Beschrijving van een psychisch gezonde
persoonlijkheid
1. Hiërarchie van behoeften
In de
motivatietheorie van Maslow in het voormalige cursusboek van de Europese
Academie "Psychologie: geselecteerde teksten", geeft de auteur een
hiërarchie van de menselijke behoeften.
1.
De fysiologische behoeften
Het gaat hier om
de behoefte aan voedsel, drank, slaap, rust, seksualiteit, zuurstof e.d.
2.
De veiligheidsbehoeften
Hieronder
vallen de behoeften aan bescherming,
zekerheid, vertrouwen, structuur, orde, stabiliteit, routine, rechtvaardigheid,
consequentie, voorspelbaarheid.
3.
Behoefte aan samenhorigheid en liefde
Hier hebben we te
maken met de behoeften aan genegenheid, vriendschap, gezelschap, een plaats in
de groep, aan geven én ontvangen van liefde.
4.
Behoefte aan waardering
Behoefte aan
respect, achting, waardering door zichzelf en door anderen; behoefte aan
bekwaamheid, erkenning, aandacht, appreciatie, ...
'Bevrediging
van de behoefte aan zelfrespect leidt tot gevoelens van zelfvertrouwen, waarde,
kracht, bekwaamheid en deskundigheid, van nuttig en nodig in de wereld te
zijn. Maar dwarsboming van deze
behoeften veroorzaakt gevoelens van minderwaardigheid, van zwakte en hulpeloosheid. Deze gevoelens doen op hun beurt fundamentele
ontmoediging of compensatorische of neurotische neigingen ontstaan.' (p.118)
De auteur wijst
ook op 'de gevaren van het baseren
van het zelfrespect op de mening van anderen in plaats van op werkelijke
capaciteiten, bevoegdheid en geschiktheid voor de taak. Het meest stabiele en dus meest gezonde
zelfrespect is gebaseerd op verdiend respect van anderen in plaats van op
uiterlijke faam of beroemdheid en ongerechtvaardigd gevlei.' (p.118)
5. Behoefte
aan zelf-actualisering
Hier gaat het om
de ontwikkeling van talenten, begaafdheden, interesses e.d.; om 'alles te
worden wat men in staat is te worden' . (p.119) Mijns inziens is
het belangrijk hieromtrent dan ook een goede vorming te krijgen en zo
mogelijk een inkomen te verwerven of een zinvolle vrijetijdsbesteding te
kennen.
De hiërarchie
berust op het feit dat er steeds een voldoende mate van bevrediging nodig is
van de lagere behoeften om te kunnen aandacht te besteden aan de hogere. Iemand die scheel ziet van de honger, zal
alles in het werk stellen om iets te eten te vinden, en zal zich op dat moment
niet bezighouden met het ontwikkelen van zijn talenten. Iemand die geen dak boven het hoofd heeft,
zal niet zozeer op zoek gaan naar waardering.
Iemand met minderwaardigheids-gevoelens heeft het moeilijker om zich ten
volle toe te leggen op een zinvolle en creatieve vrijetijdsbesteding.
2.
De zelfactualiserende mens
Hoe ziet nu de persoonlijkheid van een psychisch gezonde of zelfactualiserende mens (ZA) eruit?
1.
Meer doeltreffende waarneming van de werkelijkheid
Dit vertaalt zich
bvb. in het vermogen tot
2. Aanvaarding
De ZA wordt niet
geplaagd door neurotische of onnodige schuldgevoelens, schaamte,
overbezorgdheid. Hij aanvaardt zichzelf
zoals hij is met zijn mogelijkheden en tekortkomingen; eist niet dat zaken
anders moeten zijn dan ze zijn. Hij
accepteert zichzelf en anderen op alle niveaus.
Heeft nauwelijks last van afkeer, walging, weerzin.
Hij durft zichzelf
te zijn in alle omstandigheden, heeft geen defensieve houding, doet zich niet
anders voor dan hij is, maar houdt niet van onechtheid, huichelarij e.d. bij
anderen.
3. Spontaniteit,
natuurlijkheid, eenvoud
Uit het voorgaande
volgt dat de ZA zich niet gekunsteld gedraagt, maar spontaan en
natuurlijk. Daardoor komt hij
onconventioneel over, verrassend, origineel.
In sociale situaties zal hij zich voor het gemak houden aan de
conventies met een zekere gelatenheid.
Hij verkiest dan ook liever gezelschap dat zich veroorlooft vrij en
spontaan te zijn.
