1.8.         Radiogolven

 

  Radiogolven gebruikt men voor het overbrengen van informatie : radioprogramma’s en ook televisiesignalen.

  Het zijn EM uitstralingen omdat ze opgewekt worden door de magnetische en elektrische velden, veroorzaakt door de stroom doorheen de zendantenne, en dit met een bepaalde frequentie.

 

  Net als alle EM golven bewegen radiogolven zich voort met de snelheid van het licht.  Als de gekozen frequentie bvb. 10.000Hz is, is de lengte van elke golf gelijk aan de lichtsnelheid gedeeld door de frequentie, hier 30.000m.  Aan de hand van de frequentie kan men de golflengte bepalen en omgekeerd.

 

  Voor een radio-uitzending vangt eerst een microfoon de geluiden op een membraan op, die ze omzet in elektrische signalen, die versterkt worden en omgevormd in EM golven, voortgebracht door een oscillator.  Deze bouwt ladingen op over een condensator die zich ontlaadt in een spoel;  hierdoor worden EM radiogolven afgegeven.

Als de stroom door de antenne vloeit, ontstaan radiogolven door de uitbreiding en inkrimping van de magnetische en elektrische velden rond de antenne, in dezelfde frequentie als de trillingen.  De straling vanaf de antenne bestaat dus uit pieken en dalen van EM energie, uitgezonden op een bepaalde frequentie.

  Als de radiogolven op een ontvangstantenne vallen, veroorzaken deze een stroom in de antenne net zoals een magneet, die langs een spoel wordt bewogen, een spanning induceert.  De wisselstroom heeft dezelfde frequentie als de radiogolven.  Deze golven worden omgezet in elektrische signalen in overeenstemming met de zendfrequentie. Een detector verwijdert de draagfrequentie uit het signaal en een afstemcondensator zorgt voor de juiste afstemming of selectie van de zender die men graag wil horen.  Dit gebeurt via de luidsprekers na versterking en volumeregeling.

 

  Internationaal houden radiostations zich aan een bepaalde draaggolffrequentie en aan de beperkte bandwijdte om niet in elkaars vaarwater te geraken.

  Uitzendingen gebeuren in alle richtingen.  Radiogolven die langs de grond gaan, zijn grondgolven.  Ruimtegolven treffen de grond ergens tussen de zendmast en de horizon.  Luchtgolven zijn naar de lucht gericht om de horizon te ontwijken en weerkaatsen op de ionosfeer.

De volgende schema’s  kunnen nog een en ander verduidelijken.

 

(Ill)

Hosted by www.Geocities.ws

1