Elleinad
Strikes Back
Ziedaar,
alweer een een verzoek om een vakantieboek. En het is ongehoord, maar weer met
een voorwoord. Iedereen is blij want het voorwoord komt van mij.
En
terecht.
Dit
is het derde deel. Dat is wel erg veel. Maar ieder die mij kent weer: hij heeft
veel talent.
En
terecht.
Een
boekje vol met Pieten, je zult ervan genieten.
En
terecht.
Enjoy,
Willem
N. Verhoef
Sprookje
1
Er
was eens een prinses. Die prinses woonde in Amerika. Maar op een dag merkte
Elleinad [de prinses heette Elleinad [en dus niet Piet]] dat ze een raar gevoel
had. Dat was raar. Had ze soms honger? Soms wel maar nu niet. Was ze soms
jaloers? Nee dat ook niet. Was ze dan boos? Nee dat was ze niet. Maar ze was vast
heel mooi als ze boos was. Och, dat ben ik helemaal vergeten te vertellen!
Prinses Elleinad was heel erg mooi. Echt heel erg mooi dus he. Stel je het
mooiste wat er is voor. Heb je iets? Mooi. Nou, Elleinad was dus nog mooier.
Dus eigenlijk was ze het mooiste wat er is. Sorry, de mooiste die er is. Zo kan
ik nog wel pagina’s doorgaan. En aangezien ik nog heel wat pagina’s moet
vullen, doe ik dat ook maar. Weet je wat, ik pak een andere kleur pen, dan kan
je het overslaan als het je niet interesseert. Nou dan wacht ik wel even tot
deze pagina vol is. Zo, bijna vol. Bijna… Bijna… Ja, vol.
Nou ze was dus heel mooi he. Komt een beetje oppervlakkig over
eigenlijk. Maar ze was echt heel erg mooi. Zo dat moest even gezegd. Terug naar het plot.
Prinses Elleinad hed dus een raar gevoel. En het was geen honger. En het was
geen jaloezie. En het was geen boosheid. Woede misschien? Nee ook niet. Maar ze
was vast heel mooi als ze woedend was. Mooi? Jazeker! Liefde?
Ze voelde altijd liefde en dat was niet raar. Haat? Néééé! Echt geen haat.
Blijdschap. Mmm… Nee, het was de afwezigheid van blijdschap. Ze was niet blij.
Ze was een beetje triest. Hoe kwam dat? Dat zal ik je vertellen. Als je het
niet wilt weten, moet je maar even niet verder lezen. Nou
ze was dus triest he. Dat kwam omdat ze haar vriendje miste. En haar familie
ook wel. Maar vooral haar vriendje. En terecht. Haar vriendje was een dwerg. En
toen een reus. En toen een elfje. En toen toch weer een reus want hij wilde
geen elfje zijn. En dus had God Melliw hem weer terugveranderd.
God
Melliw? Wie is God Melliw?
Wordt
vervolgd
Afgewezen
Superhelden deel 1
Beerbelly
TM

Kan
3 keer zijn eigen gewicht in alcohol op. Kan ruzie zoeken met mannen die 2 keer
zo groot zijn. Zwaktepunt: koffie. Kan niet over rechte lijnen lopen. Kan niet
over kromme lijnen lopen. Kan vaak helemaal niet lopen eigenlijk.
Men
zegt dat, als je 1000 apen 1000 jaren op 1000 typmachines laat typen, ze
uiteindelijk Shakespeare zullen produceren. Een nóg minder bekend spreekwoord
is dat als je één God één week met één pen laat schrijven, Melliw [de God heet
Melliw] uiteindelijk zijn memoires zal schrijven. En hij noemt het “De Lebjib”.
Boek
1: Siseneg
In
den beginne schiep Melliw de hemel en de aarde. Hij had toch niets beters te
doen. Het leek hem wel een leuk experiment. Nou toen maakte hij de aarde nat en
groen en licht en donker en vol beesten. En alsof dat nog niet lollig genoeg
was, maakte hij ook nog wat mensen. Vond-ie leuk. Hij noemde de mens Mada. En
de andere mens noemde hij Ave. Hij zei dat hij Ave van een rib van Mada gemaakt
had. Dat vond Mada wel een rib-off. En hij zei dat ze geen appels mochten eten.
Dus
toen hij even weg was aten ze een appel. En toen viel Ave in een diepe slaap en
Mada stopte haar in een glazen kistje. Toen kwam prins Mot op zijn witte paard
langs en hij kuste
Haar
wakker. De dwergen waren heel blij en zongen een liedje. Toen Ave zwanger bleek
maakte Mot zich uit de voeten. De kinderen noemden ze Nïak en Leba. Nïak sloeg
Leba op zijn kop en die kreeg geen geheugenverlies. Op de een of andere manier
plantten ze zich voort met maar één vrouw.
En
toen begon het te regenen. Heel hard. Melliw, die teruggekomen was toen hij zin
had om een appel te eten, zei tegen Hcaon: “Wat heb jij een rotnaam. Maar bouw
een schip voor me.” En dat deed Hcaon. Melliw noemde Hcaon Piet. “Zeg Piet,”
zei Melliw, “Hoe staat het met het shuffleboard? En het bubbelbad? En de
dierenverblijven? Vooor elk ras twee plaatsen?” “Maar God Melliw,” beefde
Hcaon/Piet, “daar is heel geen plaats voor!” Natuurlijk dacht Melliw toen lang
na. Na 3 secondenzei hij in al zijn wijsheid: “Dump de dinosauriërs.”
En
toen het weer droog was ontmoette Meliw Maharba en Aras. Die waren oud, maar
wilden een kind. Dus bracht Melliw ze naar Italië. De dokters daar konden vast
wel wat doen. En inderdaad, dat deden ze. Melliw vond Italië
wel
een mooi land. Hij zwoer ooit terug te keren.
Ondertussen had Aras gebaard. Ze noemde haar zonen Kaasi en Aart.
En
Kaasi kreeg ook zonen. Van zijn vrouw. Ze noemden hun zonen Nokaj, Uaze en
Aart.
En
Bokaj kreeg ook zonen. Één van hen heette Aart. Maharba, Kaasi en Bokaj zijn
dus de drie Aartvaderen. En Fezoj, zoon van Bokaj werd onderfarao of iets
dergelijks. En de Egyptenaren zeiden: Stomme buitenlanders, stelen onze banen!
En toen bouwden ze piramides. En ook pyramides. En Sfinxen. En piramydes.
Hier
eindigt boek 1.
Everything
you always wanted to know about Star Trek but were afraid to ask
-
De
Federation zijn de good guys.
-
De
Klingons zijn de good guys. Maar soms de bad guys.
-
Één
aflevering duurt ongeveer 42 minuten. Dat is even lang als 2 afleveringen van
Friends of één aflevering van Buffy The Vampire Slayer.