De ZA zijn
motieven komen voort uit de behoefte tot groei en niet zoals bij gewone mensen
uit tekorten die ze proberen te vullen.
4. Probleemconcentratie
Daar de ZA zich
weinig zorgen maakt over zichzelf, kan hij zich sterk concentreren op zijn taak
of verantwoordelijkheden. Door deze
intensiteit kan hij een zekere verstrooidheid aan de dag leggen voor alledaagse
zaken.
'Deze indruk
van boven kleinigheden te staan, een wijdere horizon, een ruimere visie te
hebben, in het ruimste referentiekader te leven (...) is van het grootste
sociale en interpersoonlijke belang. Het
schijnt een zekere vredigheid te schenken, een afwezigheid van zorg om
onmiddellijke aangelegenheden die het leven niet alleen voor henzelf, maar voor
allen die met hen verbonden zijn, gemakkelijker maakt.' (p.128)
5.
De eigenschap afstand te nemen; de behoefte aan afzondering
De ZA heeft er
geen moeite mee alleen te zijn, hij lijdt niet aan eenzaamheid. Hij is zelfs graag alleen. Hij blijft in moeilijke situaties kalm,
gereserveerd, objectief en waardig. Op
de buitenstaander zou hij dan ook soms kunnen overkomen als koel, zelfs
onvriendelijk of snobistisch.
6. Autonomie
De ZA is geen
poppetje aan een touwtje, in de handen van de media, reclame, trendsetters,
verkopers, enz. Hij denkt voor zichzelf,
vormt zijn eigen mening en neemt zelf initiatief. Hij neemt zijn verantwoordelijkheid.
'Daar
zelfactualiserende mensen meer door groeimotivatie dan door
deficiëntiemotivatie gedreven worden, zijn ze voor hun voornaamste
bevredigingen niet afhankelijk van de reële wereld, of van andere mensen of de
cultuur, of van middelen tot doeleinden, of in het algemeen extrinsieke
bevredigingen. Ze hangen voor hun
ontwikkeling en aanhoudende groei veeleer af van hun eigen vermogens en latente
hulpbronnen. (...) Deze onafhankelijkheid van de omgeving betekent een
betrekkelijke stabiliteit ten overstaan van harde slagen, ontberingen,
frustraties en dergelijke.' (p.131)
7. Aanhoudende
frisheid van appreciatie
De ZA heeft het
kinderlijke vermogen van verwondering behouden.
Zelfs van eenvoudige, alledaagse dingen kan hij geboeid of zelfs extatisch
raken. Hij kent een diepe dankbaarheid
voor de dingen des levens. Gewone mensen
vinden veel te veel dingen vanzelfsprekend, gewoon of saai en gaan daarom op
zoek naar 'kicks' en raken geboeid door extreme sporten, gevaarlijke stunts en
andere zottigheden, om hun eigen leegte te vergeten.
8.
De mystieke of topervaring
De ZA hebben
regelmatig zo'n sterke gevoelens en kunnen zo intens genieten dat ze helemaal
opgaan in die ervaring, tijd en ruimte vergeten.
'Blijkbaar is
de sterke mystieke of topervaring een ontzaglijke intensivering van iedere
ervaring waarbij sprake is van zelfverlies of transcendering van het zelf, bvb.
probleemconcentratie, intensiteit, concentratie (...), intense zintuiglijke
ervaring, zichzelf vergeten, intens genieten van muziek of beeldende kunst.' (p.134)
9. Gemeinschaftsgefühl
De ZA heeft een
diepe genegenheid, sympathie en hartelijkheid voor zijn medemensen. Hij wil de mensheid helpen.
'Als het erop
aankomt, is hij in bepaalde opzichten een onbekende in een vreemd land. Heel weinig mensen begrijpen hem werkelijk,
hoeveel ze ook van hem mogen houden. Hij
is dikwijls bedroefd, verbijsterd en zelfs woedend om de tekortkomingen van de
gemiddelde mensen, en ofschoon ze hem gewoonlijk alleen maar hinderen, worden
ze soms een bittere tragedie voor hem.
