Kort stukje geschiedenis van de natuurgeneeswijzen
Het verlaten van zijn oorspronkelijke biotoop (tropen-subtropen), de wijziging van zijn voedingspatroon, het ontwikkelen van werktuigen, het rechtoplopen, de ontwikkeling van de landbouw en de cultuur, de ontwikkeling naar een dominantie van de linkerhersenhelft, de bouw van woningen, het samenleven met dieren, het antropocentrisch denken e.a. zijn allemaal factoren die ervoor gezorgd hebben dat de mens vatbaarder werd voor ziekten en dat het aantal ziekten toenam. Ook al lijkt het alsof de mens mede door de ontwikkeling van wetenschap en techniek zijn levens- en werkomstandigheden altijd maar heeft verbeterd, in werkelijkheid heeft hij zijn eigen gezondheid ondermijnd.
De eerste natuurgeneeswijzen waren primitief, een mengeling van eenvoudige remedies en rituelen, magie, religie en suggestie. Tovenaars, sjamanen of medicijnmannen zorgden voor de zieken, waarbij men dacht dat ziekte het gevolg was van een boze geest.
Ook de magisch-religieuze geneeswijzen bij de oude cultuurvolkeren, zoals de Babyloniërs, de Perzen en de Maya’s, kenden ondersteunende lichamelijke behandelingen, die echter gebaseerd waren op enige medische kennis. Men maakte gebruik van kruiden, voedingsre-gels, plantaardige en dierlijke medicijnen, astrologie. De volkeren uit het Midden-Oosten hielden rekening met de vier elementen bij de behandelingen. De gezondheidszorg was in handen van priesters en hun dienaren.
Het valt op dat er veel kruiden gebruikt werden voor spijsverteringsproblemen, wat wijst op het feit dat de mensen zich toen al verkeerd voedden en van hun natuurlijke voeding waren afgeweken.
Slechts vanaf de 17e eeuw verschoof het accent van vaak verschillende magisch-religieuze achtergronden naar het lichamelijke door de ontwikkeling van de reguliere geneeskunde.
Egypte word beschouwd als het moederland van de geneeskunde, omdat ze al 25 eeuwen vóór Hippocrates de basis legden voor een omvangrijke geneeswijze, waarop de Grieken en andere volkeren zich steunden.
In de pre-Hippocratische periode in Griekenland waren er talrijke tempels die dienst deden als religieuze, medische centra en vergelijkbaar waren met een kuuroord.
Hippocrates (460-370 vóór Christus) heeft de gezondheidsschool van het eiland Kos opge-richt, waar hij uitging van de natuur, de invloed van de seizoenen, het zelfgenezend mechanis-me, de vierelementenleer, de eenheid van lichaam en geest, en de actieve deelname van de zieke aan zijn genezingsproces. ‘Behandel niet de ziekte maar de zieke’ is een uitspraak die van hem komt. Hij ontwikkelde de humoraalpathologie, de leer van de verhouding tussen en de vervuiling van de lichaamssappen, als steunpilaar van zijn behandelwijze, die dan ook gericht was op ontgifting. Hij maakte zo weinig mogelijk gebruik van medicijnen maar vooral van genezende voeding, kruiden, vasten, aderlating, enz.
In de stad Knidos was er ook een gezondheidsschool o.l.v. Euforon, die eerder de ziekte behandelde met medicijnen.
Jan Dries wijst op het volgende:
‘De geneeskunde heeft Hippocrates als vader van de geneeskunde aangeduid,
terwijl Euforon dat eigenlijk is. De
reguliere geneeskunde is de voortzetting van de school van Knidos. De moderne natuurgeneeswijze daarentegen is
de directe voortzetting van de gezondheidsschool van Kos met Hippocrates als
grondlegger.’ (Dries, Natuurgeneeswijze, p.55)
En: ‘De vier elementenleer, een erfenis van
Empedokles, Hippocrates en Galenus, heeft zowel de geneeskunde als de
wetenschap tot in de negentiende eeuw beheerst.’ (id., ibid.)
