Gemixte Moppen


De juf geeft de klas een raadseltje op.
Het geeft melk en heeft 4 poten.
Jantje springt op en zegt:"Een geit, juf."
"Dat is wel goed maar het is niet wat ik bedoel. Ik bedoel namelijk een koe."
"Dan heb ik voor u ook nog een raadseltje," zegt Jantje.
"Het is droog en strak als het erin gaat en het komt er nat en slap weer uit."
De juf krijgt hiervan een hoofd, zo rood als een tomaat. "Wat u denkt is ook goed, maar ik bedoel eigenlijk een theezakje."




Loopt een pastoor over straat en die vraagt aan een jongetje waar het station is?
Zegt het jongetje:"Dat zeg ik lekker niet!"
"Maar dan kom je nooit in de hemel!"
"Ja, en jij niet bij het station!"




De meester wil een grapje uithalen.

"Ik zal 2 vragen stellen," zegt hij. " Als iemand de eerste vraag raadt, hoeft hij de tweede vraag niet te beantwoorden. Hoeveel haren heeft een koe?"
Het is doodstil in de klas. Na lang nadenken steekt Jantje zijn vinger omhoog.
Jantje zegt:"37.967.234 haren meester!"
"Hoe kom je daar nu bij?" vraagt de meester verbaasd.
"Dat is vraag 2 meester, die hoef ik dus niet te beantwoorden!"




Jantje gaat biechten. Er ontstaat het volgende gesprek:
Jantje:"Ik heb ernstig gezondigd..."
Pastoor:"Hoezo, mijn zoon?"
Jantje:"Ik heb een meisje meegenomen naar mijn slaapkamer."
Pastoor:"Dat is geen zonde."
Jantje:"Ja, maar ik heb haar schoenen en kousen uitgetrokken."
Pastoor:"Dat is geen zonde."
Jantje:"En toen heb ik haar jurk en haar trui uitgetrokken."
Pastoor:"Dat is geen zonde."
Jantje:"Maar toen zijn we op bed gaan liggen."
Pastoor:"Dat is geen zonde."
Jantje:"En toen kwam mijn vader binnen..."
Pastoor:"Dat is zonde."





De juffrouw staat voor de klas en vraagt: "Wie kan mij een tor soort opnoemen
en daarbij vertellen wat hij eet?"
Miep staat op en zegt:"Een bladtor!"
"Goed zo...", zegt de juf. "... en wat eet een bladtor?"
Miep denkt even na en zegt:"Blaadjes, juf."
Jantje staat op en zegt:"Een vibra-tor."
" Een vibra-tor? Wat eet hij dan?" vraagt de juf.
"Dat weet ik niet," zegt Jantje," maar m'n zus zegt dat hij batterijen vreet!"





Jantje: Papa, wat is het verschil tussen in feite en in principe?
Papa: Om je dat goed uit te leggen moet je eerst aan mama vragen of ze voor FL 500.000,- met de buurman naar bed zou willen.
Nadat Jantje dit aan zijn moeder gevraagd heeft komt hij bij zijn vader terug.
Jantje: mama zei:"Natuurlijk jongen, maar zeg het niet tegen je vader!". Maar wat is nu het verschil tussen in feite en in principe?
Papa: Eerst moet je hetzelfde ook nog aan je zus vragen.
Als Jantje ook deze opdracht heeft uitgevoerd rent hij naar zijn vader en verteld hem dat zijn zus zich geen twee keer zou bedenken voor een half miljoen.
Jantje:"Nou, ga je het me nog uitleggen?"
Papa: Kijk Jantje, in principe zijn we miljonair maar in feite zitten we met twee hoeren in huis.





Leraar aan leerling: "Ken jij Frans?"
"Ja, meneer, Frans is mijn oom."
"Nee, dat bedoel ik niet, spreek jij Frans?"
"Ja, meneer, elke zondag wanneer hij bij ons op bezoek komt."
"Nee, dat bedoel ik ook niet, versta jij Frans." "Ja, meneer, maar dan moet hij wel Nederlands praten."





Een agent staat met z'n paard voor het stoplicht te wachten. Naast hem staat een klein jongetje op z'n fietsje. De agent kijkt naar beneden en zegt:"Mooi fietsje heb je daar, zeker van sinterklaas gekregen?"
"Ja meneer," zegt het ventje.
"Wil je dan de volgende keer aan Sinterklaas vragen of hij eer een achterlicht op zet?" Het jongetje kijkt naar het paard van de agent en zegt: "Mooi paard hoor zeker van Sinterklaas gekregen?" "Ja, jongetje," zegt de agent.
Het jongetje kijkt naar boven en zegt: "Wilt u dan volgend jaar vragen of sinterklaas de lul eronder zet en niet erop?"




