Liefde is een werkwoord

 

De romantische verwachtingen :

·        Hij of zij gaat mij volledig begrijpen

·        We voelen elkaar volledig aan

·        We zullen altijd van elkaar houden, dag in, dag uit

·        We zullen nooit conflicten hebben

·        We zullen altijd hetzelfde willen of toch zoveel mogelijk

·        We zullen elkaars wensen vervullen

·        Ik kan alles tegen mijn partner zeggen, zonder moeite

·        Het zal allemaal vanzelf gaan

 

De realiteit:

·        Individuen verschillen

·        De kleine verschillen die dagelijks terugkomen

·        De grote verschillen, in verwachtingen, in betekenissen van relevante begrippen, in opvattingen, in modellen

·        Verliefdheid is een oogziekte

 

Kenmerken van een huwelijk/relatie:

·        Bedoeld om dicht bij elkaar te zijn en

·        Om lang te duren

·        Het doel van de relatie ligt in de relatie zelf: samen leven om samen te zijn

·        De partners mogen zijn wie ze zijn, met mogelijkheden en beperkingen, met fouten en gebreken, hoeven geen masker te dragen zoals op het werk, op straat enz

·        Ze mogen hun eigen gevoelens laten zien, uitdrukken: emotionele intimiteit

·        De partners voelen met elkaar mee.  Dit wil niet zeggen dat jij hetzelfde gevoel hebt als je partner, maar dat je begrijpt dat de ander zich zo voelt.  Het gaat dus om echt begrip.

·        Goede, prettige lichamelijke omgang met elkaar: lichamelijke intimiteit

·        Aandacht.  Je krijgt en je geeft aandacht.

·        Inzet.

·        Gelijkwaardigheid.  Beide partners hebben even veel te zeggen.  Niet te verwarren met gelijk-zijn.  Beide partners zijn verschillend, maar evenveel waard. 

 

Daarbij komt nog de zakelijke kant kijken van de relatie: de woning, het inkomen, het comfort, de rekeningen, de administratie, de boodschappen, het huishouden, het vervoer, afspraken, de school van de kinderen, enz.

In een huwelijk lopen de zakelijke en de intieme aspecten door elkaar.

Er zijn huwelijken met veel intimiteit maar weinig organisatie, waar het zakelijke vaak misloopt.  Er zijn ook huwelijken waar de organisatie zeer goed is, maar met weinig intimiteit, aandacht voor elkaar, samenzijn.

 

De kleine verschillen

in dagdagelijkse gewoontes bvb verschillen in manier van tafeldekken, afwassen, eten, ramen poetsen, de was doen, knijpen in de tandpastatube, comfortabele kamertemperatuur, wegdoen van de vuile was, opruimen, het slepen van zijn pantoffels over de vloer, die tic, het vergeten van kleine dingen enz, enz.  Het gaat vaak om kleine dingen die helemaal niet erg zijn, maar die wel elke dag terugkomen en een beetje ergenis veroorzaken.  Vele kleintjes maken echter op lange termijn een groot.

 

 

De grote verschillen

zoals wat betekent het voor jou om samen te wonen, getrouwd te zijn, een man te zijn, vader of moeder te zijn, werk te hebben, uitgaan, kinderen hebben of niet, verhouding tussen geven en krijgen, hoeveel tijd we hebben voor elkaar als we alle twee gaan werken, hoeveel comfort willen we, hoeveel inkomen hebben we nodig om al het comfort, de kinderen, de vakanties enz te kunnen veroorloven,...

 

Door deze kleine en grote verschillen wordt men al snel geconfronteerd met het feit dat het zgn romantische ideaal van harmonie en eenheid niet lang blijft duren.  Dergelijke verschillen bestaan tussen gelijk welke mensen, maar in een huwelijk zit men heel dicht op elkaar, en is het de bedoeling om lang bij elkaar te blijven.  Het besluit is dat problemen een normaal deel zijn van het huwelijk.  Er zijn af en toe wrijvingen, irritaties, frustraties, conflicten, ergernissen, problemen.

Er zijn nu een viertal redenen waarom een probleem in een huwelijk in eerste instantie eerder erger zal worden dan verbeteren.

1.      Op een bepaald moment is voor één van de twee de grens bereikt en trekt hij of zij aan de noodrem, zegt dat het zo niet langer kan en dat er iets moet veranderen.  Dit betekent meestal voor de ander, die niet beseft dat het zo erg was, een schok

2.      De partners verbazen zich over het feit dat ze dingen doen die ze niet willen doen, dat er soms ruzie is, onenigheid.  Ze begrijpen het niet.  Dit komt door een gebrek aan inzicht in relaties en patronen.  Men leert er ook niets over op school.  Men denkt er niet aan dat er relatieproblemen kunnen ontstaan.  Er is wel literatuur over, maar men leest liever iets anders, iets luchtigers, enz.

3.      Men heeft geen gemeenschappelijk inzicht.  Dit wil zeggen dat het om hetzelfde probleem gaat, maar door de beide partners op een andere manier wordt bekeken, geïnterpreteerd of aangevoeld.  Bij bespreking van het probleem lijkt het wel alsof beide gelijk hebben.

4.      Men heeft geen methode om een probleem op te lossen.  Of men is het niet eens over de methode om het probleem op te lossen.

