[Een
minstreel met banjo komt op. Hij zingt:]
Het is sprookjestijd
Dus volgt een verhaaltje,
Een heel mooi verhaaltje,
Spanning, avontuur
Maar ook nog hartstocht en humor,
In een klein hal-lef uur!
[De
camera richt zich op een laptop. Powerpoint presentatie met foto’s van de
betrokkenen.]
Proloog
Er
was eens een sprookje. In dat sprookje woonden een prins, een dwerg, een reus,
een tovenaar, een prinses en een God. Nu moet je weten, dat Elleinad [de
prinses heette Elleinad] in een land hier ver vandaan woonde. En je moet ook
weten dat Leor [de dwerg heette Leor] en Retuow [de reus heette Retuow] de
schone prinses Elleinad een bezoekje gingen brengen. Ze lieten Mot [de prins
heette Mot], Reigor [de tovenaar heette Reigor] en Melliw [de God heette Melliw]
helemaal Remy achter. Hoe zou dit aflopen? Loaten veer kieken.
[De Minstreel komt weer op en zingt Mot’s Theme: ]
Dat is dus Mot de kroonprins
Ja Mot was een groot prins
Groter dan een reus
En hij kon heel goed biljarten
Maar ja hij had geen keus
Mot de prins
Mot de prihihins
Verkoopt zijn paarden met veel wins[t]
Op
een dag verveelde Mot zich.
[Mot
kijkt verveeld]
Toen
kreeg hij een idee
[Mot
kijkt alsof hij een idee heeft gekregen, er brandt een lampje boven zijn hoofd]
Maar
het was niet zo’n goed idee.
[Het
lampje gaat weer uit en Mot kijkt weer chagrijnig ]
Uit
pure verveling besloot hij Reigor de tovenaar te bellen. Zo gezegd, zo gedaan.
[Mot
pakt een telefoon en drukt veel nummers in.]
Gelukkig
wist hij het uit zijn hoofd.
[en
hij is klaar met drukken]
[De Minstreel komt weer op en begint met zingen: Reigor’s Theme]
Magier Reigor
Die kon heel goed toov’ren
Ja heel erg goed toov’ren
‘t was een echte vent
en hij verrichtte die trucjes
zelfs zonder assistent!
Reigor To
Reigor Tovenaar
Het klinkt misschien een beetje raar
Uit
pure verveling besloot Reigor de telefoon op te nemen. Zo gezegd, zo gedaan.
[Reigor
kijkt verveeld en neemt de telefoon op. split screen, naast elkaar zitten met
plank ertussen]
Uit
pure verveling praatten ze wat.
[Hun
monden gaan wat doelloos open en dicht. Wat een geopen, wat een gedicht.]
Mot
vroeg Reigor af of hij misschien een idee had.
[Mond
paar keer open en dicht van Mot. Het lampje gaat aan. Mond heel erg vaak open
van Reigor.]
Maar
Reigor had geen enkel idee, zelfs geen slechte.
[Het
lampje gaat uit]
Reigor
vond dus dat hij slimmer was dan Mot want die had alleen een slecht idee. Mot
vond dus dat hij slimmer was dan Reigor, die kon nog niet eens een slecht idee
bedenken. Allebei moesten ze erg lachen om de domheid van de ander.
[Ze
lachen elk in hun vuistje]
Uit
pure verveling besloten ze naar God Melliw te gaan. Die wist vast wel wat ze
zouden gaan doen. Want Melliw was multipotent en multicognent. Voordeel hiervan
was dat ze dan zouden weten wat ze zouden gaan doen. Nadeel was dat ze een
beetje bang waren voor Melliw. Het blijft wel een God he. Maar ze hielden
allemaal veel van Melliw. En terecht.
[Ondertussen
zitten Reigor en Mot verveeld te kijken, wachten tot de lofzang op Melliw
afgelopen is. Als dit gebeurd is, hangen ze op.]
Ze
hadden gestemd, en met 1 tegen 0 had Reigor verloren: hij moest Melliw bellen.
[Reigor
drukt 1 getal in op de telefoon]
Hij
wachtte tot Melliw opnam.
