![]() |
|
to English text In oktober 1998 kwam bij VUB Press mijn boek over buitenaardse beschavingen uit. De verkoop loopt nog altijd, het kost 12,80 � en telt 150 bladzijden met een aantal illustraties. Als u bij mij zelf bestelt, kost het 11 �, te storten op 230-0013758-04 Fortis Belgi�. Vergeet dan niet er uw adres en de mededeling "boek SETI" bij te voegen �n stuur me ook een e-mail met uw bestelling, want ik loop niet elke dag naar de bank om te zien of het er geld heeft geregend : [email protected] Enkele recensies : "Alle vragen die regelmatig opkomen over buitenaardse beschavingen, komen in dit boek aan bod�" (Urania in de Kijker, 27-10-1998 - Volkssterrenwacht Urania, Hove - http://www.urania.be) �Enkele bladzijden vallen iets te technisch uit, op andere bezondigt Willems zich dan weer aan overhaaste moraalfilosofische uitspraken�� (Pascal Cornet in De Morgen 29-10-1998) ��laat zich gaandeweg geboeid meeslepen door de gedachtengang. Nu eens met de grootste instemming, dan weer met de neiging een stevig potje te discussi�ren�� (Willy De Buck, Het Nieuwsblad 27-11-1998) Het Belang van Limburg Filiep Vanden Broeck in Bres Louis Trippaers in Heelal en in het informatieblad van het Europlanetarium te Genk Het Vrije Woord Het Vrije Woord is een radioprogramma van het Humanistisch Verbond. Info-Ster E. Wannee-Immerzeel voor de Nederlandse Bibliotheek Dienst, Leidschendam Willy De Buck in Het Nieuwsblad Joris van Meerbeek in De Standaard en om te beginnen, hier Tim Trachet in OSB Briefing : |
Lode Willems :De buitenaardse beschavingen. Waar zijn ze dan ?1998, VUBPress, Brussel - ISBN 90-5487-201-2 Het grote probleem met buitenaardse beschavingen is dat we er zo goed als niets over weten. Het onderwerp spreekt zeer - al te zeer - tot de verbeelding, maar wie zich aan de nuchtere feiten wil houden krijgt er, bij wijze van spreken, geen boek mee vol. Willems neemt ook de science fiction en diverse vormen speculatie onder zijn (gelukkig kritische) loep, maar ook met een groot lettertype en enkele overbodige uitwijdingen komt hij nauwelijks aan 150 bladzijden. Gelukkig staat daarin wel degelijk alles wat we kunnen weten. De buitenaardse beschavingen geeft een vrij goed overzicht van wat we over buitenaardse beschavingen mogen geloven. En de conclusie is pessimistischer dan de meesten onder ons zouden willen geloven. Op het eerste zicht lijkt het bestaan van buitenaards leven bijna evident. Als er leven op aarde kon ontstaan, waarom dan niet op een andere planeet? Zo beschouwd moet het heelal vol leven zijn. Wie gelooft dat wij uniek zijn moet wel heel bekrompen zijn, zo hoort men vaak. Er zitten echter een paar serieuze adders onder het gras. Vooreerst wijst alles erop dat de omstandigheden waaronder het leven hier op aarde is ontstaan heel bijzonder zijn. De aarde is echt geen .normale' planeet en het is dan ook niet te verwonderen dat op andere planeten in ons zonnestelsel geen spoor van leven is gevonden. Onderzoek van de evolutie van sterren toont bovendien aan dat slechts bij een beperkt aantal sterren de omstandigheden gunstig zijn voor een planeet waar leven mogelijk is. Als er dan ergens leven ontstaat betekent dat niet dat dit tot een beschaving leidt. De evolutie verloopt blind; er is geen reden om aan te nemen dat ze noodzakelijkerwijs een intelligente diersoort oplevert. Bovendien moet die diersoort dan nog handig genoeg zijn om een technologie te ontwikkelen. Lode Willems geeft een lijst dwingende voorwaarden waaraan een planeet en een zonnestelsel moet voldoen voor zo'n evolutie. Die lijst is wellicht niet eens volledig. Wat Willems nog niet vermeldt is de recente theorie dat er in ons Melkwegstelsel af en toe eenmaal in tientallen miljoenen jaren - een enorm krachtige gamma-explosie moet plaatsvinden, zo krachtig dat alle leven in een omgeving van duizenden lichtjaren wordt vernietigd. Dat zou betekenen dat het leven op de meeste planeten - voor zover er leven op is - nauwelijks tijd heeft om tot een beschaving te komen. Kortom, de kans dat een beschaving als de onze ontstaat lijkt extreem laag. Hoe laag precies, is onbekend. We weten wel dat onze aarde de winnende combinatie heeft ingevuld voor een kosmische lotto. We weten niet of er nog andere winnaars zijn. In elk geval hebben we ze nog niet opgemerkt. Willems maakt dan ook brandhout van beweringen dat de aarde regelmatig door buitenaardse ruimtetuigen (zeg maar UFO's) wordt bezocht, of dat dit in het verleden is gebeurd (zoals Von D�niken en andere pseudo-wetenschappers beweren). Als het leven zo zeldzaam is en de afstanden zo enorm, zouden buitenaardse wezens bij een bezoek aan de aarde wel iets anders te doen hebben dan verstoppertje te spelen. Lode Willems gebruikt hierbij de onnavolgbare stijl die zijn lezers in Knack gewend waren. Af en toe laat hij daarbij wel een steek vallen. Als hij het heeft over 'een wezen dat zo ontwikkeld is dat wij erbij vergeleken slechts Cro-Magnons waren', vergeet hij dat de mens van Cro-Magnon biologisch identiek was met ons. Hij waagt zich niet aan speculaties over mogelijk telepathisch contact met buitenaards leven, maar kan nauwelijks zijn 'geloof' in het paranormale verbergen. En hij toont ook een lichte sympathie voor de omstreden Gaia-hypothese (die de Aarde als een soort levend wezen beschouwt). Maar goed, wie een goede samenvatting van de actuele kennis ter zake zoekt, zal met dit boek tevreden zijn. Tim TrachetOSB Briefing, 28e jaargang, nr. 3 & 4, juni-september 1999, p. 17 |
