Roeping

 

Talenten, gaven, begaafdheden, roeping kunnen we beschouwen als de basis van ons leven.  Als we deze trachten te ontwikkelen, hierrond een opleiding volgen en ons beroepsleven en sociaal leven uitbouwen, staan we veel sterker in onze eigenwaarde.  We vinden onze plaats in de maatschappij en in de maatschappij vinden we hetgeen we nodig hebben om onze talenten of roeping waar te maken. 

Het ontwikkelen van onze talenten en het volgen van onze roeping zorgt voor voldoening, zelfvertrouwen, passie.  Het werk getuigt van kwaliteit, deskundigheid, waardigheid, wijsheid, discipline, inspiratie.  We worden geaccepteerd, gerespecteerd, geapprecieerd en men beschouwt ons als een autoriteit en als iemand waar men van kan leren.

In deze passie, in de drang om bij te leren, en er alles van te weten, worden we niet geteisterd door onzekerheid, twijfel en angst, maar ervaren we een gevoel van uitdaging, grenzen verleggen, beperkingen overstijgen met een ondertoon van “ik kan het aan, het zal mij lukken, ik maak vooruitgang.”.  In periodes van tegenslag en moeilijkheden weten we dat ze voorbijgaan en dat het om uitdagingen gaat die we nodig hebben om vorderingen te maken in het leven.

We gaan ook anders om met verwachtingen.  We kunnen wel iets hopen, willen of plannen, maar daarom hoeft dit nog niet te lukken.  Er zijn zoveel factoren die het anders kunnen doen lopen.  Als we weinig verwachtingen hebben, zijn we minder teleurgesteld.  We kunnen ervoor kiezen tegenslagen te zien als uitdagingen, waar we kunnen van leren.

 

Wat zijn mogelijke kenmerken van iemand die zijn roeping volgt?

 


·        Creativiteit

·        Positief denken en optimisme

·        Zin aan het leven

·        Harmonie met stroom van het leven

·        Plaats in de maatschappij

·        Toevalligheden; intuïtie

·        Deskundigheid; autoriteit

·        Zelfwaarderend

·        Sterkere immuniteit

·        Pensioen?


 

 

Wat er gebeurt, is dat we in harmonie zijn met het universum, met de stroom van het leven; onze roeping geeft immers ook de zin aan van ons leven.  We worden “geholpen” in de vorm van intuïtieve ingevingen, zgn. toevallige ontmoetingen of gebeurtenissen die feitelijk goed van pas blijken te komen.  We voelen goed aan wat en wie bij ons past en wat niet.   Intuïtie wordt door sommigen beschouwd als de stem van God of van het Universum die ons ingeeft wat we moeten doen of wat niet.  We ervaren meer dan anderen eenheid in plaats van verdeeldheid.  Ook ervaren we meer innerlijke rust dan onrust.

Deze deskundigheid en dit zelfvertrouwen kunnen zich ook op andere domeinen in het leven manifesteren.  We proberen in andere zaken ook goed te zijn en we herkennen passie en deskundigheid bij medemensen die zich op een ander domein hebben toegelegd.  Deze herkenning brengt respect en waardering voor de ander met zich mee, ook al kennen we zelf niet zoveel van dit ander domein.  Daarom oordelen we niet over een ander noch over zijn bezigheden, maar zijn ervan overtuigd dat zij hun eigen weg gaan die het universum voor hen heeft voorzien.  Iedereen heeft zijn taak, zowel de directeur als de poetsvrouw.  De een is niet meer waard dan de ander.  Als we de indruk hebben dat sommige mensen zich ledig houden met nutteloze zaken, hun tijd verdoen met beuzelarijen, dan vinden we dit bijzonder jammer omdat er zoveel nuttige en waardevolle dingen te doen zijn.

 

Ons leven op dergelijke manier kunnen uitbouwen, vraagt wel de nodige voorwaarden.  Zo moeten we als kind de ruimte, de vrijheid en de kansen krijgen om onze talenten te ontdekken en te ontwikkelen.  Een goede ouder zal bij het kind diens interesses, talenten en gaven opmerken en stimuleren. 