 

Bovendien is een huwelijk nooit af, het verandert voortdurend.  Zo kunnen er in een huwelijk een aantal fasen onderscheiden worden:

1.      Geen kinderen

2.      Baby in huis

3.      Eerste kind dat naar de kleuterschool gaat of naar lagere school

4.      Kinderen die naar de middelbare school gaan

5.      Kinderen verlaten het gezin

6.      Lege nest

 

Tussen elk van deze fasen ligt een overgang en dat betekent telkens een crisis.  Zo is het bvb niet zo dat als men erin slaagt een goed gezin te hebben met kleine kinderen, men ook automatisch een goed gezin zal hebben met grote kinderen.  Bij elke nieuwe fase dienen er nieuwe afspraken gemaakt te worden, staat men anders tegenover elkaar.

 

Met al deze factoren en mogelijke problemen, kan men zich natuurlijk de vraag stellen wat een goed huwelijk is en of een huwelijk in wezen iets onmogelijks is door de verschillen tussen mensen...  Het is begrijpelijk dat veel mensen voor een LAT-relatie kiezen, waarbij ze elk apart blijven wonen, o.a. omdat de verschillen minder zwaar doorwegen en om zo de kans te vergroten dat de relatie langer zal duren en minder ergernissen zal veroorzaken.

Alleen wonen is niet, zoals sommigen denken, je afzonderen van de wereld maar is ook een manier om met anderen en de maatschappij om te gaan.

 

Wat is een goed huwelijk?

Als je vertrekt vanuit het idee om 100% huwelijksgeluk na te streven, streef je iets onmogelijks na, zoals je begrijpt uit het voorgaande.

Men steekt zeer veel in een huwelijk, maar men haalt er ook veel uit.  Er zijn de kosten en de baten.  In de ene schaal van de weegschaal leg je wat je erin stopt, je inspanningen, je tijd, je geduld, het verdragen van dingen enz.  In de andere schaal leg je wat het je oplevert: gezelligheid, vreugde, voldoening, comfort, warmte, lichamelijke intimiteit, enz.  Als de schaal aan de positieve kant uitslaat, kun je zeggen dat je huwelijk goed is.  De winst weegt zwaarder dan de inspanningen, de pijn, de vermoeidheid, de ergernissen, de investering.  Alles bij elkaar opgeteld, wat het me kost en wat het me opbrengt, kies ik ervoor om met jou verder te gaan.

Je kunt wel zeggen: ik wil het nog verbeteren.  Dat kan altijd.  Maar je begint het te bekijken onderaan, je telt vanaf 0%.  Je begint niet vanaf 100% om daarna te zakken.

 

Kan een mens veranderen?

In de volksmond zegt men: “Hij is altijd zo geweest”, of: “Het is haar karakter” enz.  Dit is nogal pessimistisch.  Een mens is het resultaat van:

·        Aanleg

·        Milieu

·        Opvoeding

·        Onderwijs

 

Vanuit deze factoren lijkt er inderdaad niet veel hoop te zijn.  Er is gelukkig nog een andere factor, nl. de persoonlijke factor.  Deze maakt dat een mens keuzes kan maken, beslissingen nemen.  Hij kan zelf een opleiding kiezen, een omgeving om te wonen, een partner, al of niet kinderen enz.  Hij kan ook iets doen aan het lichaam door te trainen, gezond te eten, kleding enz.  Hij kan ook iets aan zijn persoonlijkheid verbeteren.  Dit heet ook wel de persoonlijke marge. 

Mensen en relaties zijn niet onveranderlijk.  Persoonlijkheidseigenschappen zijn meer aangeleerd dan men denkt.  Wat wordt overgeërfd zijn niet die eigenschappen, maar wel de aanleg tot een eigenschap.  Er zijn omgevingsfactoren nodig om die eigenschap te ontwikkelen.  Een kind kan bvb. de aanleg hebben om een topklasse tennisser te worden, maar omdat het moet opgroeien op de vuilnisbelten in Brazilië, krijgt het niet de kans om deze aanleg te ‘actualiseren’, te ontwikkelen.  Dit in tegenstelling tot het kind van een beroemde tennisspeler die het al vroeg in contact brengt met het tennisspel op het tenniscourt dat naast zijn villa is aangelegd.

Zo leren mensen hun gevoelens te uiten of te verzwijgen, beleefd te zijn of niet, meedogend te zijn of niet, enthousiast te zijn of onverschillig, zelfstandig of afhankelijk, sociaal of niet enz.

 

Het temperament omvat de aanleg voor eigenschappen.  Het karakter omvat de aangeleerde eigenschappen.  In een gezonde psychisch ontwikkeling is het karakter in overeenstemming met het temperament.  Als door de opvoeding het karakter niet in overeenstemming is met het temperament, zal dit voor problemen zorgen. 

Stel dat twee ouders een kind hebben dat een vuur-type is, gekenmerkt door enthousiasme, passie, een luide stem, rusteloosheid enz.  Als nu de ouders geen raad weten met dat vuur en het graag rustig in huis hebben, zullen ze die “ongewenste” eigenschappen van het kind door hun reacties, straffen enz onderdrukken zodat het bvb een water-type wordt op volwassen leeftijd.  Als een gezondheidstherapeut nu zo’n persoon op consult krijgt, merkt hij door diens constitutie en fysionomiek op dat het om een vuurtype gaat, maar door diens taalgebruik, stem, gebaren, schuchterheid, gevoeligheid, meegaandheid enz lijkt die persoon een watertype te zijn.  Zo weet de therapeut dat er ergens iets niet klopt en dat de persoon om tot een meer evenwichtige persoonlijkheid uit te groeien en van bepaalde klachten af te raken, het sluimerende vuur zal moeten tot ontwikkeling brengen in zijn leven.