WETENSCHAP...Honderd miljard sterrenstelsels, met elk tot 200 miljard sterren : het zou eerder verwonderlijk zijn dat buiten de aarde g��n leven zou zijn. Of zoals Calvin & Hobbe-tekenaar Bill Watterson zegt : "Het zuiverste bewijs dat er ergens in het universum verstandelijke wezens leven, is dat ze nooit hebben geprobeerd met ons in contact te komen. Lode Willems stelt in "Buitenaardse Beschavingen" (VUB Press, 450 frank) zich toch de vraag "waar zijn ze dan ?" ... (Het Belang van Limburg, 10 en 11 november 1998, p. 9) |
Buitenaardse beschavingenLODE WILLEMS (geb. 1934), sinds 1973 redacteur Wetenschappen bij het opinieweekblad Knack, is bijzonder goed op de hoogte van astronomie, kosmologie en ruimtevaart. In tegenstelling tot veel andere wetenschapsjoumalisten volgt hij ook de psychische, sociale en paranormale wetenschappen open en onbevangen op de voet.Bij uitgeverij VUBPress verscheen recent zijn boek Buitenaardse Beschavingen (150 blz., 450 Fr.). Dit boek maakt deel uit van een trilogie. Een volgend deel, De Buitenaardse Mens, zou dan handelen over het uitzwermen van de mensheid naar planeten en sterren. Lode Willems heeft de grote verdienste dat hij ook heel ingewikkelde wetenschappelijke materie in gemakkelijk leesbare mensentaal kan verwoorden. Het bestaan van buitenaards leven voor mogelijk houden is niet vreemd meer. Willems inventariseerde de stand van zaken: hoe groot is het heelal? Hoe ver kunnen wij zoeken naar buitenaards leven? Aan welke voorwaarden moet een planeet vol- doen om mensachtige wezens te kunnen herbergen? Het grootste probleem is dat de mensheid altijd op zoek wil gaan naar een beschaving precies zoals de onze. Stel dat er elders een mensachtige beschaving bestaat die echter 200 jaar achter is op de onze dan is telecommunicatie al onmogelijk. En heeft een signaal van 300 lichtjaren ver (oud) nog enige bruikbaarheid? Het is een verhelderende en spannende uiteenzetting. FILIEP VANDEN BROECK BRES, februari/maart 1999 Nieuws uit Vlaanderen, p. 122 |
|
Buitenaardse Beschavingen, Lode Willems VUBPress, 24 x 15.5 cm, 150 Blz., ISBN 90 5487 201 2, 450 Bfr (11.16 �) . Een eerste conclusie na het lezen van dit boek is dat de auteur geen resultaten van nieuw wetenschappelijk onderzoek presenteert, maar wel een overzicht geeft van de feiten rond dit onderwerp, die bij vele beroeps- en amateur-astronomen bekend zijn. Het is duidelijk dat de auteur zich in de eerste plaats wendt tot de volslagen leek in deze materie. Opvallend is dat L�de Willems er in slaagt om tijdens het ganse betoog in het boek niet te vervallen in t� moeilijke wetenschappelijke termen of formules. Vanaf het begin tot en met de laatste regel blijft dit boek vlot en aangenaam leesbaar en bevattelijk. Vooral het hoofdstuk Interludium valt op. De auteur slaagt erin om op nauwelijks enkele bladzijden brandhout te maken van de stellingen en beweringen van Von D�niken. Idem vergaat het de UFO's. de schrijver veegt ze kort en geargumenteerd van tafel. Elke rechtgeaarde wetenschappelijk denkende lezer kan dit alleen maar toejuichen. Toch kunnen we ons niet bij punt 11 van de eindconclusies aansluiten (blz. 144). Inderdaad is bekend dat het gemiddelde koolstofgehalte van de sterren in ons melkwegstelsel tussen 175 en 275 ppm ligt. Dat betekent echter niet dat alleen het zonnestelsel daar bovenuit stijgt, Er zijn nog andere sterren die ook meer dan 375 pprn koolstof halen en zelfs nog veel hogere waarden. In de bolvormige sterrenhopen is dat gehalte veel lager en in de spiraalarmen van de Melkweg is het veel hoger. In gebieden met weinig stof eindigde de stervorming vrij vroeg. Dit was ondermeer het geval in bolvormige sterrenhopen. In die gebieden komen vrijwel geen supernova's meer voor. Daardoor wordt de omgeving niet meer verrijkt met een toename aan koolstof. In de spiraalarmen gaat de stervorming nog steeds door (de auteur wijst daar zelf op: blz. 62). In die gebieden is nog voldoende stof en gas voorradig voor het ontstaan van nieuwe sterren en supernova's zodat de verrijking met koolstof kan doorgaan. Met de tien andere aangehaalde punten, die trouwens zo goed als vaststaan, is de eindconclusie van dit boek al ruim zwartgallig genoeg. Men kan dit boek in ��n adem uitlezen. In geen enkele passage brengt het verveling of leesmoeheid mee, dank zij een boeiende en vlotte stijl : een absolute aanrader! Louis Trippaers (Heelal, maart 1999) (Europlanetarium Genk) |
Lode Willems - Buitenaardse Beschavingenopname : 25.02.1999uitzending : 08.03.1999 samenstelling : KVD Er zijn in het heelal zo'n honderd miljard sterrenstelsels. Elk stelsel bevat zowat honderd miljard sterren Aannemen dat tussen al deze sterren onze zon de enige is met planeten, waarvan er ��n bewoond wordt door intelligente wezens, is antropocentrische eigenwaan.' Dat is zowat het uitgangspunt van Lode Willems in zijn boek 'Buitenaardse beschavingen. En daarover had KVD een gesprek met Lode Willems. Die kent u allicht wel als de wetenschapsjourtialist van het weekblad Knack. In zijn boek worden alle mogelijkheden op het bestaan van buitenaardse beschavingen overwogen en onderzocht. En, Karel, dan gaat het wel om een wetenschappelijke stand van zaken. Dat klopt, Frank. Buitenaards beschavingen, het heeft iets van science fiction, van het geheimzinnige en het onbereikbare Maar Lode Willems maakt in zijn boek inderdaad een soort van wetenschappelijke stand van zaken op. En die brengt hem alvast tot het