Hoever hij soms ook van hen af staat, hij voelt niettemin een
fundamentele verwantschap met deze schepselen die hij beschouwen moet, indien
niet neerbuigend, dan toch in de wetenschap, dat hij veel dingen beter kan dan
zij, dat hij dingen kan zien die zij niet kunnen zien, dat de waarheid die voor
hem zo duidelijk is, voor de meeste mensen gesluierd en verborgen is.' (p.135)
10. Interpersoonlijke
betrekkingen
De ZA kent een
grotere empathie, welwillendheid, diepere contacten dan anderen. Deze hechte banden heeft hij echter met
weinigen, omdat zijn vriendenkring klein is.
Hij selecteert zijn vrienden streng op basis van talent, karakter en
bekwaamheid.
Hij kan ook streng
en zelfs vijandig zijn, maar dan is het omdat de andere dit verdient of voor
zijn bestwil. Hij trekt makkelijk een
aantal bewonderaars of volgelingen aan, hoewel hij dit hinderlijk kan vinden.
11. Democratisch
De ZA maakt geen
onderscheid op basis van overtuiging, geloof, opleiding, klasse, ras, enz. Hij heeft de attitude om van iedereen iets te
kunnen leren en naar mensen op te kijken die iets goed kennen of kunnen.
12. Gevoel
voor humor
De humor van de ZA
blijkt van een bijzondere soort te zijn en heeft iets filosofisch.
‘Zulk een humor
kan doordringend zijn; de menselijke situatie, menselijke trots, ernst,
drukten, gejacht, ambitie, streven en plannen maken kunnen alle gezien worden
als vermakelijk, humoristisch, zelfs grappig.’ (p.140)
13. Creativiteit
De ZA is
origineel, vindingrijk, fris, verrassend.
Hij wordt niet zo sterk beïnvloed of bepaald door de heersende cultuur
en is dus spontaner en natuurlijker, vernieuwend.
‘Het is alsof
dit speciale type creativiteit, dat een uitdrukking van de gezonde
persoonlijkheid is, op de wereld geprojecteerd wordt of iedere activiteit
beïnvloedt waarmee de persoon zich bezighoudt. (…) Alles wat men doet kan met
een bepaalde houding, een bepaalde geest
worden gedaan, die voortkomt uit de karaktergesteldheid van de persoon die de
handeling verricht.’ (p.141-142)
14. Liefde
De auteur van het
vermelde cursusboek geeft een uitstekende en mooie beschrijving van liefde:
‘Ze bestaat in
de eerste plaats uit een gevoel van tederheid en genegenheid, gepaard aan grote
vreugde, geluk, voldoening, verrukking en zelfs extase bij het ondergaan van
dit gevoel (als alles goed gaat). Er
bestaat een neiging dichterbij te komen, tot een intiemer contact te geraken,
de geliefde persoon aan te raken en te omhelzen, naar hem te hunkeren. Deze persoon wordt voorts op de een of andere
wenselijke wijze waargenomen, hetzij als mooi, als goed of als
aantrekkelijk. In ieder geval schuilt er
genoegen in naar de geliefde te kijken en met hem samen te zijn en schuilt er
verdriet en terneergeslagenheid in scheiding van hem. Misschien komt hieruit de neiging voort de
aandacht op de geliefde persoon te concentreren, tezamen met de neiging andere
mensen te vergeten en de waarneming zodanig te versmallen dat vele dingen niet
worden opgemerkt. Het is alsof de
geliefde persoon als zodanig aantrekking uitoefent en de aandacht en de
waarneming van de liefhebbende persoon naar zich toe trekt. Dit gevoel van plezier in contact en
samenzijn blijkt ook uit de begeerte, met de geliefde zoveel mogelijk en in
zoveel mogelijk situaties samen te zijn: in het werk, bij het spel en gedurende
esthetische en intellectueel bezigheden.
Dikwijls wordt uitdrukking gegeven aan het verlangen plezierige
ervaringen met de geliefde te delen, zodat vaak getuigd wordt dat de plezierige
ervaring door de aanwezigheid van de geliefde nòg plezieriger is.’ (p.144)
Het willen geven, intimiteit, elkaar volledig willen kennen en aanvaarden zijn typische kenmerken van een partnerrelatie. Bij de ZA valt bovendien waar te nemen: een afwezigheid van afweerhoudingen en van rollen, oneerlijkheid, hypocrisie, waakzaamheid, onderdrukken van gevoelens, enz. Hij kan en mag helemaal zichzelf zijn bij zijn partner, inclusief zwakheden en tekortkomingen. De ZA heeft meer aandacht voor de psychologische eigenschappen van een partner dan voor lichamelijke aantrekkelijkheden. Hij heeft niet het gevoel dat er aan hem eisen of verwachtingen gesteld worden.