De onderwijzer had de kinderen gevraagd insecten mee te nemen naar school, zodat hij er in de biologieles wat over zou kunnen vertellen. Maar jantje bracht een kat mee.
"Jantje," zuchtte de meester, "ik vroeg insecten mee te nemen en een kat is toch geen insect." "Nee meester, maar die kat stikt van de vlooien en dat zijn wel insecten."





Het proefwerk is gemaakt en meester weet zeker dat er gespiekt is. Want bij Hans staat: 'DAT WEET IK NIET' en bij Ilse staat: 'IK OOK NIET'.





Onderwijzer: "Vertel eens Jantje, welke 4 woorden worden het meest gebruikt in de klas" Jantje: "Weet ik niet meester." "Goed zo Jantje."





Jantje (6 jaar) zit op school, iedereen mag wat voor zichzelf gaan doen en Jantje draait een sjaggie. De juffrouw zegt: "Ben je daar niet een beetje te jong voor, Jantje." Jantje: "Oh dat is nog niks ik ben ook al naar bed geweest met een meisje." Juf: "Hoe heette dat meisje dan?" Jantje: "Oh dat weet ik niet meer, toen was ik dronken."




Twee kleuters zaten in een zandbak, zegt de ene tegen de ander: He! er ligt een condoom op het trottoir!" Zegt de anderen: "Wat is een trottoir?"




Jantje loopt de slaapkamer van zijn ouders binnen. Pa en ma zijn, zoals gewoonlijk, weer “bezig”. Jantje zit te kijken en op een gegeven moment vraagt hij aan zijn vader: “Papa, wat ben je toch aan het doen?” Zegt zijn vader: “Je kent die moppen toch wel? Papa is gewoon de auto aan het parkeren bij mama in de garage.” Jantje kijkt weer en zegt: “Papa, als ik jou was, zou ik iets meer gas geven. Dan kunnen de achterwielen er ook nog in.”





Op school zegt de juf: “Kinderen vandaag gaan we hoofdrekenen.” Jantje is aan de beurt en de juf vraagt hem: “Jantje, hoeveel is twee plus twee?” Jantje begint op zijn vingers te tellen en antwoordt: “Vier, juffrouw.” Juf: “Dat is goed. Jantje. Hoeveel is nu drie plus drie?” Jantje telt weer op zijn vingers en antwoordt: “Zes, juffrouw.” Juf: “Maar Jantje, dat is geen hoofdrekenen wat jij doet. Jij gebruikt nog steeds je vingers. Ik geef je nog een kans. Stop handen maar in je zakken.” Jantje gaat staan en stopt zijn handen in zijn broekzakken. Juf: “Jantje hoeveel is vijf plus vijf?” Jantje denkt lang na en zegt: “Elf, juf.”





Vader voert de vissen in het aquarium. Kleine Geertje staat te kijken. "Wat geeft u ze eigenlijk?" vraagt hij. "Watervlooien,” antwoordt vader. “Dan bent u een dierenbeul", roept Geertje boos. "Vissen kunnen zich toch niet krabben!"




Martijn is naar de kapper gestuurd. Als hij eindelijk aan de beurt is vraagt de kapper: "Wat voor een coupe had je gehad willen hebben?" Martijn denkt lang na en antwoordt dan met pretoogjes: "Het liefst een ijscoupe!"




Bas en Pieter zitten samen op een bankje te genieten van een ijsje. Bah, zegt Bas opeens. "Er zit een vlieg op mijn ijs." "Oh", antwoordt Pieter. "Zeker een liefhebber van de wintersport!"





Petra: "Ik vind het maar gemeen!" Moeder: "Wat is gemeen?" Petra: "Nou u bent met papa getrouwd, Oma is met opa getrouwd, maar ik moet met een vreemde trouwen."





Onderwijzer: "Noem eens een dier dat niet meer bestaat." Jan: "De parkiet, meester. Onderwijzer: "De parkiet? Hoe kom je daar nu bij?" Jan: "De kat heeft hem gisteren opgegeten."





Jantje en Sander gaan een eindje fietsen. Onderweg stapt Jantje opeens af en laat zijn banden leeg lopen. "Waarom doe je dat?" Vraagt Sander. "Oh, het zadel stond een beetje te hoog!"





Tekenleraar: "Waarom heb je nog niks getekend? " Leerling: "Dat heb ik wel, dit is een grazende koe." Tekenleraar: "Waar is het gras dan?" Leerling: "Dat heeft de koe opgegeten." Tekenleraar: "Maar ik zie helemaal geen koe!"
Leerling: "Denkt u soms dat een koe in de wei blijft staan, als er helemaal geen gras meer is?"





Twee jongens zijn erg vervelend tijdens de les. De meester heeft er schoon genoeg van en geeft ze strafwerk. "Schrijf maar 500 keer de naam van je geboorteplaats op het bord." "Dat is gemeen, roept hij huilend." "Hij is in Epe geboren, maar ik in Drachtstercompagnie!"