[Reigor
kijkt op zijn horloge]
Maar
Melliw nam niet op. Hij wachtte weer tot Melliw opnam.
[Reigor
kijkt weer op zijn horloge]
Maar
Melliw nam weer niet op.
En
op het laatst gebeurde dat wel 10 keer in het uur.
[Reigor
kijkt in de camera met een vage blik van herkenning, is dat niet van Herman
Finkers?]
Uit
pure verveling besloot Reigor op te hangen. Uit pure verveling besloot hij Mot
weer te bellen. Zo gezegd, zo gedaan.
[Zo
gezegd, zo gedaan.]
Uit
pure verveling besloot Mot op te nemen. Het was verkeerd verbonden.
Reigor
kreeg de in-gesprek-toon te horen. Hij besloot op te hangen en opnieuw te
bellen. Zo gezegd, zo gedaan.
[Zo
gezegd, zo gedaan.]
Maar
nog steeds was het in gesprek. Mot was vergeten om de hoorn weer op de haak te
leggen. Gelukkig herinnerde Reigor zich dat hij een groot tovenaar was. Niet zo
groot als een reus maar wel groter dan een dwerg. Hij knipte met zijn vingers….
[Zo
gezegd, zo gedaan.]
En
stond op om zijn toverboek te zoeken. Toen hij de spreuk gevonden had spreukte
hij hem.
[Hij
opent en sluit zijn mond een paar keer en verdwijnt. Hij verschijnt naast de
telefoon van Mot. Mot kijkt verbijsterd op. Reigor kijkt zelfvoldaan naar Mot.
Dan legt hij de hoorn weer op de haak en opent en sluit zijn mond weer een paar
keer. Hij verschijnt weer in zijn eigen kamer en neemt de telefoon op om Mot te
bellen.]
[Splitscreen]
Reigor
vertelde dat Melliw niet opnam.
[Reactieshot
van Tom, hij komt bijna uit zijn stoel]
Toen
Mot hoorde dat Melliw niet opnam, was hij nog verbijsterder dan toen hij Reigor
uit het niets had zien verschijnen. Want Melliw nam altijd op. Hij zat altijd
naast de telefoon, want hij had toch niets beters te doen. Dat hij niet opnam,
kon maar een ding betekenen: Er was iets vreselijk, vreselijk mis.
[Reigor
en Mot kijken een paar seconden heel angstig/verdrietig]
Dus
besloten ze om langs het huis van Melliw te gaan.
[Ze
kijken weer blij en hangen op.]
Zo
gezegd zo gedaan. Prins Mot besloot Reigor op te halen met zijn witte paard.
[Hij
loopt naar de auto]
Hij
startte Piet [het paard heette Piet] en reed in galop naar Reigor.
[Zo
gezegd, zo gedaan.]
Ook
Reigor stapte in het paard. Reigor had zelf geen paard maar had wel een
paardrijbewijs. Er was trouwens maar 1 paard in het hele sprookjesbos, en die
was van Mot. En niemand anders mocht erin rijden. Zelfs Reigor niet, en die had
nog wel een paardrijbewijs. Samen reden ze naar het huis van God.
[ze
arriveren bij het huis Melliws. Ze stappen uit en bellen aan]
Ze
stapten uit en belden aan. Maar er deed niemand open. Toen Mot zag dat Melliw
niet opendeed, was hij nog verbijsterder dan toen hij hoorde dat Melliw niet
opnam.
[Mot
kijkt verbijsterd]
Ook
Reigor was verbijsterd.
[Reigor
kijkt verbijsterd]
Maar
Mot was het verbijsterdst.
[Mot
kijkt nog verbijsterder]
Want
Melliw deed altijd open. Hij zat altijd naast de deur, want hij had toch niets
beters te doen. Dat hij niet opnam, kon maar 1 ding betekenen: Er was iets
verschrikkelijk, verschrikkelijk mis.
[Reigor
en Mot kijken een paar seconden heel angstig/verdrietig]
Gelukkig
herinnerde Mot zich dat Reigor een groot tovenaar was. Niet zo groot als een
reus, maar wel groter dan een dwerg.
