De cultuur van het profitariaat

 

Eén van de onderliggende spelletjes in de maatschappij is dat tussen de profiteurs en degenen van wie geprofiteerd wordt.

Profiteurs vindt men in alle klassen van de bevolking in allerlei vormen, variaties en motivaties.

 

Zo zijn er mensen die liever niet gaan werken.  Deze mensen vindt men bvb. in de psychiatrie, in het begeleid zelfstandig wonen, onder OCMW-cliënten, legale en illegale immigranten, bedelaars, enz.  Onder deze mensen zijn er natuurlijk die wel willen werken, maar niet kunnen omdat dit hen door de bureaucratie onmogelijk gemaakt wordt.  Zo was er enige tijd geleden een betoging van andersvaliden die wel graag een aantal uren per week zouden willen en kunnen werken en zich dus nuttig maken voor de maatschappij, maar dit mag niet omdat ze anders hun ziekte-uitkering verliezen en te weinig inkomen hebben om rond te komen.

 

In de hogere klassen vinden we profiteurs bvb. in de monarchie, de politieke klasse, het bank-  en verzekeringswezen, kredietmaatschappijen, onder zakenlui en bedrijfsleiders, beursmakelaars, enz.  Deze mensen verrijken zich ten koste van de belastingbetalers, van het milieu, van de arbeiders e.a. op diverse manieren, die soms niet zichtbaar en zelfs niet strafbaar zijn.

Zo zou men zich kunnen afvragen waarom prins Laurent met een Porsche rijdt.  Een normaal mens zou, als hij mag leven op het belastingsgeld van anderen, meer bescheidenheid aan de dag leggen.  Waarom krijgt het koningshuis eigenlijk een dotatie?  Met het kapitaal dat ze hebben, kunnen ze een leven lang voort.  Zo vinden politici het ook normaal dat ze allerlei persoonlijke uitgaven doen met het geld van een ander, zie het Antwerpse stadsbestuur.  Parlementariërs mogen € 17500 onkosten maken zonder aangifte van kastickets e.d.

 

Voor dat soort mensen staan er ook allerlei personen, instellingen en organisaties klaar die hen helpen en beschermen, bvb. uitkeringsinstellingen, beschutte werkplaatsen, projecten begeleid zelfstandig wonen, advocaten, collega’s, het bankgeheim, erelonen, psychiatrische instellingen, het Leger des Heils, verpleegsters, politiek dienstbetoon, enz.

 

Er bestaan allerlei excuses om te profiteren van de mogelijkheden die de maatschappij te bieden heeft, zoals fysieke of mentale handicaps, geen geld hebben,de schuld op een ander steken, “ze vragen erom bestolen te worden”, ‘ik heb er niet om gevraagd op deze wereld gezet te worden”’, “ ik ken geen Nederlands’, “als ik ga werken, hou ik er minder aan over dan wanneer ik een uitkering krijg”, enz.

 

Uiteraard speelt de logge bureaucratie hierin een rol.  Er zijn best heel wat mensen die echt zouden willen werken al is het in beperkte mate omwille van ziekte, handicap, materiële, psychische of sociale beperkingen.  Deze mensen vinden weinig mogelijkheden om dit te doen, tenzij bvb. het PWA-statuut, vrijwilligerswerk, e.d. 

De overheid zou het concept “werk” sterk moeten verruimen, mede gezien het grote aantal werklozen.  Waarom zijn bvb. Rode Kruis-medewerkers vrijwilligers?  Niemand twijfelt aan het nut of de noodzaak van het rode Kruis.  Kunnen deze mensen dan geen bezoldiging krijgen voor de uren die ze zich dienstbaar maken voor de samenleving?

Wellicht het ruimste concept van werk die ik momenteel ken, is te vinden bij de nieuwe partij Vivant.  Iedereen krijgt een basisinkomen van de overheid en daarbovenop kan men zoveel of zo weinig uren bezoldigd werken als men zelf wil.

 

© [email protected]

www.geocities.com/lucasvo

 

Hosted by www.Geocities.ws

1 1