-
Figuren
die je moet haten: Wesley Crusher, Lwaxana Troi, Neelix.
-
De
Borg zijn de bad guys.
-
De
Cardassians zijn de bad guys. Maar nu de good guys.
-
Bajorans
zijn good guys. Maar sommige guys zijn bad guys.
-
De
Ferengi zijn tegelijkertijd good en bad guys.
-
De
Romulans zijn bad guys. Maar soms good guys.
-
De
Vorta, Founders en Jem’Hadar zijn bad guys. Maar sommige Jem’Hadar zijn good
guys.
-
Ezri
is véél beter dan Jadzia.
Kleurplaat

Afgewezen
Superhelden deel 2
Freddie
Prince
His
name is Prince. And he is funky. Kan het paars laten regenen. Kan duiven laten
huilen. Kan feesten in 1999. Kan vertederend in de camera kijken. Slechts 1.40
m groot.

Sprookje 2
Het
was God Melliw ter ore gekomen dat prinses Elleinad triest was. En hij wist
meteen hoe dat kwam. Want zij was zijn zielsverwant. Hij wist dat Elleinad pas
weer echt gelukkig zou zijn als ze terugkwam naar het sprookjesbos. Want daar
zou ze haar familie weerzien. En ze zou eindelijk God Melliw in al zijn pracht
en praal kunnen aanschouwen. Dat was haar grote wens. En dat was ook Melliw’s
grote wens. En terecht.
Niemand
wist wat er zou gebeuren als ze elkaar zouden zien. Zelfs Melliw niet, en die
wist zulke dingen altijd. Maar deze keer dus niet. Dat vond hij wel raar.
Raakte hij zijn superkrachten soms kwijt? Melliw nam een besluit. Hij stuurde
draak Piet naar Amerika om Elleinad te halen. Dan zou hij haar eindelijk in zijn
armen sluiten, al was het maar voor even. Zo gezegd, zo gedaan.
Doolhof

Je ziet het al, het is
weer raak, een doolhofje met Piet de Draak. Maar één ding doet me veel
verdriet: hij weet de weg niet, onze Piet. En om die reden vraag ik jou of jij
hem helpen willen zou. Als je dat wilt is dat heel fraai, maar kijk wel uit
voor Piet de Haai! Want Piet de Haai, zo moet je weten, heeft veel zin om een
draak te eten. Draken lijken hem wel lekker. Toen werd hij wakker door de
wekker.
Sprookje
3
Toen
de bewoners van het dorp waar Elleinad woonde Piet de Draak zagen aan komen
vliegen raakten ze in paniek*. Ze begonnen allemaal te schreeuwen en door
elkaar heen te lopen. En ze begonnen winkels te beroven. Sommige mensen
begonnen zelfs te peeuwen. Maar als er gevaar dreigt moet je niet in paniek
raken en zeker niet gaan peeuwen. De vorige keer dat Piet de Draak het dorp
bezocht had, had hij alle huizen verbrand. Maar hij bedoelde het goed. Daarom hadden ze een ridder ingehuurd.
Hoewel Piet de Draak liever vers voer dan ingeblikt had, at hij de ridder op.
Mmm, lekker hapje, dacht Piet.
Elleinad
pakte haar spullen snel in. Ze zei gedag tegen de eenvoudige boeren bij wie ze
had gelogeerd en stapte op Piet.
Snel
zou ze eindelijk haar grote liefde zien. Maar niet snel genoeg…
Wordt
vervolgd…
*
En terecht.
Bridge
les 1
Bridge
speel je met kaarten. Deze kaarten zitten vaak in een doosje. Om Bridge te
spelen zul je de kaarten uit het doosje moeten halen. Maar een nieuw pakje is
vaak verpakt in cellofaan. Dit cellofaan moet dus open worden gemaakt. Gebruik
hiervoor een nagel, mes, of schaar. Let op: Ren nooit met een schaar in je
handen! Dat is allemaal heel leuk tot iemand een oog verliest. Dan is het
huilen. Maar als iemand het gefilmd heeft kun ja $ 100,000 winnen.
Sprookje 4
Met
de wind spelend door haar haren voelde ze zich weer vol levenslust. Ook het
vooruitzich haar grote liefde te zien vervulde haar hart met vreugde. Ze merkte
niet dat Piet hikte. En nog eens hikte. De derde keer dat hij hikte merkte ze
het wel. Maar ze dacht dat het de eerste keer was. Bezorgd keek ze naar de
draak. Hij zag helemaal groen! Ze realiseerde zich dat die normaal was voor de
draak. Maar hij had niet zijn normale groene kleur. Zijn teint, die zo mooi was
als de nieuwste blaadjes van een lente die de wrede kou van de winter
verdrijft, had plaatsgemaakt voor een vale, bleke kleur. Het groen van
schimmels onder stenen in eeuwenoude cryptes.
Elleinad
realiseerde zich dat dit maar één ding kon betekenen: er was iets vreselijk,
vreselijk mis! Dat wist ze omdat ze net zo slim als
mooi was. Zo mooi als de eerste zonsopgang die twee geliefden samen
aanschouwen.
Piet
begon te haperen. Elleinad twijfelde geen moment. Ze bekeer snel of ze ergens
veilig kon landen. Alleen water. Water overal. Maar wacht! Daar, in de verte,
een rookwolk! Ze spoorde Piet aan om nog even vol te houden. Langzaam naderden
ze de rookpluim. Ze zag dat het een eiland was, een eiland met een vulkaan. Het
stipje op de horizon werd groter. Groter. Even groot. Even groot. Een uitgeputte
Piet stortte ter zee. Hat laatste wat ze zag was een immense golf die haar
richting op kwam.
Met
een schok werd Melliw wakker. Onmiddellijk wist hij dat er iets vreselijk,
vreselijk mis was. Hij zocht geestcontact met Piet. Geen reactie. In paniek
zocht hij naar Elleinad. Niets te vinden. In een golf van waanzin en verdriet
stuurde hij zijn geest de hele wereld over. Niets. Uitgeput zeeg hij ter aarde.
Het zou tijd kosten voor hij weer op krachten was. Hij moest iets doen. Hij
besloot op zoek te gaan naar het ontzielde lichaam van zijn geliefde Elleinad.
Zonder zijn Godskrachten zou het een zware klus worden. Het was het waard. Melliw
zwoer niet te rusten.
Wordt vervolgd.
Afgewezen
superhelden deel 3

Inslechte
schurk. Verantwoordelijk voor alle natuurrampen in 1998 en 1999. Last van
hogebloeddrukgebieden. Absoluut geen voorspellende gaven.
De
Lebjib
Boek
2.1: Sudoxe
De
familie van Fezoj woonde al generaties lang in Egypte. Maar de Egyptenaren
waren erg racistisch. Ze behandelden de kliek als slaven. Zul je altijd zien
he. Egyptenaren, en vooral Egyptenaren met een snor, zitten vol vooroordelen.