besluit dat het bestaan van buitenaardse beschavingen zeker geen gekke hypothese is. Maar een hypothese die, voorlopig althans, nog moet wachten op bevestiging, want een beslissend argument is er nog niet. Willems geeft zelf dan ook een voorzichtig antwoord op de vraag hoe groot de waarschijnlijkheid is van het bestaan van buitenaardse beschavingen. Lode Willems : Dat is nu juist de vraag: 'Hoe groot is die kans ?' Wij kennen eigenlijk maar ��n voorbeeld. Dat is het voorbeeld van de aarde en van onszelf en van de andere dieren hier op deze planeet. En wij weten nu wel al dat om via de evolutie tot een dergelijk resultaat te komen en nog maar een vogeltje, laat staan een intelligente aap, dat je daarvoor een miljoenen jaren lange evolutie nodig hebt met misschien miljarden, triljoenen toevalstreffers. En dan kom je natuurlijk tot het idee, ja, ik wil niet antropocentrisch zijn en ik neem aan dat behalve wij in het heelal nog zeer vele levensvormen moeten zijn, vormen van beschaving, wellicht wel technologische beschaving, maar als ik dan die andere redenering begin aan te pakken van de evolutie en hoe groot die kans was dat wij geen doodlopende tak waren - wij kunnen nog altijd een doodlopende tak worden in de toekomst, wij weten dat niet - dan zal je bijna tot de conclusie moeten komen : wij hebben de kosmische lotto gewonnen. En een toevalstreffer zoals wij, daarvoor zijn er nog niet genoeg sterren in het heelal. E�n heelal is te klein voor twee beschavingen. Maar dat zeg ik nu zomaar, ik beweer dat niet. Ik beweer dat met de huidige kennis die wij hebben het nog altijd zou kunnen dat deze redenering de juiste is, maar ik hoop van niet, want alleen zijn is zo triestig, h�. En dat zegt misschien ook veel over onze zoektocht naar buitenaardse beschavingen. We zoeken of we daar niet iets vinden - dat moet niet meteen op een mens gelijken - maar iets waarmee we kunnen communiceren. In de speurtocht naar buitenaardse beschavingen is het blijkbaar moeilijk om je los te maken van een antropocentrisch standpunt Zeggen dat het leven een uitzonderlijk iets is en 'toevallig' ontstond op deze eigenste aarde is net zo antropocentrisch als stellen dat volgens de wetenschappelijke wetmatigheden het leven ook elders moet ontstaan zijn. De enige wetenschap die wij immers kennen, hoe veralgemeenbaar ook, is menselijk. De zoektocht naar buitenaardse beschavingen blijft dus vastzitten aan onze beperkte aardse en antropocentrische kijk op het heelal. Lode Willems : Ja, dat is het dilemma, h�. Als je dus politiek correct wil zijn, je komt er niet onderuit. Wat je ook doet je bent altijd antropocentrisch. Wij kunnen niet iets indenken wat buiten onze vertrouwde omgeving ligt. En als wij denken dat wij bezig zijn met iets heel exotisch dan zijn wij in feite toch nog altijd antropocentrisch aan de gang. Het is een beetje zoals Haldane zei: "Het heelal is niet alleen vreemder dan wij denken, het is vreemder dan wij k�nnen denken." Buitenaardse beschavingen, wij kunnen ons dat alleen maar op een aardse manier voorstellen. Maar misschien is dat ook wel zo, want, kijk, overal in het heelal vind je dezelfde elementen. Het is een planeet, dus er moet aarde zijn, misschien enigszins anders samengesteld dan die bij ons, maar alleen op onze planeet is de aarde in verschillende gebieden al anders van samenstelling, h�. Hier ziet ze rood, daar zit meer ijzer in, daar zit meer, enz. enz. Dus overal, denk ik, als er leven ontstaat, en dat kan verder evolueren, dat leven heeft dus de stralen nodig van die ster waarrond het draait, die warmte, dat gaat eerst die warmte voelen, in zijn plantenstadium. Dan gaat het op een of andere wijze die waarneming van die warmte en van dat licht, die gaat dat concentreren op een of twee punten van zijn lichaam. En dan na verloop van tijd mondt dat uit in ogen, een zintuig om de omgeving nog beter waar te nemen. Het gaat de luchttrillingen voelen. Er ontwikkelt zich een oor, enz. enz. Ik kan mij bijna geen andere zintuigen indenken dan de vijf of zes die wij hebben. En dat is het probleem, waarschijnlijk, dat ik mij dat niet kan indenken. Of misschien is het juist ge�igend dat ik mij dat zo moet indenken. Wat is het antwoord ? Ik weet het niet. En daar dan een boek over schrijven. Ik moet gek zijn. Niet zo gek allicht, want heel wat mensen spelen toch met die idee van kijk, buitenaardse beschavingen bestaan ze ? En vooral hoe kunnen wij daar dan eventueel contact mee hebben ? Eens eerst gaan kijken ook.- hoe groot is d& kans volgens u dat er inderdaad buitenaardse beschavingen bestaan waar wij vroeg of laat, misschien gaat er heel wat tijd over heen, maar waar wij vroeg of 'laat toch contact mee zouden kunnen hebben ? Hoe groot is die kans ? Wel, nu denk ik in de eerste plaats aan wat Enrico Fermi in de jaren '40 eens zei: 'Buitenaardse beschavingen, als ze bestonden, dan hadden ze hier al moeten zijn, maar we hebben nog niets gemerkt. Waar zijn ze dan ?' Omdat als ze mogelijk zijn, dan kan het bijna niet anders of er moeten elders al beschavingen ontstaan zijn voor wij er waren. Dus de kansen dat wij alleen zijn dat is een, maar de kansen dat wij de eersten zijn die is ook zeer miniem. Maar dat is wat een Franse auteur noemde de kosmische Adam en Eva, dus ergens in het heelal moet er een ras zijn dat er het eerst was. Wij zouden dat kunnen zijn, dus dan moeten de anderen nog komen en dat zou een reden kunnen zijn waarom wij ze nog niet gezien hebben. Een andere reden