Bepaalde gewoontes en eigenschappen veranderen is moeilijk, maar het kan.  Er is een marge, een speling dankzij de persoonlijke factor en de wilskracht die het mogelijk maakt iets te veranderen.

 

Individueel denken: wie?

·        Het gaat hier om wat in de beide personen zit.

·        Wie is de schuldige, wie is er verantwoordelijk voor, wie is hier gek, wie is begonnen, enz.  De fout ligt bij één van de twee.  Het antwoord is meestal: de andere.  Er zijn echter ook mensen die alles aan zichzelf wijten.

·        Eerst is er hun karakter, en daaruit volgt de omgang met elkaar.  Deze mensen gaan zo met elkaar om omdat ze zo zijn.

 

Vb we hebben te maken met een agressieve man en een koppige vrouw, zodoende maken ze veel ruzie.  Vragen we aan de man waarom hij ruzie maakt, dan heeft hij gelijk en zij ongelijk.  Vragen we aan de vrouw waarom zij ruzie maakt, dan heeft zij gelijk en hij ongelijk.

 

Relationeel denken: hoe?

·        Hier gaat om wat er tussen de beide personen gebeurt.  Hoe reageert de ene op de ander en omgekeerd?  Het helpt niet als alleen de ene verandert, beide zullen moeten veranderen.

·        De schuldvraag komt te vervallen.  Er is geen goede en geen slechte.  De partners dragen beide bij tot het probleem.

·        Deze mensen gaan zo met elkaar om omdat ze het elkaar hebben geleerd.  De partners zijn zo geworden omdat ze zo met elkaar zijn omgegaan.

 

Vb allebei willen ze eigenlijk geen ruzie maken, maar toch gebeurt het.  Men moet met tweeën zijn om ruzie te maken, om het spel te spelen.  Alleen kan men geen ruzie maken.

Als de manier van omgang met elkaar verandert, veranderen ook beide partners.  Leren anders met elkaar om te gaan dan men gewoon is.

 

Gelijkwaardigheid

 

Mijn tijd, wat ik wil, denk en voel zijn evenveel waard als jouw tijd, wat jij wil, denkt en voelt.  Een goede verdeling van taken is er één waarover beide tevreden zijn.

 

Kenmerken van een gelijkwaardige relatie:

1.      Zelfstandig.  Beide partners zijn zelfstandig, kunnen autonoom denken en opkomen voor zichzelf en voor wat hen belangrijk lijkt.  Ze zijn allebei, elk voor zich, verantwoordelijk voor de relatie.

2.      Communicatie.  Beide bepalen de regels, dus moeten ze open zijn en kunnen praten met elkaar.

3.      Conflictoplossing.  Als wat ik wil evenveel waard is als wat jij wil, maar jij wil iets anders, wat gaan we dan doen?  Overleg is noodzakelijk en conflicten zijn onvermijdelijk.

4.      Inzet.  De hele relatie steunt op de inzet van beide partners, het engagement, de inspanningen en dit gebeurt uit vrije keuze.

 

 

 

 

 

 

 

 

Voor jezelf opkomen in de relatie

 

Elke partner heeft dingen nodig van en voor zichzelf.  Dit wordt de territoriale behoefte genoemd.  Het gaat om het afbakenen en verdedigen van een eigen leefdomein, jouw terrein.  Het gaat hier om een zestal aspecten.

 

1. Een aantal voorwerpen

Vb eigen bureaumateriaal, boeken, CD’s, films, tas, computer, agenda, enz. 

 

2. Een aantal taken

In het klassieke rolpatroon is de taakverdeling duidelijker.  Nu de partners zelf de spelregels bepalen, is het moeilijker.  Er moet meer overlegd worden:

·        Wie doet wat?  Het gaat hier om de uitvoerder. 

·        Wie bepaalt wie wat doet?  Het gaat hier om de verantwoordelijke.

Moelijkheden in dit domein ontstaan vaak omdat men geen onderscheid kan maken tussen degene die de taak uitvoert en degene die de controle heeft over de taak.  Bvb. Xavier rijdt het gras af en Veronique zegt wanneer, hoe, hoe vaak en kijkt of het goed gedaan is, waarbij Xavier zich ergert.  Xavier is de uitvoerder, Veronique de verantwoordelijke.  Bij ergernissen kan men ertoe komen controle en uitvoering bij één en dezelfde persoon te leggen, of te splitsen, of compensaties te vragen op een ander vlak.

 

3. Aandacht

Iedereen wil af en toe de volledige aandacht van de andere, om te praten, te knuffelen enz.

Lichamelijke klachten kunnen al of niet onbewust of onbedoeld ervoor zorgen dat men aandacht krijgt van de andere gezinsleden.

 

4. Zeggenschap over eigen gedachten en gevoelens

Eigen kostbare herinneringen, fantasieën, dagdromen, dagboek, brieven.  Eigen voorkeuren voor muziek, film, literatuur enz ook al deelt de partner niet dezelfde voorkeuren.

 

5. Een vluchtheuvel

Het gaat hier om tijd en ruimte even helemaal alleen voor zichzelf, voor de eigen gedachten en activiteiten, zonder gestoord te worden door anderen.  Dit kan de zolder zijn, de kelder, de keuken, hobbykamer, garage, tuin, WC, badkamer, een wandeling met de hond enz.