En toen werd Sezom geboren. Het was een couveusekindje. Toen kwam er een
overstroming. De couveuse spoelde de Nijl af. Een prinses vond het kindje. Ze
vroeg aan haar vader: “Mag ik hem houden?” De vader zei: “En dan moet ik hem
uitlaten en voeren zeker?” Dat zou de prinses zelf doen. Maar Sezom werd groter
en groter en even groot. En hij sloeg een Egyptenaar dood. En toen ging hij weg
en kwam weer terug toen hij een bramende brandstruik had gezien. Toen ging hij
de Egyptenaren plagen. 10 keer. Eigen schuld, dikke bult. Oh nee dat was plaag
6.
Wordt
vervolgd
Sprookje
5
Ze
opende haar ogen. Duisternis. Toen haar ogen aan het donker begonnen te wennen
zag ze in een ooghoek iets bewegen. Ze hoorde overal geritsel. Een ongekende
angst sloeg om haar hart. Waar was ze? Wie was ze? Niet weer…
“Elleinad
is… ze is… ze wordt vermist.” Hij kon de hoop nog niet opgeven. Zij zouden de
klap ook niet aan kunnen. “Wie gaat er mee zoeken?” Een oorverdovende stilte.
“Ik blijf hier,” zei Retuow. “ze komt vanzelf bij mij terug. Het is
voorbestemd.” “Ja, uhm, ik wil wel, uhm, maar wie moet er dan op Leor passen?”
Reigor bleef dus ook. Met betraande ogen keek Melliw naar Mot. Zou hij hem ook
in de steek laten? “Mot? Mot? MOT!” “Wat? Oh, ik ga wel mee. Kijken of ik nog
wat nieuwe vrienden kan maken onderweg.” En zo vertrokken ze. Mot aan de
riemen, Melliw aan het roer. Voorzichtig liet hij zijn gedachten, zijn geest,
de omgeving aftasten. Elke inspanning kon fataal zijn.
Hij
richtte zich op het dode lichaam van Piet. Vele malen groter dan dat van
Elleinad, dus makkelijker te lokeren. Een pijnscheut schoot door zijn hoofd.
Net op tijd trok hij zich terug. Geen resultaat, hij was alleen maar zwakker
geworden. Gefrustreerd besloot hij zijn inspiratie de vrije loop te geven. Ah!
Intuïtie! Een rare, menselijk eigenschap. Met een onwennig gevoel boorde hij
krachten aan waarvan hij niet eens wist dat hij ze had. Mensenlijke krachten.
De onzekerheden die dit met zich meebracht nam hij voor lief. Hij deed
tenminste wat. Mot had niets door, of liet niets blijken. Goede, betrouwbare
Mot. “Roei eens wat harder” zei Melliw, maar zijn hart lag er niet in. Hij was
zich bewust van het kloppen van zijn hart. Een vreemde ervaring. Mot roeide
verder. Melliw gaf een draai aan het roer.
Wordt
vervolgd.
Afgewezen
superhelden deel 4

Nonterpunctiegebruiktgeenhooflettersofleestekensookgeenspatiesgebruiktdetijddiezijnvijandennodighebbenomhemteontcijferenomzichuitdevoetentemakenzwakkepuntensmileyscapslocktoetsenhaalteerstdespatiebalkuitzijneigenoogendanpasdesplinteruitdievaneenandergrootstevijandautoopmaak.
De
Lebjib
Boek
2.2: Sudoxe
Plaag
1: Sitting in a tree…
Sezom
ging bij iedereen langs en zei dan als zij een naam zeiden: oh ben je daar
verliefd op? Ga je daar mee zoenen? Ga je daar mee trouwen? En dan maakte hij
zoengeluiden.
Plaag
2: Papegaaienspel
Sezom
ging bij iedereen langs en herhaalde alles wat men zei. Zelfs als ze “Sezom is
gek” zeiden.
Plaag
3: Bioscoop
Sezom
ging in bioscopen zitten en praatte heelhard, en hij verklapte het plot en hij
lachte om alle grappen. Zelfs om de stomme. Heel erg hard.
Plaag
4: Sezom ging op zondagochten vroeg overal aanbellen. Dan zette hij zijn voet
tussen de deur en ging over God Melliw praten. Hij noemde de plaag: Getuigen.
Plaag
5: Belletje trekken
Sezom
ging belletje trekken.
Plaag
6: Prank calls
Sezom
belde iedereen en vroeg of hun koelkast liep en dat ze hem dan maar snel
moesten vangen.
Plaag
7: Pizza’s
Sezom
liet pizza’s bezorgen bij mensen die ze niet hadden besteld, om 3:00 AM.
Plaag
8: Merde de chien flambé
Sezom
wikkelde hondenpoep in kranten en stak dat in de fik. Dan belde hij aan en als
de Egyptenaren het vuur uittrapten trapten ze in de poep! Met hun sandalen!
Plaag
9: Kavia’s
Toen kwam Sezom tot Farao en zei tot hem: “Zo zegt de Here, de God Melliw: “Hoe lang zult gij weigeren u voor mijn aangezicht te verootmoedigen?””
En
de Farao zei: “Wat?” “Hoe lang…” “Ja ik hoorde je wel maar ik snap er geen
barst van.” “Ja,” zei Sezom, “ik lees ook maar voor wat Melliw me gegeven
heeft.” Hij schraapte zijn keel en declareerde: “Want indien gij weigert om
mijn volk te laten gaan gan zal Ik morgen kavia’s in uw gebied laten komen;
Zij
zullen de oppervlakte van het land bedekken, blablabla, ik sla even een stuk
over want Melliw heeft een neiging tot langdradigheid. Ah ja,… tot deze dag
toe. Daag me niet uit, want ik doe het hoor!”
Toen
wendde hij zich af en ging van Farao heen. Daarop zeiden de dienaren van Farao
tot hem: “Pfff, doet ie toch niet.” Maar hij deed het toch.
Plaag
10: Stiekum wegglippen
En
Sezom zei tegen Farao: “Hoi, ben ik weer.” En Farao sprak: “Wie laat die idioot
toch steeds binnen?!”
En
Sezom sprak:”Pas maar op, want de laatste plaag komt er aan. En die is echt
heel erg erg. Dus ik zou maar binnenblijven vannacht!” En hij wendde zich af en
ging heen.
Nou
de Farao was natuurlijk heel bang. Heel Egypte was bang. En daarom bleef
iedereen binnen. En terecht. Sezom glipte stiekum weg met alle familie van
Fezoj. Eentje vroeg waarom ze dat niet meteen hadden gedaan. En Sezom sprak:
“Lolliger zo.”
