De echte man

 

Bron : Dahlke, R., Agressie als uitdaging, Ankh-Hermes, Deventer, 2004.

 

“De onder jongens gebruikelijke uitdrukkingen die de spot drijven met deugden als empathie, spreken een schrikbarend duidelijke taal en maken duidelijk wat voor ideaal in werkelijkheid in onze samenleving opgeld doet.  De ‘echte’ Duitse man hanteert tegenwoordig termen die in vertaling ongeveer als volgt luiden: warme-doucher, parachutegebruiker, eitje, halve-zachte, brilzitplasser, sokkenverschoner, groenlichtpassant, schaduwparkeerder, houdbaarheidsda-tumfetisjist, crèmesmeerder, filterroker, eenmalig-condoomgebruiker, buffetwachter, excuseerder, geitenwollensokkendrager, huisvuilsorteerder, onderbroekverschoner, op-tijd-komer, na-drie-biertjeskotser, dankjezegger, eendenvoerder, bloempjesplukker, vrouwenbe-grijper en levensplanner voor mannen die geen ‘echte’ man zouden zijn.

Wie dit inschat als een ‘nieuwe’ trend, zou even moeten terugdenken aan de wat oudere, maar niet minder onverbloemde voorlopers van dit soort kreten, zoals de onbenul, huilebalk, slappe lul, moederskindje, oud wijf, angsthaas, zwakkeling en doetje.

 

Met al deze ‘typen’ wil de echte jongeman natuurlijk niets te maken hebben.  Voor hem is het belangrijker om bij zijn maats indruk te maken met uitspraken en grappen die voor vrouwen en al wat vrouwelijk is vernederend en geringschattend zijn.  Alleen al uit al deze uitdrukkingen blijkt wat mannen vroeger bezighield en wat jongemannen momenteel prikkelt en aanspreekt.  Het is allemaal schrikbarend gelijk gebleven.

 

De termen onbenul en huilebalk drijven de spot met mannen die emoties hebben die uit hun teleurstellingen voortkomen en ze ook tonen.  De slappe lul verwijst naar de man die seksueel tekortschiet of geen seksrobot is.  Met moederskindje wordt de jongeman gehoond die nog aan zijn moeder gehecht is en nog niet het ouderlijk huis heeft verlaten.  Dit gaat overigens voorbij aan het feit dat de kans dat zo’n jongeman dat alsnog doet groter is dan bij de schijnbaar onafhankelijke scheldnaamgebruiker.  Uitdrukkingen als oud wijf en angsthaas zijn geringschattende benamingen voor degenen die hun angst laten zien en er noodgedwongen voor uitkomen.  De echte man heeft natuurlijk geen angst, zij het meestal uit gebrek aan fantasie.  De zwakkeling heeft zwakke kanten en laat ze nog zien ook, waardoor de krachtpatser – die zijn angsten en zwakheden vaak achter protserige spierbundels verstopt – op hem neerkijkt.  Het doetje is een slappeling die zicht voor een echte kerel veel te vaak wast.  Kennelijk moet de laatste altijd een beetje stinken of op mijn minst te ruiken zijn.

De nieuwe terminologie maakt het allemaal nóg duidelijker en pijnlijker.  Een eitje is blijkbaar iemand die een harde en een zachte kant heeft.  De brilzitplasser houdt teveel rekening met de meestal vrouwelijke schoonmakers die de door hem bevuilde bril moeten reinigen.  Alleen dat al lijkt hem als man te diskwalificeren.  De op-tijd-komer heeft dit teveel aan consideratie met hem gemeen; een echte kerel laat anderen wachten en komt liever te laat – behalve bij seks, want daar komt hij vanwege de druk waaronder hij voortdurend staat meestal te vroeg.  Het maakt hem echter niets uit, want hij vermijdt zorgvuldig de schijn te wekken een vrouwenbegrijper te zijn.  Dat het leven hem bestraft voor zijn laatkomerij neemt hij op de koop toe.  Alleen al een excuus zou hem ontmaskereren als een excuseerder.

 

Consideratie met anderen wordt verder nog gehekeld in de persoon van de buffetwachter die keurig achter in de rij gaat staan om een drankje te halen; een echte kerel moet kennelijk brutaal voordringen en daardoor tonen dat hij zichzelf belangrijker acht dan wie ook, of dan de regels en gebruiken van de samenleving.  Hij zal bijvoorbeeld onder geen beding een groenlicht-passant willen worden, iemand die niet alleen de wegenverkeerswet in acht neemt, maar ook nog het voorbeeld geeft aan kleine kinderen.  Zoiets kan voor echte man uiteraard niet door de beugel.  Wie geen medelijden heeft met zichzelf, hoeft dat ook niet te hebben met anderen, anders zou hij het risico lopen te worden aangezien voor een crèmesmeerder, warme doucher, parachutegebruiker of dubbelparkeerder.  Kennelijk is een echte vent zo stom om zichzelf al ’s morgens onder de douche te folteren; hij trekt zich niets aan van zijn overgevoelig geworden, pijnlijke huid en heeft geen koesteringen nodig.  Zijn auto moet hij ook ’s middags in de volle zon zetten, en zich indekken tegen risico’s (de parachute) is er al helemaal niet bij.

