Het zelfgenezend mechanisme
Het instinct werkt los van onze wil en voert een aantal biologische taken uit. Zo krijgen we bvb. honger als er te weinig glucose in het bloed zit of dorst als het lichaam behoefte heeft aan vocht. Het zorgt voor een drang om aan een bepaalde behoefte te voldoen en zo een bepaald evenwicht te herstellen dat onze gezondheid vrijwaart.
Het zelfgenezend mechanisme (ZGM) maakt deel uit van het instinct. Het zorgt voor de instandhouding van het lichaam en de aanpassing aan de omgeving. Het beschermt ons tegen bedreigingen van buiten uit of ook van binnen uit. Het ‘wil het leven van het individu in alle omstandigheden beschermen, alle ziekteverwekkers verdrijven en alle verstoringen herstellen.’ (Dries, Natuurgeneeswijze, p.71)
Het is een ‘complex van
mechanismen en systemen die binnen het menselijk organisme hun specifieke taken
en doelstellingen vervullen. Het werkt
zowel op het cellulaire niveau als op het niveau van de organen, weefsels en
systemen. Verder maakt het ZGM gebruik
van alle andere beschikbare mogelijkheden zoals de hersenen, het zenuwstelsel,
het klierstelsel, de spieren, kortom de hele infrastructuur.’ (o.c., p.73)
Ik overloop de onderdelen van het ZGM.
Deze zorgen voor een preventieve werking.
Hieronder vallen o.a.
Dit systeem van ontgifting vormt de basis voor de homotoxicologie, de humoraalpathologie, het basisregulatiesysteem (Pischinger). Het gaat hier om de uitwisseling tussen intra- en extracellulair vocht, het bindweefsel, de haarvaten, het lymfevatenstelsel, het sympatisch en parasympathisch zenuwstelsel, longen, nieren, huid, darmwand, lever, exocriene secreties.
Het afweersysteem beschermt ons vooral tegen micro-organismen. Afweercellen, die in grote aantallen voorkomen in organen met direct contact met de buitenwereld, vormen antilichamen tegen schadelijke stoffen. Een gezonde voeding en levenswijze versterkt het afweersysteem.
Omdat de mens een open systeem is en hij dus verbonden is met zijn omgeving, lijdt hij nu meer aan stress dan vroeger, omdat het aantal stressoren in de buitenwereld steeds toeneemt.
Ik verwijs naar het stukje over biorelaxatie op de site voor meer utleg over stress.
Het gaat hier o.a. om het vermogen om wonden te genezen, gebroken botten aan elkaar te laten groeien, de vernieuwing van cellen.
Het lichaam heeft een drang om een zeker evenwicht te behouden in de samenstelling van het inwendig milieu, van het bloed, in de mineralenhuishouding, enz. Deze systemen werken met feedbackmechanismen.
Dit systeem probeert het inwendig milieu in optimale omstandigheden te houden om ziekten af te weren. Het houdt vnl. verband met het bindweefsel, het zuur-base evenwicht en de waterhuishouding.
Het lichaam, dat voor zo’n 70% uit water bestaat, moet zorgen voor voldoende opname en uitscheiding van water. Water speelt een belangrijke rol bij de ontgifting. Als de concentratie aan toxines te hoog wordt, zal het lichaam extra water vasthouden om deze in oplossing te houden.
Een slechte doorbloeding heeft veel nadelige gevolgen voor het lichaam: tekort aan voedingsstoffen, aan zuurstof, aan warmte; onvoldoende transport en uitscheiding van toxines met alle gevolgen vandien.
We denken hierbij aan het ritme van de slaap, de stoelgang, de urine-uitscheiding, de hartslag, de ademhaling, de synthese van ATP door de mitochondrieën, enz. Het lichaam kent een drang tot het behouden van deze ritmes.