Een kind moet ook de ruimte en het respect krijgen om zichzelf te mogen zijn.  Elk kind heeft de behoefte om OK gevonden te worden, om geaccepteerd en gewaardeerd te worden.  Dit geeft echter zo’n goed gevoel, dat we de fout maken als volwassene nog steeds te zoeken en te streven naar waardering en bevestiging en zo maken we onszelf hiervoor afhankelijk van anderen, wat een heel kwetsbare positie is.  Als volwassene moeten we onszelf de waardering en de acceptatie geven die we nodig hebben.  Zelfs als er niemand is die waardeert wat we doen, dan kunnnen we nog altijd tevreden zijn en onszelf die waardering geven.  En als iemand ons benadert alsof wij minderwaardig zijn, wil dat nog niet zeggen dat die persoon gelijk heeft: het zegt meer over hem dan over ons.

De aangeboren eigenschappen van het kind mogen niet onderdrukt worden in functie van het ideale maatschappijmodel: de massamens, de meeloper, de jaknikker die zich braaf gedraagt zoals het hoort, zich geen kritische vragen stelt en accepteert en consumeert wat hem wordt aangeboden door de reclame, de media, de politiek, de godsdienst, de opvoeding, de school.  Uiteraard moet het kind vertrouwd worden gemaakt met sociale en maatschappelijke regels, waarden en normen.  We noemen dit vrijheid in gebondenheid.  De tijd en de vergissingen van de anti-autoritaire opvoeding zijn gelukkig voorbij.

 

Iedereen heeft een unieke persoonlijkheid met zijn eigen individuele kenmerken.

Een individu dat de ruimte en de kans heeft gekregen zijn persoonlijkheid en zijn talenten te ontwikkelen, gaat zijn eigen weg en durft neen te zeggen tegen mensen en dingen die niet bij hem horen.  Hij is niet.afhankelijk van de waardering van anderen.  Zijn werk en zijn passie zorgen voor zelfwaardering en zelfvertrouwen.  Voor zijn werk heeft hij een intrinsieke motivatie.  Hiermee bedoelt men dat de motivatie uit hemzelf komt, uit zijn innerlijke, het is een drang, een drijfveer.  Met extrinsieke motivatie bedoelt men een motivatie om uiterlijke redenen, zoals geld, bezittingen, kleding, schoonheid, macht, aanzien.

 

Hij doet ook aan zelfopvoeding en zelfvorming waar zijn opvoeding thuis en zijn schoolse vorming hem tekort schoten.  Hij getuigt van creativiteit en spiritualiteit.  Hij is creatief, niet re-creatief.  Op andere mensen kan een dergelijk persoon overkomen als ab-normaal, d.w.z. afwijkend van het normale, van de norm.  Ze hebben hun leven in eigen handen, ze worden niet geleefd.  Ze worden niet gebruikt door de maatschappij, maar ze gebruiken de maatschappij om hun doelstellingen te verwezenlijken.

Uiterlijk lijkt er soms niet veel verschil met andere mensen: ze hebben werk, een woning, een gezin, een hobby enz.  Hun leven is echter opgebouwd vanuit hun innerlijke.

 

Hun gezondheid is normaal gezien beter dan die van de doorsnee-mens.  Eigenwaarde en zelfbeeld vertaalt zich immers in het immuunsysteem, dat zorgt voor de verdediging tegen indringers:  “Ik ben het waard om te verdedigen.”  Als je jezelf niets of minder waard vindt, wat heb je dan te verdedigen?

Geest en lichaam van de massamens protesteren tegen de klassieke conditionering en kunnen symptomen vertonen die door de klassieke geneeskunde worden onderdrukt zodat ze zo vlug mogelijk terug aan het werk kunnen.  Ook de klassieke psychologie en psychiatrie zal proberen hen liefst zo snel mogelijk terug aan het werk te krijgen en op het pad dat de maatschappij hen voorschrijft.  Lukt het niet, dan kunnen ze een tijdje of voor goed weggestoken worden in allerlei instellingen, zodat de maatschappij door hen niet gestoord wordt in haar drukke en belangrijke bezigheden.

Ziekte en symptomen nodigen ons uit na te denken over onze levenswijze, voeding, bepaalde overtuigingen die we hebben, wegen die we bewandelen, enz.   Ze kunnen ons helpen bepaalde veranderingen aan te brengen waar nodig.  We dragen geen schuld aan het krijgen van een ziekte, maar we dienen wel onze verantwoordelijkheid te nemen om de boodschap te begrijpen en uit te voeren.