 

6. Het eigen lichaam

Eigen keuze van kleding, kapsel, cosmetica, schoenen enz.  Respect voor keuzes op seksueel vlak, voor het recht om neen te zeggen als men er geen zin in heeft.

 

Heel wat conflicten kunnen opgelost worden door afspraken te maken omtrent deze thema’s.

Bvb als Xavier na een hele dag werken moe thuis komt heeft hij behoefte aan rust (vluchtheuvel) door een halfuurtje op het bed te gaan liggen, zodat Veronique haar behoefte aan aandacht na een hele dag alleen te zijn geweest even moet uitstellen.  Rust en aandacht kunnen niet tegelijk, dit geeft ergernissen.

 


Territoriale vaardigheden

 

Agressie

Wordt in dit verband neutraal gebruikt.  Het heeft hier niets te maken met geweld, maar het betekent hier terreinuitbreiding, het vergroten van je terrein.

Bvb je hebt de gewoonte om op woensdagavond te gaan tennissen.  Die avond is jouw terrein.  Stel dat jouw partner erin slaagt jou een woensdagavond af te nemen, bvb hij heeft per ongeluk het grote raam van de woonkamer gebroken door er met de ladder tegen te stoten en hij heeft jouw hulp nodig om een nieuw raam erin te zetten.  Hij is erin geslaagd door je te overreden, door te zeuren, door tranen, eender hoe.  Hij heeft jouw terrein of een deel ervan afgenomen.  Dit verstaat men onder agressie.

 

Zelfverzekerdheid

Hier verdedig je je terrein in geval van pogingen tot agressie, tot terreinuitbreiding van een ander.  Je ontkracht de argumenten van de ander, gaat niet in op emotionele chantage, enz.  Je blijft voet bij stuk houden.

 

Vijandigheid

Hier gaat het om vernietigend gedrag als reactie op terreinuitbreiding bvb door het de ander betaald te zetten, onvriendelijk te zijn, de avond te verknoeien, te klagen bij een ander, door hysterische buien te krijgen, huisraad stuk te slaan, te brullen, ziek te worden enz.

Als je je terrein met de jaren steeds meer laat afnemen, zodat de ander vooral het plezier heeft en jij zelf de lasten, dan is er iets ernstigs misgelopen met de territoriale situatie.  De ander is te agressief geweest en jij te weinig zelfverzekerd, je hebt teveel gegeven. 

 

In een gezonde relatie is er een evenwicht tussen geven en krijgen.  Beide hebben voldoende territorium.  Door goede communicatie wordt er onderhandeld over het terrein, over wat je wil geven of niet, wat je in ruil krijgt enz.  Het gevoel dat hierin centraal staat, is irritatie.  Dit is nl een signaal dat iemand je terrein binnendringt, een alarmbel.  Het is belangrijk hier op te letten, en dit niet te laten passeren of het erbij te nemen.  Je moet hier je verantwoordelijkheid nemen en beoordelen en beslissen wat je gaat doen met het stuk van je terrein dat ingepalmd dreigt te worden: geef je het of hou je het.

Bij langdurig negeren van irritatie, kan er vijandigheid optreden en dit kan leiden tot ondergang van de relatie.

 

Het is uiteraard ook zo dat er een gemeenschappelijk terrein bestaat dat van beide partners is.  hier worden de normen en controle samen vastgelegd en de taken samen uitgevoerd of gesplitst mits het nodige vertrouwen en communicatie.  Het gaat hier bvb om het huis, de auto, de opvoeding van de kinderen, een gemeenschappelijke pot voor de financiën.

 

 

 

Technieken om terrein te winnen: slinkse middelen

 

1.      Definitie

De luiers verversen is vrouwenwerk.  De man moet de kinderen straffen.  Voor haar duurt de volley van 20u-21u, voor hem van 20u-0u30 (hij rekent het drinken en nababbelen erbij, zij niet).

2.      Vleierij

3.      Hulpeloosheid

Ik kan dat niet, doe jij dat maar.

4.      Ik doe dat zo, het is voor jouw bestwil.

5.      Iemand een schuldgevoel in de schoenen schuiven.

Waarom ben je zo laat, ik heb zo lang zitten wachten, nu is het eten verknoeid.  Ik werk me krom en jij verspilt het geld aan onbenulligheden.

6.      Chantage

Je zoekt werk, of ik vertrek.  Je stopt met dat duivenkot, of ik steek de kat erin.

7.      Verleiding

Als je de zolder opruimt, zal ik nooit meer zeuren.  Als je vroeger van de volleybal komt, maak ik morgen je favoriete dessert.

8.      Rookgordijn.

Beginnen filosoferen over pijnlijke thema’s zonder stellingname of duidelijk antwoord.

9.      Pacifisme

We gaan daar toch geen ruzie over maken?  Zo kan men met vriendelijke soepelheid zich zonder wapengekletter het domein van de ander toeëigenen terwijl de ander een schuldgevoel krijgt.

10.  Geheugenverlies

Hebben we dat afgesproken?  Heb je dat gezegd?

11.  Psychoanalyse

Waarom-vragen stellen over vanzelfsprekende zaken.  Interpreteren, de ander verborgen motieven toedichten.

12.  Spot

De ander belachelijk maken

13.  Ziekte

In het geval dat het effect van klachten en ziekte blijkt te zijn dat men terreinwinst kan boeken.

14.  Infiltratie

Heel geleidelijk te werk gaan zonder dat de ander het merkt.  Ook bekend als de schoonmoedertactiek.