Moeder heeft zelf taartbodempjes gebakken, maar ze zijn nogal hard uitgevallen. Ze doet er een paar lepels kersenjam en een lik slagroom op en geeft er één aan haar zoontje. Die zit een tijdje lekker te smullen en brengt dan het taart bodempje naar zijn moeder terug. "De jam en de slagroom waren zalig. Hier is het schoteltje!"





Peter heeft met zijn verjaardag een horloge gekregen. Na drie dagen staat hij al stil. Als Peter het horloge openmaakt valt er een dode vlieg uit. "Aha", zegt Peter. "Ik snap het al. De machinist is gestorven!"





Jantje vraagt aan zijn vader: "Waar ligt Indonesië? Vader: "Moet je aan oma vragen. Die ruimt hier alles op."





Jantje is op bezoek op een boerderij en vraagt aan de boer wat hij aan het doen is. "Zie je dat dan niet, stadsmenneke? Ik ben de stallen aan het uitmesten en de mest strooi ik straks over de aardbeien!" Jantje haalt zijn schouders op. "Nou ieder zijn eigen smaak. Wij strooien thuis liever suiker over onze aardbeien!"




Zoon: "Papa, bent u bang voor leeuwen?" Vader: "Nee jongen." Zoon: "En voor tijgers?" Vader: "Ook niet" Zoon: "En voor wurgslangen?" Zoon: "Helemaal niet!" Zoon: "Dan bent u dus alleen bang voor mama!"





Kees logeert op een boerderij en kijkt belangstellend naar een groot varken. "Dik is ze hé", zegt de boer. "Ja, logisch", antwoordt Kees. "Vanmorgen zag ik dat acht biggetjes haar aan het opblazen waren!"





Hansje heeft op zijn verjaardag zijn eerste fiets gekregen. Slingerend rijdt hij over het trottoir en komt prompt in botsing met een dikke man. "Kun je niet bellen? brult de man woedend." "Bellen wel", zegt Hansje beduusd. "Maar fietsen niet!"





Pietje: "Ik heb een oom die zo rijk is dat hij vijf maanden per jaar naar de wintersport gaat, vijf maanden naar de Canarische Eilanden en vijf maanden naar Griekenland." Keesje: "Dat kan nooit. Een jaar heeft maar twaalf maanden!" Pietje: "Kun je nagaan hoe rijk mijn oom is."





Jantje gaat buiten spelen en ziet zijn zusje uit een plas regenwater drinken. "Dat moet je niet doen", zegt hij. "Er zitten bacteriën in!" "Nee hoor", zegt zijn zusje, "die zijn allemaal dood. Ik heb er met mijn fiets doorheen gereden!"





Peter klimt langs een geopende spoorboom omhoog. De spoorwachter roept: "Hé! Wat doe jij daar?" "Ik meet de spoorboom", roept Peter. "Had dat dan gezegd, dan had ik de boom neergelaten!" "Dat heeft geen zin. Ik moet de hoogte hebben , niet de breedte."





Tommie komt voor het eerst op een boerderij en vraagt: "Wat is dat voor beest?" "Een koe, Tommie." "En wat zit er op zijn kop?" "Twee hoorns." Op dat moment begint de koe te loeien en Tommie vraagt: "Door welke hoorn heeft ze nu geloeid?"





"Uw zoon heeft een steen naar me gegooid!" "Was het raak?" "Nee, gelukkig niet!" "Dan was het mijn zoontje niet!"





Huubje: "Ma, ik heb goed nieuws en slecht nieuws." Moeder: "Vertel me eerst het goede nieuws maar." Huubje: "De school is afgebrand!" Moeder: "En het slechte nieuws?" Huubje: "De rapporten zijn bewaard gebleven!"





Huubje: "Ma, ik heb goed nieuws en slecht nieuws." Moeder: "Vertel me eerst het goede nieuws maar." Huubje: "De school is afgebrand!" Moeder: "En het slechte nieuws?" Huubje: "De rapporten zijn bewaard gebleven!





Jantje laat aan zijn vader zijn rapport zien. Zegt zijn vader: "Wat een slechte cijfers! En de vorige keer was je zo goed!" Jantje: "Het is de schuld van de meester. Hij heeft Keesje die naast me zat een andere plaats gegeven!"





"Noem de jaargetijden eens op. Klaas?" Vraagt de onderwijzer. "Voorjaar, herfst en de winter." "En waar blijft de zomer?" "Dat heb ik me dit jaar ook afgevraagd, meneer!"





Er rijdt een overvaller heel hard over de weg en rijdt een neger over. even later komt de overvaller terug bij de plek waar de neger is over reden. er staan een paar belgen om heen te praten.Vraagt de overvaller hoe het met die neger is afgelopen.Zeggen de belgen tegen de overvaller:"hij zei dat hij nog leefde,maar wij geloven hem niet!


 


 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1