Hij behoort de grootste vijand van zijn gezondheid te zijn en degradeert zo tot een karikatuur voor een hele samenleving.  Om niet aan de kaak te worden gesteld als houdbaarheidsfetisjist moet hij zelfs half bedorven etenswaren nog verorberen.   Hij leeft bij voorkeur in verpeste lucht, want wie wil er nu doorgaan voor een frisselucht-fanaat?  En vanzelfsprekend zal hij als een ‘grote kerel’ moeten zuipen, anders wordt hij aangezien voor een na-drie-biertjeskotser.  Bij voorkeur rookt hij Gauloises of zware shag, want als filterroker zou hij een modderfiguur slaan in de groep.  Van lever- of longenschade heeft hij nooit gehoord, maar zelfs als hij er wel iets van wist, zou hij zich er niets van aantrekken: zelfdestructief gedrag strookt met zijn ideaal.  Geitenwollensokkendragers zijn hem een gruwel, want die term staat voor ‘halve zolen’ die aandacht schenken aan de behoeften van hun lichaam.  Zoiets zou hij nooit doen. 

 

Hij is voor zichzelf even hard als voor zijn omgeving – hij maakt daar althans aanspraak op, hoewel hij in werkelijkheid zijn toevlucht neemt tot pijnlijke projectie en juist daar zacht en zwak is waar hij dat het minst mag zijn, want niets maakt zo impotent als nicotine en alcohol.  Zelfs dankbaarheid tonen is voor hem taboe.  Dat zou hem brandmerken als een dankjezegger, een term die voor een echte man op teveel afhankelijkheid zou wijzen.  Echter, hoe afhankelijk moet iemand zijn die daarmee al zoveel moeite heeft?  Ook eenmalig-condoomgebruiker is voor hem een scheldwoord; nee, dan brengt hij liever zijn eigen leven en dat van anderen in gevaar en gedraagt zich als een zwijn door hetzelfde condoom meerdere keren te gebruiken.  Blijkbaar ziet hij er geen been in om kleine meisjes op te zadelen met een kind, want echte vrouwen zouden zich nooit met hem inlaten.  Het feit dat vrouwen als gevolg van deels een gebrek aan hygiëne steeds vaker baarmoederhalskanker krijgen, wéét hij niet eens, omdat onwetendheid en stommiteit voor hem een prima bescherming zijn.  Met termen als sokken- en onderbroekverschoner wordt iedere vorm van hygiëne geminacht; een echte vent stinkt een uur in de wind, zoals een windbuil betaamt.

 

Voorts moet hij er nauwlettend voor waken geen vlaag van milieubesef of zelfs milieu-inzicht toe te laten, want dan valt hij door de mand als een huisvuilsorteerder of statiegeldflesterugbrenger.  Hij mag geen mededogen hebben met dieren of zwakkere mensen, want dan loopt hij het gevaar voor menselijk te worden aangezien en zich als een bijnaam als eendenvoerder op de hals te halen.  En om niet als bloempjesplukker aan de schandpaal te worden genageld, mag hij een meisje dat in weerwil van zijn sterk verwrongen zelfbeeld toenadering tot hem heeft gezocht, vooral geen plezier doen.  Tenslotte gunt hij zichzelf ook geen pleziertje – of toch?  Zich met haar laten zien is al helemaal taboe, want zoiets is niet cool.  Dat is hij pas, als hij vuil spel met haar speelt.  Zoiets als plannen maken voor zijn leven verfoeit hij, reden waarom hij zijn kansen in het leven niet zelden over het hoofd ziet – maar op deze manier hoeft hij zichzelf ten minste niet als levensplanner te blameren tegenover zijn maats.

Zo worden in zijn omgeving eigenschappen die voor het (over)leven essentieel zijn, zoals angst en respect, geminacht.  Eigenschappen als zorgzaamheid, gevoel voor de medemens, hulpvaardigheid en fijngevoeligheid – die ons tot mens maken en ons in staat stellen met een partner samen te leven – worden zelfs weggehoond.  Voorzover de socialisering van jongens vaak tot vereenzaming en isolement voert, kunnen we daarin een onmenselijk element herkennen.

 

Tot zover dit citaat uit het leerrijke boek van dr. Rüdiger Dalhke.

 

© [email protected]

www.geocities.com/lucasvo

 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1