Beiden zorgen voor de onwillekeurige noodzakelijke inwendige functies zoals de spijsvertering, de hartslag, de stofwisseling, de ademhaling, het uitscheiden van afvalstoffen, enz. Het evenwicht tussen de activerende functies van de sympathicus en de afremmende functies van de parasympathicus is verstoord bij ziekte en daarom ontstaat er een drang naar evenwicht. Ze hebben een sterke genezende werking omdat ze een grote invloed hebben op alle organen.
Als de afweercellen een aanval van micro-organismen niet meer aankunnen, verhoogt het lichaam de temperatuur om aldus de kiemen te verbranden. Koorts is het belangrijkste middel van het lichaam tot zelfgenezing. Het wordt pas gevaarlijk als het lichaam de warmte niet genoeg via huid, longen, darmen en nieren kan afvoeren.
De humoraalpathologie
1.
Werkingsmechanisme
De
humoraalpathologie volgens Hippocrates steunt op de vier elementenleer van
Empedocles waarbij de kwaliteiten een
grote rol spelen.
Als het evenwicht
tussen de mens en zijn omgeving verstoord wordt, uit zich dit in de
levenskracht en manifesteert zich dit in de lichaamssappen, ook wel
levenssappen of vochtige substanties genoemd.
Deze stromen door heel het lichaam.
Jan Dries
omschrijft de humoraalpathologie als:
'Een
gezondheidssysteem waarbij men ervan uitgaat dat ziekte ontstaat door
verstoring en vervuiling van de vier lichaamssappen. Onder verstoring verstaat men een onjuiste
samenstelling van de lichaamssappen.
Onder vervuiling verstaat men de gifstoffen of homotoxinen die tijdens
de vertering en stofwisseling in het lichaam zelf ontstaan enerzijds en de
gifstoffen uit het milieu anderzijds.' (Dries, Natuurgeneeswijze,
p.107)
Vervuiling kan dus
van binnenuit (endogeen) of van buitenuit (exogeen) gebeuren. Het zelfgenezend mechanisme probeert die
gifstoffen uit te scheiden, waardoor de lichaamsappen gezuiverd worden en hun
juiste verhouding terugkrijgen.
Of samengevat:
'Ziekte is dus een strijd tegen homotoxinen
en genezen is ontgiften.' (id., ibid.)
Net zoals de mens
voor zijn gezondheid afhankelijk is van zijn omgeving, zijn de cellen van het
lichaam, die gevuld zijn met cellichaampjes en intracellulair vocht,
afhankelijk van hun omgeving, nl. het extracellulair vocht. Dit laatste noemt men ook het interstitieel
vocht of het inwendig milieu. Een cel is
dus te vergelijken met een vis in een aquarium.
De lichaamssappen
die in het lichaam circuleren, kan men als volgt indelen:
'A. Sappen die
door de vaten circuleren
bloed: 5 à 6 liter
lymfe: 2 liter
B. Sappen als
exocriene secreties
speeksel: 1,5 liter/24 uur
maagsap: 2,5 liter
gal: 0,5 à 1,5 liter
pancreassap: 0,7 liter
darmsap: 3 liter
C. Vocht in en
buiten de cellen
intracellulair vocht
extracellulair vocht' (Dries,
Natuurgeneeswijzen, p.110)
Om een idee te
geven van het zelfreinigend vermogen van het lichaam, citeer ik deze
vergelijking van Jan Dries:
'Als men in een
labo levende cellen wil kweken, dan moet de hoeveelheid beschikbaar vocht 2000
maal zo groot zijn als het volume van de cel.
Anders sterft de cel aan vergiftiging.
Zou men het toale weefsel van de mens in vitro willen kweken, dan heeft
men volgens Benninghof en Goertler 200.000 liter vocht nodig. Dat wijst erop dat de cel een buitengewoon
krachtig zelfreinigend mechanisme bezit.
Die 200.000 liter vocht zijn in het menselijk lichaam gereducerd tot
ongeveer 70% van het lichaamsgewicht.' (o.c., p.109)
Een ziekte kunnen
we zien als een zuiveringspoging van de lichaamssappen. De natuurgeneeswijzen ondersteunen dit
genezingsproces met natuurlijke middelen.