Sprookje
6
Knaag
knaag. Graaf graaf graaf graaf. Knabbel. Knabbel. Krab krab knabbel. Het leven
is simpel. Maar hoe kon ze de dromen verklaren? Wat waren die vreemde wezens
die ze zag in haar slaap? Knabbel. Laat je niet afleiden van je werk. Graaf
graaf graaf graaf. Graaf. Graaf… graaf.
“Waarom
gebruik je niet gewoon je Godenkrachten om haar te vinden?” Na een week
dobberen hadden ze nog niets gevonden. Om de zoveel tijd dook Mot onder om te
zoeken naar het immense lichaam van Piet de Draak. Melliw had van wat wrakhout
een hengel gemaakt. Vreemd hoeveel lekkerder eten was als je het zelf had
gevangen en klaargemaakt. “Omdat dat niet eerlijk zou zijn. En omdat er iets
tegenwerkt. Noem het maar een experiment.” “Ik dacht dat je als een van ons
vermist werd, je ons gewoon
even
zou vinden of zo. met een trucje of zo. Weet ik veel hoe je dat doet. Je geeft
toch om ons?” Mm, hij moest eens weten hoeveel. Hij zou alles geven om Elleinad
te vinden. Hij raakte meer en meer overtuigd dat ze nog leefde. Het moest wel.
Het moest wel. Een lichte bries ging door zijn haren. Nou ja, licht… “Uhm, ik
wil niet zeuren, maar volgens mij krijgen we storm. Woef. Enne… we hebben maar
één duikpak. Ik zal dus niet zo snel verdrinken, en jij hebt je Goddelijke
krachten dus het zal wel meevallen. Als de boot het maar houdt.” Zei Mot.
Bliksem. Melliw sloot zijn ogen. Hij concentreerde zich op de boot. Zijn gedachten
omsloten de boot. De storm wakkerde aan. Hij merkte niets. Een plank kwam los.
Zorgvuldig drukte Melliw de spijkers terug. Mot, geen vreemde van de zee, wist
dat hij nog nooit zo’n zware storm gezien had. Het leek of het water een wrok
koesterde tegen het onbeduidende bootje. Alles kraakte. Hij keek naar Melliw.
Waar zat hij? De laaste
golf
had hem overboord geslagen. Zijn hele
wereld was de boot. Hij merkte niets van zijn doorweekte kleren. Melliw zag dat
Mot uit de boot dreigde te vallen. Mot sprong uit de boot. Een onzichtbare
kracht hield hem tegen. Zo,Mot was
veilig. Weer viel Mot bijna uit de boot. Dit werd te uitputtend. Hij kon niet
én op de boot, én op Mot letten. Hij wierp hem terug. Nogmaals probeerde
Mot Melliw te redden. Deze keer werd hij de kajuit ingeworpen. Een grote
vermoeidheid maakte zich van hem meester. Vecht ertegen. Lekker slapen. Ik
moest toch nog wat doen? Dat kan morgen ook wel. Zo, Mot was veilig.de storm leek af te nemen. Het beeld van het schip
vervaagde langzaam. Opeens voelde Melliw de kou. Hij greep om zich heen, op
zoek naar houvast. Niets. Alleen water. Met een schok kwam hij uit zijn trance.
Hij greep een stuk wrakhout. Zaak was nu te rusten. Krachten weer opbouwen.
Elleinad vinden. Rusten.
Kavia

Een
kavia in een cape.
Kan
rijmen en dichten zonder zijn hemd op te lichten. Natuurlijke vijand: elk
roofdier op aarde.
Sprookje
7
Een
gedesillusioneerde Mot roeide de haven binnen. Hij vertelde het slechte nieuws
aan Reigor en Retuow. Melliw werd nu ook vermist. “Ja, en? Hij is gewoon op
vakantie of zo. die komt wel weer vanzelf boven water.”

Mot was er niet gerust
op. Hij keek nog maar wat oude foto’s door. Arme onschuldige Melliw toch.
De
eerste jaren van zijn leven dacht hij dat hij een hond was.

En toen dat hij een cowboy was.

Afgewezen superhelden deel 6
Grand
Touristo

Altijd
een camera bij de hand. Spreekt elke taal vloeiend door zijn eigen taal
langzaam en hard te spreken. Inefficiënt aangezien hij overal het uitzicht
bewondert en onder de indruk van gebouwen is.
Heeft
ooit zo’n grote vis gevangen. Houdt van knuffelen.
Sprookje
8
Snuffel.
Snuffel snuffel snuffel. Krab krab. Snuffel. Ruikt bekend. Het was niet het
eerste Grootwezen dat ze gezien had. Het was wel de eerste die haar bekend
voorkwam. Ze wist gewoon dat ze hem kende. Maar waarvan? Ze herinnerde zich
alleen haar familie. Haar nieuwe familie. Aangezien ze de grootste was, was ze
al snel opgeklommen in de sociale structuur van de groep. Ze kon sneller
graven, harder lopen en meer vruchten in haar wangen vervoeren dan wie dan ook.
Dit gaf haar de vrijheid het eiland te verkennen. Voetstappen! Er naderde een
aantal monniken. Ze zou deze in de gaten willen houden. Ze besloot hem te
verbergen in de bosjes. Zo gezegd, zo gedaan.
Au. AU. Koppijn. Die koppijn kon hij missen als kiespijn.
Langzaam deed hij zijn ogen open. Hij lag in de schaduw van een jungle. Melliw
nam de omgeving in zich op. Hij bevond zich vlak bij een strand. Wat een geluk
dat hij was aangespoeld hier. Er liep een raar
spoor van het strand naar de plaats waar hij ontwaakt was.
Het was alsof iemand hem in de schaduw gesleept had. Hopelijk kreeg hij de kans
om zijn redder te bedanken. In de hitte van de zon zou hij zeker verbrand zijn,
en de jeuk van vervellen was verschrikkelijk. In het zand zag hij voetstappen.
Veel voetstappen. Het leek of er een colonne was langs gekomen. Hopelijk zou de
wind de sporen niet uitwissen. Eerst moest hij eten vinden, en een veilige
slaapplaats. Met deze hoofdpijn kon hij toch niet veel nuttigs doen.
Hij werd wakker van een aanraking op zijn wang. Hij schatte
dat het 5:08 AM was. Hij hoorde wat geritsel. Hij viel weer in slaap.
Ze
was weggeglipt. Snel ging ze door de tunnels, op naar de plaats waar ze hem had
achtergelaten. Ze wist waarvan ze hem kende nu. Ze had van hem gedroomd. Er
waren anderen, oh ja, maar die waren hier niet, alleen in haar droom.
Hij
was er niet. Snuffel. Snuffel. Die kant op. Voorzichtig liep ze de grot in.
