Startpagina Hoe abonneren? Artikels
Prijs Boekbesprekingen Redactie
Jobs Nieuws Links Tijdschriften Uniform Info Mailen
Geboorte
De aangifte van geboorte wordt gedaan, door de vader, de moeder of beide ouders aan de
ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats van geboorte, binnen de 15 dagen na de
bevalling. De termijn wordt berekend van middernacht tot middernacht en vanaf de dag na
die van de geboorte. Is de laatste dag van de termijn een zaterdag, een zondag of een
wettelijke feestdag, dan wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.
De volgende documenten zijn nodig:
- trouwboekje,
- identiteitskaart van de ouders,
- geboortebewijs afgeleverd door de arts of vroedvrouw.
Bij overlijden voor de aangifte moet toch een aangifte gebeuren.
HOOFDSTUK II. AKTEN VAN GEBOORTE
- Art. 55. De aangifte van geboorte wordt gedaan aan de plaatselijke ambtenaar van de
burgerlijke stand binnen vijftien dagen na de bevalling. Is de laatste dag van die termijn
een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de termijn verlengd tot de
eerstvolgende werkdag.
- Art. 56.
- § 1. In geval van bevalling in ziekenhuizen, klinieken, kraaminrichtingen of andere
verpleegin-rich-tingen, wordt de geboorte van het kind aangegeven door de vader of door de
moeder of door beide ouders of, wan-neer deze er zich van onthouden de aangifte te doen,
door de persoon die de leiding van de inrichting uitoefent, of zijn afgevaardigde.
De persoon die de leiding van de inrichting uitoefent of zijn afgevaardigde zijn gehouden
aan de ambtenaar van de burgerlijke stand kennis te geven van de bevalling, uiterlijk de
eerste daaropvolgende werkdag.
- § 2. In de andere gevallen wordt de geboorte van het kind aangegeven door de vader of
door de moeder of door beide ouders of, wanneer deze er zich van onthouden de aangifte te
doen, door de geneesheren, vroedvrouwen of andere personen die bij de bevalling
tegenwoordig zijn geweest of door de persoon bij wie de bevalling heeft plaatsgehad.
De geneesheer of, bij ontstentenis, de vroedvrouw of, bij ontstentenis, de andere personen
die bij de bevalling tegenwoordig zijn geweest of bij wie de bevalling heeft plaatsgehad,
zijn gehouden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand kennis te geven van de bevalling,
uiterlijk de eerste daaropvolgende werkdag.
- § 3. Indien de aangifte niet is geschied binnen de bij artikel 55 bepaalde termijn,
geeft de ambtenaar van de burgerlijke stand, binnen drie werkdagen volgend op het
verstrijken van die termijn, daarvan mededeling aan de persoon die hem van de bevalling
kennis heeft gegeven. Deze is gehouden de aangifte te doen binnen drie dagen na de
ontvangst van de mededeling; is de derde dag een zaterdag, een zondag of een wettelijke
feestdag, dan kan de aangifte nog worden gedaan de eerste daaropvolgende werkdag.
- § 4. De ambtenaar van de burgerlijke stand vergewist zich van de geboorte aan de hand
van een verklaring van een door hem toegelaten geneesheer of gediplomeerde vroedvrouw, of
indien zulks niet mogelijk is, door zich persoonlijk naar het pasgeboren kind te begeven.
- § 5. In alle gevallen wordt de akte van geboorte zonder vertraging opgemaakt.
- Art. 57. De akte van geboorte vermeldt:
1° de dag, het uur, de plaats van geboorte, alsmede het geslacht, de naam en de voornamen
van het kind;
2° het jaar, de dag, de plaats van geboorte, de naam, de voornamen en de woonplaats van
de moeder en de vader, zo de afstamming langs vaderszijde vaststaat;
3° de naam, de voornamen en de woonplaats van de aangever.
- Art. 57bis. [...]
- Art. 58. Ieder die een pasgeboren kind gevonden heeft, is gehouden het met de kleren en
de andere bij het kind gevonden voorwerpen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand af te
geven en alle omstandigheden mede te delen betreffende de tijd wanneer en de plaats waar
het gevonden werd.
Hiervan wordt een omstandig proces-verbaal opgemaakt, waarin bovendien vermeld worden de
vermoedelijke leeftijd van het kind, zijn geslacht, de namen die aan het kind worden
gegeven, en de burgerlijke overheid aan wie het wordt toevertrouwd. Dit proces-verbaal
wordt in de registers ingeschreven.
- Art. 59. Wordt een kind tijdens een zeereis geboren, dan begeeft de commandant van het
schip zich persoonlijk en onverwijld naar het pasgeboren kind en ontvangt hij de aangifte
van de moeder of van de vader, of van beide ouders, of, bij gebreke van dezen, van enige
persoon die bij de bevalling tegenwoordig is geweest.
De akte van geboorte wordt achteraan op de monsterrol bijgeschreven.
- Art. 60. In de eerste haven waar het schip binnenloopt, is de commandant gehouden om
twee door hem ondertekende en voor echt verklaarde letterlijke afschriften van de door hem
opgestelde akten van geboorte neer te leggen, namelijk, in een Belgische haven, op het
kantoor van de waterschout en in een vreemde haven, in handen van de consul.
Een van die afschriften blijft op het kantoor van de wa-terschout of op de kanselarij van
het consulaat berusten; het andere wordt gezonden aan de minister van ver-keers-wezen, die
een door hem voor echt verklaard afschrift van elk van die akten doet toekomen aan de
ambtenaar van de burgerlijke stand van de woonplaats van het kind; een afschrift wordt
dadelijk in de registers ingeschreven.
- Art. 61. [...]
- Art. 62. § 1. De akte van erkenning vermeldt:
1° de voornamen, de naam, de plaats en datum van geboorte van het kind;
2° de voornamen, de naam, de woonplaats, de plaats en datum van geboorte van degene die
het kind erkent en van de ouder ten aanzien van wie de afstamming reeds vóór de
erkenning vaststond;
3° in voorkomend geval, de toestemming van de personen bedoeld in de § 2 tot 4 van
artikel 319, met vermelding van de voornamen, de naam, de woonplaats en de plaats en datum
van geboorte van de wettelijke vertegenwoordiger van het kind indien hij in de erkenning
heeft toegestemd.
Indien de in § 4 van artikel 319 bedoelde personen niet hebben toegestemd in de akte van
erkenning maar er niet tegen zijn opgekomen binnen de in dat artikel gestelde termijn of
indien hun verzoek tot nietigverklaring is afgewezen bij een in kracht van gewijsde gegaan
vonnis of arrest, wordt daarvan melding gemaakt op de kant van de akte van erkenning.
§ 2. Zodra de akte van erkenning van het kind is opgemaakt, wordt daarvan melding gemaakt
op de kant van zijn akte van geboorte.
§ 3. De ambtenaar van de burgerlijke stand die een akte van erkenning opmaakt, is
gehouden daarvan binnen drie dagen kennis te geven aan de echtgenoot van de erkenner.
Paragraaf 3 van artikel 50 is van toepassing.
Bron:
http://www.ufsia.ac.be/~estorme/BW4.html
Startpagina Hoe abonneren? Artikels
Prijs Boekbesprekingen Redactie
Jobs Nieuws Links Tijdschriften Uniform Info Mailen