[Reigor
doet zijn mond een paar keer open en dicht en de twee verdwijnen. Ze komen aan
de andere kant van de deur weer tevoorschijn. Reigor doet de deur open, doet
zijn mond weer een paar keer open en dicht en de twee verdwijnen weer. Ze komen
aan de originele kant van de deur weer tevoorschijn en gaan naar binnen.]
Ze
zagen Melliw nergens. Dus zochten ze nog wat. Toen vond Mot Melliw. Hij zat op
de bank.
[Melliw
op de bank, met zijn hoofd door een schilderijlijst. Hij staart met een lege
blik voor zich uit.]
[De Minstreel komt er weer bij.]
Oh de God Melliw
Was wijs en rechtvaardig
Goedhartig en aardig
En dat was hij echt
Dus iedereen hield van melliw
En dat was ook terecht
[of :Ieder hield van hem
Want hij was knap, slim en grappig
En had zo’n mooie stem!]
God Melliw
God Mellihihiw
Er rijmt dus echt niets op Melliw
Maar
zo herinnerden ze zich Melliw niet. De Melliw die zij kenden was vol levenslust
[Melliw kijkt levenslustig] en spanning [Melliw kijkt spannend] en hartstocht
[Melliw kijkt hartstochtelijk] en avontuur [Melliw kijkt avontuurlijk]. En nu
was hij onlevenslustvol [Hij kijkt verdwaasd], en onspanningsvol [hij kijkt
verdwaasd] en onhartstochtvol [Hij kijkt verdwaasd] onavontuurval. Hij was
zelfs een beetje verdwaasd [Hij kijkt verdwaasd]. En al waren ze een beetje
bang voor hem, toch hielden ze van hem. Iedereen hield van Melliw. En terecht.
Zelfs mensen die nog nooit van Melliw gehoord hadden voelden een diepgaande
liefde voor hem.
[Ondertussen
kijken Reigor en Mot weer verveeld, wachtend tot de lofzang op Melliw afgelopen
is.]
Mot
had eens een boek gelezen. Het ging over Alzheimer. Hij wist niet meer waar hij
had gelegd had, maar hij wist wel dat het over geheugenverlies ging. En
geheugenverlies gebeurde in het sprookjesbos altijd als er iets op iemands
hoofd viel. Hij vroeg zich af of er soms iets op Melliw’s hoofd gevallen was.
Hij vroeg Reigor af of er soms iets op Melliw’s hoofd gevallen was. Dat wist
Reigor ook niet. Maar Reigor had eens een boek gelezen. Het ging over Kcolrehs
Semloh. En daar had hij van geleerd dat je op zoek moest gaan naar
aanwijzingen.
[Ze
kijken naar de lijst. Ze kijken naar de plaats waar het schilderij hing. Nog
eens. Nog eens. Beide heffen hun vinger op naar elkaar en willen wat zeggen.
Maar tegelijk schudden ze hun hoofd en kijken peinzend. Nogmaals kijken ze naar
lijst en lege plek. ]
Toen
kreeg Mot een idee. [lampje. Hij pakt de lijst.] Hij stelde dat het schilderij
van de muur gevallen was, op de kop van Melliw. “Hoe?” zei Reigor. “Nou gewoon
zo” zei Mot.
[En
hij houdt de lijst tegen de muur, en laat zgn vallen op de kop van Melliw.
Melliw kijkt meteen weer suave and sophisticated.]
“Oh,
zo!” zei Reigor.
[En
hij doet het na, Melliw kijkt weer met een lege blik nadat het schilderij hem
weer raakt.]
Nu
begreep Reigor het pas. Mot moest daarom lachen want hieruit bleek maar weer
dat hij slimmer was dan de tovenaar. Maar hij lachtte niet te hard, want anders
zou Reigor hem misschien in een kavia veranderen. En dat zou me toch wat moois
zijn! Samen besloten ze om ervoor te zorgen dat Melliw zijn geheugen weer
terugkreeg.
[Ze
tillen Melliw omhoog en ondersteunen hem naar buiten]
Zo
verveelden ze zich in ieder geval niet meer!
Zou
Melliw het zo gepland hebben?
[Melliw
lacht even en doet een Hans Kazan-knipoog in de camera.]
