“Lachen is gezond” luidt het spreekwoord. Defoort (p.18) betreurt: ‘Terwijl kinderen vierhonderd keer per dag kunnen lachen, ligt het gemiddelde bij een volwassenen op een triestige vijftien keer. Jammer, want de lach blijkt een wondermiddel tegen stress, depressie en ziekte.’
Lachen werkt:
‘Het Brodmann-gebied 10/11
blijkt het humorcentrum van de hersenen.
Het ligt in het beloningscircuit, midden tussen de ogen en vlak boven de
neuswortel, een gebied dat ook oplicht bij druggebruik, seks, eten en andere
dingen die een prettig gevoel geven. (…)
Beide hersenhelften, elk met hun eigen rol en strategie, strijden om voorrang. Maar als de proefpersonen aan het lachen worden gebracht, wordt de rivaliteit tussen de linker- en rechterhersenhelft opgeheven. Door te lachen komen we in een andere geestestoestand.’ verduidelijkt De Jaeger (p.10)
Positief denken
Negatief denken is een vorm van psychische verkramping dat zich uiteindelijk kan vertalen in fysieke verkramping. Het leidt tot een negatieve ingesteldheid, een gebrek aan vertrouwen. Positief denken is een vorm van soepelheid, ontspanning, vertrouwen. Jan Dries (p.54-55) legt uit:
‘Positief denken vraagt
aanvankelijk wat inspanning maar het is een mentaliteit. Bij een tegenslag zal men zich snel
herpakken als men positief is ingesteld.
Omdat men niet positief denkt kan men de tegenslagen niet meer aan. Zelfdoding is dikwijls het gevolg van een
jarenlang negatieve ingesteldheid. Men
hoeft geen humorist te zijn of de clown te spelen. Positief denken is inzicht verwerven in situaties. Als men een situatie goed doorheeft zijn er
geen redenen om bevreesd te zijn. De
negatieve ingesteldheid heeft te maken met onbegrip en onwetendheid die zich in
paniek omzetten. (…) Men moet altijd met
de voeten op de grond blijven staan.
Sommige mensen kunnen in het positief denken zover gaan dat zij zich van
alles wijsmaken. Hier wordt het
positief denken verkeerd toegepast.’
Een hinderpaal voor het positief denken is een te kritische instelling.
‘Veel mensen zijn te kritisch
ingesteld. Ze hebben overal kritiek op en zijn altijd aan het klagen. Niemand kan goed doen, iedereen is
fout. Een sterke persoonlijkheid is
iemand met een kritische blik maar dat is iets anders dan voortdurend op alles
en nog wat kritiek te hebben. Mensen
die gemakkelijk kritiek uiten, hebben juist een zwakke persoonlijkheid. Ze voelen zich overal bedreigd, geraken in
paniek en spuwen hun ongenoegen in allerlei, dikwijls ongegronde kritiek
uit. Mensen die veel kritiek uiten,
maken zichzelf ongelukkig. Het leven
wordt ondraaglijk omdat zij niets positiefs vinden.’ (p.56)
Een andere moeilijkheid bij het positief denken is de angst voor mislukkingen.
‘Men kan niet altijd slagen,
mislukkingen horen bij het leven. Een
negatieve ervaring kan heel leerrijk zijn.
Angst voor mislukkingen kan te maken hebben met trots en eergevoel. Meestal gaat het niet zozeer om de
mislukking op zich maar wel de angst voor de reacties van zijn omgeving. De vernedering die men denkt te ondergaan is
veel erger dan de mislukking.’ (p.59)
Positief denken gaat ook samen met soepelheid.
‘Gebrek aan soepelheid heeft
te maken met verstardheid, fanatisme, kortzichtigheid en onwetendheid. Wie soepel is, zal gemakkelijker iets
tolereren. Soepelheid en aanpassings-vermogen
hebben niet direct iets te maken met toegeeflijkheid. Dat doet men eerder uit zwakheid.’ (p.59)
Onze gedachten kunnen ons ziek maken, maar ook genezen. Als we negatieve gedachten hebben, vormen er zich in onze hersenen bepaalde chemische stoffen, die het gevoelsleven sterk beïnvloeden en de mens somber stemmen. Maar er bestaan ook stoffen die het gevoelsleven positief beïnvloeden. Positief denken is noodzakelijk om zich goed te voelen.
Jan Dries besluit met de volgende troostende woorden:
‘Er zijn omstandigheden die u
afremmen, die uw situatie ongunstig maken, uw kansen verkleinen. Laat u daar nooit door ontmoedigen. Succesrijke mensen hebben om hun doel te
bereiken een zeer lange en moeilijke weg afgelegd. Men kan morgen de Lotto winnen en op slag rijk zijn maar dat
betekent niets. Uw persoonlijkheid kan
daardoor niet versterkt worden. U gaat
misschien de indruk krijgen dat u machtig en sterk bent maar in de grond zit u
even ver als de dag ervoren. Uw geluk
en succes hangen af van uw eigen inzet.’ (p.62)
Uiteindelijk gaat het niet alleen om het doel, maar ook om de weg naar het doel. Als men makkelijk een doel bereikt, heeft men niet zoveel geleerd dan wanneer de weg ernaar lang en moeilijk was.
Bron:
Defoort, A., Lachen, gieren, brullen, Goed Gevoel, april 2000, pp. 18-21
De Jaeger, P., De leuke kant van humor, EOS, september 2003, pp.6-10
Dries, J., Persoonlijkheidsvorming, Nieuw Leven, Genk, s.a.