Daar lag hij. Het beetje maanlicht dat binnenscheen viel precies op zijn
gezicht. Ze had de tijd nog niet gehad om hem echt te bekijken. Hij glimlachte,
alsof hij wist dat ze er was. Voorzichtig strekte ze haar hand uit. Ze aaide
over zijn wang. Hij werd wakker. Hij werd wakker! Geruisloos trok ze zich terug
in de duisternis. Hij leek haar recht aan te kijken. Toen draaide hij zich om
en sliep verder. Alleen zijn rug was nog verlicht. Maar ze had het al niet meer
nodig, elk detail lag in haar herinnering. Ze verliet de grot. Misschien dat ze
nog wat kon slapen. Waarschijnlijk niet.
Hij rekte zich uit. Vreemde droom. Vandaag maar eens het
eiland verkennen.
Wordt vervolgd.
De Lebjib
Boek 2.3 Sudoxe
De hele clan liep achter Sezom aan. Toen kwamen ze bij een
zee. En ze hadden geen boot. En ook geen schip. Niet eens een vlot. En er was
geen veerpont.
En Sezom sprak tot Melliw: “Melliw, ik sta bij een zee. Wat
moet ik doen?” En Melliw zei: “Heb je een boot?” “Nee Heer.” “Een schip?” “Nee
Heer.” “Een vlot misschien?” “Nope.” “Is er een veerpont?” “Ook niet.” “Nou dan
weet ik het ook niet. Bedenk zelf maar wat.” Toen werd Sezom wel pissig. “Wat
stel je voor, dat ik de wateren scheid, ons erdoor laat gaan en de Egyptenaren
laat verdrinken, die ons ongetwijfeld achtervolgen?” “Nou, als dat je lukt,
geef ik je een heel boek in de Lebjib!”
Zo gezegd, zo gedaan.
Eenmaal aan de overkant zei Sezom: “Verdorie, ik ben mijn
kaart vergeten mee te nemen. Snel terug!” Maar dat
ging niet, de Egyptenaren kwamen eraan. “Ach laat ook maar,”
dacht Sezom, “Ik vind de weg ook wel zonder kaart. Melliw sprak: “Ik moet nog
wat doen, ik zie jullie wel bij die berg daar in de verte.” En weg was hij.
Dus ze vertrokken richting berg. Toen zehonger kregen regende
het brood (er was net een bakkerij ontploft in de buurt).
Eindelijk waren ze bij de berg. “Waar bleef je? Hier heb ik
wat voor je, voor onderweg.” Melliw had een vakantieboek gemaakt. 80 pagina’s
in steen uitgehakt. “Uhm, dat kan ik niet dragen hoor, 2 misschien…” “Ok, zoek
maar wat uit dan. Mompel mompel Sezom mompel al dat werk mompel voor niets
mompel” Terwijl Sezom wat uitzocht maakte het volk een gouden kavia. Vonden ze
leuk. Ze hadden toch niets beters te doen. Toen Sezom 2 bladzijden had gekozen
daalde hij af. Hij zag de kavia en moest zo hard lachen dat hij de bladzijden
liet vallen. Dus koos hij 2 nieuwe uit: de 10 geboden. En ze gingen de woestijn
in.
Hier eindigt boek 2 (eindelijk)
Afgewezen superhelden deel 7
Catman

Er zat al copyright op Catwoman en Batman jammer genoeg.
Sprookje 9
Het beton van het immense gebouw stak vreemd af tegen de
groene achtergrond van de jungle. De achtergrondgeluiden van al het leven dat
z’n gang ging op dit paradijselijke eiland waren hier vreemd genoeg afwezig. De
warmte van het leven rondom hem stond in schril contrast met de kille stenen.
Dit hof van Eden hoorde niet verpest te worden. En die soldaten die op wacht
stonden waren helemaal misplaatst. Nou ja, soldaten, wat heet soldaten. Ze
waren gekleed in een zwarte pij die tot de grond reikte en kaalgeschoren. Als
ze niet zo zwaar bewapend waren konden ze voor monniken doorgaan. “Monniken des
doods” dacht Melliw en voor het eerst in tijden moest hij glimlachen, al lag er
weinig humor aan ten grondslag. Hoe hadden deze mensen deze idyllische plaats
kunnen bereiken? Waarom droegen ze zoveel wapens? Het leek wel alsof ze een
invasie aan het voorbereiden waren. Voorzichtig naderde Melliw het gebouw. Hij
bewoog zich geruisloos, één met de natuur.
Hoorde
hij soms bij de andere grootwezens? Waarom liep hij dan niet gewoon op hen af?
Krab krab snuffel. Nee, hij hoorde vast niet bij hen. Hij had geen knalstok. En
hij zag er veel… hijzag er anders uit. Knabbel. Hij verplaatste zich. Zij zou
hem volgen. Volgen waar hij ook heen zou gaan. Er zou geen oceaan te diep, geen
berg zo hoog zijn dat het haar tegen zou kunnen houden. Ze moest hem volgen.
Sinds ze zijn wang had aangeraakt wist ze dat ze altijd bij hem moest zijn, dat
niets haar van hem weg kon houden. Hij was haar lot. Vanaf nu tot in de
eeuwigheid.
Ze
verstarde.
Plots hoorde hij weer dat geritsel achter zich. Hij keek om.
Niets te bekennen. Op zijn hoede ging hij verder.
Hij
had haar gehoord! Al zolang ze zich kon herinneren had ze door de bossen
gereisd, zonder ooit gehoord te zijn. Hij ging verder. Ze wachtte even, van
plan om iets meer afstand te houden tussen hen. Plots doken er twee grootwezens
op uit de rimboe. Ze volgden hem. Een van beiden pakte zijn knalstok en legde
Hem
tegen zijn schouder. In een vlaag van woede en wanhoop wierp Elleinad zich naar
voren, tegen de man aan. Door deze botsing uit evenwicht gebracht schoot hij in
de lucht. De andere man draaide zich om. Toen hij haar zeg legde hij aan.
Meteen draaide ze zich om, op zoek naar de dichtstbijzijnde tunnelingang. Snel
bewoog ze zich. Ze hoorde een knal. Opeens voelde ze een stekende pijn in haar
schouder. Half lopend, half vallend bereikte ze de tunnel. Eenmaal binnen
bedekte ze snel de ingang weer. Ze was veilig. Ze had rust nodig maar wist dat
hij haar hulp nodig had. Van haar en haar volk. Ze repte zich naar de anderen.
Tabel: Hoe lang nog?
Mode d’emploi:
Als een tijdstip aangebroken is waarop het nog 1 of meerdere
tijdspannes zal duren voordat je landt in Nederland, “check” je dit boxje af
(het boxje wat naast het betreffende tijdsdeel hoort bedoel ik dus he)
Als je alle boxjes op tijd hebt gecheckt wacht je een leuke
verrassing op het vliegveld.
|
16 uur |
|
|
15 uur |
|
|
14 uur |
|
|
13 uur |
|
|
12 uur |
|
|
11 uur |
|
|
10 uur |
|
|
9 uur |
|
|
8 uur |
|
|
7 uur |
|
|
6 uur |
|
|
5 uur |
|
|
4 uur |
|
|
3 uur |
|
|
2 uur |
|
|
1 ½ uur |
|
|
1 uur |
|
|
½ uur (fasten seatbelt) |
|
|
15 min |
|
|
10 min |
|
|
5 min |
|
|
0 min |
|
Sprookje 10
Waarom had hij niet beter opgepast? Nee, zo moest hij niet
denken. Hij moest zich de kans geven om zijn geestelijke krachten weer op peil
te krijgen. Nu waren het echter zijn fysieke krachten die op de proef werden gesteld.