Einde
Deel 1
[Weglaten: Deel 2: De ballade van het tweede deel
Om zijn geheugen terug te krijgen
Misschien zou hij op die manier
Zijn verleden weer ontdekken
Dat komt je vast bekend voor
Oh reken maar van yes
Het is het plot van een film van
Lowieke de Funes.]
[De minstreel komt weer op. Hij zingt:]
En halverwege dus
Mist Melliw’s geheugen
Geniet met volle teugen
Want er komt nog meer
Het was tot nu toe al lachen
Maar dat wordt het dus weer!
[ze
komen de deur uit, Melliw ondersteunend]
Reigor
en Mot besloten dat ze het beste konden beginnen in het huis Melliws.
[Ze
gaan weer naar binnen. Ze kijken wat rond]
Maar
het deed geen belletjes rinkelen bij Melliw.
[Melliw
kijkt nog steeds verdwaasd.]
Ze
besloten dus maar om ergens anders heen te gaan. Ze besloten naar school te
gaan.
[Ze
stappen in de auto en rijden weg. Ze komen aan bij school, stappen uit en
kijken wat rond]
Maar
het deed geen belletjes rinkelen bij Melliw.
[Melliw
kijkt nog steeds verdwaasd.]
Even
werd hun aandacht afgeleid door een mededeling.
[Ze
kijken omhoog, zich afvragend waar het geluid vandaan komt.]
Toen
ging de bel. Maar het deed geen belletjes rinkelen bij Melliw.
[Melliw
kijkt nog steeds verdwaasd.]
Reigor
wist niet waar ze verder nog heen konden gaan. Hij zei dit tegen Mot.
[Mond
open en dicht]
Mot
wist ook niet waar ze verder nog heen konden gaan. Hij zei dit tegen Reigor.
[Mond
open en dicht]
Ze
besloten weer naar huis te gaan.
[Reigor
en Mot lopen weg. Ze komen even later terug om Melliw mee te sleuren. Ze rijden
terug naar huis.]
Onderweg
bedachten Mot en Reigor een slim plannetje.
[Lampje
in de auto gaat aan]
Ze
stonden er zelf ook versteld van. Maar Mot het versteldst.
[
Mot kijkt versteld]
Ze
waren van plan om Melliw wijs te maken dat hij hun slaaf was!
[Melliw
kijkt nog steeds verdwaasd, maar nu met een hoofddoekje en schort om.]
Die
Mot toch. Die Reigor toch. Die Leor en Retuow toch. Ik weet dat ze er niet bij
waren, maar toch. Mot noemde hem Retseopessa. Reigor niet. En ze lieten hem
alles schrobben: De keuken
[Melliw
schrobt de keuken.]
De
muur.
[Melliw
schrobt de muur.]
Een
ei.
[Melliw
schrobt een ei.]
En
nog een muur.
[Melliw
schrobt nog een muur.]
Toen
was alles schoon. Melliw kon wel goed schoonmaken vond Reigor. Mot vond dat
ook. Daarom zeiden ze het tegen elkaar.
[Monden
open en dicht.]
Ook
Melliw vond dat hij heel goed kon schoonmaken. Daarom zei hij dat tegen elkaar.
[Mond
open en dicht.]
Maar
het personeel mag helemaal niet praten tegen de baas! Dat was prins Mot
helemaal niet gewend en hij sloeg Melliw op zijn hoofd.
[Zo
gezegd zo gedaan. Melliw kijkt opeens niet meer verdwaasd, integendeel! Hij
ziet zijn kleren en weet meteen wat er gebeurd is.]
Toen
keek Melliw helemaal niet meer verdwaasd. Integendeel! Toen hij zijn kleren zag
wist hij meteen wat er gebeurd was. Want Melliw was heel slim. Hij was zo slim
als een vos, en dan nog slimmer. Hij was misschien wel zo slim als drie vossen,
maar dan zat er wel een vos bij die niet zo heel slim was. Zo slim was hij.
Daarom hield iedereen ook van Melliw. En terecht.
[Mot
en Reigor kijken weer verveeld tijdens deze zoveelste verdiende lofzang op
Melliw.]
Maar
Melliw hield nu niet van Reigor en Mot. Zij hadden hem disrespectvol behandeld.
