Oude Kerk
Heilige Geestkerkhof
Oudste parochiekerk van Delft. Gesticht omstreeks 1200. In de loop der eeuwen vervangen door een veel grotere kerk.
Toren gebouwd tussen ca. 1325 en 1350. Thans Nederlands Hervormde kerk.



--------------------------------------------------------------------------------


De hoektorentjes zijn recht herbouwd op de scheve torenromp.
Imposante toren
De eerste parochiekerk van Delft werd rond 1200 gebouwd. Deze aan St.-Bartholomeus gewijde kerk werd in de 13e eeuw met smalle zijbeuken en een groter koor uitgebreid. Tussen ca. 1325 en 1350 werd v��r de kerk een ongeveer 75 meter hoge toren gebouwd met een gemetselde spits en vier hoektorentjes. In die tijd moet de toren een enorme indruk hebben gemaakt. De bebouwing was in het algemeen vrij laag. De stadhuistoren was nog niet zo hoog als wij die thans kennen en de toren van de Nieuwe Kerk overtroefde qua hoogte die van de Oude Kerk pas bijna anderhalve eeuw later. Ook in de wijde omgeving van Delft waren er rond 1350 geen hogere torens.
Men neemt aan dat de toren volgens ��n ontwerp is gebouwd. De architectuur vertoont Vlaamse kenmerken, zoals de overwegende toepassing van baksteen, de verdeling van de gevels in twee travee�n en de keuze voor een gemetselde spits met vier hoektorentjes. De toren moest v��r een bestaand kerkgebouw worden opgetrokken. Wellicht is het Oude Delft daarom iets verlegd en is de toren gedeeltelijk gefundeerd op een gedempte gracht. Dat zou een reden kunnen zijn voor de scheefstand, die overigens al tijdens de bouw optrad. Het uiterlijk van de toren is in de loop der tijd slechts iets veranderd. De omloop halverwege de spits dateert uit de jaren 1452-1453, toen de spits werd hersteld. Wellicht werden dtoen ook de natuurstenen onderdelen aangebracht. In 1605 werden vier grote wijzerplaten met voetstuk en omlijsting aangebracht. Twee daarvan werden in de 19de eeuw afgebroken, maar in 1960 weer gereconstrueerd. Ze zijn herkenbaar aan het erop aangegeven jaartal. De hoektorentjes zijn rond 1900 vernieuwd.  

--------------------------------------------------------------------------------


In de kerk liggen onder andere Maarten Tromp, Anthonie van Leeuwenhoek en Piet Heyn begraven.
Uurwerken en klokken
Het inwendige van de toren is voor velen onbekend. Het is van oorsprong, behalve op de begane grond, geen publieksruimte. De torenromp telt vier bouwlagen en een dertig meter hoge spits, met daarin nog eens vier tussenvloeren. Via een kort, na 1500 gebouwd voorportaal bereikt men de onderste torenruimte. Links en rechts zijn de doorgangen naar de zijbeuken nog herkenbaar. Duidelijk is te zien dat ze zijn gemaakt toen de toren al scheef stond. Vanuit de noordelijke zijbeuk leidt een spiltrap naar boven. Op de eerste verdieping staat thans het grote, uit 1605 daterende smeedijzeren uurwerk; het doet geen dienst meer. Het veel kleinere uurwerk dat in 1885 het werk overnam, doet dat nu ook al niet meer en staat nu binnen het oude uurwerk opgesteld. Het nu functionerende uurwerk bevindt zich op de ge�igende plek: ter hoogte van de wijzerplaten.
In de noordwesthoek, ter hoogte van het gewelf van de tweede bouwlaag, bevindt zich een archiefbewaarplaats met een oude ijzeren deur. Naar verluidt zou hierin Balthasar Gerards, de moordenaar van Willem van Oranje, opgesloten hebben gezeten. De derde bouwlaag dient eigenlijk alleen maar om de toren meer hoogte te geven. Het was immers belangrijk de klokken zo hoog mogelijk te kunnen hangen. De vierde zolder is de �klokkenzolder�. Hier bevindt zich een fraaie, zwaar geconstrueerde eiken klokkenstoel uit de 16de of 17de eeuw. Er hangen twee klokken: de Trinitasklok, beter bekend als de Bourdon, uit 1570, en de Laudateklok uit 1719. De Bourdon, die bijna 9000 kilo weegt en een middellijn heeft van 2.30 meter, wordt alleen bij bijzonder gebeurtenissen geluid, waarbij de klok zelf heen en weer beweegt. Men kan hem wel horen als de uren worden geslagen, dan slaat een hamer tegen de stilhangende klok.


--------------------------------------------------------------------------------


17e eeuws epitaaf van Clara van Sparwoude.
Modernisering onderbroken
In de tweede helft van de 14de eeuw werden de zijbeuken vergroot zodat een hallekerk ontstond (met drie even hoge beuken naast elkaar) en werden twee zijkoren en, het nog bestaande, hoogkoor gebouwd, waar sedert ca. 1638 het grafmonument van Piet Heyn staat.
De kerk werd in 1396 opnieuw gewijd, ditmaal aan St.-Hippolytus, een naam die in Delft nog steeds voortleeft. Tussen ca. 1425 en 1440 werd het middenschip geheel vernieuwd en hoger opgetrokken, zodat de kerk de vorm van een basiliek kreeg: een hoge middenbeuk en lagere zijbeuken. Tegelijkertijd werden de zijbeuken langs de toren naar voren verlengd. In de loop van de 15e eeuw en in de eerste jaren van de 16e eeuw werden diverse kapellen en portalen tegen het gebouw geplaatst. Daarvan zijn bewaard gebleven het 15e-eeuwse portaal aan de noordzijde, dat in de 16e eeuw tot kapel werd verbouwd en het, vermoedelijk rond 1500 gebouwde, portaal tegen de toren. Rond 1510 werd begonnen met een verbouwing volgens ontwerp van de Mechelse bouwmeester Anthonis Keldermans, die van de bakstenen basiliek een natuustenen kruisbasiliek wilde maken. Alleen de noordelijke dwarsbeuk met aansluitend een kapel en zijkoor kwamen gereed in de rijke vormen van de Brabantse gotiek.
De stadsbrand van 1536 en vervolgens de reformatie in de tweede helft van de 16e eeuw, verhinderden de voltooiing van de verbouwing, zodat de kerk een duidelijk beeld geeft van uiteenlopende bouwperioden.


--------------------------------------------------------------------------------

Grafmonumenten in plaats van altaren
Bij de herinrichting na de reformatie bleef de in 1548 vervaardigde preekstoel gehandhaafd. Alle altaren verdwenen. In de loop van de 17e eeuw werden enige grafmonumenten opgesteld, die als het ware de altaren vervingen. De kerk werd in de jaren 1949-1961 gerestaureerd. Daarna werden geleidelijk de 25, door Joep Nicolas ontworpen, gebrandschilderde ramen aangebracht. Sedert de ontploffing van het kruithuis in 1654 ter plaatse van de paardenmarkt had de kerk geen gebrandschilderde ramen meer bezeten. De doopkapel en het ingangsportaaltje van de zijde van het Heilige Geestkerkhof kwamen pas in de 20ste eeuw tot stand.
DE OUDE KERK
TERUG
Hosted by www.Geocities.ws

1