Hij had een aardige voorsprong, dat wist hij, maar zijn achtervolgers hadden
een groot voordeel: zij wisten de weg op het eiland. Behendig sprong hij over
een boomstronk. Om geen sporen achter te laten besloot hij zijn tocht door de
bomen voort te zetten. Zo gezegd, zo gedaan. Hij greep een liaan en slingerde
naar de volgende. De liaan brak af. Met een fikse dreun vloog hij tegen een
jong boompje aan. Hij rolde door, de rivier in. Met de gratie en het
enthousiasme van een forel, op weg naar zijn broedvijver, zwom hij
stroomopwaarts. Sneller, sneller, even snel. De stroming werd sterker. Toen hij
de bocht omging zag hij hoe dat kwam: de waterleidingsbuizen van het complex
kwamen hier uit in de rivier. Hij zwom naar een enorme buis. Zich verzettend tegen
de kracht
van het water ging hij naar binnen. Misschien dat hij een inzicht zou krijgen
in de plannen van wie hier ook achter zat.
Uitgeput
bereikte ze de grote zaal. De anderen keken verschrikt op, zoals elke keer dat
ze binnenkwam. “Krab krab snuffel. KRAB KRAB SNUFFEL!” Geen reactie. Ze waren
bang. Ze vertelde wat er aan de hand was. Dat ze lang genoeg onder het juk van
de grootwezens geleefd hadden. Ze moesten de ketens van de onderdrukkers
afwerpen! Het groepshoofd kwam naar voren. “Snuffel, snuffel, graaf graaf
graaf. Graaf graaf graaf… Wat? Ze strompelde naar het meertje midden in de
zaal. Voor het eerst zag ze haar reflectie: zij was inderdaad ook een
grootwezen. De hoofdkavia liep op haar af. “We vonden je op het strand. We
hadden nog nooit zo’n mooi grootwezen gezien. Samen hebben we je hierheen
meegenomen en je als één van ons opgevoed. Je was altijd al een moeilijk kind,
maar sterker en sneller dan welk van ons ook.” “Maar… hoe lang is dat geleden?”
“Zo’n 3 dagen geleden.” “Mmm… het lijkt langer. Maar dat betekent dat ik hem
inderdaad ken! Hij kan me vast vertellen wie ik ben, waar ik thuishoor. We
moeten hem helpen. Als jullie iets om me geven, help me dan. Help me
alsjeblieft. Help me…” De emotie en haar schotwond werden haar te veel. Ze stortte
in.
Zijn ogen waren ondertussen wel aan het donker gewend
geraakt. In de verte zag hij licht. Voorzichtig ging hij verder. Toen hij de
opening naderde werd hij behoedzaam. Hij wilde niet tegen één van die soldaten
oplopen. Voorzichtig liet hij zijn geest de omgeving aftasten. Niets binnen 25
meter. Het was veilig om verder te gaan. Hij liep door de gangen. Toen hij een
ventilatierooster zag, maakte hij het los en ging de schacht binnen. Hij kroop
door de buizen, het leek wel uren. Toen hoorde hij haar stem. Zij? Wat deed zij hier? Hij
had haar verbannen!
Hij ging in de richting van het geluid. Door het rooster in de vloer van de
buis, in het plafond van de grote zaal onder hem kon hij precies zien wat zich
daar afspeelde. Hij zag haar. Ze was niet veel veranderd in al die tijd. Ze hadden lol
gehad samen. Maar zij wilde meer. Hun krachten bundelen. Met die gestolen kus had ze hem
proberen te strikken. Hij had haar afgewezen. Ze was verdwenen, zonder iets te
zeggen. Nooit had god Melliw gedacht Godin Njimelliw terug te
zien.
Ze sprak tegen de menigte soldaten voor haar. “We zullen tegen ze
vechten op de stranden. We zullen tegen ze vechten in de steden en in het bos.
Doodt iedereen, vrouwen, kinderen, dwergen, reuzen, tovenaars, prinsen,
prinsessen etcetera. Neem geen gevangenen. Laat hem alleen aan mij over. Ik wil
hem zelf vermorzelen. De invasie van het sprookjesbos begint morgen. Melliw zal
spijt hebben. Hij zal zijn vrienden voor zijn ogen zien sterven en er niets aan
kunnen doen. Hier zijn de plannen…”
Verbijsterd leunde hij achterover. Hell hath no fury like a
woman scorned… Hij verloor zijn evenwicht.
“Knabbel
knabbel krab?” “Krab krab snuffel!” Eensgezind juichten de kavia’s. Unaniem was
besloten om Elleinad te helpen. Vrijwilligers waren er genoeg, want ze hielden
allemaal heel veel van Elleinad. En terecht. Haar aanwezigheid had hen de
afgelopen dagen zo opgevrolijkt, en vanwege haar grootte was de nieuwe tunnel
veel sneller afgekomen. Haar inspirerende woorden hadden hen eindelijk de animo
gegeven om in opstand te komen tegen de grootwezens die hun eiland hadden overspoeld. Er moest iets gebeuren.
De medicijnkavia had Elleinad ondertussen opgelapt. Ze had een plan, maar ze
moesten snel zijn. Vastberaden liep ze naar de uitgang, miljoenen kavia’s volgden
haar op de voet. Kavia’s zover het oog reikt. Mooi gezicht hè?
Het zweet druppelde van zijn voorhoofd. Hij had zich klem
gezet tussen de twee muren van de schacht. Maak eens voort met die plannen, ik
houd het niet lang meer… Hij voelde dat de spieren van zijn armen het niet lang
meer zouden volhouden. En dan… en dan zou hij midden tussen de zwaarbewapende
soldaten vallen, onder leiding van de Godin der Wrake. Ze leek het einde van
haar toespraak te naderen. Ze gebruikte al net zo veel expliciet te lange
woorden als hij. Schiet op schiet op schiet op… Zelfs in zijn gespannen
toestand zag hij dat het plan perfect was uitgestippeld. De enige die haar zou
kunnen stoppen was hij, maar alleen als hij al zijn krachten had. En dan zou
hij ook nog op tijd bij de schepen moeten zijn. Voorzichtig zette hij zijn
gewicht op zijn rechterarm. Deze was nu erg zwaar belast maar hij kon nu met
zijn linkerhand zijn riem losmaken. Meteen laatste krachtsinspanning trok hij
in een ruk zijn riem los en liet zich vallen.
