| Classificaties | ||||||||||
| Bij het sporten voor mensen met een beperking wordt gewerkt met verschillende groepen. Omdat het natuurlijk niet eerlijk is om iemand die �alleen� een hand mist te laten sporten tegen iemand die helemaal geen benen heeft, is er door het Internationaal Paralympisch Comit� (IPC) voor alle verschillende sporten een apart classificatiesysteem opgezet.
Bij het zwemmen zijn er 15 verschillende handicapklassen, S1 t/m S15. De S in de classificatiecodes staat voor Swimming en dan voor de slagen borstcrawl, rugcrawl en vlinderslag. De code SB staat voor breaststroke, of te wel schoolslag en SM staat voor Medley, dat is de wisselslag. Om het verder niet verwarrend te maken, zal in de verdere uitleg alleen gebruik gemaakt worden van de klasse S, en dus niet van SB en SM, maar daarvoor geldt hetzelfde. De enige uitzondering is dat de klasse SB10 niet bestaat. De schoolslag gaat maar tot klasse SB9. De klassen S1 t/m S10 zijn bedoeld voor de zwemmers met een lichamelijke beperking. De zwemmers in klasse S1 hebben de grootste lichamelijke beperkingen, de zwemmers in klasse S10 de lichtste. De klasses S11 t/m S13 zijn voor de zwemmers met een visuele beperking waarbij de zwemmers in klasse S11 volledig blind zijn, en de zwemmers in klasse S13 slechtziend. Zwemmers met een verstandelijke beperking behoren tot de klasse S14, en de zwemmers met een auditieve beperking (doof/zeer slechthorend) zwemmen in klasse S15. Aan de Paralympics nemen alleen sporters uit de klassen S1 t/m S13 deel. Voor de klasse S14 zijn de wereldspelen en de Special Olympics opgericht en de dove en slechthorende zwemmers uit klasse S15 nemen deel aan de Deaflympics. Maar hoe wordt er nu bepaald in welke klasse een zwemmer hoort, wanneer je een lichamelijke beperking hebt? Nieuwe zwemmers worden eerst nationaal geclassificeerd. Je wordt dan door twee mensen geclassificeerd. E�n van deze mensen heeft een medische achtergrond (arts / fysiotherapeut) en de andere persoon heeft een sporttechnische achtergrond (bv. een (voormalig) trainer of een (voormalig) zwemmer). Bij de classificatiekeuring wordt gekeken naar de functies die de zwemmer nog w�l heeft. Voor al deze functies krijg je punten. Aan het einde van de keuring worden al deze punten bij elkaar opgeteld en dan wordt gekeken in welke klasse je uit moet komen (S1 t/m S10). Op deze manier sport je dus tegen mensen die lichamelijk dezelfde mogelijkheden hebben, maar de beperkingen kunnen op een heel ander gebied liggen. Nadat je nationaal gekeurd bent mag je in Nederland o.a. mee gaan doen aan het nationale zwemcircuit en uiteindelijk aan de Nationale Kampioenschappen. |
||||||||||
| home | ||||||||||
| zwemmen | ||||||||||
| Chantal Boonacker | ||||||||||