In het laatste hoofdstuk beschreef ik de werkelijke situatie op de Vlaamse rolstoelmarkt. Ik vergeleek mijn persoonlijke ervaringen met de conceptuele analyses uit de literatuur. Zowel de kritiekpunten als enkele suggesties voor de aanpak ervan werden uitgewerkt.
Er was een tweeledigheid in de kritiekpunten. Een eerste en belangrijke bron van kritiek was dat het overheidsingrijpen op de Vlaamse rolstoelmarkt nadelen heeft voor alle marktpartijen. Rolstoelgebruikers en verstrekkers kunnen mekaar niet vinden, daar beiden beschermd worden door de wet op de privacy. De producenten klagen over de trage papiermolen en de Europese Commissie klaagde over de belemmering van het vrij verkeer van goederen binnen Europa. Ook de werkwijze van individuele verstrekkers was een belangrijk onderwerp van kritiek. Waar het rolstoelaanbod de -vraag kan ontmoeten doen zich al te vaak haast monopolistische situaties voor. De mutualiteiten, als tussenpersoon tussen de pati�nt en de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, hebben eigen hulpmiddelenwinkels en verliezen daardoor hun objectiviteit. Andere contactbronnen die intermedi�ren tussen vraag en aanbod, zoals voorschrijvende geneesheren of instellingen, zijn niet altijd even volledig. Zij werken met ��n vaste verstrekker die als eerste en vaak ook als enige aan de pati�nt wordt voorgesteld. Beide kritiekpunten belemmeren de transparantie op de rolstoelmarkt aanzienlijk.
Bij de analyse van de rol van de overheid werd eerst conceptueel omkaderd dat de primaire functie er een van informatieverstrekking zou moeten zijn. Verschillende bronnen wijzen op het belang van de uitbouw van een volwaardig autonome, sociale sector. De rolstoelmarkt als onderdeel van de gezondheidseconomie maakt hiervan deel uit. Tevens werd er gewezen op de noodzaak van informatieverstrekking voor het optimaal functioneren van deze sociale sector. Het marktonderzoek bij rolstoelgebruikers toonde dat de overheid niet slaagt in deze rol. De databank die door het VLICHT werd opgesteld met alle hulpmiddelen voor gehandicapten kan uitgebreid worden en moet zeker beter gecommuniceerd worden naar de markt. Zowel de voorschrijvende, als de controlerende geneesheer zijn verplichte schakels waarlangs elke rolstoelgebruiker moet passeren wil hij in aanmerking komen voor financi�le tussenkomst door het RIZIV. Die arts zou dan ook de pati�nt moeten inlichten over en via de databank. Het informatiepakket kan worden samengesteld door de verschillende actoren op de markt in overleg, zodat er geen sprake meer kan zijn van monopolistische situaties. De consument zou dan zelf kunnen kiezen of hij al of niet blijvend ge�nformeerd wil worden en periodiek gelijkaardige informatiepakketten per post wil ontvangen.
Een andere weg naar meer transparantie zou reclamevrijheid kunnen zijn. Die zal omwille van het ongewenste karakter van een rolstoel, en de duidelijk gespecificeerde terugbetalingstermijnen van het RIZIV de vraag naar rolstoelen niet drastisch veranderen. Dit is nochtans de vrees van de overheid, die haar terugbetalingsbudget binnen de perken wil houden en daarom reclame, naar mijn mening onterecht, streng beperkt.
De creatie van zo�n nieuw marketingcommunicatiekanaal heeft implicaties voor alle partijen op de markt. Rolstoelgebruikers zullen meer informatie ontvangen, zij krijgen een grotere keuzemogelijkheid als de markt transparanter wordt. De verstrekkers zullen zich beter kunnen onderscheiden als ook dit nieuwe kanaal goed ge�ntegreerd wordt in de totale marketingcommunicatiemix. De overheid, die onterecht vreest voor een stijging van haar terugbetalingsbudget, zal merken dat de ongewenstheid van het product en de onverander-de hernieuwingstermijn ervoor zorgen dat de toegenomen informatie de vraag niet aanzienlijk zal veranderen. Om dezelfde redenen zal de sociale impact van de marketing in het algemeen, die ongeacht de sector meer en meer wordt bekritiseerd, op de rolstoelmarkt beperkt blijven.
Terug naar de homepage
Terug naar thesisoverzicht
Verder naar bibliografie
Hosted by www.Geocities.ws

1