| "Mabon" Auteur: Todd K. Herriott / Vertaling: Quinta |
| Er was eens, ver voor de tijd die we vandaag noemen, in een land heel ver weg van hier, een klein dorpje dat grensde aan een groot donker, magisch bos. In het dorp woonde een jongen zonder naam, niet echt een kind, niet echt een volwassene. De jongen was in het begin van de lente gevonden door de oude wijze vrouw van het dorp in de velden vlak bij het dorp. Waar de jongen vandaan kwam, of bij wie hij hoorde, wist niemand. De wijze vrouw bracht het gevonden kind naar de dorpsraad. De mensen waren gefascineerd door het kind, wiens haar de kleur had van schitterend goud, en wiens ogen straalden als de sterren aan de hemel. Zijn verschijning in de velden, vlak voor het zaaien in de lente, was zowel mystiek als magisch. De mensen dachten dat het kind een geschenk moest zijn van de geesten van het land, en dat het daarom wel een magisch kind moest zijn. De raad besliste dat het hele dorp hem zou adopteren en hem zou opnemen alsof hij ieders eigen kind was. Wat voor redenen de geesten van het land ook hadden om het kind naar hen toe te leiden, ze hadden het gevoel dat het ongeluk zou brengen als ze hem niet zouden opnemen. De tijd verstreek, en de jongen groeide op tot een harde werker. De mensen hielden van hem en velen zagen zijn aanwezigheid als een goed voorteken. Want de oogst van de velden waar hij gevonden was, was sinds zijn komst naar het dorp beter en overvloediger geweest dan ooit daarvoor. Elk jaar, terwijl het kind ouder werd en meer en meer deelnam aan het werken op het land, leverde de oogst meer en meer op. Elk jaar werkte de jongen in de velden, altijd plantte hij de eerste zaden, verzorgde hij de eerste spruiten groen en altijd was hij als laatste nog op de velden, de laatste restjes van de oogst verzamelend. Dit werd een traditie in het dorp, en de jongen werd gezien als een symbool voor de oogst. Op de een of andere manier voelden ze dat zijn zonnige aanwezigheid, met zijn gouden haar en warme glimlach, echt bijdroeg aan het groeien en gedijen van de gewassen. Op een avond, die erg leek op deze, was de jongen aan het werk in het veld, zoals elk jaar sinds hij naar het dorp was gekomen, was hij het laatste beetje wat het land te bieden had aan het oogsten. Hij liep zingend rond, en dankte de geesten van het land en de velden voor de overvloed die ze brachten. Hij liep door het veld totdat de zon onder begon te gaan in het westen, en de schemering over het land viel. Net toen hij de laatste ma�skolf in zijn mand stopte, zag hij een dansend lichtje, net aan de rand van het veld dat het dichtste bij het donkere, magische bos lag. Het lichtje danste op en neer en fonkelde helder toen hij er naar keek. Toen, plotseling, verdween het lichtje het bos in. De jongen was zo ge�ntrigeerd door het lichtje dat hij zijn mand neerzette, en het bos in rende om het lichtje te achtervolgen. Hij rende zo snel als hij kon, onderwijl duikend onder takken door en springend over struiken, om enorme boomstammen heen en achter enorme rotsblokken langs. Sneller en sneller ging hij, met het lichtje steeds vlak voor hem. Hij rende verder en verder het donkere bos in totdat hij zo ver van het dorp en de velden verwijderd was dat hij niet meer wist of hij ooit de weg terug zou kunnen vinden. Het bos was donker, en dicht begroeid. De jongen stopte, en keek om zich heen, niet wetend welke kant terug leidde naar zijn geliefde velden en het dorp dat hij nu zijn thuis noemde. Hij was verdwaald, en hij wist het. Het hart zonk hem in de schoenen en hij werd bang van het donkere bos en de onbekende wezens die er woonden. Hij zakte neer onder een gigantische boom en begon te huilen. �Waarom ben ik hier ooit naartoe gerend?�, snikte hij. �Waarom ben ik het bos ingegaan? Waarom ging ik weg bij de velden?