‘Menninger
maakt de zeer scherpzinnige opmerking dat mensen werkelijk van elkaar willen
houden, maar niet weten hoe ze het moeten aanleggen. Dit geldt veel minder voor gezonde
mensen. Zij althans weten hoe ze moeten
liefhebben, en ze kunnen dit vrijelijk, gemakkelijk en natuurlijk doen, zonder
in conflicten of bedreigingen of remmingen vast te lopen.’ (p.148-149)
De ZA streeft naar groei en geluk van zijn partner en dit komt voort uit het eigen vermogen tot liefhebben. Hij voelt de behoeften van de partner aan als zijn eigen behoeften. Hij respecteert de individualiteit en de uniekheid van de andere, hij “bezit” de partner niet, hij zal de ander niet gebruiken voor eigen doeleinden noch overheersen, vernederen, enz. Hij geniet van de andere en bewondert deze zonder daarvoor iets in de plaats te willen. Hij lijdt niet aan een tekort-liefde in de zin van “Ik kan niet zonder jou” maar kent een groei-liefde.
‘Wat wij bij de
liefdesbetrekking zien, is een samensmelting van een groot vermogen tot
liefhebben en tegelijkertijd veel respect voor de ander en veel respect voor
zichzelf. Dit blijkt uit het feit dat men van deze mensen niet in de gewone zin
des woords kan zeggen dat ze elkaar nodig hebben zoals gewone minnenden. Ze kunnen bijzonder dicht bij elkaar staan en
toch, zo nodig, uit elkaar gaan zonder innerlijk ineen te storten.’ (p.163)
Persoonlijk
vergelijk ik een relatie soms met samen op reis gaan. Hoe zwaarder je koffer is en/of die van je
partner, hoe moeilijker de reis. Hoe
minder bagage je meesleurt, hoe makkelijker de reis. De vraag is dus wat er allemaal aan ballast
in je koffer steekt; ballast van je jeugd, het onderwijs, het milieu waarin je
opgegroeid bent, niet verwerkte tegenslagen, enz.
de zelfactualiserende mens |
|
het economisch ideaal |
|
|
|
|
|
zelfopvoeding |
|
opvoeding |
|
zelfvorming |
|
schoolse
vorming |
|
intrinsieke
motivatie |
|
extrinsieke
motivatie |
|
|
|
|
|
rust |
|
onrust |
|
|
|
|
|
individu |
|
uniform |
|
|
|
|
|
eenheid |
|
verdeeldheid |
|
gelijkheid |
|
hiërarchie |
|
gaat
eigen weg |
|
massamens |
|
|
|
|
|
creatie |
|
recreatie,
brood en spelen |
|
|
|
|
|
passie |
|
futloos |
|
|
|
|
|
actief |
|
passief |
|
|
|
|
|
innerlijk |
|
uiterlijk |
|
|
|
|
|
zelfwaardering,
eigenwaarde |
|
waardering
van anderen |
|
|
|
|
|
zelfstandig,
onafhankelijk, onthecht |
|
afhankelijk,
gehecht |
|
|
|
|
|
meevallers |
|
tegenvallers |
|
|
|
|
|
levend
voedsel |
|
dood
voedsel |
|
|
|
|
|
sterke
immuniteit |
|
zwakke
immuniteit |
|
|
|
parasiet |
|
kiezen |
|
er wordt
voor hen gekozen |
|
|
|
|
|
kritisch |
|
jaknikkers,
meelopers |
|
|
|
|
|
spiritueel |
|
materieel |
|
|
|
|
|
de kracht
van enthousiasme |
|
depressie |
|
|
|
|
|
positief
denken |
|
negatief
denken |
|
|
|
|
|
liefde,
vertrouwen |
|
angst |
|
onvoorwaardelijk |
|
voorwaarden |
|
ab-normaal |
|
normaal |
|
|
|
|
|
verantwoordelijkheid |
|
slachtoffermentaliteit |
|
|
|
schuld op
anderen/omstandigheden steken |
|
in eigen
handen |
|
in handen
van anderen |
|
|
|
|
|
gevoelens
onder contrôle |
|
meegesleept
worden door emoties |
|
constructief |
|
destructief |
Geraadpleegde literatuur:
De Block, A., Inleiding tot de Algemene Didactiek, Standaard, Antwerpen, 1997
S.n., Psychologie
– geselecteerde teksten, Nieuw Leven, Genk, s.a.