1.11.     Kosmische stralen

 

  Allerlei bronnen in het heelal geven kosmische stralen af met zeer hoge energie.  Het zijn geen EM stralen, maar deeltjes.

De primaire kosmische stralen bestaan uit :

 

86% waterstofkernen (protonen)

13% heliumkernen (alfadeeltjes)

1% kernen van zwaardere elementen zoals lithium, koolstof, kalk, ijzer

 

De meeste bewegen zich voort met ongeveer de snelheid van het licht.

 

  Ze dringen zelden ver door in de atmosfeer (+ 15km) door de botsing met atomen van gassen uit de atmosfeer waardoor ze secundaire stralen teweegbrengen.

Deze bestaan uit een verzameling deeltjes ontstaan door vele acties en reacties.  Het zijn bvb. hypronen, mesonen, elektronen, positronen, neutronen.  Hiermee verbonden zijn de hoogenergetische gamma- en röntgenstralen.

 

(ill)

 

  Het was Viktor Hess, een Oostenrijks natuurkundige, die in het begin van de eeuw de kosmische uitstralingen ontdekte, die bestaan uit elementaire deeltjes geladen met uiterst hoge energieën, komend van de zon en vaste sterren.

  De Japanse dr. Ushida ontdekte kosmische elektrische velden met EM golven, afkomstig van het centrum van ons Melkwegstelsel, waarschijnlijk van de zon Antares in het sterrenbeeld Schorpioen.  Ze zijn zo intens dat ze zonder krachtverlies door de aardbol heengaan.

Men kan nu reeds zeker stellen dat het aardse leven door kosmische energie ontstaan is en geregeld wordt.

 

  Het magnetisch veld van de aarde zelf oefent invloed uit op sommige van de geladen deeltjes die door de ruimte schieten.  Ze worden afgestoten of gevangen en gaan dan mee in spiralen om de aarde reizen.

Elektronen gaan mee bewegen in de buitenste stralingsgordel, ongeveer 20.000km boven het aardoppervlak.  De zwaardere protonen dringen verder door en worden gevangen in de binnenste stralingsgordel zowat 1500km van de aarde verwijderd.

Deze stralingsgordels volgen ruwweg de omtrekken van het magnetisch veld van de aarde en werden ontdekt door James Van Allen, een Amerikaans fysicus.  Vandaar noemt men ze ook de Van Allengordels.  Het gebied van alle gordels samen noemt men de magnetosfeer, die echter niet symmetrisch is door de invloed van de zonnewinden.

  De stralingsgordels zijn onderbroken boven de poolgebieden, waar a.h.w. ‘mazen’ in het net zijn.  Er zijn door atoomproeven ook nieuwe stralingsgordels aangebracht.

 

  Een aantal activiteiten in de zon veroorzaken de zonnevlekken, die een magnetisch veld hebben dat duizenden maal sterker is dan het in het algemeen zwakke magnetisch veld van de zon.

Ze ontstaan door een samenspel van het magnetisch veld van de zon, grootschalige convectiestromen die hete gassen naar het oppervlak brengen en het verschijnsel dat de zon bij de evenaar sneller ronddraait dan bij de polen.  Zo ontstaan er lussen in de magnetische veldlijnen die regelmatig uit het oppervlak barsten. 

Dit zijn dan de zonnevlekken, die een zekere cyclus hebben van minimale en maximale activiteit.

 

  Er zijn verbanden aangetoond tussen zonnevlekkenactiviteit en geomagnetische en sociale verstoringen, uitbarstingen van bepaalde ziektes (griep, hartziektes, epidemieën, zelfmoorden), aardbevingen, snelheid van chemische reacties, patronen in jaarringen van bomen.

  De zonnevlekkenritmes en –cycli tonen aan dat astronomische krachten invloed hebben op de aardse biologische processen en op het menselijk organisme, de persoonlijkheid en het gedrag.

 

(ill)

 

  Withete wolken op de zon, die plasma met enorme snelheden uitbraken en hemellichamen omspoelen, veroorzaken zonnewinden.  De magnetosfeer van de aarde beschermt ons tegen deze hoogenergetische storm van miljarden elektronen en protonen.  De Van Allengordels vangen deze op, maar bij de polen kunnen er wel nog miljarden de dampkring binnendringen en het betoverende poollicht veroorzaken.