� Net op dat moment, verscheen het flonkerende lichtje voor zijn ogen. Het bleef even vlak boven hem zweven, en zweefde toen langzaam naar de grond voor hem. Het licht pulseerde en sprankelde met alle kleuren van de regenboog. De jongen was te perplex door deze schoonheid, dat hij alleen maar ernaar kon staren. Het lichtje werd groter en groter, en uit het licht kwam een hele mooie, zuivere stem. �Wees niet bang voor het donker, mijn kind, niet huilen!�, zei de stem. De jongen keek angstig om zich heen en zei�Wie zij dat? Laat jezelf zien!�. Langzaam veranderde het licht in puur wit, en vanuit dit witte licht verscheen een hele kleine vrouw, niet groter dan een kind, maar volwassen. De jongen keek naar haar, en op de een of andere manier wist hij dat ze oeroud was, want ondanks dat haar gezicht niet de lijnen van oude vrouwen vertoonde en dat haar haar niet wit was door het verstrijken van de tijd, schenen haar ogen als de oudste sterren van het universum en haar glimlach was als die van iemand die tijden had meegemaakt van voordat de bergen waren ontstaan. �Wie bent u?�, vroeg hij, half uit angst, en half uit ontzag. �Ik ben koningin Maeve, of Mab, zoals ik ook genoemd wordt, Koningin van de Elven�, antwoordde ze. De jongen keek haar ongelovig aan. �Ik zag je in het veld, je was aan het zingen en je bedankte de geesten van het land voor de oogst.� �Ja�, antwoordde de jongen. �Het donkere deel van het jaar komt eraan, en het oogstseizoen is bijna afgelopen. Ik bedank ze voor alles wat ze ons gebracht hebben, nu de oogst be�indigd is.� �Oogst be�indigd?� vroeg ze ongelovig. �Draai je je inspanningen voor de oogst niet naar binnen, mijn kind, als het licht afneemt?� �Hoe bedoelt u? Als de oogst eenmaal binnen is gehaald, ligt het land braak tot het zaaien in de lente. Je kan niet oogsten in de donkere tijd!� verklaarde de jongen. �Meen je dat echt?!?� vroeg Mab spottend �Misschien is dat hoe JIJ het ziet, maar mijn kind, wij elven weten beter. Alleen omdat de fysieke oogst eindigt als het licht vervaagt, betekend niet dat alles stopt en wacht op de terugkeer van het licht. Dragen de vruchten van de oogst niet de zaden van vernieuwing?� �Ehm, ja, ik denk het wel�, antwoordde de jongen schaapachtig. �En zijn mensen zo anders? Gebruiken jullie de donkere tijd niet om naar binnen te kijken, naar de zaden van jullie hart en ziel, om alle mogelijkheden voor het komende jaar te zien? Staan jullie je geest niet toe om deze gedachten en idee�n te oogsten, zoals je handen dat doen met het ma�s en het graan?� vroeg ze. �Ik... ik begrijp het niet�, stamelde de jongen, duidelijk verward door de gedachte. �Hoe kunnen we naar binnen kijken en oogsten wat we niet kunnen zien?� �Ik zal het je laten zien, mijn zoon�, zei ze, en met een zachte hand pakte ze hem beet en trok hem bij haar in het licht, in het land der elven. �Hier in mijn wereld kijken we met andere ogen naar dingen. We kunnen de bomen zien ademen, en we zien de liederen van de wind. We zien het veranderen van de bodem en de vonken van de gedachten en harten van alle levende wezens. Kijk zelf maar�, zei ze terwijl ze de jongen omdraaide om haar wereld te laten zien, een wereld welke er heel anders uitzag dan de wereld die hij kende. De jongen keek in opperste verbazing om zich heen. Hij zag alles waarover ze gesproken had en meer. Hij zag het land, waarvan hij eens dacht dat het schraal en levenloos was nu barsten van de energie, zich voorbereidend voor regeneratie en voor het volgende jaar. Hij zag de bomen hun bladeren toezingen, ze veranderend in wonderschone kleuren met elke noot van hun lied, en ze meegevend aan de wind zodat ze konden rusten op de bodem en dienen als voeding voor de rijke grond. Het meest verbazingwekkende van alles was, dat als hij op zichzelf neerkeek, hij overal heldere vonken zag, net zoals Mab gezegd had, maar ze waren slechts zwakke vonkjes, verspreid en klein. De jongen was sprakeloos terwijl hij de schoonheid van wat hij zag in zich op nam. �Nu�, zei Mab, �probeer de vonken in jezelf aan te raken. Verzorg ze zoals je zou doen met de eerste scheuten van de lente� vertelde ze, �Verzorg ze en zie wat er gebeurd� De jongen, in het begin aarzelend, reikte naar de vonkjes en deed wat ze gezegd had. Hij raakte ze aan. Onmiddellijk werden ze feller en gingen ze gloeien, en werden ze ietsjes groter dan daarvoor. �Zie je?