Dankzij een
natuurlijke, gezonde voeding en levenswijze kunnen we de vervuiling van de
lichaamssappen voorkomen en kunnen we spreken van preventie.
Het is belangrijk
te begrijpen dat de capillairen of kleine bloedvaatjes geen rechtstreeks
contact hebben met de cellen. De
uitwisseling van voedingsstoffen en afvalstoffen gebeurt via het extracellulair
vocht.
Uit het voorgaande
kunnen we ook begrijpen dat het inwendig milieu van slechte kwaliteit kan
worden door onvoldoende toevoer of opname van voedingsstoffen en door
onvoldoende afvoer van gifstoffen en afvalstoffen.
Eén en ander kan
veroorzaakt worden door een onevenwichtige voeding, een verzwakt
spijsverte-ringsstelsel, het gebruik van vitaminen- en mineralenrovers zoals
suiker, koffie, granen, enz. Er kunnen
ook stoornissen zijn in het transport van de voedingsstoffen naar de interstitiële
ruimte bvb. door arteriosclerose. Het
aanbod aan gifstoffen in de voeding, de dranken, de lucht, de chemische
medicijnen breidt steeds uit.
De natuurlijke
uitscheidingsorganen kunnen verzwakt of beschadigd zijn. Denken we bvb. aan een vervuilde darm en
constipatie, problemen met de nieren, de lever, de gal, de huid, de luchtwegen,
de lymfecirculatie.
Als de
concentratie aan afvalstoffen te hoog wordt, kan men meer dorst krijgen want
water verlaagt deze concentratie. Drinkt
men echter koffie of frisdrank of alcohol dan voorziet men zichzelf van een
extra portie gifstoffen... Het lichaam
kan ook vocht vasthouden om de concentratie aan gifstoffen te verlagen. Andere mensen maken extra vet aan om de
gifstoffen in op te slaan.
Het element aarde
domineert bij vervuiling. Immers:
'Vervuiling leidt
tot concentratie van de lichaamssappen.
Droog, vast, samentrekkend, hard zijn allemaal kwaliteiten van het
element aarde (...) Er wordt gestreeft naar een betere doorstroming, zodat de
concentratie van de toxinen afneemt. De
lichaamssappen worden weer vloeibaar en worden uitgescheiden. Daarvoor doen we een beroep op de elementen
water, lucht en vuur. Water is
vloeibaar, er kan iets in opgelost worden, maar dat is onvoldoende. Water is koud en remt af. Daarom zijn ook de andere elementen
nodig. Lucht zorgt voor het verdunnen
van de homotoxinen en voor de uitademing.
Vuur heeft een stimulerende werking en brengt het zelfreinigend
mechanisme op gang. Koort (vuur)
verbrandt de giftige stoffen.' (o.c.,
p.108)
Laten we niet
vergeten dat de humoraalpathologie niet alleen betrekking heeft op lichamelijke
maar ook op geestelijke vervuiling!
'Stress,
psychische spanningen of emotionele aandoeningen veroorzaken eveneens fysische
vervuiling. Dat komt doordat er tijdens
stress en emotionele toestanden in het lichaam versnelde biochemische processen
plaatsvinden die grote hoeveelheden afvalstoffen produceren. (...) Bovendien
hebben homotoxinen met een fysische oorzaak een negatieve invloed op de
gemoedstoestand van de mens. Gifstoffen
prikkelen het zenuwstelsel en zorgen voor een innerlijke onrust. Ze veroorzaken angst, onzekerheid en soms
zelfs depressie. Bij een vergevorderde
intoxicatie domineert immers de zwarte gal (aarde). Te veel zwarte gal veroorzaakt
melancholie. De lichaamssappen drogen
dan uit en stollen d.w.z. dat ze te sterk geconcentreerd zijn. De doorstroming wordt geremd en de
intoxicatie neemt toe. Bovendien geraakt
de verhouding tussen lichaamssappen verstoord.
