1.3.     Hoe beďnvloedt elektromagnetisme ons lichaam ?

 

  Het magneetveld van de aarde heeft een belangrijke invloed op planten, dieren en mensen.  Zo gebruiken bvb. heel wat dieren het ter oriëntering en is de vorming van rode bloedlichaampjes bij de mens het hoogst als hij in de richting Noord-Zuid slaapt.

Bij storingen in het aardse magneetveld neemt het aantal acute ziektegevallen, vooral hart- en vaatproblemen, plots toe.

 

  Omdat ze zo makkelijk overal doordringen, hebben magnetische velden een belangrijke invloed op alle organen, de besturingscentra inbegrepen.  Onze zenuwuiteinden zijn zeer gevoelige ontvangers, tijdens de slaap zelfs nog meer dan overdag.

  “De hersenen met hun rond tien miljard zenuwcellen vormen een netwerk van duizenden ingewikkeld vertakte communicatiekanalen.  De communicatie die zich hierin afspeelt, bestaat uit elektrochemische processen op het laagste energieniveau.

Zo hebben Amerikaanse onderzoekers magneetveldspanningen aan de zenuwuiteinden gemeten van 1 nGs (0,000000001 Gauss) en elektrische veldwaarden van ongeveer 1 mV/m.

  De frequentie van de door de schedel heen dringende hersenstromen, die op het hoofdhuidoppervlak meetbaar is (en in het ‘elektro-encefalogram’, het EEG, wordt vastgelegd), schommelt tussen 0,3 en ongeveer 60 Hz, waarbij het meetbare potentiaalverschil, afhankelijk van de hersenactiviteit, ongeveer 5 tot 250 mV bedraagt.

Maar ook de huid bevat miljoenen zenuwuiteinden.  Deze zenuwuiteinden zijn zo gevoelig voor de geringste variaties van elektrische velden en minimale magneetveranderingen, dat men kan zeggen dat zij het menselijk  lichaam tot een extreem gevoelige antenne maken.

Dat dit werkelijk zo is, kan men gemakkelijk vaststellen wanneer men gevoelige meetontvangers van radio- en tv-monteurs op het menselijk lichaam aansluit.  Deze apparaten geven aan dat het huidoppervlak van het lichaam EM straling in duizenden frequenties opneemt. (…)  Het lijdt dan ook geen twijfel dat de van buiten op de natuurlijke elektrische stromen van het menselijk lichaam inwerkende kunstmatige elektrische velden de in het lichaam bestaande besturingsprocessen zullen verstoren en ze zelfs geheel zullen verdringen door lichaamsvreemde besturingsprocessen.” (Rose, p.37)

 

  Deze besturingscentra zijn :

1.      “De centrale en autonome zenuwstelsels

2.      De endocriene klieren, die de hormonale stofwisseling in wisselwerking met de buitenwereld reguleren (hormonale klieren die hun secreties direct aan het bloed afgeven: schildklier, bijnieren, hypofyse, eilandjes van Langerhans en andere)

3.      Het enzymsysteem

4.      Het immuun- of afweersysteem”

(Rose, p.49)

 

  Niet alleen onze zenuwuiteinden maar ook deze besturingscentra reageren zelfs op uiterst kleine veranderingen in elektrische en magnetische velden.  Via de hypothalamus staan de regelprocessen van het zenuwstelsel in nauw verband met hormonale regelprocessen en werken ze ook in op de stofwisseling, dat dan weer in nauw verband staat met de vorming van afweerstoffen.

(ill.)

  Dat mensen op verschillende wijze kunnen reageren op EM prikkels, kan men o.a. ook verklaren aan de hand van het autonome zenuwstelsel, dat bestaat uit het sympathisch en parasympathisch zenuwstelsel.  Het eerste werkt stimulerend, het laatste remmend op de organen die erdoor geënerveerd worden. 

Naargelang de reactie spreekt men van een sympathicotonisch of vagotonisch persoonlijkheidstype.

(ill.)

  Hoe komt het dat er EM velden zijn die bij lage intensiteit een stimulerende werking hebben en bij hoge intensiteit een remmende werking ?

Dit kan men verklaren door de verschillende reacties van het perifere en het centrale zenuwstelsel. 

De snelle reacties van het perifere zenuwstelsel brengen het lichaam in een toestand van verhoogde paraatheid en reactievermogen, dat nauwelijks afhankelijk is van de intensiteit van de straling.  Het centrale zenuwstelsel en zijn organen reageren pas na een latentietijd.

  “Die reacties zijn remreacties, waarbij de gevoeligheid wordt verminderd, en de reactiesnelheid afneemt, maar waarbij ook actieve afweerprocessen op gang komen.  Daarbij worden bvb. antistoffen gevormd of wordt voor de straling uitgeweken.  Dan verslechtert echter het afweervermogen van het organisme t.o.v. andere prikkels.

De reacties van het centrale zenuwstelsel zijn dus complex en gefaseerd.  Ze zijn van spanning afhankelijk en worden bij afname zowel als toename ervan veelvuldiger.

