Nu zeiden ze : �Laten wij een stad bouwen met een toren, waarvan de spits tot in de hemel reikt ; dan krijgen wij naam�� (Genesis 11, 4)



TORENS VAN BABEL

Wie haalt het in zijn hoofd om mensen op elkaar te stapelen in een kippenbatterij van een halve kilometer hoog ? De skyline is het product van een systeem waarin winst het hoogste doel is. Zoveel mogelijk geld halen uit zo weinig mogelijk vierkante meter oppervlakte. De skyline komt uitsluitend voor in een omgeving, die ten onrechte nog altijd wordt vereenzelvigd met vooruitgang en toekomstgerichtheid : de grootstad.


Het verschijnsel stad is al zo�n vier millennia oud. De stad ontstond als een bijproduct van de landbouw, die de mensen sedentair maakte. Merkwaardigerwijs bevrijdde de landbouw de mens van de noodzaak om zich uitsluitend bezig te houden met het zoeken naar voedsel om in leven te blijven. Er kwam tijd vrij om na te denken en te knutselen. Beschavingen bloeiden, technologie ontlook en ontwikkelde zich in een stijgende lijn doorheen de millennia, letterlijk zowel als figuurlijk tot op ongekende hoogten en de menselijke gaven van het denken en het dromen leidden tot de wijsgerige en natuurkundige wetenschappen. Niet alleen in wetenschappen en technologie ontplooide zich de scheppingsdrang, maar ook in literatuur en kunst. Steden waren bakens van intellectuele uitstraling en artistieke schoonheidsbeleving. En zij bleven dit tot in de negentiende eeuw en zelfs een eindje in de twintigste. Geen wonder dat iedereen met een beetje pit door de stad werd aangetrokken.
En zo begonnen de steden geleidelijk aan, onmerkbaar voor de overgrote meerderheid der mensen, door te buigen onder het gewicht van hun betovering. Er kwamen meer mensen dan er beschikbare ruimte was. De groende oasen raakten bebouwd, de omvang van woningen werd krapper en zelfs verdiepingen werden aparte woonruimten voor gezinnen. De monocultuur en massaproductie in de landbouw, leidde behalve tot uitputting en vergiftiging van de grond, ook tot armoede onder de boeren. Wie het geluk had rijk te worden, bleef. De armen vluchten naar de fabrieken en de stad. Want ook deze revolutie, met onopzettelijk cynisme als de Groene Revolutie bestempeld, vrat haar kinderen op. En de schitterende steden van weleer werden een toevluchtsoord voor ontheemden en onterfden, die als argeloze motten op het licht van de stad afkwamen. De stad raakte overbevolkt, door mensen die niet wisten wat er aan te vangen. Ze hadden er zelfs geen moestuintje meer om zich tenminste een beetje voedsel bijeen te harken.
Terwijl de mislukkelingen in de steden langs de vuilnisbakken doolden, zagen stedelingen met ietwat meer inzicht wat er gaande was en weken uit naar de leegstaande hoevetjes op de buiten.