 

Het is niet altijd mogelijk om onze roeping te vertalen in een fulltime hoofdberoep.   Soms zijn we genoodzaakt om den brode een job uit te oefenen, maar kunnen we toch onze talenten kwijt in onze vrijetijdsbesteding, in het verenigingsleven, in een bijberoep enz. 

Materiële beperkingen, een verkeerde opvoeding, een verkeerd onderwijstype kunnen er soms voor zorgen dat men pas op latere leeftijd zijn roeping kan waarmaken.  Gelukkig bestaat er tegenwoordig een enorm aanbod in het volwassenenonderwijs en de beroepsopleidingen voor hen die zich in iets willen bekwamen, bijscholen of herscholen.

 

Voor de mens in het algemeen is het uiterst belangrijk dat hij zo vroeg mogelijk zijn talenten, begaafdheden kent en hiernaar handelt.  Hierin ligt nl. zijn roeping en levensopdracht verborgen.   De persoon die zijn roeping kent, richt zijn leven hiernaar in: hij volgt hierrond een opleiding en zoekt een bijpassende baan, hij bouwt op deze basis zijn vriendenkring uit.  Het volgen van zijn roeping zorgt ook voor de individuatie, waarbij men zijn eigen weg inslaat in plaats van het slaafs volgen van de programmering door opvoeding, onderwijs en media.  Roeping gaat ook samen met intuïtie, het horen of voelen van een innerlijke stem die je de weg wijst, vertelt wat je best kunt doen of laten in een bepaalde situatie.

Als je op dit “goede pad” zit, zul je ook merken dat je “wordt geholpen” en dit geeft vertrouwen.  Een leven dat gebouwd is op je roeping geeft makkelijker innerlijke rust.  Er is meer harmonie tussen je persoonlijke doelstellingen en de doelstellingen van de kosmos, het hoger plan, of hoe men het ook wil noemen.  Een job die niet in overeenstemming is met je levensopdracht en met de kosmos, creëert disharmonie.

 

HG hebben nogal eens jobs die van hen geen hoogverdiener maakt, bvb. in de sociale, culturele, kunstzinnige sector.  Komt daarbij, dat ze vaak parttime jobs hebben, als fulltime te zwaar is.  Nu is het ook niet nodig om stapels geld te verdienen, als men maar rondkomt, voldoende comfort heeft, enz.   Bedenk dat mensen die echt veel geld verdienen, dit vaak verdienen ten koste van onverschilligheid voor het lot van de minder gefortuneerden, ten koste van onderbetaald personeel, van het milieu, van de rechtvaardigheid in de samenleving en ten koste van de staat, want zij weten wel hoe ze zo weinig mogelijk belasting moeten betalen.

Het is mogelijk dat je er niet in slaagt je roeping in een baan te vertalen of dat je een baan hebt moeten kiezen waar je je talenten niet of nauwelijks in kwijt kunt.  Zorg er dan zeker voor dat je talenten in je vrije tijd wel aan bod komen in de vorm van een hobby of in het verenigingsleven.

 

Nogal wat HG hebben een vervangingsinkomen zoals werkloosheidsuitkering, ziekte-uitkering, invaliditeit, leefloon.  Als men niet werkt, loopt men het risico geïsoleerd te raken, aan eenzaamheid of verveling te lijden.  In geval van lichamelijke aandoeningen, loopt men het risico dat de concentratie of de aandacht hierop relatief toeneemt in vergelijking met wanneer men nog men werkte, met de nadelige psychische gevolgen vandien zoals bvb moedeloosheid, wanhoop, uitzichtloosheid, angst, depressie, hypochondrie,...

Tracht altijd jezelf creatief bezig te houden bvb in de vorm van een hobby in plaats van bvb eindeloos voor de TV te gaan hangen.  Probeer je gaven en talenten te ontdekken of verder te ontplooien, dit is heel belangrijk.

Probeer ook als het mogelijk is, regelmatige lichaamsbeweging te doen hetzij thuis, hetzij elders.

