| DIS/MPS |
| DSM-IV In de DSM-IV (Diagnostic and Statistical Manual-IV) wordt de dissociatieve identiteitsstoornis als volgend beschreven: 1. de aanwezigheid van twee of meer scherp van elkaar te onderscheiden identiteiten of persoonlijkheidstoestanden (ofwel: alters), elk met een betrekkelijk langdurig patroon van het waarnemen, het omgaan met en het denken over de omgeving en zichzelf. 2. Ten minste twee van deze identiteiten of persoonlijkheidstoestanden bepalen geregeld het gedrag van de betrokkene. 3. Onvermogen zich belangrijke persoonlijke gegevens te herinneren dat te uitgebreid is om verklaard te kunnen worden door gewone vergeetachtigheid. 4. De stoornis is niet het gevolg van de directe lichamelijke effecten van een middel (bijvoorbeeld black-outs of chaotisch gedrag door overmatig alcoholgebruik) of van een lichamelijke aandoening. Dissociatief spectrum De dissociatieve identiteitsstoornis staat aan het einde van het zogenaamde dissociatieve spectrum: (1) Normale dissociatie - (2) depersonalisatiestoornis - (3) Dissociatieve amnesie/fugue - (4) Post traumatische stress stoornis - (5) Dissociatieve stoornis niet anderszins omschreven - (6) Dissociatieve identiteitsstoornis Symptomen van DIS De dissociatieve identiteitsstoornis is heel complex en heeft veel symptomen. Professionele mensen zijn getraind en nodig om een psychiatrisch interview af te nemen en hierop hun conclusies te baseren. Met zo een psychiatrisch interview kunnen zij een idee krijgen welke symptomen zich voordoen, hoe vaak deze voorkomen en hoelang de patient ze al heeft. Kortom, de ernst van de dissociatieve symptomen. Symptomen: 1. Tijd kwijt zijn. (Er worden soms tijdsprongen gemaakt en men weet dan achteraf niet wat er in die verloren tijd is gebeurd) 2. Stemmen horen. (DIS-ers horen stemmen in het hoofd die van verschillende alters afkomen. Zo kan hij/zij stemmen horen van jongens, meisjes, mannen en/of vrouwen) 3. Switchen. (de ene alter wordt door de andere alter afgelost) 4. Derealisatie. (De omgeving komt vreemd/onwerkelijk over, al is zij nog zo bekent.)�� 5. Depersonalisatie. (Het eigen lichaam komt vreemd/onwerkelijk over. Het lichaam wordt b.v. als te groot, of als van iemand anders ervaren.) 6. Post traumatische stress stoornis symptomen. (Deze symptomen zijn bijvoorbeeld. flashbacks en nachtmerries over het trauma, paniekaanvallen, gevoel van verdoofdheid van de gevoelens) 7. Depressiviteit. (De primaire persoon of een of meerdere van de alters kunnen depressief zijn) 8. Automutilatie. (De primaire persoon of een of meerdere van de alters kunnen het lichaam beschadigen door snijden, branden, slaan etc.) 9. Suicidaliteit. (De primaire persoon of een of meerdere van de alters kunnen gedachtes aan zelfdoding hebben en deze uitvoeren) Hoe ontstaat DIS? DIS ontstaat als gevolg van gebeurtenissen die voor het kind zo ondragelijk zijn dat het zich opdeeld en anderen (alters) deze gebeurtenissen laat ondergaan. Meestal vind de eerste splitsing plaats als het kind jonger dan 5 is. Dissociatie gebeurd altijd onbewust. Het kind gaat tijdens een voor hem/haar erg nare gebeurtenis weg uit het hoofd en het lichaam. Het gaat dan naar een fijnere fantasiewereld of vliegt weg en kijkt dan vanaf een afstandje toe. Hierna herinnert het kind zich niets of weinig van de nare gebeurtenis. De gebeurtenis is gedissocieerd, het is in een apart hokje gestopt en eromheen groeit een alter. Alters kunnen van verschillende geslachten en leeftijden zijn. Alters denken ieder anders over zichzelf en de omgeving. Meestal hebben ze een eigen zelfbeeld wat enorm kan verschillen van het eigenlijke lichaam. Het zijn allemaal verschillende personen in een lichaam. |