Zwarte Gaten
Zoals een zwart gat, had de stad zoveel massa aangezogen dat ze geen licht meer kon uitstralen. Vruchten bracht ze al sinds lang niet meer voort. Slechts charlatans bewogen zich nog soepel in zo�n midden, zoals nepkunstenaars, grondspeculanten en andere pooiers. We geven er ons geen rekenschap van dat de cultuurcentra van kortgeleden, de lichtsteden, in niets geleken op de wriemelende mierennesten van vandaag. In vergelijking met wat we thans meemaken waren het levendige, knusse dorpen. Je kon er langs de lanen kuieren, luisterend naar de bries in de bomen. Om een frisse neus te halen hoefde je slechts de deur achter je dicht te trekken, de straat op. Je ging picknicken in het park. Steden als Parijs en Wenen telden bij het begin van de 19de eeuw nauwelijks 300.000 inwoners. In een hoofdstad als Praag woonden 80.000 mensen en een middelgrote stad als Graz had hooguit 20.000 inwoners en doorgaans amper 10.000. Vergelijk met de zwarte gaten van thans : Los Angeles, 3,5 miljoen inwoners ; Hong Kong, 6,3 miljoen ; New York City en Beijing, beide 7,3 miljoen ; Tokio, Mexico Stad en Moskou, elk meer dan 8 miljoen en tenslotte Seoel in Zuid-Korea en Sao Paulo in Brazili�, beide meer dan 10 miljoen zielen.
En nog stromen drommen mensen naar deze dorre massagevangenissen. Wie het zich kan veroorloven en zich elders toch geen inkomen weet te verzinnen, woont en werkt in de stadskern met haar � skyline �. De armen hokken aan de stadsrand in bidonvilles, favelas, in krotten en kratten. De ultieme verschoppelingen, de daklozen, strompelen hongerig door de zakenwijken en slapen in metrogangen, waar ze worden verjaagd ; dan sprokkelen ze kartonnen dozen of weggeworpen kranten om tussen te schuilen tegen de nachtkou.
De meesten verzeilen in de grootstad in de ijdele hoop de armoede van hun leeggezogen platteland of hun Derde Wereld te ontvluchten. En wie raakt nog in bekoring van zo�n belt opgestapelde ellende ? Wie gaat zich uit vrije wil in de grootstad vestigen ? Vaak jonge mensen uit traditioneel gelovige en behoudsgezinde middens in welvarende dorpen en provinciesteden van de rijke industrielanden. Thuis vervelen ze zich. Het milieu waarin ze vertoeven is saai en bekrompen. Ze staan er boven en worden miskend. Of ze zijn wel degelijk een beetje de dorpsidioot. De stad lokt. Daar zijn geen dorpsidioten want de ene idioot kent er de andere niet.
Ze denken er de toekomst te ontmoeten, doch duikelen er in het verleden, in een high-tech Bokrijk met zijn bouwstijl die in de vorige eeuw vooruitstrevend heette.

Wereld zonder steden
Zeldzaam zijn zij die dit door hebben. En zij zijn juist niet van het soort dat nostalgisch omkijkt naar voorbije dingen. Arthur C. Clarke is een van de briljantste science fiction auteurs van onze tijd. Aan kenners van dit literaire genre hoeven we hem niet voor te stellen. Evenmin aan wie de ontwikkelingen in de wetenschap volgt, want Clarke schreef ook weleens een wetenschappelijk artikel. De belezen filmliefhebber kent hem minstens als � de maker van het script voor die film van Stanley Kubrick, 2001 A Space Odyssey (1966)�. Opsomming van zijn oeuvre zou ons te ver voeren. Ik herinner er slechts aan dat hij in de jaren vijftig in een kortverhaal het idee van de communicatiesatelliet lanceerde. Clarke had uitgevonden dat een kunstmaan in een baan op 38.000 km boven de evenaar om de aarde zou wentelen met dezelfde snelheid als de aarde om haar as, zodat de kunstmaan altijd boven hetzelfde punt zou hangen. Hij publiceerde het artikel in het vaktijdschrift Wireless en dacht er niet aan patent te nemen op dit idee, wat hem nog altijd spijt.
Ik bedoel maar : de eerste kunstmaan was nog niet ontworpen en hier kwam al iemand aan met een oplossing voor communicatie en weervoorspelling via de ruimte.
Het boek 2001 A Space Odyssey kwam er n� de film, in 1968. In de daaropvolgende decennia brouwde Arthur C. Clarke er drie vervolgromans op : 2010 Odyssey Two, 2061 Odyssey Three en 3001 The Final Odyssey. In dit slotverhaal zijn er natuurlijk al steden op de Maan. Dat is trouwens de enige plek waar steden nog bestaan � omdat het d��r veiligheidshalve nog nodig is in groep samen te klitten � want op Aarde hebben verfijnde verkeersmiddelen en telecommuncatie steden overbodig gemaakt. Alleen oude stadskernen uit het verre verleden, zoals Manhattan om er ��n te noemen, bleven behouden als openluchtmusea.
Kijk, wat Clarke hier suggereert, d�t is vooruitzien. Het is zelfs niet vooruitzien, het is gewoon zien wat er om je heen in de wereld gebeurt, het is kunnen extrapoleren uitgaande van actuele ontwikkelingen.
Alleen denk ik dat Clarke zich van datum vergist. Het zal geen duizend jaar duren voor New York en tutti quanti zullen zijn opgeklommen tot het niveau van antieke bezienswaardigheid.