15.  Snelle overname

De partner voor voldongen feiten stellen.  “Ik kwam per toeval mijn vriend van vroeger tegen, ik heb hem meegebracht om bij ons iets mee te eten.”

 

Reactiemethoden

 

·        Leren de wapens te herkennen die de ander gebruikt.

·        Uitstel vragen.  “Wacht eens even”, “daar moet ik eens over nadenken”

·        Effectief weigeren.  “Ik doe het niet”, “ik denk er niet aan”.

·        Uitleggen hoe belangrijk een terrein voor jou is.

 

Betere middelen om terrein te veroveren: open middelen

 

·        Echt vragen, zonder tegenprestatie.

Vb. “Lieveling, ik weet dat je vrijdagavond altijd gaat volleyballen, maar ik zou je willen vragen of we misschien die avond eens samen naar de film kunnen gaan?”

·        Ruilen

Van de ander een prestatie vragen in ruil voor een prestatie van jouw kant.

·        Een prijs vragen

“Wat moet ik voor je doen als je mijn rug eens masseert?”

 

 


Communicatie in het huwelijk

 

Alles wat de één doet, zegt, of nalaat, geeft informatie aan de andere en beïnvloedt het gedrag van de andere.  Zo ook vice versa.  De partners in een relatie beïnvloeden elkaar voordturend.  Beide zenden elkaar tegelijk boodschappen.  Er is een gelijktijdig begin van communicatie aan beide kanten.  Men kan zich niet onttrekken aan communicatie: men kan niet niet communiceren.  Als je iets niet doet of zegt, beïnvloedt dit de ander.

 

Er is verbale communicatie, maar ook non-verbale communicatie: gebaren, toon waarop iets gezegd wordt, mimiek of gelaatsuitdrukking, het accent in een zin, lichaamshouding, lichaamsverschijnselen zoals rood worden, hoofdpijn, beven, zuchten enz, oogcontact, tempo waarmee iets gebeurt,...  De meeste communicatie vindt plaats via non-verbale weg.  Verbale communicatie is duidelijker, logischer, meer genuanceerd; non-verbale communicatie is vager en voor meerdere interpretaties vatbaar.

Vb is een vuistslag op tafel een teken van macht of van onmacht?  Wordt men wit van woede of van angst?  Betekent een streling troost of tederheid?

 

In communicatie is er een inhoudsaspect en een relationeel aspect van de boodschap.  Het relationeel aspect wordt hfdz non-verbaal uitgedrukt.

Vb. Gesprek aan tafel.  Bert zegt: “mijn kopje is leeg”.  Greet staat op, gaat de thee halen en vult Berts kopje bij.  Het inhoudsaspect: mijn kopje is leeg (mededeling).  Het relationeel aspect: ik bepaal wat jij doet, ik ben hierover de baas, jij voert uit.

Vb. Bert zegt: “mijn kopje is leeg”.  Greet kijkt in het kopje en zegt: “inderdaad” en leest verder haar tijdschrift.  Greet laat hier weten dat ze de relatie gelijkwaardig vindt.

 

Tegenstrijdigheden, woordspelingen, dubbelzinnigheden in de communicatie

 

1.      Zichzelf tegenspreken.

Vb. het ‘ja, maar’ – spel

 

2.      Het verbale klopt niet met het niet-verbale. 

Vb. Hij zegt “ik heb zin om met jou wat te wandelen” maar krijgt na een paar honderd meter pijn aan zijn been.  Zij zegt dat ze zin heeft in seks, maar klaagt over hoofdpijn.  Hij zegt “ik ruim dat wel even af, hoor” en doet dat met een zuur gezicht.

 

3.      Tegenstellingen binnen het niet-verbale. 

Vb. Je partner een houterige kus geven.  Nakijken wat er is misgelopen met de computer waarop je vrouw gewerkt heeft, met veel zuchten.

 

4.      Inhoud in tegenstrijdigheid met relationeel aspect.  Hier gaat het erom of je iets doet omdat je het zelf wil, of omdat de ander het je opdraagt.

Vb. Je moet me spontaan helpen in de keuken.  Ga je me een bloemetje kopen voor mijn verjaardag?  Laat mij mezelf zijn, alsjeblief.

 

Glasheldere communicatie

 

1.      Het verbale is in overeenstemming met het non-verbale

Vb. “ik heb vandaag geen zin om te vrijen, want ik heb last van mijn rug”

Vb. “ik luister” en tegelijkertijd de krant wegleggen en zich naar de ander toekeren.

 

2.      Spaar de partner niet teveel, wees niet te voorzichtig, maar gebruik wel een constructieve communicatie

 

3.      Neem een standpunt in ipv vragen te stellen die geen vragen zijn en een verborgen boodschap inhouden

Vb Waarom liggen die sokken hier? - Omdat ik ze daar geen gesmeten heb...

Maar wel: Ik heb er een hekel aan overal achter jouw gat te moet lopen om alles op te ruimen.

 

4.      Concreet en specifiek ivp vaag en algemeen

Vb. Ik zou er eens aan moeten beginnen. 

Wel: morgen tussen tien en elf ruim ik de zolder op.

 

5.      Je partner is niet helderziende.

Veronderstel niet dat de ander weet wat je bedoelt.

 

6.      Maak je zinnen af

Vb. Je weet wel...  Die keer toen...

 

7.      Actief luisteren naar je partner.

Zie hiervoor het stuk over geweldloze communicatie.

 

8.      Meta-communicatie

Dit wil zeggen praten over de communicatie.

