Fouten in denken en oordelen
I.
Het alledaags denken
1. Clichés
en dooddoeners
Het gaat hier om
uitspraken die niet waar zijn, maar toch algemeen als waar worden geaccepteerd
en makkelijk in het gehoor liggen.
vb.
"uitzonderingen bevestigen de regel"; "de waarheid ligt in het
midden"; "als de nood het hoogst is, is de redding nabij.";
"tijd is geld".
2.
Ongeoorloofde veralgemeningen
Deze zijn vaak het
gevolg van emotionele ervaringen met enkele voorbeelden en worden gemakshalve
veralgemeend, ook als er af en toe een uitzondering plaatsvindt.
vb. "politici
zijn leugenaars", "ambtenaren zijn lui", "blondjes zijn
dom".
3.
Simplistisch denken
Hier gaat het om
denkluiheid die zich voordoet als men geconfronteerd wordt met omvangrijke,
complexe problemen en theorieën die veel kennis en denkwerk vragen om begrepen
te worden. Men laat uiteindelijk
nuances weg. Politici zien zich vaak
verplicht iets simplistisch uit te drukken omdat ze door de journalist niet
genoeg tijd krijgen om iets deftig uit te leggen en omdat de toehoorders niet veel
zin hebben in moeilijke dingen.
vb. de neuroseleer
afdoen als "zenuwen", Freud catalogeren als "alles is
seksualiteit"; mensen die zich zorgen maken over de overbevolking afdoen
als "misantropen".
4.
Speculatief denken
Men steunt zijn
mening hier niet op feiten, maar op speculatieve argumenten, overtuigingen.
vb. "het kan
toch niet zijn, dat dat goed is"; "dat kan toch niet anders";
"het is altijd zo geweest"; "elk weldenkend mens weet toch dat
het zo moet zijn".
5. Het
gebruik van termen met vage betekenis
Dit komt zeer vaak
voor omdat er nu eenmaal veel moeilijke woorden zijn, waarvan men blijkbaar
verondersteld dat die door iedereen duidelijk gekend zijn en dat iedereen er
hetzelfde onder verstaat.
vb. democratie,
socialisme, dogma, communisme, humanisme, het onbewuste, psychopaat, OCMW, enz.
6. Woorden
gebruiken met meer dan één betekenis
Het gebeurt dat
men in een gesprek plotseling vaststelt dat men beide hetzelfde woord gebruikt,
maar in een andere betekenis.
vb. "de
natuur": aard van iets, alles wat God geschapen heeft, primitief
(natuurmensen); "niveau", "kapitaal", enz.
7. De
a-prioristische redenering
Iemand gebruikt
hier een stelling of een redenering waarin datgene wat nog moet bewezen worden,
reeds vervat ligt.
vb. "alle
auto's hebben vier wielen, dus een auto met drie wielen is geen auto."
8. De
cirkelredenering
Hierbij worden
twee nog niet bewezen stellingen gebruikt om elkaars geldigheid te bewijzen.
vb. "jongeren
zijn lui, omdat ze niet hebben leren werken en ze hebben niet leren werken
omdat ze lui zijn."; de pater die de kinderen bewees dat er zoiets bestaat
als een ziel omdat er op bidprentjes staat "Bied voor de ziel
van...", want als het niet zou bestaan, zouden ze het er niet opzetten...
9. Het meten
met twee maten
In één context
aanvaardt men een argument wel maar in een andere niet.
vb. de rijke
handelaar die het acceptabel vindt om een luxe Bentley te kopen omdat dit de
handel en de werkgelegenheid stimuleert, maar niet kan verkroppen dat zijn
ondergeschikte er ook één koopt omdat deze man immers "geen klasse"
heeft.
vb. geeft een man
veel geld uit, dan is hij royaal en graag gezien; geeft een vrouw veel geld
uit, dan is ze verkwistend.
vb. heeft een man
veel vrouwen gehad, dan is hij een goeie jager, iemand om naar op te kijken;
heeft een vrouw veel mannen gehad, dan is ze een slet.
10.
Rationaliseren
Het kan zijn dat
men omwille van bepaalde behoeften of verlangens zijn mening niet wil herzien
als men geconfronteerd wordt met feiten of ervaringen die de onjuistheid ervan
bewijzen. In dit geval spreken we dus
van vooroordelen.
Om deze behoeften
bewust of onbewust verborgen te houden, gaat men bepaalde gangbare redenen of
argumenten gebruiken die de ware toedracht verhullen. In feite gaat het dus om zelfbedrog. We kunnen hier denken bvb. aan racisme of uitspraken over het
andere geslacht.
11.
Daarna... dus daardoor
Omdat twee feiten
chronologisch op elkaar volgen, is het ene het gevolg van het andere.
vb. melk wordt
zuur na een onweer; een auto-ongeluk hebben na een ruzie.
II. Oneerlijke discussiemethoden
1. Iemand in
een extreme hoek dringen
a. Door hem heftig
emotioneel te bestrijden.
b. Door hem meer
in de schoenen te schuiven, dan hij beweerd heeft.
c. Door uit zijn
stelling gevolgen te trekken, die er helemaal niet uit hoeven voort te vloeien.
2.