Wolkenkrabben
New York ken ik alleen van de luchthaven. Het is mijn tussenstation op de boemel naar een van de mooie natuurreservaten in de VS of naar een ruimtehaven in Florida of Californi�, waar ik als ruimtevaartjournalist weleens kwam. De laatste keer dat ik met mijn neus op Manhattan werd geduwd, was in 1994 op weg naar de ruimtehaven in Florida. Tijdens het taxi�n naar de startbaan werden we door de gezagvoerder verzocht even naar rechts te kijken om Manhattans skyline te bewonderen met vooral de twee torens van het WTC, twee fantasieloze kubussen. De jongen klonk een beetje trots. Ik ben nooit onder de indruk geweest van die hoge woondozen. Of toch : onder de indruk van de mateloze dwaasheid, tentoongespreid door deze stedenbouw uit het recente verleden. Niet dat ik last heb van hoogtevrees. Ik vlieg graag, ik sta graag op een berg, ik klim met plezier in een boomtop, maar wat moet ik in �s hemelsnaam in een uit de kluiten gewassen gevangenis waar je de ramen niet kunt openen, waar je lucht inademt die langs een buizenstelsel door heel het gebouw wordt gestuwd, vermengd met de mikroben en bacteri�n van alle overige verdiepingen, waar je niet naar buiten kunt stappen om de wind te voelen en de vogels te voeren ? Hoogte is heerlijk, als je weet waar en hoe.
Sinds de Oudheid bouwen mensen hoge constructies. Ze dienden niet als woning, maar hadden een maatschappelijke, religieuze of wetenschappelijke functie. De � ziggoerat � in Babylon was een observatorium voor de priester-astroloog-astronoom en het zou kunnen dat deze gebouwen de auteur van het bijbelverhaal over de Toren van Babel inspireerden, want Babylon was, zeker van Hebreeuws standpunt uit gezien, zowat het Amerika van de vroege Oudheid. De piramiden in Egypte moesten het lijk van de farao bewaren tot zijn heropstanding in betere tijden. De Pharos (vuurtoren) van Alexandri� aan de Egyptische kust leidde binnenvarende schepen veilig naar de haven. De kerktorens in Europa waren bedoeld om naar op te kijken, al hadden ze ook een trap voor de vaklui. De toren van Pisa was al een toeristische attractie nog voor hij scheefzakte.