Vb. Kom ik duidelijk over?  Praat ik niet te stil? Wil je dat even herhalen? Luister je naar me?

 

9.      Zeg duidelijk wat je voelt ipv standpunten en discussies over feiten

Vb Ik vind het vervelend en vermoeiend dat ik een hele dag werk en dan ’s avonds ook nog eens zelf het eten moet klaarmaken.  Ipv: “een vrouw moet aan de kookpot staan!”

 

10.  Als je een probleem wil aankaarten, onderzoek dan eerst in jezelf wat er aan de hand is en of de oorzaak niet bij jouzelf ligt.

 

11.  Hou oogcontact tijdens een gesprek

 

12.  Schep een gunstige situatie voor een belangrijk gesprek.

Vb. Zet de TV af, leg de kinderen eerst in bed

 

13.  Een goed gesprek vraagt een aanlooptijd waarin je over koetjes en kalfjes praat.

 

14.  Spring niet van de hak op de tak, betrek er geen drie andere problemen bij: werk eerst één onderwerp af, dan een ander.

 

 

Mythes over jezelf

 

Het gaat om overdreven beelden die je hebt van jezelf.

We hebben de gewoonte gemakshalve etiketten te kleven op mensen en ook op onszelf.

Iedereen heeft oneindig veel persoonlijkheidseigenschappen.  Als je jezelf beschrijft, kies je er enkele uit die je belangrijk vindt.  Dan heb je de neiging over deze eigenschappen in twee polen te denken, bvb volgzaam of leidinggevend, handig of onhandig, dom of slim, dik of mager, ziek of gezond.

Als je bvb zegt “ik ben verlegen” dan is dat eigenlijk een vereenvoudiging.  Er zijn ongetwijfeld situaties waarin je niet verlegen bent, bvb thuis.  Of “ik ben niet aantrekkelijk” terwijl er wellicht enkele aantrekkelijke eigenschappen zijn.

 

In een realistisch zelfbeeld plaats je jezelf ergens tussen die twee polen zodat er variatie mogelijk is: “ik ben nogal verlegen” of “in sommige situaties ben ik verlegen”.

In een mythisch zelfbeeld plaats je jezelf in één pool en denk je dat je absoluut en onveranderlijk zo bent.  “ik ben altijd zo geweest en zal altijd zo blijven.”  Je zit vast.

Het gevolg hiervan is dat je denkt dat je niet kan veranderen en dat je daarbovenop nog aan self-fulfilling prophecy gaat doen: je trekt situaties aan, creëert situaties waarvan je zal kunnen zeggen “Zie je wel!”.  Zo’n mythe werkt bovendien als een groene fles, waardoor je de wereld als groen waarneemt.  Als je in een groene fles leeft, is alles groen.  Hoe je over jezelf denkt, bepaalt voor een belangrijk stuk je leven en kleurt de verhoudingen met andere mensen, incl je relatie.

 

 

Mythen in de relatie

 

Twee mensen kunnen elkaar kiezen vanuit eenzelfde soort mythe, of vanuit een aanvullende mythe.  Bvb gevoelige vrouw zoekt zachte man of gevoelige vrouw zoekt stoere man.  Elke keuze zal eerder een deel van die twee soorten keuzes inhouden.

In een goede partnerkeuze zoekt men naar een basis van gelijkheid op zoveel mogelijk punten en dan zijn er ook een aantal verschillen die de relatie interessant maken.  Dit verhoogt de kans op een succesvolle relatie.

 

Hoe ontstaan mythen in een relatie?

 

1. Verliefdheid

Verliefdheid kunnen we zien als een oogziekte.  Je ziet alleen de positieve eigenschappen van je partner.  Je zit dus aan het ene uiteinde van de pool.

Na vele jaren kan soms echter ook het omgekeerde ontstaan.  Je ziet dan alleen de negatieve eigenschappen.  Je zit dan aan het andere uiteinde van de pool.

In beide gevallen gaat het om een mythe, er is geen nuancering.  Men zegt ook ‘liefde is blind’.

 

2. Verliefdheid is tijdelijk

Verliefdheid komt en gaat, net zoals andere gevoelens.  Uit verliefdheid kan een liefdesrelatie bloeien.  Wellicht zorgt het dagelijkse concrete contact met de partner en de kleine en grote ver-schillen, dat men stilaan meer realistisch wordt.

 

3. Verliefdheid is passief

Verliefdheid overkomt je.  Het is niet zo dat je door je inspanningen ervoor zorgt dat je verliefd wordt op iemand.  Je hebt het niet in de hand, je hebt er geen controle over.

 

4. Verarming van de relatie

In een beginnende relatie is de wijze van elkaar beleven rijk en afwisselend.  Je bent regelmatig verrast over bepaalde eigenschappen, opvattingen, gewoontes, gedragingen van je partner.  De relatie ervaar je als boeiend.  Het beeld dat je hebt van je partner is een levend beeld.  Na vele jaren samenleven kan het beeld van elkaar echter verarmen; je ziet de ander niet meer vanuit vele standpunten maar slechts vanuit één of enkele.  Het gaat steeds weer over de rommel, of het gebrek aan geld, of de politieke meningsverschillen, of het gebrek aan tijd, enz.  Het beeld over de relatie en de partner raakt verarmd.

 

Hoe komt het zover?

 

a. De herhaling

van bepaalde feiten, gewoontes en gedragingen, gespreksonderwerpen.

 

b. De verwachting

Uit de herhaling van feiten volgt op termijn ook een verwachting dat die dingen weer gaan gebeuren, zullen zijn zoals de vorige keer.