Homotoxinen prikkelen het zenuwstelsel en zorgen voor zwartgalligheid.'
(o.c., p.107)
2. Systemen
en stelsels
Er zijn heel wat systemen en stelsels die een rol spelen
in de humoraalpathologie.
1. De cel
Het celmembraan is
semi-permeabel, dit wil zeggen dat het doorlaatbaar is voor bepaalde stoffen en
er dus een uitwisseling mogelijk is tussen het intra- en het extracellulair
vocht van voedings- en afvalstoffen.
2. Het bindweefsel
Het bindweefsel
omvat alle weefsels die liggen tussen andere weefsels. Het is zowat de vuilbak voor cellulair afval
en speelt een belangrijke rol bij het instandhouden van het zuur-base
evenwicht. ’s Nachts worden heel wat
afvalstoffen opgeruimd en uitgescheiden, maar een deel blijft achter en zorgt
voor een continue vervuiling.
Samen met het bloed
vormen de cellen en het bindweefsel een driekamersysteem.
3. De capillairen
De capillairen die
overal in het lichaam aanwezig zijn, reiken niet tot in de cellen, maar geven
hun stoffen af aan het interstitieel of extracellulair vocht. Het bloed brengt warmte, zuurstof en
voedingsstoffen naar de organen en weefsels en voert afvalstoffen af.
4. Het
lymfevatenstelsel
Niet al het vocht
dat uit het bloed treedt, komt ook weer terecht in de bloedbaan. Een deel ervan wordt afgevoerd door het
lymfevatenstelsel. Het voert eiwitten en
afvalproducten af die niet langs de bloedsomloop kunnen getransporteerd
worden. Bijna alle weefsels zijn
voorzien van lymfekanalen. Het speelt
ook een belangrijke rol in het immuunsysteem.
5. Sympatisch en
parasympatisch zenuwstelsel
Beide maken deel
uit van het autonoom zenuwstelsel en zorgen voor de verhoging of de
vermindering van uitscheiden van homotoxinen.
6.
Zuiveringsstations
Organen die
instaan voor de uitscheiding van afvalstoffen zijn:
We kunnen één en
ander terugvinden en samenvatten in het schema van de Oostenrijker dr.
Pischinger, die in 1975 het “basisregulatiesysteem” of “celmilieusysteem” heeft
ontwikkeld (voor uitleg zie verderop).
‘De capillairen
hebben geen direct contact met de orgaancellen.
Het overbrengen van substanties gebeurt daarom via het bindweefsel en
het extracellulair vocht. Daarbij spelen
de lymfevaten een grote rol. Het geheel
wordt gestuurd door het sympatisch en parasympatisch zenuwstelsel. Pischinger ziet het menselijk lichaam als een
doorstromend geheel en tracht de humoraalpathologie op een
medisch-wetenschappelijke basis te verklaren.
Pischinger ziet de mens als een open, cybernetisch en thermo-dynamisch systeem
en wijst op de zwakke cellulaire pathologie van Virchow.’ (o.c., p.113)
Geraadpleegde literatuur:
De Greef, R.,
Gastro-intestinale therapie, Arinus, Genk, s.a.
Dries, J.,
Natuurgeneeswijze, Arinus, Genk, 1996
1. Dr. Reckeweg
In 1955 heeft de
Duitser dr. Reckeweg de homotoxicologie ontwikkeld. Net zoals dr. Pischinger heeft hij een
moderne bewijsvoering en verklaring geleverd voor de humoraalpathologie.
Jan Dries citeert
zijn omschrijving van ziekte als ‘de uiting van een biologische, doelmatige
afweer van giften (endogene en/of exogene homotoxinen) m.a.w. ziekte is volgens
Reckeweg dus een poging om menselijke gifstoffen uit te scheiden en om
beschadigingen te herstellen’ (o.c., p.119)
De lever is het
orgaan dat eigen en aangevoerde gifstoffen zal ontgiften. Gifstoffen die niet af-breekbaar zijn komen
in het bloed terecht via de darmen en in het bindweefsel.
