Een druk
cafe. Een tafeltje. Drie jongens aan het tafeltje. Ze praten wat, maar door de
drukte is het niet te verstaan. Een man met een gitaar zingt wat liedjes. Het
lijkt niet echt gewaardeerd te worden maar speelt door. Een van de jongens aan
de tafel kijkt opeens naar de deur. In de deuropening staaat ze. Hij kijkt
geintrigeerd naar haar. En zij naar hem. Ze gaat ook aan een tafeltje zitten,
dicht genoeg om oogcontact te kunnen houden. De twee andere jongens praten
onderwijl onverstoord door. Zonder zijn ogen van haar af te nemen staat hij op,
neemt zijn glas mee en loopt op haar af. Ze schuift de stoel tegenover haar met
haar voet naar achter zodat hij plaats kan nemen. Hij haalt twee rietjes als
vanuit het niets te voorschijn en steekt ze in het glas. Zonder een woord te
wisselen of het oogcontact te verbreken drinken ze het glas leeg. De muzikant
zet opeens een langzaam nummer in
waarvan hij niet eens wist dat hij het kende. Hij neemt haar bij de hand en ze
staan op. Ze lopen naar de bescheiden dansvloer. Ze slaat haar armen om zijn hals. Met haar in zijn armen wiegen
ze langzaam heen en weer. Nog steeds kijken ze alleen maar naar elkaar, geen
woord wordt gewisseld. Het lied loopt ten einde, de muzikant neemt even pauze.
Ze merken het niet. Op de maat van de muziek in hun hoofd dansen ze verder, de
rest van de avond. Ze zien alleen elkaar. Elk detail nemen ze in zich op. Het
cafe loopt langzaam leeg. Ze voelen alleen de warmte tussen elkaar. De eigenaar
begint op te ruimen en veegt de vloer rond het stel dat nog steeds geen woord
gesproken heeft. Hij laat ze maar. Hij weet hoe het gaat. Woorden zijn niet
nodig. Opeens is daar de kus. Gedurende een paar minuten staan ze in een nog
innigere verstrengeling dan de uren daarvoor. Het lijkt een eeuwigheid. Het
leek een seconde. Nogmaals kijken ze elkaar aan, een glimlach op hun gezichten.
Hand in hand lopen ze naar buiten. De toekomst in.