Kevelaer >> Genadebeeld
Het genadebeeld van de "Troosteres der Bedroefden".
Het doel van een bedevaart is meestal het bezoeken van een heilige plaats of een heilig object. Dit kan het graf zijn van een heilige, maar ook een plek waar bijzondere relieken worden bewaard. In bedevaartplaatsen van Maria wordt vaak een gratie- of genadebeeld vereerd, een als wonderdadig beschouwde afbeelding van de Heilige Maagd. Zo ook in Kevelaer.

Maria Kevelaer
Het cultusobject van Kevelaer is een 17e-eeuwse devotieprent van Onze Lieve Vrouw van Luxemburg, een Mariabeeld dat destijds in een kapel buiten de muren van de stad Luxemburg stond. Het gaat om een eenvoudige kopergravure van 7,5 bij 11 cm. De afbeelding vermeldt in het onderschrift het jaartal 1640 en is waarschijnlijk gemaakt in Antwerpen, in die tijd het internationale centrum voor de productie van devotieprenten.
Het genadebeeld van Kevelaer is een typisch bedevaartprentje: een afbeelding van een cultusobject en cultusplaats die door pelgrims mee naar huis wordt genomen als aandenken aan een bedevaart. Op de voorgrond van de prent staat Onze Lieve Vrouw van Luxemburg. Zij draagt een uitgespreide staatsiemantel. In haar rechterhand houdt zij een scepter en haar hoofd is getooid met een open sterrenkroon. Op haar linkerarm draagt zij het Jezuskind, die tevens is gekleed in een wijd gewaad. Op zijn hoofd draagt Hij een gesloten kroon en in zijn linkerhand houdt Hij een wereldbol. Met zijn rechterhand maakt Hij een zegenend gebaar.

Links op de achtergrond is de stad Luxemburg te zien. Rechts is de oude Luxemburgse bedevaartkapel afgebeeld, omringd door pelgrims in processie. Boven Moeder en Kind zweeft een banier met in het Latijn de eretitel van Onze Lieve Vrouw van Luxemburg en een aanroeping: Consolatrix Afflictorum ora pro nobis. In het Nederlands betekent dit: �Troosteres der Bedroefden, bid voor ons�. De titel �Troosteres der Bedroefden� komt sinds de 17e-eeuw voor in de Litanie van Onze Lieve Vrouw van Loreto.

Het omlijste onderschrift wordt bekroond door een engelenkopje. De tekst luidt: Vera Effigies Matris IESU Consolatricis afflictorum in agro suburbano Luxemburgi Miraculis et Hominum Visitatione celebris, anno 1640. In het Nederlands: �Ware afbeelding van de Moeder van Jezus, de Troosteres der Bedroefden, buiten de muren van de stad Luxemburg, beroemd door wonderen en het bezoek van de  mensen, anno 1640�.

Oorsprong van de devotie
Volgens de overlevering is de kopergravure in de eerste helft van 1642 in het bezit gekomen van Hendrik Busman en zijn vrouw. Het protocol van de Synode van Venlo (1647) verhaalt hoe twee soldaten een stel prentjes van Onze Lieve Vrouw van Luxemburg probeerden te verkopen aan Mechel Schrouse, de vrouw van Busman. Ze vond ze echter te duur en kocht er geen. Korte tijd later zag zij een van de afbeeldingen terug in een nachtelijk visioen. Nadat Mechel haar man hierover vertelde ging zij op zoek naar de soldaten om alsnog een prentje van ze te kopen. Ondertussen hadden de soldaten de prentjes echter aan hun luitenant gegeven, die gevangenzat in Kempen. Zodra de luitenant vrijkwam zocht Mechel hem op. Toen zij hem vertelde over de verschijning, schonk hij haar een van de prentjes.

Na deze gebeurtenissen werd de prent korte tijd opgesteld in de stad Geldern; eerst in het klooster van de Karmelietessen en daarna bij de Kapucijnen. Op de laatste zaterdag van mei werd de afbeelding door pastoor Johannes Schink overgebracht naar Kevelaer. De volgende dag, zondag 1 juni 1642, plaatste hij de beeltenis in de door Hendrik Busman gebouwde bidzuil. Die dag kwamen ook de eerste pelgrims naar het prentje van Onze Lieve Vrouw van Luxemburg. Vijf jaar later, tijdens de synode van Venlo, erkende de Kerk acht wonderbaarlijke genezingen. Het prentje wordt sindsdien als wonderdadig beschouwd.

Opstelling en opsmuk
Vele gaven hebben het schrijn met het genadebeeld in de loop der eeuwen zijn huidige vorm gegeven. In de eerste jaren na 1642 moet de opstelling van de prent echter zeer eenvoudig geweest zijn. Volgens de bronnen is de prent voor de plaatsing in het kapelletje simpelweg op een houten plankje geplakt.

De eerste versiering van edelmetaal kreeg de afbeelding ongeveer tien jaar na de bouw van de genadekapel: een pastoor uit Eindhoven schonk in 1664 samen met een zilversmid uit Den Bosch de vergulde omlijsting. Deze werd in 1681 op een met figuren versierde zilveren plaat bevestigd, een geschenk van rijksgraaf Wolfgang van Oedingen.

De zwaar vergulde rozentakken rond het genadebeeld zijn een jubileumgeschenk uit 1892 van het �moederheiligdom� te Luxemburg. In emaillen letters wordt de band tussen �mater et filiae� (moeder en dochter) bevestigd: �Een teken van liefde van de moeder voor haar dochter�.

De kroon boven het genadebeeld stamt tevens uit 1892, het jaar van het 250-jarig jubileum van de plaatsing van de prent. De kroning vond plaats namens het kapittel van de Sint Pieter in Rome. De kroon werd vervaardigd van geschonken sieraden met briljanten, diamanten en edelstenen en is het werk van de gebroeders Bausch uit Kevelaer.

Het genadebeeld in processie
In de negentiende eeuw werd het genadebeeld tweemaal in processie door de straten van Kevelaer gedragen: op 1 juni 1842 bij het 200-jarig jubileum en in 1892 ter gelegenheid van de kroning en het 250-jarig jubileum. De Tweede Wereldoorlog maakte het onmogelijk om in 1942 het 300-jarig jubileum op eenzelfde wijze te vieren. Het genadebeeld werd daarom pas op 10 juni 1951 door de straten van Kevelaer gedragen, bij de viering van de dogmaverklaring van Maria�s Tenhemelopneming. Op 8 juni 1992, tijdens het 350-jarig jubileum, liep men voor het laatst in processie met de prent.

TERUG
Hosted by www.Geocities.ws

1