zou kunnen zijn dat ze niet talrijk zijn. Het aantal beschavingen in het heelaal zeer, zeer klein. Misschien is er maar ��n per sterrenstelsel en dan zitten we natuurlijk met die, ja die realiteit, de natuurwet van de beperking van de lichtsnelheid. Niets kan sneller gaan dan het licht. En als je dan op een miljoen lichtjaar van ons zit, ja, hoe kunnen ze hier dan zijn. Met een technologie zoals de onze zeker niet. En met een technologie die duizend jaar ouder is dan de onze misschien ook nog niet. En wat is duizend jaar op kosmische schaal. Er kunnen beschavingen bestaan die miljoenen jaren ouder zijn dan wij. En dan is het probleem misschien dat zij eventueel welwillend zijn tegenover ons, zoals ik welwillend ben tegenover een mier die door het gras loopt, maar ik kan met die mier niet communiceren. Wij zijn toch wel druk bezig met onze beschaving om zeep te helpen. Carl Sagan, bv. die houdt, of die hield, de man is overleden, hij hield toch ook wel rekening met de kans dat beschavingen ook altijd die noodlottige fase zouden kunnen meemaken van zichzelf te gaan vernietigen, dat dat misschien ook eigen is aan de evolutie, kosmische evolutie, dan. Maar stel dat beschavingen zichzelf overleven, dat zij inderdaad een voorsprong hebben dat zij tot hier geraken of dat bepaalde boodschappen tot hier geraken, hoe gaan we die boodschappen dan herkennen ? Hoe is communicatie, interstellair tussen verschillende beschavingen die een heel andere geschiedenis hebben meegemaakt, hoe is die mogelijk ? Dat is ook weer een probleem, want wij zitten altijd, wij zoeken communicatiemiddelen die wij zelf kennen. En het is heel typisch. In de vorige eeuw stelde een Duitse wetenschapper voor om in Siberi� een groot stuk bos te ontbossen, om daar de bomen om te hakken in de vorm van een gelijkvormige driehoek. De Marsbewoners zouden dat merken, zeggen: 'Aha, de aarde, daar wonen intelligente wezens, zouden een gelijkaardig signaal verzinnen. Zeer omslachtige bedoening, maar ja de mens kon zich toen nog niets anders indenken. De radio bestond nog niet. De radio wordt uitgevonden en wat doen we ? Ah wij gaan op zoek naar radiosignalen uit de ruimte. Nu de laatste tijd hoor ik al praten over lasersignalen uit de ruimte. En als we over 10, 20 jaar weer iets nieuws uitvinden dan gaan we naar dat soort signalen zoeken in de ruimte. Dus wij kunnen niet buiten onze eigen menselijke ervaring. Dat is het grote probleem, denk ik, van communicatie. Tja, communiceren ~ buitenaardse beschavingen ... Als die er al zijn ... Dat was nog Lode Willems. Een gesprek naar aanleiding van zijn boek daarover : 'Buitenaardse beschavingen�. En volledigheidshalve ook nog even zeggen dat Willems zo zijn eigen kijk heeft op de manier waarop interstellaire communicatie toch zou kunnen. En die situeert hij in de parapsychologische hoek. Een heel aparte piste die in het boek ook de nodige aandacht krijgt. 'Buitenaardse beschavingen' van Lode Willems werd uitgegeven bij de VUB Press en is te verkrijgen in elke goede boekhandel En er is een vervolg in de maak. Alvast een stevige aanrader. |
BOEKBESPREKING :BUITENAARDSE BESCHAVINGEN VAN LODE WILLEMSHet boek "De buitenaardse beschavingen", met als ondertitel "Waar zijn ze dan? " is van de hand van Lode Willems, wetenschapsjournalist bij Knack. Wie de artikels van Lode Willems regelmatig leest weet dat hij wetenschap benadert op een bevattelijke en begrijpelijke manier. Tevens durft Lode Willems standpunten innemen die hijzelf beschouwt als 'randwetenschappelijk' en die niet altijd in dank worden afgenomen binnen de gevestigde wetenschappelijke wereld. Standpunten die wij zelf heel erg toejuichen. Al deze ingredi�nten vinden wij in "Buitenaardse beschavingen" ook terug. Op een bevattelijke wijze brengt Lode Willems alle aspecten die met buitenaards leven te maken hebben ter sprake. De vraag 'Gelooft U in buitenaardse beschavingen ? ' wordt vanuit drie standpunten benaderd. Met 'misschien wel' krijgen we een overzicht over de mogelijkheid van leven in ons zonnestelsel. Met het antwoord 'misschien niet' schetst de auteur de moeilijke speurtocht naar buitenaards leven. Tot slot beschrijft Lode Willems met 'misschien niet' de voorwaarden waaraan leven moet voldoen. Dit boek is een absolute aanrader voor iedereen die geboeid is door de oneindigheid van het heelal en de plaats van de mens in deze onmetelijkheid. Ideaal om eens weg te mijmeren aan de open haard tijdens de lange winteravonden.Vzw Info-Ster, jaargang 7 nr. 1, januari 1999, p. 3 |
|
Nederlandse Bibliotheek Dienst, Leidschendam
BKM0026 Titelinformatie afkomstig van het NBLC Datum 14-01-1999 DE BUITENAARDSE BESCHAVINGEN : WAAR ZIJN ZE DAN? / LODE WILLEMS BRUSSEL : VUBPRESS, COP. 1998, 150 P, 24 CM. MET LIT. OPG ISBN: 9054872012 552.6 (ITW) ONS HEELAL IS ZEER GROOT EN BIJNA IEDEREEN VRAAGT ZICH AF OF ER BUITEN ONZE AARDE EN ZONNESTELSEL EEN STERRENSTELSEL ZOU KUNNEN ZIJN WAAR LEVEN OP DE EEN OP ANDERE MANIER ZOU KUNNEN VOORKOMEN. AUTEUR, DIE ZOWEL JOURNALIST ALS AMATEUR-ASTROLOOG IS, BESCHRIJFT IN DIT BOEK WAT OVER DE BUITENAARDS BESCHAVINGEN BEKEND IS. HIJ SLUIT NIET UIT DAT ER IN DE KOSMOS EEN VORM VAN LEVEN AANWEZIG 18 OF ZOU KUNNEN ONTSTAAN EN VERWACHT DIE OOK. HIJ GEEFT VOORWAARDEN AAN DIE DAN AANWEZIG MOETEN ZIJN. HET BOEK IS BEDOELD VOOR DE GEINTERESSEERDE LEEK DIE NET ALS HIJ OP ZOEK IS NAAR MOGELIJKHEDEN VAN BUITENAARDS LEVEN. NA EEN KORTE INHOUDSOPGAVE NEE24T SCHRIJVER ONS MEE IN ZIJN OVERDENKINGEN OVER DE MOGELIJKHEDEN VAN BUITENAARDS LEVEN, WAARBIJ OOK AANDACHT GESCHONKEN WORDT AAN HET FENOMEEN VAN DE UF'O'S EN WAARNEMINGEN VANUIT VLIEGTUIGEN EN RUIMTEVAARTSCHEPEN. TOT SLOT EEN LIJST VAN AANBEVOLEN LECTUUR. DE UITVOERING VAN HET BOEK is GOED VERZORGD, HET HEEFT EEN DUIDELIJKE LETTER EN BEVAT DIVERSE ILLUSTRATIES ALS ONDERSTEUNING VAN DE TEKST. E. WANNEE-IMMERZEEL. BESTELNUMMER: 99012944. IN : 24 9 |