In de Post-Hippocratische periode waren er groepen die zijn leer trouw bleven maar ook hevige tegenstanders, die de rationele geneeskunst verder uitbouwden, hierbij geholpen door het rationeel denken o.i.v. de filosofen Socrates, Plato en Aristoteles.
Het is deels aan Galenus (129-200
na Christus) te danken dat de leer van Hippocrates bewaard is gebleven. Hij was een filosoof, geleerde, chirurg, een
goed genezer maar vooral een onderzoeker en een schrijver, die een invloed
uitoefende op de geneeskunde tot in de 19e eeuw. Hij voegde het karakter van de mens toe aan
de vier elementenleer in zijn “tempera-mentenleer”. ‘Galenus heeft zowel de natuurgeneeswijze
als de geneeskunde gediend.’ (p.59)
Avicenna (980-1037) was een Perzische schrijver en genezer en heeft de Hippocratische gedachte in de Arabische wereld verspreid. Jean Fernel (1497-1588), een veelzijdig geleerde, bouwde de fysiologie uit naar het model van de vier elementenleer en publiceerde dit in een boek. Slechts één jaar later verscheen het boek van Vesalius met een nauwkeurige beschrijving van de anatomie en dit legde de basis van een nieuwe geneeskunde.
Andere bekende artsen en genezers volgens de Hippocratische grondslag waren Celsus, Paracelsus, Sydenham, Boerhaave, Hufeland.
In modernere tijden denken we aan Priessnitz en Kneipp (hydrotherapie), Felke (kleitherapie), Bircher-Benner, Nolfi, Shelton, Waerland (voedingstherapie) enz.
Belangrijke factoren die tot de uitbouw van de reguliere geneeskunde hebben bijgedragen zijn de oprichting van de universiteiten; de verbeterde anatomiekennis sinds Vesalius (1514-1564); het bestrijden van de kwakzalverij in de late middeleeuwen; het mechanische mensbeeld van de franse filosoof Descartes, die de basis legde van de wetenschap; allerlei medische ontdekkingen in de 17e eeuw; de uitvinding van de miscroscoop, waardoor men het cellulaire niveau kon bestuderen; de ontwikkeling van de chemie, de biochemie en de fysica; de ontwikkeling van de cellulaire pathologie door prof. Virchow (1821-1902) en van de moleculaire pathologie door Schade en Busse-Grawitz. (1946) en vandaar uit ook die van de farmacologie.
Vergeten we ook niet de uitbouw van de sociale zekerheid, de toename van het kapitaal, de ziekenhuizen, de paramedische opleidingen, allerlei nieuwe instellingen zoals ziekenfondsen, bejaardeninstellingen, vakantiedorpen, verzekeringen, enz.
Ik voeg even een overzicht toe waarin een vergelijking gemaakt wordt tussen reguliere en natuurgeneeswijze, waarbij het duidelijk wordt dat in feite beide vormen noodzakelijk zijn en een mooie aanvulling op elkaar betekenen.
In de natuurgeneeswijzen houdt men rekening met de diagnose door een arts en raadt men aan de voorgeschreven behandeling door een arts te volgen en behouden. Hiernaast geeft men dus een aanvullende behandeling op basis van natuurlijke middelen zoals voeding, kruiden, manuele therapieën, bijenproducten, enzymen, probiotica, organische zuren, relaxatie, zuiveringskuren, verbeteringen aan de levenswijze, Bachbloemen, voedingsaanvullingen, enz. om het zelfgenezend mechanisme te stimuleren. Men besteed aandacht aan het lichamelijke, het instinctieve, het emotionele, het intuïtieve, het creatieve, het mentale, het sociale, het spirituele, aan symboliek van de klachten en aan omgevings-factoren (expositie) die het ziektebeeld instandhouden.
