Allerlei
bronnen in het heelal geven kosmische stralen af met zeer hoge energie. Het zijn geen EM stralen, maar deeltjes.
De primaire kosmische stralen bestaan uit :
86% waterstofkernen (protonen)
13% heliumkernen (alfadeeltjes)
1% kernen van zwaardere elementen zoals lithium,
koolstof, kalk, ijzer
De meeste bewegen zich voort met ongeveer de
snelheid van het licht.
Ze dringen
zelden ver door in de atmosfeer (+ 15km) door de botsing met atomen van
gassen uit de atmosfeer waardoor ze secundaire stralen teweegbrengen.
Deze bestaan uit een verzameling deeltjes ontstaan
door vele acties en reacties. Het zijn
bvb. hypronen, mesonen, elektronen, positronen, neutronen. Hiermee verbonden zijn de hoogenergetische
gamma- en röntgenstralen.
(ill)
Het was
Viktor Hess, een Oostenrijks natuurkundige, die in het begin van de eeuw de
kosmische uitstralingen ontdekte, die bestaan uit elementaire deeltjes geladen
met uiterst hoge energieën, komend van de zon en vaste sterren.
De Japanse dr. Ushida ontdekte
kosmische elektrische velden met EM golven, afkomstig van het centrum van ons
Melkwegstelsel, waarschijnlijk van de zon Antares in het sterrenbeeld
Schorpioen. Ze zijn zo intens dat ze
zonder krachtverlies door de aardbol heengaan.
Men kan nu reeds zeker stellen dat het aardse leven
door kosmische energie ontstaan is en geregeld wordt.
Het
magnetisch veld van de aarde zelf oefent invloed uit op sommige van de geladen
deeltjes die door de ruimte schieten.
Ze worden afgestoten of gevangen en gaan dan mee in spiralen om de aarde
reizen.
Elektronen gaan mee bewegen in de buitenste
stralingsgordel, ongeveer 20.000km boven het aardoppervlak. De zwaardere protonen dringen verder door en
worden gevangen in de binnenste stralingsgordel zowat 1500km van de aarde
verwijderd.
Deze stralingsgordels volgen ruwweg de omtrekken van
het magnetisch veld van de aarde en werden ontdekt door James Van Allen, een
Amerikaans fysicus. Vandaar noemt men
ze ook de Van Allengordels. Het gebied
van alle gordels samen noemt men de magnetosfeer, die echter niet symmetrisch
is door de invloed van de zonnewinden.
De
stralingsgordels zijn onderbroken boven de poolgebieden, waar a.h.w. ‘mazen’ in
het net zijn. Er zijn door atoomproeven
ook nieuwe stralingsgordels aangebracht.
Een aantal
activiteiten in de zon veroorzaken de zonnevlekken, die een magnetisch veld
hebben dat duizenden maal sterker is dan het in het algemeen zwakke magnetisch
veld van de zon.
Ze ontstaan door een samenspel van het magnetisch
veld van de zon, grootschalige convectiestromen die hete gassen naar het
oppervlak brengen en het verschijnsel dat de zon bij de evenaar sneller
ronddraait dan bij de polen. Zo
ontstaan er lussen in de magnetische veldlijnen die regelmatig uit het
oppervlak barsten.
Dit zijn dan de zonnevlekken, die een zekere cyclus
hebben van minimale en maximale activiteit.
Er zijn
verbanden aangetoond tussen zonnevlekkenactiviteit en geomagnetische en sociale
verstoringen, uitbarstingen van bepaalde ziektes (griep, hartziektes,
epidemieën, zelfmoorden), aardbevingen, snelheid van chemische reacties,
patronen in jaarringen van bomen.
De
zonnevlekkenritmes en –cycli tonen aan dat astronomische krachten invloed
hebben op de aardse biologische processen en op het menselijk organisme, de
persoonlijkheid en het gedrag.
(ill)
Withete wolken op de zon, die plasma met
enorme snelheden uitbraken en hemellichamen omspoelen, veroorzaken
zonnewinden. De magnetosfeer van de
aarde beschermt ons tegen deze hoogenergetische storm van miljarden elektronen
en protonen. De Van Allengordels vangen
deze op, maar bij de polen kunnen er wel nog miljarden de dampkring
binnendringen en het betoverende poollicht veroorzaken.
