Avocado, olijf en dadel: exotische delicatessen
De avocado is de vrucht van een struikachtige boom oorspronkelijk uit Midden - en Zuid-Amerika.
Spaande veroveraars waren de eerste Europeanen die kennis maakten met de avocado. Er bestaan wellicht zo’n 400 verschillende variëteiten, waarvan de bekendste zijn de Fuerte, de Hass, de Ettinger en de Nabal.
Ze zijn rijk aan vet (20-25%), vooral enkelvoudig onverzadigde vetzuren, vitamine B, C, E, leveren meer dan 200 kCal per 100 gram. Ze zijn erg lekker en kunnen gebruikt worden zowel bij fruit als groenteschotels, bij aardappelen, deegwaren, enz. De avocado mag niet gekookt worden want dan gaat hij bitter smaken.
Ze zijn goed tegen constipatie, te hoge cholesterolwaarden, versterken hart en vaten, huid en slijmvliezen, prostaat.
Een avocado is rijp als het vruchtvlees rond de steelaanzet meegeeft als er zacht in wordt geknepen. Het rijpen gaat vlugger als je de avocado in een zak met een rijpe banaan of rijpe appels steekt. Een rijpe avocado is (niet in de koelkast) nog 2-3 dagen houdbaar.. Als hij rijp is, smaakt hij romig en zacht en het vruchtvlees smelt in de mond.
Avocado kan gebruikt worden als plantaardige boter om op de boterham te smeren. Heb je overschot, besprenkel de rest met citroensap om bruinvorming door oxidatie te voorkomen en leg hem in de koelkast.
Door de exotische smaak, kunnen sommige mensen over de rooie gaan en er teveel van eten. Mensen met een gevoelige lever kunnen er last van ondervinden.
Er bestaan ontelbaar veel olijfvariëteiten, afkomstig uit
Italië, Spanje, Frankrijk, Portugal, Marokko, Griekenland,... Elk land en elke
streek verdedigt met veel trots zijn eigen olijven: de kleine, vlezige zwarte
olijven van Kalamata of de jumbo’s van Chalkidiki in Griekenland, de lucques
van Hérault en van de Aude in halvemaanvorm en met knapperig vruchtvlees, de
zachte Spaanse manzanilla’s die zo’n 20% meer olie bevatten, of nog de in de
zon gedroogde zwarte beldi uit Marokko. Waar ze ook vandaan komen, olijven leveren
energie (140 tot 200 Kcal/100 g) en zijn rijk aan mono-onverzadigde vetzuren
(oleïnezuur) en antioxidanten.
(http://www.delhaize.be/food/thetaste/olives/_nl/index.asp)
De oogst loopt van september tot maart en vindt nog altijd grotendeels
handmatig plaats, allerlei pogingen tot mechanisatie ten spijt. De plukkers
bezoeken elke boom meerdere keren omdat de vruchten verschillen in
uitrijpingstijd. Ze klimmen met ladders de bomen in en trekken, vaak gewapend
met houten harkjes, de olijven één voor één van de takken of slaan ze er met
stokken uit. Onder de bomen gespannen netten of doeken vangen de olijven op. De
onrijpe, groene exemplaren hebben stevig vruchtvlees en een scherpe, bittere
smaak. Ze zijn niet zomaar te eten. Eerst krijgen ze een behandeling met
loogachtige stoffen waardoor de bitterheid eruit trekt. Als de olijven
uitrijpen verkleuren ze, vaak via allerlei tussentinten, naar donkerpaars of
zwart. De zwarte olijven zijn zachter en sappiger dan de groene, niet zo bitter
van smaak en bevatten meer olie. Na het plukken rotten ze snel weg en worden om
die reden in pekel of droog zout gelegd. Zo ontstaat de keur aan olijven die we
kennen: groene, zwarte, harde, zachte, vlezige, met grote pitten of juist
kleine olijven, ontpitte olijven gevuld met ansjovis, knoflook, in kruiden en
knoflook ingelegde olijven.
(http://plantaardigheden.nl/plant/beschr/wel/olijf.htm)
De olie uit de olijven is al even divers van smaak. Kenners gebruiken
er allerlei omschrijvingen voor zoals: aards, amandel, appel, bitter, gras,
hooi, komkommer, muf, ranzig, zoet. De meeste olijven worden eerst, al dan niet
ontpit, onder grote stenen geplet. De pulp die zo ontstaat gaat in hydraulische
persen van roestvrij staal. De techniek met handpersen, al in gebruik bij de
Romeinen, behoort grotendeels tot het verleden. De moderne machines halen het
maximale aan olie uit de vruchten. Zo ontstaat de 'maagdelijke' olie van de
eerste persing. De Italianen spreken meestal van 'olio virgine', de Fransen van
'huile vierge'. Op de etiketten van de flessen staan vaak aanduidingen als
'extra vierge' of 'extra virgin'. De zuurgraad van deze olie, uitgedrukt in het
gehalte aan oliezuur, is maximaal 1 procent. Het voorvoegsel 'extra' verdwijnt
als het gehalte tussen de 1 en 2 procent ligt.