Afleidingsmanoeuvres
a. Door de
discussie ongemerkt naar een ander terrein te verleggen.
b. Door met veel
lawaai een aanval te lanceren op één zwak argument.
c. Door een niet
terzake doende tegenargument aan te halen.
d. Door de spreker
te overbluffen met bvb. geleerde taal, behaalde diploma's, enz.
3.
Suggestieve methodes
Volgens prof. Van
Hoesel zijn er vnl. drie manieren om iemand tot het aanvaarden van onze mening
te brengen, nl. door iemand te dwingen, te overreden of te overtuigen. Het laatste gebeurt met eerlijke
argumenten. Het overreden gebeurt door
middel van suggestie:
a. Door termen
te gebruiken met tendentieuze gevoelswaarde
vb. Mof i.p.v.
Duitser, zuiplap i.p.v. alcoholverslaafde, "dames" en
"heren" als opschrift op de toiletten voor het hoger kaderpersoneel
en "vrouwen" en "mannen" voor het lager kader.
b. Door het
uitbuiten van bepaalde denkgewoontes
De spreker maakt
hier handig gebruik van bepaalde bij de toehoorders bestaande vooroordelen,
veralgemeningen, enz.
c. Door de
analogie-redenering
Er wordt hier
misbruik gemaakt van een vergelijking tussen twee zaken die wel overeenkomsten
vertonen maar waarbij de verschillen even over het hoofd gezien worden.
vb. een mens met
een machine of een computer vergelijken.
Ik citeer een
voorbeeld omdat het zo prachtig is:
'In een
inleiding die een drankbestrijder voor een groep Achterhoekse boeren hield, was
één van zijn stellingen geweest, dat de alcohol niet alleen op de geest, maar
ook op het lichaam een vernietigende uitwerking heeft. Om zijn betoog kracht bij te zetten liet hij
een pier in een glas jenever vallen en inderdaad, het resultaat was
overtuigend: na enige krampachtige bewegingen van het beestje werd het iedereen
duidelijk, waar de uitdrukking "zo dood als een pier" vandaan
komt. "Duidelijker", zo
vervolgde de spreker "kan ik u de verderfelijke werking van de alcohol
niet demonstreren". Hoewel het
gros van deze boeren zichtbaar onder de indruk was, stapte één van hen echter
onverstoorbaar naar voren, greep het glas jenever resoluut beet en dronk het in
één forse teug leeg. "Ja, ziet
u", zo wendde hij zich tot de onthutste spreker, "ik heb ook zo'n
last van wormen!". [1]
d. Door
suggestieve technieken
vb. het steeds
weer herhalen van beweringen ev. in ietwat andere bewoordingen; door een
overtuigde, zelfbewuste wijze van spreken; door zijn prestige of autoriteit in
een vakgebied te gebruiken op terreinen waar men die niet heeft; door
suggestieve vragen (Vb. "je hebt het zeker wel begrepen?").
e. Door iemand
voor een schijnbaar dilemma te plaatsen
Men probeert
iemand te laten kiezen tussen twee alternatieven terwijl er in feite nog heel
wat andere mogelijkheden zijn.
vb. je bent
normaal of abnormaal, je bent ziek of niet ziek.
f. Door een
valse paradox te lanceren
vb. er is soms
veel verstand nodig om iets onbegrijpelijk te vinden, uiterlijk heftig weigeren
betekent vaak innerlijk accepteren, blaffende honden bijten niet.
g. Op de man
spelen
Als men het niet
kan redden met redelijke argumenten dan maar iemand persoonlijk aanvallen.
h.
Oudemannenhuis-discussie
Hierbij luistert
de ene niet naar de andere, maar herhaalt en verdedigt gewoon zijn eigen
argumenten zonder in te gaan op die van de ander.
III. Fouten bij het begrijpen en oordelen van anderen
1. Te snel
oordelen op basis van onvoldoende aanwijzingen.
2. Geen rekening
houden met de totaalstructuur.
vb. als twee
personen hetzelfde gedrag vertonen, dan kan dit om verschillende reden zijn.
3. Geen rekening
houden met iemands levensfase die een gedrag kan verklaren.
4. Oordelen op
emotionele, subjectieve basis in plaats van te steunen op objectieve gegevens.
vb.een
taxi-chauffeur weigerde de zanger Lenny Kravitz mee te nemen in zijn auto omdat
hij blijkbaar dacht dat alle negers criminelen zijn; dit was de inspiratie voor
Kravitz' bekend lied "Mr. Cabdriver".
5. Veralgemenen op
grond van vergelijking met gekende personen.
6. Het
halo-effect: uitgaande van een goede eigenschap iemand ook andere goede
eigenschappen toekennen. Bij het
horn-effect geldt hetzelfde voor een slechte eigenschap.
7. Eigen kenmerken
of motieven toekennen aan anderen (projectie).
8. Het niet
opmerken van verborgen eigenschappen.
9. Over het hoofd
zien van onbewuste motieven van een gedrag.
Bron:
Van Hoesel,
A.F.G., Zindelijk denken, Nelissen, Bloemendaal, 1973
Van Hoesel,
A.F.G., Zindelijk oordelen, Nelissen, Bloemendaal, 1974