 

c. De etikettering of definiëring

Na de herhaling en de verwachting volgt een etiket. 

Vb. Je bent altijd zo zwijgzaam.  Je bent een poetsmaniak.  Je bent een sloddervos.  Je kunt niet met de kinderen omgaan.  Je hebt alleen tijd voor jezelf.  Je bent nooit thuis.

 

d. Cirkelvormige oorzakelijkheid

In een lijnrechte oorzaak-gevolg relatie leidt een gedrag van partner A tot een gedrag van partner B.  In een cirkelvormige oorzaak-gevolg relatie is het zo dat A B beïnvloedt terwijl B ook A beïnvloedt.  Men beïnvloedt elkaar gelijktijdig.

Vb Dirk vindt nabijheid, intimiteit in een relatie belangrijk. Vera vindt zelfstandigheid en ruimte in een relatie belangrijk.  Telkens als Dirk een initiatief neemt om gezellig samen te zijn, doet Vera een tegenovergestelde beweging en neemt afstand: “ik heb zin om te lezen, ik moet nog naar mijn vriendin bellen, ik wil dat kookprogramma zien op TV...”.  Hoe meer zij afstand neemt, hoe groter de behoefte aan nabijheid van Dirk en hoe meer hij tracht dichterbij te komen.  Dit geeft Vera het gevoel dat hij te dicht op haar nek zit, zodat zij nog meer gaat benadrukken dat ze haar eigen dingen wil doen zonder gestoord te worden.

Zowel samenzijn als tijd voor zichzelf zijn twee belangrijke zaken in een relatie.  Maar na  enige tijd ontstaat het beeld van Dirk dat zij een koele, afstandelijke vrouw is die niet gesteld is op intimiteit.  Vera krijgt het beeld dat hij een controlerende, aandacht vragende en veeleisende man is.  Ze hebben dus een mythe over elkaar en ze leven in een mythische verhouding.

 

Ze zien niet dat Dirk Vera zo gemaakt heeft en dat Vera Dirk zo gemaakt heeft.  Ze veroorzaken bij elkaar hetgeen waarvoor ze vrezen.  Vera is bang voor controlerende mannen en Dirk is bang voor afstandelijke vrouwen.  Dit kan nog versterkt worden door de familie en vrienden.  Als Dirk bij zijn vrienden zou zeggen dat hij een afstandelijke vrouw heeft, krijgt hij de raad om haar meer te vertroetelen en in het oog te houden.  Als Vera tegen haar zus zegt dat ze een controlerende man heeft, krijgt ze de raad ervoor te zorgen dat ze regelmatig weg gaat.  Familie en vrienden versterken dus het probleem.  Ook goedbedoelende hulpverleners versterken het probleem.  Ze horen nl maar één kant van het verhaal en geven op basis hiervan adviezen.  Ze vergeten dat een relatie minstens twee verhalen heeft (ook de kinderen hebben nog een versie).

 

In hun redenering is er een volgorde: ze leggen het begin van de interactie bij de ander, terwijl ze in feite beide tegelijkertijd beginnen.  Bovendien verzwijgen ze beide iets.  Dirk vertelt haar niet dat, toen ze een avond weg was naar haar vriendin, hij op zijn eentje een goed TV-programma heeft gezien, gezellig met een glas bier, een zak chips en zijn voeten op de poef.  Vera zegt niet dat ze de maaltijd op zondagmiddag en de babbel erna erg aangenaam vond.  Ze verzwijgen dit om te vermijden dat de ander dit zal aangrijpen als stimulans om nog meer weg te gaan resp. meer dingen samen te doen.

 

Wat zijn de gevolgen van een relationele mythe?

1.      Verandering is niet mogelijk, is ondenkbaar.

2.      De mythe bewijst zichzelf door de wisselwerking waarbij men bij elkaar veroorzaakt wat men vreest.

3.      Men leeft met z’n tweeën in een groene fles.

4.      Er treedt een verarming op van de relatie.

 

Hoe kan men een mythe voorkomen?

1.      Geen gedachtenlezen.

Je gaat hier uit van het beeld dat je van de ander hebt en veronderstelt op die manier dat hij of zij zich op een bepaalde manier gaat gedragen.  Je ziet de ander zoals je denkt dat die is.  Het gaat er dus om weer echt naar elkaar te luisteren.

2.      Niet definiëren of etiketten plakken. 

Hierdoor verschuift men immers vlug in de richting van een mythe.

3.      Onderhandelen.

Beide bespreken samen expliciet het probleem en trachten bvb tot een compromis of afspraak te komen, zo concreet mogelijk: wanneer, hoe, hoe vaak, hoe lang, waar...  Dit biedt het voordeel dat de partners niet continu elkaar erover moeten aanspreken of lastig vallen en creëert rust en duidelijkheid.

 

 

Omgaan met gevoelens

 

Gevoelens zijn belangrijke signalen in een relatie.

Er zijn relaties die onderliggend beheerst worden door angst, om de partner te verliezen, dat de partner ongelukkig is of iets zal overkomen, voor kritiek of opmerkingen, enz.

In andere relaties komt veel irritatie voor.  Dit dient ook constructief aangepakt te worden.  Irritatie wordt vaak opgewerkt door en in bepaalde situaties.  Men kan actief iets aan die situaties gaan veranderen, om te vermijden dat er druppels ontstaan die de emmer doen overlopen.