Deze zonnewinden hebben invloed op weersveranderingen en stormen en op het persoonlijkheidsprofiel van mensen (astrogenetica).  Zo heeft Maurice Cotterel aangetoond dat de persoonlijkheid afhankelijk is van de vorm en de sterkte van het locale magnetisch veld op het moment van de bevruchting.  Dr. Liebhoff heeft in 1984 aangetoond dat variaties in locale magnetische welden de synthese van het DNA in de cellen beïnvloeden.  Ze kunnen muteren als ze worden blootgesteld aan veranderende magnetische velden die zwakker zijn dan het aardmagnetische veld.

 

  Andere elementen die de zon uitstoot, zijn neutrino’s.  Ze hebben geen massa, geen elektrische lading en dringen ongehinderd door de magnetosfeer en de atmosfeer van de aarde.  De uitstraling van neutrino’s gebeurt ritmisch maar welke invloed ze hebben is nog niet bekend. 

 

(ill)(en ill Becker p.224)

 

  Walter Kunnen over tellurische en kosmische krachten :

“Hij (= Walter Kunnen) onderlijnt dat alle grote zonneactiviteit samenvalt met de grote conflicten, de grote bewegingen, de energie dirigeert de gebeurtenissen, alles hangt aaneen.  Kortom, de energie die exogeen is, bepaalt ons endogeen leven. (…)

Het leven is essentieel afhankelijk van twee krachten, een aardse en een kosmische kracht, het ontstaat en bestaat door het onafgebroken ‘huwelijk’ tussen beide. (…)

  Alles is met elkaar verbonden binnen een ondeelbaar geheel.  Onze biosfeer is het resultaat, niet alleen van een reeks elementen zoals de atmosferische druk, de temperatuur, de vochtigheid en een aantal chemische substanties, maar ook van een magnetische, een elektrische en een elektromagnetische energie, die oneindig veel fijner en subtieler is.

Insecten zijn altijd al in staat geweest deze energie, die wij niet meer kunnen waarnemen, op te vangen en te gebruiken.  Volgens de specialisten ter zake zijn zij alle, zonder uitzondering – en er zijn er waarschijnlijk vele miljoenen -, uitgerust met antennes.  Deze antennes stellen hen in staat om alles te vinden wat ze zoeken, de juiste plek, het geschiktste voedsel.  Dit is een zeer interessant domein om te bestuderen : alles is onderworpen aan de energetische wetten, het magnetisme bepaalt de relaties, beheert het leven en houdt het in stand.  De insecten die hierdoor het sterkst gekenmerkt worden, zijn de mieren.

Hier merk je een directe manier om de ander te meten met de antenne, de acceptatie van de ander als deze op dezelfde golflengte zit (zelfde soort, zelfde nest), de zeer sterke xenofobische reactie als de ander een ‘vreemde’ blijkt te zijn.”

(Les cahiers de la Bio-Energie, nr.11, 1999, p.10)

 

  Ook Armand Devriendt vertelt :

“80% van de aardstralen heeft een negatieve invloed op de gezondheid van de mens en slechts 20% is gunstig.  Uit de lucht ontvangen we ook straling en die wordt kosmische straling genoemd.

Bij de kosmische stralen zien we het omgekeerde : daar is 80% gunstig en slechts 20% ongunstig.  Deze kosmische stralen moeten in uw woning kunnen binnendringen.”

(Natuurleven, nr.90, 15 nov. tot 31 dec. 1989, p.24)

 

  Dit lukt echter niet met betonnen dakpannen, een plastic onderdak en een aantal isolatieproducten.  Een pannendak, leien, een onderdak van hout en isolatie van natuurlijk materiaal zoals kurk of geribd karton laten de kosmische stralen wel door.

Een traditionele bepleistering met gele zavel en kalk zorgt voor een goede vochtregulatie.

Knauff en Gyproc nemen geen vocht op, waardoor de muren niet meer kunnen ademen en dat houdt voor 50% de kosmische stralen tegen.  Mede hierdoor ontstaan makkelijk schimmels op de muren.

Hosted by www.Geocities.ws

1