Verdiepingen
Huizen met ��n of twee verdiepingen bestonden al in Babylon en natuurlijk bleef men ook in latere steden huizen met verdiepingen bouwen. De verdieping hoorde toe aan het gezin dat ook het gelijkvloers bewoonde. Er werden aanvankelijk nog geen verdiepingen verkocht of verhuurd aan andere bewoners.
Torens van ettelijke verdiepingen als woon- of kantoorruimten kwamen er pas tegen het einde van de 19de eeuw.
De benaming skycraper of wolkenkrabber dook op in de jaren 1880 na de bouw van de eerste wolkenkrabbers in de Verenigde Staten. Ze waren het resultaat van een aantal technische en maatschappelijke ontwikkelingen. Ze werden gebouwd omdat het mogelijk werd ze te bouwen, omdat de steden overbevolkt raakten en omdat spreiding over het omliggende land minder rendeert dan vijftig tot honderd boven elkaar gestapelde vertrekken op pakweg 2.500 m2 bouwgrond. De eerste wolkenkrabbers telden 10 tot 20 verdiepingen. Tegen het einde van de twintigste eeuw noemde men zoiets een flatgebouw en hoorde een echte wolkenkrabber minstens 40 tot 50 verdiepingen te hebben.
Een van de technische nieuwigheden die wolkenkrabbers mogelijk maakten was het ontwerpen van de veilige lift voor passagiers. Want je kan weleens voor de aardigheid de trappen in een toren beklimmen om van het uitzicht te genieten, als je op een 20ste verdieping woont is de aardigheid er al gauw af. De eerste veilige lift voor passagiers werd in 1857 ge�nstalleerd in het Haughwout Department Store in New York City. Dat maakte gebouwen met meer dan vijf etages plausibel. De eerste wolkenkrabber(tje)s steunden op heel dikke gemetselde muren. Architecten verzonnen spoedig een gietijzeren en smeedijzeren geraamte om het gewicht van de hogere verdiepingen te stutten. Daarna kwam rond 1860 het stalen geraamte. Staal is sterker en lichter dan ijzer, zodat er al echt hoge gebouwen konden opgetrokken.
De vroege wolkenkrabbers werden gebouwd in neoklassieke stijl � Metropolitan Life Insurance Building in New York City (1909), Woolworth Building (1913) � en later in Art Deco zoals de Chrysler Building (1930), Empire State Building (1931) en RCA Building (1931) eveneens in New York. De elektrisch aangedreven lift maakte hogere wolkenkrabbers mogelijk en een andere verbetering was de klimaatregeling of air conditioning (tevoren was het openen van ramen de enige mogelijkheid tot luchtverversing, wat tevens de mogelijkheid opende om er door te vallen of te springen). Na de Tweede Wereldoorlog brak de star vertikale Internationale Stijl door met zijn glazen muren en begonnen de wolkenkrabbers als paddestoelen op te rijzen tot waanzinige hoogten en niet alleen in de Verenigde Staten want ook in Europa, Saoedisch Arabi�, de Golfstaten, Japan, China en Maleisi� lopen er megalomane gekken rond die zich als bouwpromotor of geniale architect willen doen gelden.

De Tweelingtorens
Was het Empire State Building met zijn 102 verdiepingen al 381 meter hoog, de Twin Towers (1972 en 1973) van het World Trade Center in Manhattan zouden de hoogvogel schieten met hun 110 etages en respectievelijk 415 en 417 (wegens een zendmast op de top) hoogte. Ze werden echter in 1974 al over het hoofd gesprongen door de Sears Tower in Chicago met zijn 442 meter, hoewel die ook � maar � 110 verdiepingen heeft, in 1998 door de tot nu toe allerhoogste twee Petronas Torens in Kuala Loempoer, Maleisi� (452 meter en toch slechts 88 hoewel ruimere verdiepingen) en tenslotte in 1999 door het Jin Mao Building in Shanghai, China, met zijn 421 meter wel lager dan de Maleise tweeling en evenveel (88 dus) verdiepingen tellend.
Tot 11 september 2001 stonden er op de planeet honderd gebouwen hoger dan 200 meter, waarvan 28 zo hoog als of hoger dan 300 meter en zes hoger dan 400 meter. Tel er nu twee af.
De tweelingtorens van het WTC op Manhattan waren ontworpen door de architecten Minoru Yamasaki en Emery Roth en kostten 750 miljoen dollar. Ze waren verzekerd voor de vernieling van slechts ��n toren omdat men ervan uitging dat er toch wel nooit twee tegelijk konden instorten. Men bleef dit gematigd optimisme koesteren, ook nadat een terroristische autobom in 1993 een deel van het gelijkvloers en een paar lagere verdiepingen beschadigde, met zes dodelijke slachtoffers en voor 300 miljoen dollar schade. In 1995 werden Sjeik Omar Abdel Rahman en zes andere moslimfundi�s schuldig bevonden aan samenzwering. In 1998 werd het meesterbrein achter de aanslag gevat en veroordeeld tot levenslang plus 240 jaar. Levenslang plus 240 jaar, je moet erkennen dat een Amerikaans rechter niet is gespeend van enig gevoel voor humor en ik durf te vermoeden dat, zo Usama Bin Laden en Mullah Omar ooit bij de djellabah worden gevat, ze allicht zullen worden veroordeeld tot de dood plus 2.400 jaar brommen, terwijl een dollarpredikant hen naar de hel zal verwijzen, waar ze eeuwig het gezelschap van christenen zullen moeten ondergaan. Voor bouwondernemer Bin Laden moge het dan een troost zijn daar tal van architecten te ontmoeten.
Want uit het Babeltorenverhaal van Genesis 11 mag je voorzichtigheidshalve besluiten dat God niet zo is gebrand op architecten en alleszins niet op wolkenkrabbende architecten. Mocht de God van Abraham niet bestaan � en ik heb nogal solide hypothesen in deze richting � dan rest nog mijn minder duurzaam en meer in parte dan omnipotent persoontje ter referentie en u mag er rotsvast op vertrouwen, mijn standpunt is : naar de duivel met wolkenkrabberarchitecten en hun broze, kwetsbare verzinsels, stalen kaartenhuizen, doch fatale rattenvallen als er brand uitbreekt.
Ik zei al dat de wolkenkrabber een architecturaal misbaksel is uit de vorige eeuw, maar eigenlijk begon de megalomanie dus al in de 19de eeuw. Waarom vind ik wolkenkrabbers megalomane misbaksels ? Vergt het dan geen vernuft om zoiets te bouwen ? Natuurlijk vergt het een bepaald soort bekwaamheid. Maar dat is geen argument : om wapens en kerncentrales te ontwerpen, om slachtdieren genetisch te wijzigen voor meer �rendement�, is er ook enig denkvermogen nodig. Intelligentie draait niet enkel om verstand, er zijn ook wijsheid en inzicht bij vereist.