De homotoxinen in
kwestie kunnen bestaan uit ‘definieerbare toxinen, overvloedige slijmen,
onverteerbare voedingsresten, verharde stoelgangresten, zuren, schimmels, residu’s
uit landbouwchemicaliën, enz.’ (o.c., p138)
Reckeweg deelt de
vervuiling van het lichaam in in 6 fasen, gebaseerd op het overschrijden van
bepaalde vergiftigingsgrenzen. Hoe hoger
de fase, hoe sterker de vergiftiging en hoe sterker de benodigde afweer. Er zijn 3 humorale fasen en 3 cellulaire
fasen. Tussen beide fasen bevindt zich
de biologische scheidingslijn. Links
daarvan zijn de ziekten gesitueerd die kunnen genezen bij een goede
ontgifting. Rechts daarvan is ontgifting
wel belangrijk, maar onvoldoende.
In de humorale
fasen doen de lichaamssappen (humoren) hun zelfreinigende werking. Hier spreken we van dispositionele ziekten en
is de prognose gunstig.
1. Excretie- of
uitscheidingsfase
‘Fysiologische
uitscheiding van iedere aard over de weefsels van de drie kiemschijven’ (o.c.,
p.122)
Voorbeelden:
slapertjeskorsten in de ogen, meer oorsmeer, speekselvloed, verkoudheid,
niezen, meer plassen, neusbloeding, roos, overvloedig zweten, diarree, enz.
2. Reactiefase
‘Pathologisch
versterkte uitscheiding van iedere aard over de weefsels van de drie
kiemschijven met daarbij ev. koorts, pijn, of bepaalde reacties die zich bij de
omzetting en ontgifting van homotoxinen afspelen.’ (id., ibid.)
Voorbeelden:
ontstekingen, abcessen, huiduitslag
3. Depositie- of
verslakkingsfase
‘Goedaardige
afzetting met ev. secundaire klachten door een opgezet gevoel, gewichtstoename
of iets dergelijks. Meestal geen
uitgesproken orgaanziekten.’ (id., ibid.)
Voorbeelden:
aambeien, spataders, oedeem, goedaardige gezwellen, levervlekken, nierstenen,
reumatische ontstekingen
In de cellulaire
fasen gebeurt de beschadiging op cellulair niveau en spreken we van
constitutionele ziekten. Hier werken
agressieve toxinen op het lichaam in en verstoren de biologische afweer. De prognose is ongunstig.
4. Impregnatie- of
aantastingsfase
‘Er treden hier
duidelijke en goed afgelijnde symptomen op.
De celenzymen en celstructuren zijn beschadigd, waardoor een aantal
celmembraanfuncties verstoord geraken.’ (o.c., p.123)
Voorbeelden:
astma, migraine, hyperthyroïdie, osteoporose, maagzweer
5. Degeneratiefase
‘Er heerst een
uitgesproken vorm van dyscratie met organische storingen. De labo-onderzoeken wijken sterk af van de
referentiewaarden. Er treden allerlei
secundaire klachten op.’ (id., ibid.)
Voorbeelden:
artrose, doofheid, Parkinson, epilepsie, diabetes, M.S., nierverschrompeling,
levercirrhose
6. Neoplasma- of
nieuwvormingsfase
‘De toestand is
zo ernstig dat er carcinotoxinen bestaan.
Wij kunnen deze toestand beschouwen als een vorm van totale
vergiftiging.’ (o.c., p.125)
Voorbeelden:
tumoren, metastasen
Jan Dries merkt
op: ‘Het is niet mogelijk om de oorzaak van alle ziekten toe te schrijven
aan homotoxinen, zoals ook niet alle ziekten door ontgifting genezen. Belangrijk is dat ervaring heeft aangetoond
dat ontgiften bij gelijk welke ziekte het genezingsproces opvallend gunstig
beïnvloedt.’ (id., ibid.)
