Deel 1 : Natuurlijke stralingen : het elektromagnetisch spectrum

 

1.1.     Bron

 

  De grootste bron van energie die de zon uitstraalt, zijn thermonucleaire reacties.  De zon heeft een kern van waterstof en binnenin bedraagt de temperatuur meer dan een miljoen graden.  Als waterstofkernen botsen, ontstaat een kernfusie, waarbij energie vrijkomt.

Deze energie verplaatst zich via golven over grote afstanden.  Ze hebben alle de snelheid van het licht : zo’n 300.000km/s.  Ze verschillen van elkaar in golflengte en frequentie.

 

  Het hele spectrum van mogelijke stralen is veel breder dan alleen het met onze ogen zichtbare licht.

Een kortere golflengte dan het zichtbare licht hebben de ultraviolette stralen, de röntgenstralen en de gammastralen.

Een langere golflengte hebben de infraroodstralen en de radiogolven, waarvan men de golflengte in meter uitdrukt.

 

(ill) (ill Distelmans p.17)(ill p.70 Decat)

 

  In en om de aarde bevindt zich een magnetisch veld maar in vergelijking met een gewone magneet is dit veld relatief zwak.  Dit veld zou het gevolg zijn van elektrische stromen in het binnenste, niet-vaste deel van de aarde.  Het ontstaan van deze stromingen is onbekend.

De aarde is ook omgeven door een meetbaar elektrisch veld van zo’n 100V/m net boven de aardkorst en in de hoogte afnemend.

 

  Het organisch leven op aarde kenmerkt zich door microgolven met een zeer hoge frequentie (GHz).  Deze verfijnde bio-energie in levende wezens maakt deel uit van een groter energieveld rond onze aarde, dat zelf weer deel uitmaakt van een kosmisch energetisch veld.

De mens eindigt niet bij zijn huid, maar is verbonden met zijn omgeving en ondergaat ook op energetisch vlak dus veel invloeden.  Zoals we verder zullen zien, vallen ook talrijke onverdachte technische energievelden van vele uitvindingen voor het menselijk comfort hieronder.

 

(ill)

 

1.2.     Kenmerken

 

  Energie verplaatst zich via golven die een ritmische beweging maken, te vergelijken met de golven van de zee; ze trillen of vibreren en ze hebben de snelheid van het licht.

 

Golflengte :

 

Dit is de lengte van één cyclus van een golf, uitgedrukt in mm tot km.

 

(ill)

 

Amplitude :

 

Dit is de hoogte van een golf, die tevens de intensiteit of de sterkte ervan aanduidt. Het is de maximumwaarde en het houdt verband met het vermogen.

 

Frequentie :

 

Dit is het aantal cycli of trillingen per seconde, uitgedrukt in Herz (Hz).

Men berekent de frequentie als volgt :

 

F = c/l   en  l = c/f

 

c = lichtsnelheid = 300000000m/s

l = golflengte in m

f = frequentie in Hz

 

  De golflengte is omgekeerd evenredig met het aantal trillingen per seconde.  Hoe langer een golf, hoe kleiner de frequentie en v.v.  De golflengte is ook omgekeerd evenredig met de energie ervan.  Hoe korter een golf, hoe groter de energie ervan.

Om een hoge frequentie aan te duiden, gebruikt men kHz (kiloHerz), MHz  (MegaHerz), GHz (GigaHerz)

 

(ill)

 

Polariteit :

 

Een straal kan om z’n eigen as draaien, linksdraaiend of rechtsdraaiend.

 

(ill)

 

Periodetijd :

 

Dit is de tijd die een golf nodig heeft voor één cyclus.

Bij een frequentie van 100Hz duurt een periode 0,01s.  Periodetijd heeft het symbool T :

 

T = l/f  en f = 1/T

 

Impuls :

 

Dit is de krachtstoot die de energie stimuleert en die de frequentie, periodetijd en golflengte veroorzaakt.

 

Elektromagnetische (EM) golf :

 

Als de elektrische en de magnetische velden periodisch veranderen, ontstaat er een energietransport waarbij de energie tussen het elektrisch en magnetisch veld pendelt.

De elektrische en magnetische golven staan loodrecht op elkaar :

(ill)

  Daar golven zich door de ruimte verplaatsen, kan bvb. een antenne of een radar ze opvangen.  In de natuur zien we dat de kelk van een bloem zo gebouwd is, dat ze de golven van het zonlicht kan opnemen.  Insecten kunnen antennes hebben waarmee ze bepaalde golven opvangen.

HoH 

Hosted by www.Geocities.ws

1