| Markt 87 In 1618-1620 gebouwd rond restanten oude stadhuis. Architect: Hendrick de Keyser. -------------------------------------------------------------------------------- Boven de ingang prijkt Vrouwe Justitia, wat duidt op de vroegere functie van stedelijke rechtbank, de �vierschaar�. Het middeleeuwse stadhuis Ter plaatse van het stadhuis en directe omgeving bevond zich sedert de 13e eeuw een grafelijk hof. Rond 1435 gingen de gebouwen en het marktveld (dat tot dan toe ook grafelijk bezit was) over in handen van de stad Delft. Delen van het complex werden hersteld en aangepast aan een nieuwe functie, namelijk die van stadhuis. Voordien was het stadhuis nabij de hoek Choorstraat-Voorstraat gesitueerd. Door diverse uitbreidingen en herstellingen werd het stadhuis aan de Markt in feite een groepje gebouwen met als opvallendste de in oorsprong 13de-eeuwse gevangenistoren die aanvankelijk nog deel van het grafelijke hof had uitgemaakt. -------------------------------------------------------------------------------- De stadhuistoren, Het Steen, is een getuige van vele eeuwen stadsgeschiedenis. Het Steen In de 13de eeuw bezat de stad Delft, die toen nog beduidend kleiner was dan de huidige binnenstad, vrijwel uitsluitend houten bebouwing. Aanvankelijk was de, rond 1200 gebouwde, tufstenen kerk ter plaatse van de huidige Oude Kerk wellicht het enige stenen gebouw in de stad. De grafelijke hof werd omstreeks het midden van de 13e eeuw voorzien van een bakstenen toren, die als gevangenis dienst deed. Deze toren was toen als (bak)stenen gebouw zo opmerkelijk dat het als Het Steen werd aangeduid. Tegen het einde van de 13de eeuw werd iets ten westen ervan een grotere, eveneens bakstenen, gevangenistoren gebouwd. Sindsdien werd de ene toren Het Oude Steen en de andere toren Het Nieuwe Steen genoemd. Beide torens gingen in het midden van de 15e eeuw deel uitmaken van het stadhuis, dat in de loop der tijd werd uitgebreid en gemoderniseerd. Bij de stadsbrand van 1536 brandde ook het stadhuis uit. Het werd daarna hersteld en iets gemoderniseerd en uitgebreid. -------------------------------------------------------------------------------- Bij de gevelrestauratie werden de kruiskozijnen gereconstrueerd. Schelpen en engeltjes waren in de 17e eeuw geliefde ornamenten. Stadhuistoren Het Nieuwe Steen werd in de 15de eeuw als stadhuistoren voorzien van een natuurstenen verhoging met een omloop langs de voet, die de standplaatrs vormde van de stadsomroeper en de torenwachter (uitziend naar eventueel onraad, zoals belegeraars, brand enz.). De verhoging bevatte luidklokken, een uurwerk met voorslag en een carillon. Het oude onderstuk herbergde een kelder, een vertrek op de begane grond met een bijzondere bestemming, vermoedelijk de raadkamer, en op de verdiepingen gevangenisruimten. Aan de achterzijde is rond 1500 een natuurstenen traptoren gebouwd, zodat inwendig meer ruimte ter beschikking kwam. Het poortje waardoor men in de traptoren komt, werd pas in 1618 aangebracht. Rechts ervan is een dichtgemetseld, middeleeuws venster herkenbaar. Het lage poortje daar weer rechts van dateert in opzet vermoedelijk uit de 16e eeuw. Uitwendig bleef de toren vrijwel ongeschonden bewaard, alleen de omloop van de verhoging werd rond 1850 op een harde manier vernieuwd. In een torenkamer heeft een houten cachot alle verbouwingen overleefd. Hier werd een klein museum ingericht, genaamd Het Steen, waaron ook verschillende voorwerpen betreffende de vroegere strafrechtspleging zijn te zien. -------------------------------------------------------------------------------- Hendrick de Keyser In 1618 brandde het stadhuis uit. Alleen de toren, Het Nieuwe Steen, en enige muurresten bleven staan. Voor de herbouw zijn door verschillende architecten ontwerpen geleverd. Dat van Hendrick de Keyser werd gekozen. Deze bekende architect slaagde erin om, met gebruikmaking van de oude toren en de muurresten, een nieuw stadhuis te cre�ren met een zeer evenwichtige, vrijwel symmetrische opzet, dat in de jaren 1618-1620 tot stand kwam. Gedurende lange tijd veranderede het gebouw niet wezenlijk. Pas in de 19de eeuw, als gevolg van in de Franse tijd op gang gebrachte bestuurlijke reorganisaties (er kwamen onder andere wethouders, een gemeenteraad, een burgelijke stand en een kantongerecht), vonden ingrijpende herindelingen plaats. Deze gingen gepaard met een modernisering van het grootste gedeelte van het interieur en voor wat betreft het exterieur, van de vensters en de ingangspartij. -------------------------------------------------------------------------------- Renovaties en restauraties Bij renovaties in de periode 1934-1939 werden de meeste 19de-eeuwse moderniseringen in het interieur weer ongedaan gemaakt. Het gebouw werd constructief hersteld, waarbij onder andere bijna alle houtconstructies in de toren door gewapend beton werden vervangen. Na de Tweede Wereldoorlog kregen representatieve functies de overhand en werd besloten het stadhuis in 17de-eeuwse vormen te restaureren. In1962-1966 werden de buitengevels gerestaureerd. In 1980-1981 volgde de restauratie van het interieur. Een volledige reconstructie van de 17de-eeuwse toestand werd niet nagestreefd; enerzijds om praktische redenen, anderzijds omdat die vorm op vele punten niet was te achterhalen. Het gebouw ademt binnen weliswaar een 17de-eeuwse sfeer maar die wordt, behalve in de burgerzaal met de vierschaar en de omliggende kamers, mede bepaald door deurpartijen die niet in overeenstemming zijn met de historische werkelijkheid. Het uitwendige is zorgvuldig, op betrouwbare wijze, gereconstrueerd en een goed voorbeeld van 17de-eeuwse architectuur. -------------------------------------------------------------------------------- |
| STADHUIS |
![]() |