De
natuurgeneeswijzen moeten het zelfgenezend mechanisme stimuleren om klachten
spontaan te genezen. Als een ziekte te
ver gevorderd of te moeilijk is en als medische hulp noodzakelijk is, dan
kunnen de natuurgeneeswijzen een aanvullende ondersteuning betekenen.
Door de
uitscheiding van homotoxinen en het interne milieu te ontdoen van negatieve
invloeden, streeft de humoraalpathologie naar een harmonie tussen:
Het is altijd
gevaarlijk als slechts één element domineert.
Als bvb. vuur domineert, krijgen we stuwingen en raken we de warmte niet
kwijt; als water domineert, resulteert dit bvb. in oedemen en koude handen en
voeten.
De graad van
vergiftiging kan men aan een aantal uiterlijke kenmerken waarnemen.
Darmgassen (L)
veroorzaakt door rotting van eiwitresten en gisting van suikerresten zorgen
voor een opgezette buik en een opgeblazen gevoel. Het vasthouden van vocht (W) kan gebeuren om
gifstoffen in oplossing en in een lagere concentratie te houden en leidt tot
overgewicht. Door de belasting van hart,
nieren en lever kunnen er stuwingen (V) optreden met storingen in de
warmtehuishouding tot gevolg, te merken aan bvb. een rood gezicht of
overvloedig zweten. Bij een aantal
mensen slaagt het lichaam door de intoxicatie er niet in voldoende
voedingsstoffen uit de voeding te halen waardoor ze mager worden en te weinig
vocht vasthouden m.a.w. een vorm van uitdroging (A) kennen .
Bij ontgifting
steunen we ons dus op het stimuleren van de elementen, waarbij het leggen van
de juiste relaties belangrijk is. Zo
brengen beweging (L) en spierarbeid (L) een betere doorbloeding (V). Bij ontgifting spelen de warme organen
(lever, nieren, goed doorbloede huid en longen) een belangrijke rol. Op zich heeft water weinig
reinigingsvermogen, het moet door vuur krachtig gemaakt worden; zo zijn
fruitsappen krachtiger omdat ze nog een bio-energetische waarde hebben in
tegenstelling tot leidingwater.
‘Een element
heeft altijd zijn tegenhanger of antagonist nodig. Het vuur moet beheerst worden door het water,
zoals de aarde door de lucht beheerst moet worden. Alle elementen zijn met
elkaar verbonden, zoals in de natuur alles met elkaar verbonden is. De humoraalpathologie kan succesvol worden
toegepast als we de mens in zijn geheel bekijken.’ (o.c., p130)
2. Emotionele toxicose
Laten we niet
vergeten dat vervuiling zich ook kan voordoen in het gevoelsleven. Negatieve gedachten kunnen leiden tot
negatieve gevoelens, die energierovend en ziekmakend kunnen zijn; positieve
gedachten en gevoelens werken dan weer genezend.
Als er een plotse
verandering optreedt in het gevoelsleven, spreken we van een emotie. Het lijkt wel alsof de gevoelens in een
hogere versnelling geraakt zijn; de gemoedsrust is verstoord. Het kan gaan zowel om positieve emoties (vb.
ontroering) als negatieve emoties (vb. ontgoocheling). Beide vragen extra energie en zijn een
tijdelijke belasting, maar laten geen schadelijke effecten na, als ze gezond
geuit worden.
Steeds meer mensen
verkeren echter in een langdurige gemoedsonrust, raken sneller en vaker
geëmotioneerd. Dit kan veroorzaakt
worden door teleurstellingen, gekwetst worden, minderwaardigheidsgevoelens,
twijfels, verdriet e.d. die te lang aanhouden en waardoor de gemoedsrust te
lang verstoord blijft en zich niet kan herstellen. Net als bij een stressreactie blijft de
herstelfase uit door te veel en te snelle blootstellingen aan dergelijke
negatieve gevoelens of emoties. Men
slaagt er niet ze te verwerken. Ze
blijven hangen, vormen een belasting en kunnen leiden tot uitputting,
emotionele aandoeningen, verzwakte immuniteit, ziekte.