� vroeg ze, �zie je de potenti�le oogst binnen in je?� �Ja. JA, ik zie het!!� riep de jongen uit. �Draagt iedereen deze vonkjes binnen in zich? Wij allemaal?� vroeg hij. �Ja, mijn kind, alles wat leeft� antwoordde ze. �Maar waarom heb ik ze nooit gezien of gevoeld? Hoe kan dat?� �Omdat�, zei de wijze Mab, �Je er nooit eerder naar gezocht hebt. Och, soms zie je ze wel, maar slechts heel vaag. Op dit moment kijk je ernaar met elven ogen, maar als je eenmaal weet waar je naar moet zoeken, kan iedereen ze binnen in zichzelf vinden.� De jongen keek met verbazing, gehypnotiseerd door wat hij zag. �Ik wil hier nooit meer weg�, zij hij uiteindelijk, �het is hier zo mooi!� �Ah, maar dat is niet mogelijk, mijn kind, want je hoort niet bij mij. Je bent een mensenkind, en bij mensen hoor je thuis. Je moet terugkeren, met dit geschenk van inzicht dat ik je gegeven heb, en het ook aan anderen laten zien.� �Maar hoe kan ik dat dan doen? Hoe laat ik het ze zien?� vroeg hij. �Laat ze een voorbeeld zien, mijn zoon, laat ze zien waar ze naar moeten zoeken. Leer ze om in zichzelf te kijken, en niet alleen de fysieke dingen te oogsten, maar ook de komende donkere tijden te vieren, welke je de gelegenheid biedt om binnen in je te oogsten, binnen in je hart en je geest. Als je doet wat ik je vraag, beloof ik je het volgende: als jij elk jaar de mensen onderwijst wat ik je net heb laten zien, zal ik je elk jaar, op deze zelfde nacht, ontmoetten in het veld en je meenemen naar het land der elven.� Dat was alles wat de jongen hoefde te horen. Voor de kans om terug te keren naar deze magische plek zou hij bijna alles beloofd hebben. De jongen beloofde om te doen zoals Mab hem gevraagd had. Toen nam Mab de jongen bij de hand, en leidde hem terug uit de elvenwereld en door het bos naar de rand van zijn veld. Ze kuste hem op het voorhoofd en wenste hem een liefdevol vaarwel. Toen, net zo plotseling als ze was verschenen, verdween ze weer. Die nacht, terug in het dorp, riep de jongen alle mensen bij elkaar en vertelde ze van zijn fantastische avontuur. Ze keken hem vol verbazing en ongeloof aan. Het was allemaal zo vreemd voor ze. Hij besloot het ze te laten zien door ze elk een appel te geven uit de oogst. Hij liet ze zien dat dit de fysieke oogst was waar ze zo hard voor gewerkt hadden om binnen te halen. Toen sneed hij de appel doormidden en legde de zaadjes welke binnenin zaten bloot. Hij zij de mensen om zichzelf te zien als appels, om in zichzelf naar deze zaadjes te zoeken, naar die gedachten en idee�n. De mensen sloten hun ogen en keken diep binnen in zichzelf, dieper dan ze ooit gedaan hadden. Plotseling riep iemand uit: �Ik zie het!�, en toen een ander en een ander en weer iemand anders, totdat iedereen binnen in zich de zaden kon zien voor de oogst van de donkere tijden. Vanaf die nacht beschouwden de mensen de jongen nog meer als een geschenk van de geesten van het land. Hij was niet alleen het kind van de oogst van het licht, maar ook van het donker. Ze begonnen hem Mabon te noemen, wat de zoon van Mab betekent, omdat het dankzij haar leiding was dat ze de vonken binnenin zagen. En elk jaar, zoals beloofd, ontmoette Koningin Mab de jongen op de beloofde nacht en leidde hem terug naar het land der elven, en bracht hem weer terug voor de zonsopkomst van de volgende dag. En, zoals beloofd, bleef de jongen de mensen leren hoe ze zowel van het licht als van het donker konden oogsten. |
|
| Bezoekers: |
| Gepubliceerd: 4 augustus 2003 |