Het schema is uiteraard zwart-wit, de praktijk leert dat bvb huisartsen mensen ook meer holistisch benaderen en aandacht besteden aan alle aspecten.
|
Reguliere
geneeskunde |
|
Natuurgeneeskunde |
|
|
|
|
|
gesloten |
Mensbeeld |
open
syteem: mens verbonden |
|
|
|
met
natuur en kosmos |
|
mechanisch |
|
biologisch-energetisch
wezen |
|
monocausaal |
|
multidimensionaal |
|
|
|
|
|
antropocentrisme |
Filosofie |
natuurfilosofie |
|
dualisme |
|
monisme |
|
|
|
vierelementenleer
(Empedocles) |
|
cellulair (Virchow) |
Pathologie
|
humoraalpathologie (Hippocr.) |
|
moleculair (Schade,
Busse-Grawitz) |
|
temperamentenleer (Galenus) |
|
Vesalius, Harvey, Glisson, Virchow,… |
Wetenschappers |
Galenus,
Fernel, Pischinger, … |
|
|
|
|
|
scheiding |
Lichaam
en geest |
eenheid |
|
|
|
verband ziektebeeld en persoon- |
|
|
|
lijkheidsbeeld |
|
arts |
Remedies |
voeding |
|
techniek |
|
levenswijze |
|
medicijnen |
|
natuur |
|
|
|
|
|
gezondheidsschool
Knidos |
Strekking
(histor.) |
gezondheidsschool
Kos |
|
Euforon |
Leiding |
Hippocrates |
|
medicijnen |
Behandeling |
voeding, kruiden, manuele tpn, |
|
|
|
levenswijze, gezondheidsadvies |
|
ziekte |
|
zieke |
|
diagnose |
|
duiding |
|
farmacologisch |
|
multitherapeutisch |
|
wetenschappelijk
(linkerhersenhelft) |
|
gevoelsmatig en wetenschappelijk |
|
diagnosemethodes |
Voordelen |
preventie |
|
levensreddend |
|
chronische
kwalen |
|
acute
ziektes |
|
kleine ongemakken |
|
hoog
gekwalificeerd personeel |
|
duidingsmethoden |
|
noodzakelijk |
|
meer tijd
voor patiënt |
|
gedeeltelijke
terugbetaling |
|
kleinschalig |
|
|
|
totaalbenadering |
|
|
|
|
|
onbetaalbaarheid
gezondheidszorg |
Nadelen |
geen
terugbetaling (België) |
|
technisch
karakter |
|
geen
diagnosemethodes |
|
komt als
onfeilbaar over |
|
|
|
sterk
afhankelijkheidsgevoel |
|
|
|
gekneld
tss. techniek & commercialisatie |
|
|
|
beperkte
tijd |
|
|
|
specialisatie |
|
|
|
grootschaligheid |
|
|
Schema vergelijking reguliere geneeskunde en natuurgeneeswijzen
Voor verdere informatie, uitleg en achtergrond van de natuurgeneeswijzen verwijs ik ook naar de teksten op de site over:
· Principes van de natuurgeneeswijzen
· Het zelfgenezend mechanisme
· De toestand van de wereld
· Psychoneuroimmuniteit
· Gezondheidsprincipes
· Voedingsprincipes
Geraadpleegde literatuur:
Dries, J., Natuurgeneeswijze, Arinus, Genk, 1996
BBNa, Beroepsprofiel van de gezondheidstherapeut, Genk, 2000
Dit artikel werd met de meeste zorg
samengesteld. Niettemin is het nooit
geheel uitgesloten dat informatie door tijdsverloop, recent wetenschappelijk onderzoek
of andere oorzaken onjuist, onvolledig of achterhaald is. De auteur kan niet aansprakelijk gesteld
worden voor enige directe of indirecte gevolgen voortvloeiend uit de gegevens. Dit artikel is niet bedoeld als vervanging
voor een medische diagnose en medische zorg door een arts. De lezer wordt uitdrukkelijk geadviseerd zijn
arts te raadplegen bij enigerlei klachten of symptomen.
Suggesties, commentaar en reacties zijn steeds
welkom op het vermelde e-mailadres.