Hallo, is daar nog iemand ?door Willy DE BUCK"Er zijn in het heelal zo'n honderd miljard sterrenstelsels. Elk sterrenstelsel bevat tussen de vijftig miljard tot tweehonderd miljard sterren. Aannemen dat tussen deze talloze sterren onze zon de enige is met planeten waarvan er ��n bewoond wordt door intelligente wezens, is antropocentrische eigenwaan", schrijft Knackjournalist Lode Willems in Buitenaardse beschavingen.Elk nadenkend mens zal ooit wel eens tot de conclusie gekomen zijn dat de aarde niet de enige bewoonde planeet kan zijn, en het is wellicht de enige correcte conclusie, maar in zijn 150 bladzijden lange zoektocht naar buitenaardse intelligentie brengt Lode Willems die quasi-zekerheid toch nog voortdurend aan het wankelen. Hoewel de gedachte aan buitenaardse beschavingen opwindend is en de verleiding groot is, laat Willems zich door die fascinatie niet meeslepen. Hij laat zich heen en weer slingeren tussen de grote waarschijnlijkheid van buitenaards leven en het ontbreken van ook maar het geringste bewijs. Zijn twijfels knagen aan de waarschijnlijkheid van buitenaardse beschavingen, zodanig zelfs dat hij er terloops een gedachtengang op bouwt die naar de onwaarschijnlijkheid leidt : wie namelijk de onvoorstelbare samenloop van omstandigheden ontrafelt die op onze planeet tot leven heeft geleid, moet eigenlijk toegeven dat zo'n toeval nauwelijks voor herhaling vatbaar lijkt. De 'gelovigen" in buitenaardse beschavingen worden bovendien voortdurend en soms met licht cynisme op de ontnuchterende zekerheid gewezen dat ze tevergeefs op bevestiging zullen wachten. Want was het idee dat we niet alleen zijn tot voor kort nog een ontluisterende gedachte, dan valt het velen vandaag nog lastiger dat we er wellicht nooit zullen in slagen om contacten te leggen met onze heelalgenoten. Een boodschap die we vandaag bijvoorbeeld versturen naar de dichtstbijzijnde mogelijk leefbare plaats zal tienduizenden jaren onderweg zijn en het eventuele antwoord zal bijgevolg pas geopenbaard worden aan - als ze nog bestaan - totaal andere mensen in een totaal andere tijd. De her- haalde pogingen tijdens de voorbije eeuw om contacten te leggen getuigden dan ook eerder van een aandoenlijke na�viteit en een hopeloos amateurisme dan van kansrijke wetenschappelijke ondernemingen. Het boek van Lode Willems neemt een wat valse start met een onvolledig lijstje afkortingen en begrippen die beter als voetnoten verwerkt konden worden, maar wie over die eerste ergernis heen is laat zich gaandeweg geboeid meeslepen door de gedachtengang. Nu eens met de grootste instemming, dan weer met de neiging om een stevig potje te discussi�ren. Willems heeft daar geen bezwaar tegen, want hij verkoopt zijn mening niet als het grote gelijk. Zo redeneert hij bijvoorbe�ld wat te nadrukkelijk als mens, wanneer hij veronderstelt dat intelligentie en moreel besef samengaan en dat meer gevorderde beschavingen onmogelijk slechte bedoelingen kunnen hebben, omdat ook wijzelf steeds verder in de richting van een hogere ethiek evolueren. Er zijn namelijk best even logische redeneringen mogelijk die naar de tegenovergestelde conclusie leiden. Het Nieuwsblad 27.11.1998 |
Lode Willems over buitenaardse beschavingenScience of fiction ?UFO's, graancirkels ... Er zullen altijd wel redenen zijn om aan te voeren dat er heel misschien en eventueel buitenaardse beschavingen bestaan. Maar worden er ook overtuigende argumenten voor aangebracht?W E T E N S C H A PBuitenaardse beschavingen? Als ik zie wat wij ervan gebakken hebben, lijkt ��n beschaving mij ruimschoots voldoende. Of zijn we op zoek naar een "hogere" beschaving, een nieuw Utopia ver buiten onze dampkring? Als je Lode Willems erop naleest, lijkt het die richting uit te gaan : vergeet de gifgroene ruimtemonsters, op naar een verbeterde uitgave van de mens. Willems droomt namelijk hardop van levensvormen die niet alleen intelligenter maar tegelijk ook fysiek �n ethisch verfijnden zijn dan de onze. Te oordelen naar de vredesgroet "aan alle wezens" waarmee zijn boek begint, zou hij zich in hun gezelschap aardig thuisvoelen.Lode Willems is al van jongsaf aan gefascineerd door de sterren. Als wetenschapsjournalist bij het weekblad Knack heeft hij ons al vaker over zijn passie onderhouden. Vroeger liet hij zich wet eens enthousiast uit over de astrologie, tot grote ergernis van sceptische wetenschappers. Nu legt hij zich toe op nog een randverschijnsel van de sterrenkijkerij, de zoektocht naar buitenaards leven. Willems gaat niet zo ver als die andere (ex-)journalist, Claude Vorilhon. Die heeft zichzelf, na een close encounter met buitenaardse wezens, omgedoopt tot Ra�l en schooit sindsdien geld bij elkaar om ambassades te bouwen waar gezanten uit de ruimte met de nodige egards kunnen worden ontvangen. Willems heeft ook al wel een UFO gezien, op 28 september 1997 om precies te zijn, maar dan vanop een respectabele afstand. Misschien vormde die belevenis mee de aanzet tot dit wat overhaast geschreven boek, maar aan het bouwen van ambassades is Willems nog lang niet toe. In tegenstelling