~ De Heksenhamer ~
~ Malleus Maleficarum ~
Eerlijk is eerlijk: de illustere heksenhamer spreekt bij veel occultisten en heksen tot de verbeelding. En dat terwijl juist dat boek de drijfveer is geweest van de inquisitie om iedere magi�r om zeep te helpen. Toen bleek, dat magi�rs heel goed zelf in staat zijn om elkaar het leven bijzonder lastig te maken verdween het boek steeds meer in de vergetelheid.

De inquisitie

Priscillanus en vijf van zijn volgelingen hadden de twijfelachtige eer om in 386 de eerste bekende ketters te zijn die ter dood werden gebracht. Deze prille antichrist meende dat de oorspronkelijke leer van Christus werd vervuild door de vrouwonvriendelijke post-apostel Paulus. Maar eigenlijk is er vanaf dat moment vele eeuwen lang weinig te horen over het doden van ketters. Het zal wel gebeurd zijn, maar of niet in grote aantallen of de diepte van de doofpot is tot nu toe afdoende gebleken. Pas in 1144 vroeg paus Lucius II zich af wat hij met ketters moest doen om veertig jaar later door zijn naamgenoot Lucius III een antwoord te krijgen met diens invoering van de inquisitie. Als hun gruweldaden niet zo immens treurig zouden zijn geweest zou je er eigenlijk om moeten lachen. De hele maatschappij was er op ingericht om zo veel mogelijk ketters in zo kort mogelijke tijd op de meest pijnlijke manieren tot een bekentenis te dwingen om daarna het volksfeest van de publieke verbranding te kunnen organiseren. Mensen die van ketterij werden beschuldigd hadden vaak weinig kans om onder een doodsvonnis uit te komen. De hedendaagse uitdrukking dat men 'onschuldig is totdat het tegendeel bewezen is' werd in de Middeleeuwen/ Renaissance gewoon omgedraaid. Het feit dat beschuldigers niet aan verdachten getoond werden hield de mogelijkheid open voor onderlinge afrekeningen. Tot de zeventiende eeuw was het bovendien verboden voor een advocaat om een ketter te verdedigen. Als hij dat deed was de volgende rechtszaak tegen hem wegens het verdedigen van een ketter (sic! Betekent: aldus staat er woordelijk! Maar het is eigenlijk ook wel tamelijk sick!). De belangrijkste taak van een rechter was om de verdachte tot een bekentenis te bewegen. Wettelijk mocht marteling slechts als laatste middel gebruikt worden, maar er was niemand die zich daar aan hield. De wet dat de marteling niet herhaald mocht worden, werd massaal met de voeten getreden (wellicht letterlijk) onder het motto: 'we herhalen de marteling niet, we waren er nog niet mee klaar'. Een hele vent, die onder die omstandigheden de gekste zaken niet zou bekennen. Bekende hij, dan werd hij enkele meters buiten de martelkamer gezet en, met de martelkamer in zicht, gevraagd of hij zijn bekentenis wilde herhalen. Dan kon tenminste gezegd worden dat de verdachte ook zonder marteling spontaan had bekend en niet alleen onder helse pijnen. Gebeurden er nog meer vreemde zaken, die het daglicht niet konden verdragen? Ja. Iedere beschuldigde moest namen van medeplichtigen noemen; ook als ze er niet waren. In dat geval moest hij die verzinnen. Bovendien vervielen de eigendommen van de beschuldigde aan de inquisitie.
Het is vreemd dat een tot bloedens toe vervolgde godsdienst als het christendom ook zelf het zwaard oppakte om andersdenkenden uit te roeien. De inquisitie verleende iemand, die met een aan alle kanten opengescheurd lichaam erkende dat het toch maar beter was om christen te zijn, een barmhartige dood. De uitgangspositie was dat het beter was om een lichaam te doden en zo te voorkomen dat andere zielen ge�nfecteerd konden worden door de denkbeelden die in het hoofd van de ketter hadden gezeteld. Mocht een ziel ten onrechte van het lichaam beroofd zijn door de inquisitie, dan kwam dat wel weer goed op De Dag Des Oordeels.