Tracht sociaal contact te onderhouden door regelmatig iemand op te bellen, afspraakjes te maken, een of ander vrijwilligerswerk te doen, lid te worden van een zelfhulpgroep voor verlegen mensen of naar bijeenkomsten te gaan van hoog sensitieve personen (zie www.hspvlaanderen.be) enz.

Probeer voordrachten of cursussen te volgen voor je eigen ontwikkeling maar ook, dit is belangrijk, om je werkkansen te vergroten bvb cursussen bij de VDAB of Syntra.  Mensen die ertegen opzien zich te verplaatsen in het drukke verkeer of die zich niet zo veilig voelen in een groep, kunnen bvb. online cursussen (webleren) volgen van de VDAB.  Er zijn dd. al een 50-tal cursussen die men online thuis kan volgen.  Als men een beetje creatief is, kan men altijd manieren vinden om zijn tijd nuttig besteden.

 

Een roeping of een passie zet men niet zomaar stop op de dag dat het pensioen begint.  Men werkt gewoon verder.  Natuurlijk.  Vanzelfsprekend.  Hoe kun je nu stoppen met iets dat je graag doet?  Als we in de sector van de natuurgeneeskunde zoeken, vinden we makkelijk mensen die tot op hoge leeftijd blijven verder werken en schrijven bvb. prof. Bouts (†99j), Walter Kunnen (dd 86j), Mellie Uyldert (dd 98j), dr. Norman Walker (†108j), Alfred Vogel (†93j), Walter Faché (dd 68j), Jan Dries (dd 68j), Roger Demeijer (dd 77j)

 

 

Uitsmijter: zo kan het ook:

 

In het Aankondigingsblad Wilrijk, Hoboken, Kiel nr. 07 van 22 feb 2007 schrijft Freddy Michiels:

 

0% ziekteverzuim bestaat

 

“Onlangs volgde ik een documentaire over het bedrijf André Rieu, de snaarvaardige violist die met zijn Johan Strauss Orkest de wereld rondreist en zijn hoofdkwartier in Maastricht heeft, zijn geboortestad.  Hij heeft 130 mensen in dienst, waaronder één derde muzikanten.  Dit is een onderneming zoals een andere behalve op personeelsgebied blijkbaar.

Toen de interviewer van dienst aan André Rieu vroeg waarop hij het meest trots is, antwoordde hij, nadat hij nauwelijks had moeten nadenken: “Dat ik in al die jaren dat ik met mijn orkest rondtoer 0,0% ziekteverzuim heb gehad.  Iedereen werkt hier alsof zijn leven ervan afhangt.  Bij mij is nooit iemand ziek.  En daar ben ik enorm trots op.”

Ik ben opgegroeid tussen de muzikanten.  Mijn vader had destijds, op regelmatige tijdstippen, orkestjes onder zijn naam (Tony Rolin) uitstaan voor bals.  Ik heb nooit geweten dat er een muzikant onbeschikbaar was wegens ziekte.  Hoe komt dat toch?  Ik heb altijd gedacht dat het verschil tussen een muzikant en een normale werknemer gewoon het feit is dat een muzikant (letterlijk en figuurlijk) bij elk optreden ‘gaat spelen’.  Een muzikant spreekt niet van naar zijn werk te gaan.  Hij gaat spelen.  En hij wordt er bovendien nog voor betaald.

Ik denk niet dat er veel beroepen zijn waarbij de arbeidsvreugde zo groot is als bij muzikanten die anderen mogen gaan amuseren.

Wat is bijgevolg de zedenles?  Zorg dat je een job hebt waarvoor je elke dag graag het bed uitstapt, waardoor je jezelf voelt herleven, waarmee ge plezier beleeft.  Het is mogelijk dat dergelijke betrekkingen schaars zijn, maar ga er toch maar naar op zoek.  Je moet niet beschaamd zijn om een droom na te jagen, want – zoals Oscar Hammerstein ooit schreef voor de musical South Pacific – wie geen droom heeft zal nooit het geluk kunnen  smaken om een drooom te hebben die uitkomt.  Het is een variante op een andere slogan die ik graag gebruik: gelukkige koeien geven meer melk.”

 

 

© [email protected]

www.geocities.com/lucasvo

 

Hosted by www.Geocities.ws

1