tot Ra�l lijdt Lode Willems ook niet aan algehele verstandsverbijstering. Eigenlijk weten we niets over het bestaan van buitenaardse beschavingen, stelt hij nuchter vast, en "zolang we geen bewijzen hebben, dienen we alle mogelijkheden in! overweging te nemen." Op de vraag "Gelooft u in buitenaardse beschavingen?" zijn er volgens Willems dan ook drie antwoorden mogelijk: "misschien wel", "misschien wel, maar..." en "misschien niet". En elk van die antwoorden is goed voor. een apart boekdeeltje. Het eerste deel van Buitenaardse beschavingen vertrekt niet zozeer van de hypothese dat er "misschien wel" buitenaardse beschavingen bestaan, maar van de stelling dat je goed gek moet zijn om eraan te twijfelen. "Er zijn in het heelal zo'n honderd miljard sterrenstelsels. Elk sterrenstelsel bevat tussen de vijftig miljard tot tweehonderd miljard sterren. Aannemen dat tussen deze talloze sterren onze zon de enige is met planeten waarvan er ��n bewoond wordt door intelligente wezens, is antropocentrische waanzin." Het eerste argument dat voor die stelling wordt aangedragen is pover: "We hebben het altijd al geweten." In de vierde eeuw voor onze jaartelling schreef Metodoros van Chios al dat het onzinnig zou zijn te denken dat de aarde de enige bewoonde wereld is in een oneindige ruimte. In de renaissance was de Italiaanse monnik Giordano Bruno ervan overtuigd dat er ontelbare werelden bestonden die door levende wezens werden bewoond. In de zeventiende eeuw opperde de Fransman Bernard de Fontenelle in zijn Entretiens sur la pluralit� des mondes dat de maan een "bewoonde aarde" was. Twee eeuwen later schreef de Franse wiskundige en astronoom Laplace dat er leven moest zijn op Jupiter. En eind negentiende eeuw dacht de Italiaanse astronoom Giovanni Schiaparelli op Mars kanalen te ontwaren, die waren aangelegd door pientere ingenieurs. Intussen weten we wel beter : er is geen beschaving op de maan, op Mars of Jupiter. Meer hedendaagse believers, met name SF-auteurs als H.G. Wells, C.S. Lewis en Arthur C. Clarke, hebben misschien wel aardige verhalen over Mars- en Venusbewoners bedacht, maar bij nader inzien bleken die minder op science dan op fiction te berusten. Gelukkig hoeven romanciers zich minder zorgen te maken over het waarheidsgehalte van hun werk dan filmmakers. Volgens de Amerikaanse sterrenkundige Carl Sagan, adviseur bij 2001 A Space Odyssea (sic), vreesde regisseur Stanley Kubrick dat men intelligente ruimtewezens zou ontdekken voor zijn peperdure film klaar was. Misschien zou zijn werkstuk helemaal achterhaald zijn eer het in de bioscoop kwam. Kubrick wilde zich tegen dat risico indekken bij de verzekeringsmaatschappij Lloyds, maar die wilde er naar verluidt haar broek niet aan scheuren. Zelf heb ik nooit hoog opgelopen met het genre, maar volgens Willems bestaat er een schat aan Nobelprijswaardige. SF-literatuur". Dat oordeel zal hij misschien minderen als hij helemaal rond is met de "CD-Rom met 3.500 volledige werken uit de wereldliteratuur" die op zijn boekenplank staat. Maar dat kan nog een tijdje duren. "Als ik elke dag een boek lees," aldus Willems, "zou het me zestig jaar kosten om deze CD-Rom uit te lezen." Vreemd, als je bedenkt dat een normaal lezer die klus in minder dan tien jaar kan klaren. Ondertussen blijft Willems een overtuigd aanhanger van de Wet van Clarke, zo genoemd naar de gelijknamige SF-auteur: "Wanneer een vooraanstaand maar ouder geleerde beweert dat iets mogelijk is, heeft hij vrijwel zeker gelijk. Wanneer hij beweert dat iets onmogelijk is, heeft hij hoogstwaarschijnlijk ongelijk." Als je nagaat wat voor onzin onze geleerde voorouders allemaal hebben bedacht, lijkt de Wet van Clarke niet veel meer te zijn dan een leuke boutade. Maar de geleerden hebben de hoop op "verre verwanten" nog lang niet opgegeven, alleen is het besef gedaagd dat we die verder zullen moeten gaan zoeken dan eerst gedacht : buiten ons zonnestelsel. Het tweede deel van Buitenaardse beschavingen opent met een aandoenlijk gedicht: "Het waren twee Koningskinderen/ Zij hadden elkander zo lief/ Zij konden bijeen niet komen/ het water was veel te diep..." Hier komt heel even de vraag aan de orde wat er zoal nodig is om intelligent leven te laten ontstaan - leven dat onder meer in staat is tot "ingewikkelde communicatie" en "het tot stand brengen van technologie". En we krijgen meteen een ontnuchterend antwoord : dat is "nog niet helemaal duidelijk". "Maar goed," zegt Willems, "we nemen even aan dat buitenaardse intelligente wezens bestaan. Dan is het probleem : hoe vinden wij hen en hoe vinden zij ons?" Mocht er op dit ogenblik ergens een beschaving bestaan op het technologische peil van onze Middeleeuwen, dan hebben wij daar geen weet van, aangezien de telecommunicatie er nog moet worden uitgevonden. Van een beschaving op ons niveau zouden we nu de eerste signalen kunnen opvangen, op voorwaarde dat ze niet verder verwijderd is dan een kleine honderd lichtjaar. En een beschaving die veel verder gevorderd is zouden we misschien niet opmerken, omdat wij hun technologie niet begrijpen. Kortom, we zouden buitenaardse wezens moeren vinden die ongeveer onze gelijken zijn, of misschien net iets slimmer. Stel dat het lukt, zouden wij daar dan veel plezier aan beleven? Zolang we alleen maar via telecommunicatie met ze omgaan valt er weinig te vrezen, maar lichamelijke nabijheid, rechtstreeks contact, zou wel eens kunnen leiden tot "raciale fobie�n of nog erger". De Britse natuurkundige