Na de eerste ('koude') persing kan uit de overgebleven perskoek en pitten door napersen bij hoge temperatuur de resterende olie worden gehaald. Deze is van mindere kwaliteit, donkerder van kleur, heeft een sterke smaak en hogere zuurgraad. Een deel wordt gebruikt voor het aanlengen van de variabele smaak van de 'huile vierge' tot olijfoliën van constante samenstelling. Een ander deel vindt zijn weg als lampolie of in de industrie, bijvoorbeeld bij zeepbereiding.
(http://www.grieksegids.nl/olijfolie.htm)
Olijven bevatten van nature een stof die de eetlust opwekt. Daarom is het meestal zo dat u, als u er 2 of 3 opheeft, u ze blijft eten.
De Griekse olijven worden gerijpt in zout, en een goede leverancier gebruikt hier origineel zeezout voor. De olijven worden in grote tanks gedaan direct na de pluk. Hier worden vele kilo's zout aan toegevoegd en water. Zout zorgt ervoor dat de natuurlijk suikers geheel uit de olijf verdwijnen. Dit voorkomt gisting in een later stadium. Het rijpingsproces duurt 3-4 maanden. De suiker wordt steeds gemeten, het kan dus langer of korter duren.
(http://www.aridjis.com/Drossa/5086.htm)
Het vet in olijven is hfdz. enkelvoudig onverzadigd. De bittere smaak van net geoogste olijven is te wijten aan tannine. Door het hoge gehalte aan vezels zijn ze goed tegen constipatie. Ze werken ook HDL-cholesterolverhogend.
Groene olijven zijn onrijp, zwarte zijn rijp. Ze worden in blik of glas verkocht en kunnen best eerst in een zeef onder de kraan uitgespoeld worden om het zout zo veel mogelijk te verwijderen. Het beste is dus om zwarte, ontpitte olijven te kopen.
Bij olijven in blik of glas wordt soms ijzer-2-gluconaat als kleurmiddel (zwart) toegevoegd. Daar dit een organische verbinding is van ijzer, betekent dit een extra bron van ijzer voor mensen die daar behoefte aan hebben. Dit kan oplopen tot 10mg per 100 gram olijven.
Ook wordt er soms als bewaarmiddel melkzuur gebruikt. Wellicht is het zachte gevoel in de maag bij het eten van olijven en dat men ook kan ondervinden bij het eten van zuurkool of drinken van komboecha hiervan het gevolg.
Dadels zijn de vruchten van de
dadelpalm die in subtropische en woestijnachtige gebieden in Noord-Afrika,
groeit. De vingervormige vrucht groeit in groepjes van enkele tientallen hoog
in de bomen en verandert tijdens het rijpen van groen in glanzend bruin.
Dadelpalmen dragen veel vruchten: de jaaropbrengst is zo'n 50 kg. Tot enkele
jaren geleden waren er buiten de landen van herkomst alleen gedroogde dadels
verkrijgbaar, maar nu worden ook verse dadels geëxporteerd. Slechts enkele van
de vele soorten zijn te koop.
http://pittie.web-log.nl/log/1032326
Dadels zijn zeer voedzaam. Ze
bevatten meer natuurlijke suikers dan welk ander fruit ook en leveren een
aanzienlijke hoeveelheid voedingsvezels, kalium, alsmede diverse vitaminen en
mineralen. Ze bevatten 144 kcal per 100g.
http://pittie.web-log.nl/log/1032326
We kennen reeds de gedroogde dadel, maar sinds kort zijn er ook het grootste deel van het jaar verse dadels te koop. Meestal worden ze verkocht in kartonnen doosjes van +/- 600 gram, vooral door Turkse of Marokkaanse handelaars.
Ze zijn erg zoet en lekker en kunnen beschouwd worden als natuurlijke pralines.
Ze zijn een volwaardig en gezond alternatief voor snoep. Dit kan ook gezegd worden van gedroogd fruit van bvb. appel, peer, mango, ananas, banaan enz.
Het voordeel is dat men ze makkelijk kan meenemen voor onderweg als tussendoortje bvb. in een kartonnen doosje of plastic zakje.
Ze zijn versterkend en goed tegen constipatie, hongeraanvallen, vermoeidheid, maagklachten.
Het is aangeraden ze wel even te spoelen onder lauw water onder de kraan.
Bevatten kalium, calcium, vitamine A, B1, B2, niacine, polyfenolen, sterolen. Weinig eiwit, vet en vitamine C.
Een volledig boek over dadels kunt u vinden op:
http://www.fao.org/docrep/t0681E/t0681e00.htm#con