Een zekere mate van zelfbeheersing en geduld is ook wel noodzakelijk in een goede relatie.

Gevoelens worden ook bepaald door wat men denkt.  Ik verwijs hiervoor naar het stuk over omgaan met gevoelens.

Gevoelens worden ook bepaald door gedragsverandering.  Eens iets nieuws uitproberen kan heel goed meevallen bvb naar een goed toneelstuk gaan of een klassiek concert of samen gaan zwemmen, wanneer men dit anders nooit doet.

 

Rituelen in een relatie kunnen een goed gevoel oproepen, bvb croissants eten op zondagmorgen, een gezelsschapsspel spelen, de jaarlijkse vakantie met het gezin.  Dit bevordert de gezelligheid en samenhorigheid. 

 

Tips voor gezond ruziemaken

 

Daar conflicten en meningsverschillen onvermijdelijk zijn, kan het gebeuren dat er soms ruzie ontstaat.

 

Kenmerken van ruzie

·        Het begint met een detail dat als een lont in een kruitvat werkt

·        Bedoeling is om te kwetsen

·        Men tracht zijn gelijk te bewijzen en de ander zijn mening of oordeel op te dringen

·        Het gaat soms over dwaze onderwerpen of abstracte principes

·        Het gaat soms om het bestrijden van het beeld dat de ander heeft over jou

·        Er wordt vaak een extreme stelling ingenomen

·        Het gaat vaak over steeds weer hetzelfde

 

 

 

Resultaat:

·        Er wordt geen besluit genomen

·        De uitlokkende situatie blijft onveranderd

·        Er zal opnieuw over geruzied worden

·        Verbittering van de relatie

·        Gekwetst zijn

·        Teleurstelling

 

Onderhandelen om problemen en conflicten op te lossen.

 

Expliciet uitspreken van verwachtingen ipv voor verrassingen komen te staan. 

Vb. Liesbeth wil na enkele jaren huwelijk graag een kind, maar Johan wil geen kinderen.  Ze hebben het nooit eerder gehad over kinderen krijgen; Liesbeth nam gewoon aan dat dit bij de normale gang van zaken in een huwelijk hoort.

Het is ook goed een onderscheid te maken tussen ontlading en conflictoplossing.

Als je merkt dat je partner kookt van woede, begin dan niet de dingen redelijk te bespreken, want dat is olie op het vuur, maar laat hem of haar de kans eens uit te razen en reageer zo minimaal mogelijk en blijft zo neutraal mogelijk.  Woede is eerder een uitdrukking van onmacht dan van macht.  Een ontlading is noodzakelijk, maar verandert nog niets aan de situatie.

Dit klinkt vreselijk, maar het is nog altijd beter dan dingen opkroppen, niets zeggen om de lieve vrede, komedie spelen enz.  Want dit leidt tot vijandigheid, emotionele vervreemding, het zich in zichzelf opsluiten, angst, afkeer, enz.

 

Enkele onderhandelingstips:

 

·        Maak eerst het verschil in standpunten duidelijk, zonder verdoezelingen of diplomatie of rekening te houden met de ander, alleen met wat men zelf wil

Vb. Aisha wil graag orde in huis, Erik ook.  Wat is dan het probleem?  Beter: Aisha wil orde in huis, Erik vindt het wel makkelijk alles overal te laten liggen.

·        Spreek een gunstig moment af om erover te praten wanneer men beide tijd heeft

·        Spreek een geschikte plaats af waar je bij elkaar kunt zitten

·        Bereid het gesprek elk afzonderlijk voor

·        Maak een onderscheid tussen een vraag en een eis.  Op een vraag mag een neen geantwoord worden, een eis is iets wat men kost wat kost wil verkrijgen of behouden.  Dit betekent dus ook dat men een neen moet leren aanvaarden.

·        Houd het in het begin bij één onderwerp of probleem.

·        Wees altijd zo concreet en specifiek mogelijk over wat je ergert: waar, wanneer, waarom,...  Het gaat om een bepaald gedrag op een bepaald moment in een bepaalde situatie en wat men erbij voelt.

·        Laat de ander uitpraten, onderbreek niet.

·        Vraag iets wat mogelijk is ipv het onmogelijke te eisen

·        Vermijd iets te beloven wat je niet kan waarmaken

·        Herhaal in eigen woorden wat je partner gezegd heeft om te testen of je het begrepen hebt zoals de ander bedoelt. 

·        Schrijf op wat wat jullie hebben afgesproken zodat er achteraf geen discussie over mogelijk is: wie, wat, waar, wanneer, hoe, hoe vaak...

·        Het gaat er niet om wie wint, maar welke de meest bevredigende oplossing is voor beiden

 

 

 

In het boek van Vansteenwegen wordt er ook een hoofdstuk gewijd aan seksualiteit in de partnerrelatie en aan de verschillende fasen en overgangen gedurende de relatie, van de fase zonder kinderen tot de lege nestfase.  Ook heel wat nuttige tips zijn te vinden in het hoofdstuk over de beslissing ivm scheiden of stapsgewijze veranderen.  In het laatste hoofdstuk gaat het over het samen opvoeden van kinderen.

Het hele boek is voorzien van talrijke voorbeelden en leest als een romannetje.

Het is een absolute aanrader voor relaties.

 

 

                                                                                                           

Geraadpleegde literatuur:

 

Vansteenwegen, A., Liefde is een werkwoord, Lannoo, 1988

 

© [email protected]

www.geocities.com/lucasvo

 

Hosted by www.Geocities.ws

1