en bioloog Stephen Hawking is er alvast niet gerust op. "Een ontmoeting met een verder ontwikkelde beschaving dan de onze zou voor ons kunnen zijn wat de Amerikaanse Indianen overkwam toen ze Columbus tegen het lijf liepen. Ik denk niet dat ze het daar van hun standpunt uit bekeken heel goed vanaf hebben gebracht." Ook de astronoom Martin Ryle en de natuurkundige en kernfysicus George C. Baldwin vrezen dat een ontmoeting met een hogere beschaving op een ramp uitdraait. Maar daar ligt Willems niet wakker van. "Het is namelijk mijn overtuiging dat intelligentie, door het comfort dat ze onvermijdelijk met zich mee brengt, wel moet voeren tot een almaar grotere verfijning, zowel lichamelijk als geestelijk." De Wet van Willems klinkt misschien wel sympathiek, maar snijdt ze ook hout? Voor de opvatting dat "intelligentie zich weerspiegelt in een verfijnd uiterlijk" zoekt Willems steun bij de bioloog Stephen Jay Gould, die betwijfelt of intelligentie ook kan voorkomen bij schepselen in de vorm van bobbels en vliezen. Nee, roepen evolutionisten in koor. En dus, horen we Willems denken, kunnen intelligente marsmannetjes geen wangedrochten zijn met een eierhoofd en schubben. De wensdroom dat een hoge intelligentie, en de geavanceerde technologie die daar mogelijk mee gepaard gaat, ook borg zou staan voor meer ethiek is kennelijk helemaal van Willems zelf. Met het groeien van de intelligentie zou immers de mogelijkheid toenemen "om zich in te denken in de huid van een ander". Maar wat schiet je op met mogelijkheden? Denkend aan de moordmachine van de Duitsers tijdens de twee wereldoorlogen en van de Amerikanen tijdens de Vietnamoorlog, beseft 'Willems dat technologische superioriteit nooit een waarborg is gebleken voor goedaardigheid. Maar hoop doet leven : "Wij, bijvoorbeeld, zitten nog in het stadium van de oorlogvoering (�) maar geef ons nog een paar eeuwen, of laat het een paar duizend jaar zijn, en we zijn een vredelievende, liefhebbende soort." Volgens Willems zijn we er de laatste jaren trouwens met rasse schreden op vooruitgegaan : niet alleen kennen we nu het begrip "oorlogsmisdaden" en bestaat er een internationale vredesmacht, er zijn ook al minderheden ("nog vaak verguisd, gehaat of belachelijk gemaakt") die het opnemen voor het lot van de dieren. "Een beschaving die ver vooruit is op ons," besluit Willems, "kan volgens mij niet anders dan ook op ethisch gebied ver vooruit zijn op ons (�) Een vergevorderde beschaving kan de mens geen kwaad berokkenen (�) En een werkelijk hogere beschaving zal zelfs een insektenplaag niet met verdelgingsmiddelen bestrijden." Het doet mij denken aan een bekend dierenrechtenactivist die - echt waar - de mol in zijn achtertuin op geheel vreedzame wijze naar het pand van zijn buurman verdreef. En als we dan toch een beetje lacherig mogen doen, hoe zachtaardig is zo'n hogere beschaving nu eigenlijk : eten ze daar nog wel groenten. of vergaan ze al van mededogen bij de aanblik van een blaadje jonge sla ? "Ik ken de opwerpingen," zegt Willems, "mijn idee is een antropocentrische ide�lisering." Wetenschappers als Ryle en Baldwin zijn volgens Willems dan ook "armzalige psychologen en sociologen, die "niets merken van de historische evolutie die zich onder hun ogen afspeelt." Hij belooft hen "twee hoofdstukken verder" lik op stuk te geven, maar ook een wetenschapsjournalist kan zich misrekenen. Twee hoofdstukken verder komt het onderwerp helemaal niet aan bod, en waar Willems zijn opponenten w�l van repliek dient, komt hij niet verder dan voormelde geloofsbelijdenis. Hoe dan ook, als we een geavanceerde beschaving willen vinden, zullen we onze speurtocht moeten uitbreiden tot planeten ver buiten ons zonnestelsel. De laatste jaren werd een handvol van die "exoplaneten" ontdekt, maar die "ontdekking" moeten we met een korrel zout nemen : met onze huidige apparatuur kunnen we ze niet rechtstreeks waarnemen, we kunnen alleen maar gissen dat ze bestaan. In eik geval hebben we nog geen enkel planetenstelsel gevonden dat vergelijkbaar is met het onze. Ondertussen luisteren reusachtige radioantennes al enkele decennia naar de "geluiden uit het kosmische oerwoud. Klinkt tussen al dit geschuifel en geritsel ergens een woord?" Nee, er klinkt helemaal geen woord. In de jaren zestig richtten de Amerikanen een radiotelescoop op de ster Tau Ceti. Er kwamen signalen binnen die "nogal kunstmatig leken en dus wel van intelligente afkomst moesten zijn". Enkele dagen heerste er grote opwinding, tot bleek dat de antenne eigenlijk signalen had opgevangen van een U2-spionagevliegtuig. In 1983 ging in de Verenigde Staten het SETI- project (Search for Extraterrestrial Intelligence) van start. Het leverde geen enkel resultaat op en bloedde al snel dood. De NASA probeerde het in 1992 nog eens met Mega-SETI, maar een jaar later trok de Amerikaanse senaat de subsidies in. De zoektocht heet nu Project Phoenix en wordt met priv�-kapitaal voortgezet. "Tot dusver hebben ze nog niets gevonden," noteert Willems. De buitenaardsen laten helaas niets van zich horen, maar we kunnen natuurlijk ook omgekeerd tewerk gaan en zelf signalen de ruimte insturen. In de negentiende eeuw stelde de Duitse wiskundige Karl Friedrich Gauss voor in Siberi� over een grote oppervlakte dennen om te hakken, zodat er een gelijkbenige driehoek zou ontstaan, als signaal voor de marsmannetjes. Nu gaan we verfijnder te werk. In de jaren zeventig kregen de ruimteverkenners Pioneer 10 en 11 een boodschap