Ook tv-beelden
worden via radiogolven overgebracht. De
frequenties van de tv-zendkanalen lopen van + 40MHz tot +
900MHz. Men noemt ze ultrahoge
frequenties (UHF).
Een camera
neemt beelden op en vertaalt deze in elektrische impulsen. Deze worden versterkt en verder geleid zodat
ze kunnen worden uitgezonden d.m.v. EM golven langs de zendantenne.
Geluidsignalen vergezellen hierbij de beeldsignalen,
die op een draaggolffrequentie worden gezet.
De uitgezonden golven treffen een ontvangstantenne en wekken er
elektrische signalen in op, die eerst terug versterkt worden. De geluid-, beeld- en synchronisatiesignalen
worden uit elkaar gehaald.
Het geluidsignaal gaat naar de luidspreker en het
beeldsignaal naar de beeldbuis. Deze is
bedekt met fosfor dat oplicht als er elektronen op komen, uitgezonden door de
elektronenstraal. Het verschil in
helderheid op de talloze afzonderlijke cellen van de beeldbuis doet het beeld
ontstaan en wordt bepaald door het aantal elektronen dat het fosfor treft.
Fosforescentie is een fotochemische reactie. Door het opnemen van elektrische energie
worden de elektronen geactiveerd. Als
het atoom in z’n oorspronkelijke toestand terugkeert, geeft het de energie af
in de vorm van licht.
Als we
rustig van een film genieten, beseffen we niet welke complexe technologische
hoogstandjes erachter schuilgaan.
Volgens een
analyse van Eurodata TV blijkt het tv-kijken nog steeds toe te nemen.
Gemiddeld zit de tv-kijker elke dag 201 minuten voor
het scherm.
In volgorde :
1.
Noord-Amerika
: 236min.
2.
Latijns-Amerika
: 220min.
3.
Europa
: 199min.
4.
Azië
: 151min.
En dan
verwondert men er zich over dat de mensen zo weinig tijd hebben voor elkaar…
(Dag Allemaal, 16.05.2000)