‘In de
natuurgeneeswijze gaat men ervan uit dat lichaam en geest een eenheid
vormen. Alle geestelijke belevingen
kennen een lichamelijke uiting. Zonder
ons lichaam kunnen wij geen gevoelens uitdrukken, noch ervaringen beleven. (…)
Onze levensenergie wordt gebruikt om zowel lichamelijke als geestelijke
activiteiten te verwezenlijken.
Geestelijke uitputting leidt automatisch tot lichamelijke
uitputting. Wie emotioneel zwaar belast
is, zal vroeg of laat vaststellen dat zijn immuniteit verzwakt is. Vaak breekt een ziekte uit na een zware
ontgoocheling, een tegenslag, verdriet of een pijnlijk verlies van een dierbaar
persoon. Mensen hebben vaak af te rekenen
met ernstige lichamelijke klachten en kunnen zich niet voorstellen dat dit te
maken heeft met niet-verwerkte zorgen.’ (o.c., p.138)
Bij emotionele
aandoeningen is er ook sprake van een vervuiling van lichaamssappen. Deze worden belast door een verkeerde
voedingswijze, verkeerde levenswijze, te weinig slaap, luchtvervuiling, enz. Het lichaam kan niet meer alle gifstoffen verwijderen en deze
zorgen voor ‘een prikkeling van het zenuwstelsel, een voortdurende
stimulering van het zelfreinigend mechanisme en een verhoogde druk op de
uitlaatkleppen. Dit zorgt voor een
enorme innerlijke onrust en voor de verstoring van belangrijke
orgaanfuncties.’ (o.c., p.137)
Voortdurende stress, emoties en vermoeidheid of uitputting leiden tot functiestoornissen van organen omdat het autonoom zenuwstelsel verstoord raakt en de sympathicus en parasympathicus te snel of te traag gaan werken, bvb. te veel maagzuur, prikkelbare darm, te veel zweten, slaapproblemen, koude handen, enz.
Door aanhoudende negatieve gemoedstoestand wordt deze innerlijk vergiftigd en spreekt men van emotionele toxicose. Ook dit kan in de 6 fasen van Reckeweg worden beschreven.
‘Men mag niet uit het oog verliezen dat de emotionele toxische fasen
vaak parallel lopen met de lichamelijke toxische fasen. Door lichamelijke ontgifting zal men vrij
snel ook de emotionele problemen kunnen overwinnen. Dit bevestigt nogmaals de wisselwerking
tussen lichaam en geest, die in de natuurgeneeskunde sinds Hippocrates zo
centraal staat.’ (o.c., p.140)
Voor verdere informatie, uitleg en achtergrond van de natuurgeneeswijzen verwijs ik ook naar de teksten op de site over:
· Principes van de natuurgeneeswijzen
· Het zelfgenezend mechanisme
· De toestand van de wereld
· Psychoneuroimmuniteit
· Gezondheidsprincipes
· Voedingsprincipes
Geraadpleegde literatuur:
Dries, J., Natuurgeneeswijze, Arinus, Genk, 1996
Dit artikel werd met de meeste zorg
samengesteld. Niettemin is het nooit
geheel uitgesloten dat informatie door tijdsverloop, recent wetenschappelijk
onderzoek of andere oorzaken onjuist, onvolledig of achterhaald is. De auteur kan niet aansprakelijk gesteld
worden voor enige directe of indirecte gevolgen voortvloeiend uit de
gegevens. Dit artikel is niet bedoeld
als vervanging voor een medische diagnose en medische zorg door een arts. De lezer wordt uitdrukkelijk geadviseerd zijn
arts te raadplegen bij enigerlei klachten of symptomen.
Suggesties, commentaar en reacties zijn steeds
welkom op het vermelde e-mailadres.