Duitse Rijnland.

De eerste jaren na de bouw van het wegkapelletje kwamen de pelgrims in steeds grote getale naar Kevelaer. Er zouden vele wonderen plaatsgevonden hebben. Vooral de kerkelijke erkenning van acht wonderbaarlijke genezingen in 1647 maakte de zuil met het miraculeuze prentje vermaard. In 1651 besloot de overste van Kevelaer om over het bouwwerkje een grotere en fraaiere kapel te bouwen. De bedevaartkerk van het Belgische Scherpenheuvel diende als voorbeeld. Het werd een zeshoekige barokke koepelbouw met lantaarn. De kapel kwam gereed in 1654.

Exterieur
De zeshoekige kapel is opgetrokken rond een centraal punt. Drie boogdeuren, aan de zuid-, zuidwest- en zuidoostkant, bieden toegang tot de kapel. In het bovenvlak van elke muur is een ovaal venster aangebracht, een typisch barok kenmerk. De smeetijzeren tralies stammen uit de late 19e eeuw. De karakteristieke groenkoperen koepel bestaat uit twee delen die zich in tegengestelde richting buigen. De koepel wordt bekroond door een transparante lantaarn. Elke hoek van de koepel wordt gedragen door een grove steunbeer.

Binnen de opzet het gebouw kwam de bidzuil uit 1642 een meter vanaf de noordelijke muur te staan. In deze muur werd een boogvormige opening gemaakt, waardoor van buitenaf het schrijn met het genadebeeld te zien is. Net als de bidzuil werd de genadekapel zo een wegkapel. Oude schilderijen en gravures laten zien dat pelgrims het genadebeeld van oudsher vereren vanaf de openbare weg. Boven het venster staat onder een kroon in gouden letters de eretitel van Onze Lieve Vrouw van Kevelaer: Consolatrix Afflictorum, ofwel "Troosteres der Bedroefden".

Op de twee vrije muurvlakken van de kapel zijn in 1892 gedenkplaten aangebracht. Aan de noordwestkant wordt stilgestaan bij de gebeurtenissen van 1642, het jaar waarin de bedevaart ontstond. De tekst aan de noordoostkant komt uit het kroningsdecreet van het kapittel van de Sint Pieter in Rome. Naast deze gedenkplaat hangt in een smeedijzeren draagconstructie een klein luidklokje.

Interieur
Het eerste altaar dat tegen de achterzijde van de oorspronkelijke bidzuil stond stamde uit 1663. Het middenstuk van dit altaar was een schilderstuk uit het atelier van Rubens, voorstellende de bedevaart van Jozef, Maria en de twaalfjarige Jezus naar Jeruzalem.

In 1874 werd er naast het genadebeeld een tweede deur gemaakt, waardoor pelgrims in ��n richting langs het schrijn konden lopen. Het altaar uit 1663 was te groot om tussen de twee deuren geplaatst te worden. Het werd vervangen door een kleiner altaar in neobarokke stijl. Ook het schilderij van de Heilige Familie werd vanwege de omvang uit de kapel verwijderd. Er kwam een 19e-eeuwse schildering van de Onbevlekte Ontvangenis voor in de plaats, die door onwetende pelgrims nog wel eens voor het genadebeeld werd aangezien.

In de late negentiende eeuw onderging het interieur van de genadekapel een grote renovatie. Zo werden de gewelven van de kapel vernieuwd. De beschildering met rijk stucwerk werd ontworpen door Friedrich Stummel uit Munster. In neorenaissancestijl worden mariale allegorie�n en taferelen uit het leven van Maria uitgebeeld. Op de wanden werd een goudkleurige lambrisering met arabesken en fruitguirlandes aangebracht. Ook werden nieuwe glas-in-loodramen geplaatst. Stummel ontwierp naast de beschildering ook een moza�ekvloer, die werd gelegd door Gobbo uit Veneti�. De centrale voorstelling van de vloer is een fontein waaruit herten en vogels drinken, een symbool van Maria als "fons aquarum viventium" (bron van levend water, Hooglied 4:15).

Een van de meest recente toevoegingen aan de kapel is een hangende schaal links van het altaar met daarin een vredeslamp. De lamp is een teken van de Europese verzoening die plaatsvond na de Tweede Wereldoorlog. Het licht werd in 1949 in Lourdes ontstoken. Van daaruit werd het via de Beierse bedevaartplaats Altoetting naar Kevelaer gebracht.

De laatste wijziging van het interieur stamt uit 1980. Toen werd voor het altaarpaneel met de Onbevlekte Ontvangenis een Byzantijnse dubbele deur geplaatst. Op dit 18e-eeuwse kunstwerk wordt de Annunciatie uitgebeeld, met daaronder vier belangrijke Oosterse heiligen: Jakobus de Meerdere, Basilius de Grote, Johannes Chrysostomus en Gregorius Theologos.

Votiefgaven
Een stille getuigenis zijn de vele votiefgaven die in de genadekapel te zien zijn. Ze zijn in de loop der eeuwen geschonken aan Onze Lieve Vrouw van Kevelaer als blijk van devotie of een verhoord gebed. Achter tralies aan de muren hangen onder andere zilveren harten, ledematen en kinderfiguurtjes. Het genadebeeld zelf wordt omringd door kostbare sieraden van edelmetaal, edelstenen, parels en diamanten. De talrijke ex-voto's benadrukken het belang van Kevelaer als bedevaartsoord. Al meer dan 350 jaar komen er pelgrims uit heel West-Europa hun eer betuigen aan de Moeder Gods.

TERUG
Hosted by www.Geocities.ws

1