Radiogolven
gebruikt men voor het overbrengen van informatie : radioprogramma’s en ook
televisiesignalen.
Het zijn EM
uitstralingen omdat ze opgewekt worden door de magnetische en elektrische
velden, veroorzaakt door de stroom doorheen de zendantenne, en dit met een
bepaalde frequentie.
Net als
alle EM golven bewegen radiogolven zich voort met de snelheid van het
licht. Als de gekozen frequentie bvb.
10.000Hz is, is de lengte van elke golf gelijk aan de lichtsnelheid gedeeld
door de frequentie, hier 30.000m. Aan
de hand van de frequentie kan men de golflengte bepalen en omgekeerd.
Voor een
radio-uitzending vangt eerst een microfoon de geluiden op een membraan op, die
ze omzet in elektrische signalen, die versterkt worden en omgevormd in EM
golven, voortgebracht door een oscillator.
Deze bouwt ladingen op over een condensator die zich ontlaadt in een
spoel; hierdoor worden EM radiogolven
afgegeven.
Als de stroom door de antenne vloeit, ontstaan radiogolven door de uitbreiding en inkrimping van de magnetische en elektrische velden rond de antenne, in dezelfde frequentie als de trillingen. De straling vanaf de antenne bestaat dus uit pieken en dalen van EM energie, uitgezonden op een bepaalde frequentie.
Als de
radiogolven op een ontvangstantenne vallen, veroorzaken deze een stroom in de
antenne net zoals een magneet, die langs een spoel wordt bewogen, een spanning
induceert. De wisselstroom heeft
dezelfde frequentie als de radiogolven.
Deze golven worden omgezet in elektrische signalen in overeenstemming
met de zendfrequentie. Een detector verwijdert de draagfrequentie uit het
signaal en een afstemcondensator zorgt voor de juiste afstemming of selectie
van de zender die men graag wil horen. Dit
gebeurt via de luidsprekers na versterking en volumeregeling.
Internationaal houden radiostations zich aan een bepaalde
draaggolffrequentie en aan de beperkte bandwijdte om niet in elkaars vaarwater
te geraken.
Uitzendingen gebeuren in alle richtingen. Radiogolven die langs de grond gaan, zijn grondgolven. Ruimtegolven treffen de grond ergens tussen
de zendmast en de horizon. Luchtgolven
zijn naar de lucht gericht om de horizon te ontwijken en weerkaatsen op de
ionosfeer.
De volgende schema’s kunnen nog een en ander verduidelijken.
(Ill)