Schüsslerzouten of biochemische zouten

 

Dr. Wilhelm Schüssler neemt enkele ideeën over van Samuel Hahnemann, grondlegger van de homeopathie, en van Constantine Hering, een homepaat die in 1832 een artikel schrijft over de essentiële minerale bouwstenen van het lichaam.  In 1874 schrijft hij zijn boek “Eine abgekürzte Therapie”, waarin hij voor het eerst het woord biochemie gebruikt.

Biochemie is de scheikunde van de processen in levende organismen.  Tegenwoordig is dit begrip verruimd tot de algemene fysiologische scheikunde.  Hij ontdekte dat ziekten in een organisme samengaan met een tekort aan een of meer anorganische zouten die normaal in een zeker evenwicht in het lichaam aanwezig zijn. 

Dit zijn essentiële onderdelen van de cellen en zij spelen bij de vorming van enzymen een belangrijke rol.  Enzymen zetten reacties in gang en alle reacties samen noemt men het metabolisme of de stofwisseling, bvb de spijsvertering of de ademhaling.  Stofwisseling omvat opbouw en afbraak van cellen, instandhouding van weefsels, vrijmaken van energie.

Cellen bestaan uit water, organische elementen zoals eiwitten, vetten en uit een heel klein gedeelte anorganische elementen, die een rol spelen bij de bouw van de cel en het goede verloop van de lichaamsfuncties.

Tekorten aan mineralen verstoren de stofwisseling.  De symptomen duiden aan welke stof tekort is.  De Schüsslerzouten ondersteunen de zelfgenezende kracht met anorganische zouten.  Er komen in het lichaam 12 anorganische zouten voor:

 

  1. Calcium fluoratum
  2. Calcium phosphoricum
  3. Calcium, sulfuricum
  4. Ferrum phosphoricum
  5. Kalium muriaticum
  6. Kalium phosphoricum
  7. Kalium sulfuricum
  8. Magnesium phosphoricum
  9. Natrium muriaticum
  10. Natrium phosphoricum
  11. Natrium sulfuricum
  12. Silicea

 

Een biochemisch middel heeft ook een energetische component die ontstaat door de verdunning en potentiëring.  Bovendien heeft een middel ook een grote overeenkomst met het mensbeeld van de patiënt, zoals we dat in de homeopathie kennen.

De korrels of tabletten laat men smelten in de mond, de opname gebeurt door de mondslijmvliezen.

 

We gaan nu eens bekijken welke middelen opvallen vanuit het kader van hooggevoeligheid:

 

Calcium Phosphoricum

 

Als versterking van het zenuwsysteem, bij slapeloosheid als gevolg van overmatige inspanning, bij snelle irritatie van de zenuwen en de spieren

Versterkingsmiddel bij bloedarmoede, bij condities met fysieke en psychische zwakte, in herstelperioden, bij weersgevoelligheid

Rustgevend en ontspannend

Een calciumtekort verhoogt de nerveuze overgevoeligheid van weefsels.

 

 

Kalium Muriaticum

 

Komt voor in zenuwcellen; oefent een bijzondere invloed uit op gevoeligheid van de zenuwen.

Bij ontstekingscondities van het tweede stadium (optreden van uitwendige verschijnselen).

Bij klierontstekingen van iedere soort.

 

Kalium Phosphoricum

 

Bestanddeel van het zenuwstelsel, zowel van de hersencellen als de perifere zenuwen.

Werkt activerend op de spieren, positieve invloed op het ZS.

Bij uitputtingstoestanden lichamelijk en geestelijk, angst, geheugenverlies, concentratiemoei-lijkheden, spierzwakte, neiging tot huilen, treurigheid, mismoedigheid, hypochondrie, hoofdpijn na geestelijke inspanning, pleinvrees, hartkloppingen met angstgevoelens, nerveuze slapeloosheid, nerveuze zwakte van het gezichtsvermogen, enz.

Is ook het ontgiftingsmiddel van de Schüsslerzouten.

 

Magnesium Phosphoricum

 

Bevordert de stofwisseling van het ZS en de spieren.

Zenuw- en zwaktemiddel.

Alle condities waarbij hersenen en ruggemerg zijn betrokken.

Pijnmiddel bij schietende, borende, stekende of snijdende pijnen, afgewisseld met symptoomvrije momenten.  Het wordt daarom het “bliksemmiddel” genoemd, ook omdat het snel effect kan laten zien.

Krampstillend middel

Slaapmiddel bij geprikkeldheid of rustgevend bij kinderen die niet kunnen slapen.

 

Natrium Muriaticum

 

Zorgt voor een optimale prikkelgevoeligheid van spieren en zenuwen.

Bij depressie, verdriet, prikkelbaarheid, geheugenverlies, gevoeligheid voor kou, mogelijks als gevolg van dehydratatie.

Bij bloedarmoede, vochtophouden, kriebelen of een zekere ongevoeligheid van handen en voeten meestal verbonden met het tijdstip van inslapen.

 

Silicea

 

Gebrek aan zelfvertrouwen, verlegenheid, verlaagd concentratievermogen, kouwelijkheid, altijd dik gekleed zijn, onrustige slaap, hoofdpijn, vlug last van ontstekingen, bindweefselver-zwakking, ophoping van urinezuurkristallen (reuma), miltfunctie.

 

Bron:

Margodt, J., De 12 biochemische zouten van dr. Schüssler, Arinus, s.a.

 

 

© [email protected]

www.geocities.com/lucasvo

 

Hosted by www.Geocities.ws

1