Ze
kwam aan bij de T-splitsing. Ze ging naar links. Het grootste deel van de
kavia’s trok naar rechts. Zij kenden hun orders. Velen zouden het niet
overleven, en ze wisten het. Dit was het spannendste wat elk van deze kavia’s
ooit had gedaan. Ze deden het voor Elleinad.
Alle soldaten keken verbaasd omhoog. Geen van hen had de
tegenwoordigheid van geest te schieten. In vrije val sloeg Melliw met zijn
riem. De gesp kwam vast te zitten achter de rand van het gat waar hij zoëven
uitgevallen was. Met de atletische souplesse van een gibbon klom hij naar boven
en zette het op een lopen.
Hij! Wat deed hij hier? Ze had geen tijd te verliezen. Ze bevool de
soldaten naar de schepen te gaan. Nu Melliw hier was had haar plan een nog
grotere kans van slagen. Één compagnie stuurde ze achter hem aan. Ze wist wel
waar hij heen zou gaan. Het kon niet anders. En hij zou het halen. Maar ze
hoefde het hem niet makkelijk te maken.
De
soldaten stroomden naar buiten, in de richting van de geïmproviseerde haven.
Toen ze allemaal buiten waren begonnen de automatische deuren langzaam
te
sluiten. Snel rende Elleinad erop af. Ze zette zich klem tussen de deuren, er
moesten zoveel mogelijk kavia’s doorheen. Het zweet druppelde van haar
voorhoofd. Maak eens voort lieve kavia’s, ik houd het niet lang meer. Ze voelde
dat de spieren van haar armen het niet lang meer zouden volhouden. Daar kwam de
laatste kavia. Met een zucht wierp ze zich naar binnen. De deuren sloten.
Half gebukt rende hij door de schacht. Willekeurig ging hij
links- en rechtsaf. Toen hij bij een rooster kwam keek en luisterde hij of er
iemand was. Veilig. Hij trapte het rooster los en rolde naar buiten. Mooi,
bordjes waarop de uitgang stond aangegeven. Hij moest hoe dan ook hier weg,
proberen van dit vervloekte eiland af te komen. Trap op. Nog een trap. Een hele
lange trap. En ook nog een ladder. Het leek hier warmer. Hij voelde een warme
bries over zijn huid waaien. Mooi, de uitgang kon niet ver meer zijn. Alleen
zouden er vast soldaten staan. En hij moest zijn krachten sparen voor de
onvermijdelijke confrontatie met Njimelliw. Voetstappen. Hij dook snel een
kamer in. Een slaapvertrek. De voetstappen klonken zachter, de man was voorbij
de kamer. Melliw keek eens rond. Een kast. Hij opende de kast. Uniformen. Hij
trok een uniform aan. Jammer genoeg geen scheerspullen.
Gelukkig geen scheerspullen. Hij was altijd trots geweest op
zijn weelderige bos ravenzwart haar. De pij had een kap. Hij trok hem over zijn
hoofd. De perfecte vermomming. Hij liep weer naar buiten in de richting van de
warme lucht. Inderdaad, daar wasde uitgang. En inderdaad, daar waren de
soldaten. Minstens 50. Goed, hij moest het proberen. Hij stapte op ze af.
Ze
renden door de gangen. Alles was verlaten. Iets zei haardat ze omhoog moest
gaan. Ze ging omhoog.
“Mannen, nieuwe orders. De voortvluchtige is ontsnapt. We
dachten dat we hem hadden maar hij sprong van de waterval. We hebben alle
manschappen nodig. Zijn beschrijving: Groot, knap, lief, ravenzwart haar,
grappig, noem maar op. Oh ja, hij heeft maar één arm. Ingerukt!” Ze staarden
hem aan. “Ingerukt! Move it move it move it!” “Migatu muli Solo?” Ok… daar had
hij niet op gerekend. Blijkbaar had Njimelliw de inboorlingen geronseld.
“Bailamos? Ahora? Apra la bacca?” Als één man stonden de monniken op. Hij wierp
zijn pij af. Ze mochten ten minste zien wie ze zou verslaan, dacht hij met een
wrange glimlach. De soldaten lieten hun wapens vallen. Ok, dat kon maar
één ding betekenen: er stond versterking achter hem. Mot had
hem gelokeerd en kwam hem helpen. Ze waren waarschijnlijk het invasieleger nu
al in de pan aan het hakken. Hij draaide zich om.
Ze
ging de hoek om. Daar was hij. Kavia na kavia volgde haar. 10 per soldaat. 100
per soldaat. 10000 per soldaat. De pijen waren gemaakt van het favoriete
voedsel van de kavia’s. Watertandend keken ze naar de mannen. Deze wierpen hun
pijen en wapens af en vluchtten naar buiten. Ze zouden weer terugkeren naar hun
dorp en de kaviagod vereren.
Elleinad! Al had hij aldoor gedacht, geweten dat ze nog
leefde, dit was toch een overweldigende verrassing. En hij hield wel van
verrassingen. Ze was mooi. Hij keek in haar ogen. Het leek eeuwen.
Daar
was hij. Ze liep op hem af. Ze hief haar hand op en streek weer langs zijn
wang. “Wie… wie ben ik?”
“De vraag is niet wie, maar wát je bent. En het antwoord is
zometeen hartstikke dood.” In de deuropening stond Njimelliw. “Net als je
vriendje hier. Zullen we maar naar buiten gaan? Je had altijd al een flair voor
dramatische gebeurtenissen en locaties.”
Hun droom wreed verstoord liepen ze naar buiten. Melliw zag
dat Njimelliw een krachtveld had opgericht rond haar lichaam. Toen hij de
deuropening doorging zag hij wat ze bedoeld had: het duel zou plaatsvinden bij
de mond van de vulkaan: “Goed, laten we dan maar beginnen.” Ze dwong haar wil
aan hem op. Een oud trucje, makkelijk te omzeilen. Aanval na aanval
sloeg hij eenvoudig af. Ze speelde met hem. Met het krachtveld om haar heen
kon hij weinig uithalen. Hij moest haar afleiden. Hij zocht geestcontact met
Elleinad. Ze
hoorde zijn stem in haar hoofd.“Je heet Elleinad. Je was op weg naar huis, maar er
ging iets mis. Wat weet ik niet precies. Je houdt van… van Retuow.” Hij heette Reutow! Ze zag
hem glimlachen. “Nee, ik ben Melliw. Retuow wacht thuis op je. Ik heb je hulp
nodig om terug te kunnen gaan. Ik wil dat je aan de andere kant van haar gaat
staan. Als ik het codewoord woord zeg moet je op haar afrennen. Ik zorg dat je
niets overkomt. Het codewoord is Schmoopie.”
Ze
knikte. Langzaam maar zeker bewoog ze zich naar de andere kant.