mee, gegraveerd op een verguld aluminiumplaatje. Naast wetenschappelijke informatie stonden er een naakte man en vrouw op. Later kregen Voyager 1 en 2 platen mee met digitale informatie over onder meer ons zonnestelsel, de aarde en de voortplantingswijze van de mens, en als toemaatje een groet van VS-president Carter en VN-secretaris Kurt Waldheim. In het beste geval komen die boodschappen over enkele tienduizenden jaren goed terecht, en als we nog eens zo lang geduid oefenen, komt er misschien zelfs een antwoord. Als er tegen die tijd nog mensen zijn om een antwoord op te vangen, wel te verstaan. Heel even oppert Willems dat we via telepathie met buitenaardse wezens zouden kunnen communiceren. Maar die mogelijkheid schrijft hij voorlopig af, niet zozeer omdat er geen paranormaal begaafde E.T.'s zouden bestaan, maar omdat de menselijke vermogens niet ver genoeg zijn ontwikkeld: "Waar het op dit soort communicatie aankomt, kunnen wij alleen nog maar zoemen of tsjilpen." Een optimistische inschatting, als je de ontnuchterende resultaten van het wetenschappelijk onderzoek naar buitenzintuiglijke communicatie bekijkt. Maar goed, stel dat we toch contact kunnen leggen met ruimtewezens, zullen zij er dan veel lol aan beleven? "De sterkste aanwijzing dat er intelligent leven bestaat elders in het heelal," bedacht R.L.J. Kwint aan de Rijksuniversiteit Groningen, "is dat het geen pogingen heeft gedaan om met ons in contact te komen." Nu ja, misschien houden de buitenaardsen zich maar beter gedeisd voor een domme en agressieve soort als de onze. In 1997 stuurden NASA en ESA een CD-Rom met boodschappen van mensen mee met Huygens, het ruimtetuig dat in 2004 op Titan zal landen. Via Internet kon iedereen zijn persoonlijke bijdrage leveren. Een Vlaming bedacht volgende waarschuwing : "Zoek dekking, de mensen komen!" Terwijl de halve wereld ongeduldig op een signaal uit de ruimte zit te wachten, hebben slimmerds bedacht dat de buitenaardsen hier al eens eerder zijn geweest. De Zwitserse hotelbaas Erich Von D�niken werd rijk met het fabeltje dat de antieke goden kosmonauten waren en zag in de geometrische figuren op de hoogvlakte van Nazca een landingsbaan voor ruimtetuigen. "Werd onze planeet ooit bezocht door buitenaardse ruimtevaarders?" vraagt Willems. "Het had misschien wel gekund, maar er is geen enkele spoor van... Tot dusver." Waarna we het relaas krijgen van zijn ontmoeting met een UFO, op 28 september 1997 omstreeks 22 uur, op de weg van Haacht naar Werchter, in het gezelschap van ene Gerda ("mijn muze van elke dag en elke nacht"). Voor UFO's probeert 'Willems al jarenlang een Nederlandse benaming te lanceren - ..Odillen" (onbekende dingen in de lucht) - maar die "poging tot verrijking van onze taal" is tot zijn "stil verdriet" mislukt. Willems beweert niet dat zijn odil van buitenaardse oorsprong was, maar bij de zoektocht naar een eenvoudiger verklaring maakt hij rare bokkesprongen. In januari 1982 zag Willems namelijk een ander raadselachtig fenomeen : witte, ingewikkelde patronen op vensterglas. Niet moeilijk, want het vroor en de verwarming stond, niet aan. "Niemand beweert dat ijskristallen geen natuurlijke oorsprong kunnen hebben," aldus Willems. "Maar wanneer fractalen op grotere schaal in korenvelden opduiken, dan is dit opeens een buitenaards wonder." Zo te horen beschouwt Willems graancirkels dus als een natuurfenomeen ; het idee dat ze gewoon door grappenmakers zijn gemaakt, komt bij hem niet op. Een open geest is goud waard, maar het kan er ook aardig tochten. Het derde en laatste deel van Buitenaardse beschavingen opent met een citaat van Gerard Bodif�e : "Het antwoord van de ruimte op het rumoer van de aarde is stilte. Tenzij we de boodschap niet horen of niet begrijpen, is er niemand daarbuiten die iets te zeggen heeft. Is eenzaamheid de prijs die voor het leven betaald moet worden?" Hier krijgen we op een drafje - 24 pagina's - de informatie waar sceptische lezers al lang op zaten te wachten : misschien is onze beschaving toch de uitzondering op de regel. Zijn elders in het heelal wel de nodige chemische bouwstenen voorhanden om leven te laten ontstaan ? En bestaat er wel ergens een ster die voldoende energie uitstraalt - niet te veel en niet te weinig - om een planeet miljarden jaren lang warm te houden en voor een min of meer stabiel klimaat te zorgen? Want dat is blijkbaar nood- zakelijk om complexe levensvormen te laten gedijen. Van complexe naar intelligente levensvormen is dan nog een grote stap. Misschien leidt intelligentie ook niet noodzakelijk tot technologie, en zonder technologie is er geen communicatie mogelijk zoals wij die kennen. Kortom, als er ooit elders in het heelal een beschaving opduikt, zou het wel eens de beschaving kunnen zijn die wij er zelf naartoe brengen. Die hypothese opent voor Lode Willems meteen nieuwe perspectieven. Met dit ene boekje is de kous namelijk nog niet af, het maakt deel uit van een trilogie waarvan het tweede deel zal gaan over het "uitzwermen van de mensheid naar de planeten en sterren". Ruimtevaart, als u het mij vraagt. Misschien kan de auteur zich ondertussen even buigen over een laag-bij-de-gronds fenomeen als taal- en zetfouten, want te veel ruis is niet echt bevorderlijk voor de intergalactische communicatie. Contact leggen met buitenaardsen is geen sinecure, maar een telefoontje naar een corrector, dat moet vandaag de dag toch kunnen. Als E.T. al broertjes heeft, laat ze dan in godsnaam tegoei klappen. |