Architectuur van de toekomst
Evenmin is het een absurde wens om hoog te willen wonen of werken. Er zijn genoeg heuvels en bergen om huizen tegen aan te plakken. Dan woon je hoog en geniet van het panorama, terwijl je nog altijd een raam en een deur kan openen en naar buiten stappen.
Je k�n ook hoge gebouwen optrekken, maar ik zou ze dan niet zo vertikaal ontwerpen, doch trapsgewijs zodat het dak van een lagere verdieping het terras wordt van een hogere. In zo�n wooncomplex zou zelfs de hoogste bewoner buiten kunnen wandelen en zonnen, en de kinderen en huisdieren zonder angst op het terras loslaten. En dan nog zou ik aanraden om zo�n wijk tegen een heuvel aan te bouwen. Van deze fraaie architectuur weet ik een voorbeeld staan ergens in Vlaams-Brabant (ik specifieer niet verder want deze webstek wordt vrij druk bezocht en ik wil de bewoners ginds een toeristeninvasie besparen). De trapsgewijze wijk tegen een heuvel is het werk van een paar Vlaamse architecten met smaak en inzicht.
Waarschijnlijk zal deze manier van bouwen duurder uitkomen en er is ook meer grondoppervlakte voor nodig. Maar een ander wijs principe is : als het geld of de middelen je ontbreken om een wens te vervullen, wens dan iets anders wat je wel aankan en blijf gelukkig.
Technologie hoeft geen grenzen te kennen, op voorwaarde dat ze soepel de natuurlijke omstandigheden benut in plaats van er krampachtig tegen te vechten. Deze houding ligt trouwens aan de oorsprong van alle problemen met de technologie en de energiewinning uit de voorbije paar eeuwen, aan de oorsprong van alle rommel die door de voorbije paar generaties werd opgestapeld en aan de riskante opruiming waarvan de komende generaties nog een paar eeuwen gaan moeten zwoegen. Want zo rampzalig is het, dat er eerst minstens een eeuw zal dienen geschrobd en gezuiverd, alvorens de Nieuwe Tijd echt kan aanvangen.
In dit nieuwe tijdperk zal ook de technologie zich verder ontwikkelen, doch uitgaande van het zen-principe : niet tegenwringen, maar meebuigen met, om op elegante wijze te bereiken wat je wenst te bereiken, zonder jezelf of een ander geweld aan te doen.

Lode Willems
Woensdag 6 februari 2002
(met kleine correcties en aanpassingen op 18 maart 2002)


Schrijf ons     Terug naar bladzijde ��n





Hosted by www.Geocities.ws

1