“Nog steeds niets nieuws geleerd in al die jaren? Waar heb je
je tijd toch aan verspild?” “Je geleuter bevestigt alleen maar wat ik al vermoedde: je
bent je krachten kwijt! Dat gedoe in de raadszaal bijvoorbeeld, je had je makkelijk
kunnen redden met één woord of gebaar!”
“Misschien wil ik wel dat je dat denkt. Ik laat je even
uitrazen en als je uitgeput bent veeg ik je van de kaart.”
“Misschien, maar dan zou je dat niet zeggen. Dat zou een tactische
blunder zijn… Maar daardoor verwacht ik het niet, dus zou je het wél zeggen…
Nee je bent je krachten kwijt.”
“Oh ja? Je rekent niet op de geheime krachten van Schmoopie!”
Ze
rende op haar af.
Haar woorden klonken galmend door zijn hoofd. “DACHT JE NU ECHT
DAT IK NIET MEELUISTERDE? IK DOORZIE JE VOLKOMEN, MELLIW! ALS JIJ DADELIJK IN
DE VULKAAN VALT, KOMEN JE KRACHTEN VRIJ EN ZAL DE DICHTSTBIJZIJNDE PERSOON ZE
ONTVANGEN! IK ZAL HET MACHTIGSTE WEZEN OOIT ZIJN!! ONZE KRACHTEN IN MIJ
GEBUNDELD!!!
Dit was waarop hij gehoopt had. Njimelliw deed een stap
opzij. Elleinad miste haar. Melliw wierp zich tegen Njimelliw. Ze verloor haar
evenwicht, op het randje van de gapende opening. De lava deinsde dreigend op en
neer. Ze greep hem vast. “Zo sterven we BEIDEN!!!!” Njimelliw en Melliw tuimelden naar
beneden. De enige troost was dat zijn krachten tenminste bij een waardig
persoon terechtkwamen. Een stukje
Van hem zou altijd voortleven in Elleinad. Ze vielen. Hij
bereidde zich voor op de naderende dood. Het was leuk geweest. Met een schok
hing hij stil.
Ondersteboven
hij hij boven de kolkende massa. Een ketting van kavia’s hing over de rand, de
onderste had zijn voet vast. Vliegensvlug klauterde hij naar boven.
“NEE!!! ZO HAD HET NIET MOGEN ZIJN!!!! ZIJ VERDIENDE HET BESTE!!!!!
Het vloeibare magma omsloot haar.
Hij was bij de rand. Ze greep zijn hand en hielp hem omhoog. Samen
hielpen ze de kaviaketen naar boven. Een lichte aardbeving. Melliw
transporteerde de kavia’s met een handgebaar naar hun tunnels. Hij omhelsde
Elleinad. Ze
voelde de warmte van zijn lichaam. Hij bewoog zich zodat zij nu met haar rug
naar de vulkaan stond. Weer hoorde ze zijn krachtige stem in haar hoofd. “Zometeen
zul je krachten voelen waarvan je het bestaan nog niet hebt kunnen vermoeden.
De krachten van Njimelliw zullen vrijkomen zodra haar lichaam compleet verbrand
is. Jij zult ze ontvangen.” “Ik? Maar… waarom jij niet zelf?” “als ik hier iets van geleerd heb,
is het dat macht
alle wezens kan verderven. Ik zou te veel macht hebben. Jij
bent de enige die ik volledig vertrouw geen misbruik te maken van deze
krachten. “Ze
zweeg en sloot haar ogen. De overweldigende ervaringen hadden haar uitgeput. Ze
voelde zich veilig in zijn armen. Geborgen.
Hij voelde de aarde weer beven. Een enorme lichtstraal, met
de sterkte van duizend zonnen, steeg op uit de krocht. En midden in de straal…
bewoog een lichtje. Een zwart lichtje. Het naderde Elleinad. Een vlaag van
herkenning ging door hem heen. Het lichtje veranderde van kleur. Het werd
zachter. Het cirkelde om het paar heen, verstrengeld in een innige omhelzing.
Het keek Elleinad eens op en neer. Het leek Melliw alsof het glimlachte en hem
een goedkeurend knikje gaf. Toen ging het in haar op.
Natuurlijk mag een poëziehoekje niet ontbreken.
Ik hoop dat je geniet
van alle onzin die ik maak
ik zie je snel en hopelijk
zie ik je ook erg vaak.
Waarschijnlijk ben je onderweg
Al bijna ingedut.
Dalijk landt het vliegtuig
En is Schmoopie uitgeput.
Ze wilt me nog niet zien dan
Maar snel weer naar haar hut.
En wil je weten wat ik daarvan vind?
Ze denkt: hij
krijgt dan niet de aandacht
Die hij wel
verdient
Dat kan hem toch
niet schelen
Daarvoor is hij
een vriend.
Handige woordenlijst in Italië
[Je weet immers maar nooit…]
Apra la bacca Doe je mond open
Amore Liefde
Gondola Gondel
Ti amo Ik
hou[d] van jou
Bon giorno Goedendag
Bon Goed
Giorno Dag
Ciao Hoi
El duce De
hertog
Pasta Eten
Basta Ophouden
Hasta la
vista Tot snel [maar niet snel genoeg]
Pizza Onbekend
Sprookje 11: Epiloog
Ze
bekeek de wereld met andere ogen. Ze begreep het nu. Alles. Nee, je
hebt nog veel te leren. Maar als je me toestaat zal ik je helpen. Nu moeten we
eerst de invasieschepen stoppen. “Geen probleem, al gedaan.” Zei ze. “De kavia’s
hebben geleerd, dat, hoe klein je ook bent, je nooit over je heen moet laten
lopen. Alle boten zijn tot zinken gebracht.” Onder de indruk pakte hij
haar hand. “Vrienden?” “Vrienden.”
Fin
En zo eindigt een verhaal vol spanning, hartstocht en
avontuur.
Afgewezen superhelden deel 8
De gemaskerde roddelaar

Denkt dat niemand een roddel doorvertelt als hij het zo
↑ vertelt. Grootste angst: liplezers. Één na grootste angst: gewone
lasers.
Soundtrack
Sprookje 1 Feelings
Sprookje 2 Theme from Love Story
Sprookje 3 Leaving on a Jetplane
Sprookje 4 Goin’ down – Mel C.
Sprookje 5 That’s what friends are for
Sprookje 6 My heart will go on – Celine Dion
Sprookje 7
Sprookje 8
Sprookje 9 I shot the Sherriff – Bob Marley
I will follow him – Peggy March
Sprookje 10 Reunited and it feels so good [pag 51]
I’ve got the power – Snap [pag 55]
Mission Impossible Theme [pag 48]
Fugitive Theme [pag 50]
Feeling hot hot hot [pag 54]
Ancient Battle [pag 52]
Sprookje 11 You’ve got a friend in me – Robert Goulet