Malleus Maleficarum
'De tovenares zult gij niet in leven laten' - Exodus 22:18
Het belangrijkste werk op het gebied van de demonologie is dus de Malleus Maleficarum, waarvan de titel in het Duits het duidelijkst is vertaald: Hexenhammer. In de driedelige Malleus Maleficarum werd uit de doeken gedaan hoe men een heks moest ondervragen (deel 1) , berechten (2) en straffen (3). Het boek verscheen voor het eerst in 1486 en kende tot 1669 minstens 29 herdrukken. Het is geschreven door de Dominicaanse prior Heinrich Kramer, beter bekend onder de naam Institoris. Ook de naam van de beroemde Dominicaanse pastoor Jakobus Sprenger prijkte op de kaft. Waarschijnlijk heeft die weinig met het schrijven en de bepaling van de inhoud te maken gehad, zijn, toentertijd bekende, naam werd slechts gebruikt om interesse te wekken. Sprenger is bekend geworden door het organiseren van een wijdvertakt netwerk, de zogenaamde Rozekransbroederschap; het op autoritaire wijze hervormen van kloosters en, belangrijk voor dit artikel, zijn samenwerking met Institoris bij de uitgave van de Malleus Maleficarum. Sprenger heeft zich tussen 1481 en 1486 intensief beziggehouden met de heksenprocessen; in 1485 zelfs samen met Institoris, waar hij later toch weer van zou scheiden en niet in alle vriendelijkheid. Naar aanleiding van de kritiek op de heksenjacht liet paus Innocentius VIII een bul (oorkonde) uitvaardigen over de behandeling van heksen, Summis desiderantes genaamd, en daarop werd het boek van Institoris en Sprenger weer gebaseerd. Belangrijk verschil tussen de bul en de Malleus Maleficarum is dat in de bul niet zo erg de nadruk op vrouwen wordt gelegd en dat er niet gesproken wordt van een 'nieuwe ketterij, die erger is dan alle andere'. Andere belangrijke bronnen voor de Malleus Maleficarum waren de boeken Formicarius en Praeceptorium van de eveneens Dominicaanse prior Johannes Nider. De protestanten en de katholieken lagen over veel zaken met elkaar overhoop, maar de Malleus Maleficarum werd door beide christelijke stromingen geaccepteerd als richtlijn voor het berechten van heksen. Als schuld aangetoond werd vermeldt het boek duidelijk, dat de heks de grootst mogelijke pijnen ten deel moest vallen, ook al bekende ze haar zonden. Het is dan te laat voor vergiffenis. Schuld door onwetendheid werd niet geaccepteerd, omdat de schrijver vond, dat onwetendheid van de heilige wet niet zou mogen bestaan. Zulke onwetendheid is meestal gebaseerd op gemakzucht. Omdat de duivel ondergeschikt was aan God, had hij met veel meer beperkingen te maken dan de Schepper. Uit zichzelf kan hij eigenlijk geen kwaad doen op aarde, daarvoor heeft hij hulp nodig van medestanders: de heksen. De heksen hebben op hun beurt weer geen enkele macht zonder de duivel. Dat leidde tot de simpele optelsom van de inquisitie, dat als alle heksen maar uitgemoord zouden worden, de macht van de duivel vanzelf van de platte aarde zou verdwijnen.
De bovengenoemde bijbeltekst, waarop de Malleus Maleficarum gebaseerd is, is door de eeuwen heen omstreden geraakt. Sommige vertalers vinden dat de letterlijk weergave 'Gij zult de watervergiftiger niet in leven laten' luidt. Dat gebod werd ingesteld toen het volk van Isra�l door de woestijn trok en er daar een groot gebrek aan water was. Degene die de levens van velen op het spel wilde zetten door de zeldzame oases te vergiftigen kwam slechts voor een straf in aanmerking. In de Malleus Maleficarum wordt regelmatig benadrukt, dat de macht van de duivel weliswaar groot is, maar alleen kan bestaan met de goedkeuring van God. Een mooie dooddoener voor al het leed op de wereld. Het is het werk van de duivel, die het werk van God vernietigt. Daaruit zou je kunnen opmaken, dat de duivel machtiger is dan God. Maar dat is niet zo, want het gebeurt met de goedkeuring van God. Zou je daar als onderliggende partij bij een gevecht ook mee wegkomen? 'Ik laat je me alleen maar aan gruzelementen slaan, omdat jij dat van mij mag.'
Dat de Malleus Maleficarum ook in deze tijd nog zo tot de verbeelding spreekt kan verschillende redenen hebben. De belangrijkste lijkt toch, dat het zo'n grote hoeveelheid bloed heeft doen vergieten en mensen tot een sadisme heeft kunnen aanzetten, die bij de huidige oorlogsmisdaden niet zouden misstaan. Anderzijds is het ook typisch om te zien hoe Institoris, wellicht tegen wil en dank, voor een document heeft gezorgd waarin de overtuigingen van heidenen, zij het dik aangezet, bewaard zijn gebleven. En ook hij kan door het boek heen toch regelmatig betrapt worden op zinnige uitspraken. Een van de mooiere is een waarheid van alle tijden:
'Sometimes persons do not know, they do not wish to know, and they have no intention of knowing. For such persons there is no excuse, but they are altogether to be condemned.'
Bezoekers:
Gepubliceerd: 16 juli 2003
Laatste update: 16 juli 2003
TERUG
(Bron onbekend)
Hosted by www.Geocities.ws

1