Deze
zonnewinden hebben invloed op weersveranderingen en stormen en op het
persoonlijkheidsprofiel van mensen (astrogenetica). Zo heeft Maurice Cotterel aangetoond dat de persoonlijkheid
afhankelijk is van de vorm en de sterkte van het locale magnetisch veld op het
moment van de bevruchting. Dr. Liebhoff
heeft in 1984 aangetoond dat variaties in locale magnetische welden de synthese
van het DNA in de cellen beïnvloeden.
Ze kunnen muteren als ze worden blootgesteld aan veranderende
magnetische velden die zwakker zijn dan het aardmagnetische veld.
Andere
elementen die de zon uitstoot, zijn neutrino’s. Ze hebben geen massa, geen elektrische lading en dringen
ongehinderd door de magnetosfeer en de atmosfeer van de aarde. De uitstraling van neutrino’s gebeurt
ritmisch maar welke invloed ze hebben is nog niet bekend.
(ill)(en ill Becker p.224)
Walter Kunnen over tellurische en kosmische krachten
:
“Hij (= Walter Kunnen) onderlijnt
dat alle grote zonneactiviteit samenvalt met de grote conflicten, de grote
bewegingen, de energie dirigeert de gebeurtenissen, alles hangt aaneen. Kortom, de energie die exogeen is, bepaalt
ons endogeen leven. (…)
Het leven is essentieel
afhankelijk van twee krachten, een aardse en een kosmische kracht, het ontstaat
en bestaat door het onafgebroken ‘huwelijk’ tussen beide. (…)
Alles is met elkaar verbonden binnen een ondeelbaar geheel. Onze biosfeer is het resultaat, niet alleen van een reeks elementen zoals de atmosferische druk, de temperatuur, de vochtigheid en een aantal chemische substanties, maar ook van een magnetische, een elektrische en een elektromagnetische energie, die oneindig veel fijner en subtieler is.
Insecten zijn altijd al in staat
geweest deze energie, die wij niet meer kunnen waarnemen, op te vangen en te
gebruiken. Volgens de specialisten ter
zake zijn zij alle, zonder uitzondering – en er zijn er waarschijnlijk vele
miljoenen -, uitgerust met antennes.
Deze antennes stellen hen in staat om alles te vinden wat ze zoeken, de
juiste plek, het geschiktste voedsel.
Dit is een zeer interessant domein om te bestuderen : alles is
onderworpen aan de energetische wetten, het magnetisme bepaalt de relaties,
beheert het leven en houdt het in stand.
De insecten die hierdoor het sterkst gekenmerkt worden, zijn de mieren.
Hier merk je een directe manier
om de ander te meten met de antenne, de acceptatie van de ander als deze op
dezelfde golflengte zit (zelfde soort, zelfde nest), de zeer sterke
xenofobische reactie als de ander een ‘vreemde’ blijkt te zijn.”
(Les cahiers de la
Bio-Energie, nr.11, 1999, p.10)
Ook Armand Devriendt vertelt :
“80% van de aardstralen heeft een
negatieve invloed op de gezondheid van de mens en slechts 20% is gunstig. Uit de lucht ontvangen we ook straling en
die wordt kosmische straling genoemd.
Bij de kosmische stralen zien we het omgekeerde : daar is 80% gunstig en slechts 20% ongunstig. Deze kosmische stralen moeten in uw woning kunnen binnendringen.”
(Natuurleven, nr.90, 15 nov. tot 31 dec. 1989, p.24)
Dit lukt echter niet met betonnen dakpannen, een plastic onderdak en een aantal isolatieproducten. Een pannendak, leien, een onderdak van hout en isolatie van natuurlijk materiaal zoals kurk of geribd karton laten de kosmische stralen wel door.
Een traditionele bepleistering met gele zavel en
kalk zorgt voor een goede vochtregulatie.
Knauff en Gyproc nemen geen vocht op, waardoor de
muren niet meer kunnen ademen en dat houdt voor 50% de kosmische stralen
tegen. Mede hierdoor ontstaan makkelijk
schimmels op de muren.