En Mot het disrespectvolst. Maar Mot kreeg weer een idee.
[lampje
aan]
Hij
zei dat het idee van Reigor was geweest.
[Hij
wijst naar Reigor. Die kijkt angstig. Melliw richt zijn boze ogen nu op
Reigor.]
Maar
Reigor zei dat Mot het had gedaan.
[Hij
wijst naar Mot. Die kijkt angstig. Melliw richt zijn boze ogen nu op Mot.]
Melliw
wist niet meer wie hij moest geloven. Maar hij kreeg een idee.
[Lampje
aan]
Hij
besloot in al zijn wijsheid dat Reigor en Mot moesten vechten tot er een van
beide dood bleef.
[Verschrikte
blik van Mot, Reigor kijkt vol zelfvertrouwen.]
Maar
wel nam hij eerst de toverkracht van Reigor af.
[Reigor
kijkt nu verschrikt, Mot vol zelfvertrouwen. Melliw wenkt dat Reigor zijn
kracht moet inleveren. Reigor pakt zijn tovenaarshoed en geeft het aan Melliw.]
Maar
Reigor vond dat toch niet helemaal eerlijk. Als hij iets moest inleveren, dan
moest Mot ook een van zijn krachten inleveren.
[Mot
pakt zijn kroontje en geeft het aan Melliw. Nog steeds kijkt hij vol
zelfvertrouwen.]
Nu
ze beiden gewone stervelingen waren, konden ze eindelijk vechten. Nou ja, ze
konden beginnen met vechten. Mot mocht de wapens kiezen: zwaard of pistool. Hij
koos het zwaard, wapen der adel. Dus kreeg Reigor het pistool.
[Bevreesde
blik van Mot, Reigor kijkt vol zelfvertrouwen.]
En
Melliw kreeg de kogels.
[Reigor
kijkt weer bevreesd, Mot vol zelfvertrouwen.]
[En
ze gaan vechten. Het komisch potentieel van deze scene laat ik aan de acteurs
over. Tussendoor wel even dit:]
Melliw
keek geinteresseerd toe.
[Melliw
past de hoed van Reigor, kijkt in de spiegel, past de kroon, kijkt weer in de
spiegel]
[En
ze gaan verder met vechten.]
Mot
was een Reigor gewaagd. En Reigor was aan Mot gewaagd. Maar Mot was het
gewaagdst.
[Nog
wat vechten]
[De
minstreel komt weer op hij doet zijn mond open om te zingen, maar…]
Reigor
en Mot zeiden in koor: Marb [de minstreel heette Marb] heeft het gedaan!
[Wijzen
en mond open en dicht.]
Melliw
richtte zijn boze ogen op Marb de minstreel. En hij maakte hem hartstikke
morsdood.
[Hij
gooit een bliksemschicht [eventueel handje kogels, zodat die ook nog gebruikt
worden] naar Marb. Die verdwijnt meteen.]
Arme
Marb. Maar ja hij had het verdiend, had hij maar niet zo’n stout plan moeten
bedenken. Toen voelde Mot en Reigor zich wel schuldig.
[Ze
kijken schuldig]
Maar
ze voelden zich ook levend en dat maakte veel goed.
[Ze
kijken weer blij.]
Toen
kreeg Reigor een idee.
[Lampje
aan]
Het
idee was om Melliw te vragen of die wist wat ze konden gaan doen. Melliw zou
dat vast wel weten, want hij was slim, knap en rechtvaardig. En hij had zo’n
mannelijke stem. En hij had altijd goede ideeën. Hij versleet wel drie lampjes
in een week, zoveel goede ideeën had hij. Daarom hield iedereen ook zo van hem.
En terecht.
[Ze
kijken weer verveeld, Melliw straalt helemaal]
Dus
vroeg Reigor of Melliw wat wist om te doen.
[Mond
open en dicht. Melliw haalt zijn schouders op. Fade
to black.]
Dat
wist Melliw natuurlijk wel. En dat gingen ze toen doen. Het was zo leuk dat ze
het niet eens merkten toen Leor en Retuow terugkwamen. Zo leuk was het. Leuk
he? En ze leefden nog lang. Niet allemaal even lang, maar sommige wel.
Fin.