 Terwijl bij hoge spanningen de remmende werking steeds sterker wordt en er een toenemende blokkering van het reactievermogen ontstaat, leiden kleinere spanningen tot geleidelijke veranderingen in het organisme.  Bij kleinere spanningen stelt het organisme zich door veranderingen op de prikkel in, bij hogere door een blokkering van de opname van prikkels.  Vandaar het schijnbaar tegenstrijdige verschijnsel dat straling van geringe intensiteit veranderingen kan bewerkstelligen en straling van hoge intensiteit daarentegen in het geheel geen reactie meer opwekt.” (Rose, p.50-52)

(ill.)

  De Russische biofysicus Alexander Presman komt tot de volgende vaststellingen :

-          “EM velden kunnen worden aangetoond in de membraan van zenuwcellen.  Daarom is het niet uitgesloten dat bij de verschillende frequenties een directe component van de gelijkgerichte stroom, die door velden buiten het lichaam wordt geproduceerd, tot een stimulering van de cellen of tot verandering van hun aanspreekbaarheid leidt.

-          EM velden kunnen de beweeglijkheid van ionen, die in het proces van prikkeling van zenuwen een rol spelen, beďnvloeden.  Trillingen van de ionen met frequenties van het van buitenaf inwerkende veld zullen van invloed zijn op hun vermogen de membranen binnen te dringen.  Daarmee bepalen ze hun vatbaarheid voor prikkels.

-          Het vermoeden ligt voor de hand dat fysisch-chemische eigenschappen van water samen met het celmechanisme een rol spelen.  Deze verandering van water zou dan de doorlaatbaarheid van zenuwcelmembranen overeenkomstig bepalen.

-          Veranderingen in het organisme door toedoen van EM krachten worden blijkbaar veroorzaakt doordat die krachten verschillende delen van het zenuwstelsel beďnvloeden.

-          Indien een EM veld op een bepaald gedeelte van het zenuwstelsel inwerkt, is de aard van de daar geproduceerde verandering praktisch onafhankelijk van de frequentie van dat veld.

-         De aard en de grootte van de veranderingen die door een behandeling van perifere delen van het zenuwstelsel met EM velden ontstaan, zijn praktisch onafhankelijk van de intensiteit van de velden.  Komen evenwel gedeelten binnen in het lichaam onder invloed van de velden, dan hangen de effecten kennelijk primair van de veldsterkten af.  Het is kenmerkend dat het centrale zenuwstelsel sterker reageert op relatief geringe veldsterkten dan op hogere waarden.  In sommige gevallen ging dit zelfs zover dat een reactie alleen maar bij een bepaalde geringe veldintensiteit optrad, en daarentegen geheel uitbleef na de verhoging ervan.  Als EM krachten  resp. velden, zowel op de centrale als ook op de perifere delen van het zenuwstelsel werken, zijn er gewoonlijk bepaalde ‘optimale’ intensiteiten (in normale gevallen twee), waarbij de reactie het sterkst is.” (Rose, p.89-90)

 

 

  F. Braus van de Universiteit van Heidelberg stelde experimenteel vast dat elektrische leidingen op 220V/50Hz in huizen strooivelden veroorzaken die de partiële druk van de in het bloed opgeloste zuurstof gemiddeld 6% doet stijgen.  Ook de hematocrietwaarde, die aangeeft welk volume de rode bloedlichaampjes in het bloed innemen, steeg gemiddeld 6%.

 

  De ogen, de hersenen en voortplantingsorganen zijn de organen die het makkelijkst EM straling opnemen.

(ill.)

 

  “Als men, nog afgezien van straling en stralingsbronnen, bedenkt hoeveel stoffen met eigenschappen die het erfelijk materiaal veranderen, door de mensen in de kringloop van onze aarde zijn gebracht, dan wordt het aantal verborgen slachtoffers die leed of dood kunnen verspreiden, met sprongen groter. (…)  Het echte gevaar van een verhoogde bestraling van menselijke geslachtscellen bestaat dus niet in het verwekken van wangedrochten, maar in de geleidelijke, onverbiddelijke opeenhoping van ongunstige, recessieve (degenererende) genen, tot het ten slotte toch eens voorkomt dat een kind het gemuteerde gen van beide ouders erft.  Pas dan kan dat gen zijn werking tonen, en die is bijna altijd schadelijk.  Dit kan aanleiding zijn tot een vroege dood of tot bepaalde mankementen, zoals doofheid, blindheid, zwakzinnigheid.”, schrijft de genetica Charlotte Auerbach.  (Rose, p.108)

 

  Bouwbioloog Walter Kunnen :

“Wat is het verschil tussen een dood en een levend organisme ?

We kwamen erachter dat dat verschil niet anatomisch is, noch chemisch, maar energetisch.

In een levend organisme is er sprake van energetische activiteit.  De zon is de grootste leverancier van die energie; zonder zonlicht kunnen we niet leven.

Het lichaam is dus een soort antenne die de weldoende zonne-energie opvangt.  Omdat het lichaam ook massa heeft, wordt die energie niet alleen opgevangen maar ook geresorbeerd en geaccumuleerd.  En dat heeft een belangrijke consequentie : als je lichaam zonne-energie kan opvangen, kan het andere schadelijke stralingen opvangen.”

(Fit & Gezond, nr.8, aug. 1999)

Hosted by www.Geocities.ws

1