Sprookje – Deep Tragic Nine

 

 

Episode 9: To Thine Old Self Be True

 

Terwijl Retep druk bezig was met technische en logische zaken deed ook Marb waar hij het beste in was. Hij deed de was. Marb en Retep woonden in hetzelfde huis. Ze waren net Treb en Einre, maar dan zonder de sex. Nadat hij de grootste snotresten van de sokken had gepulkt begon hij de broeken te sorteren in de gewoonlijke twee categorieën: KNWEGWIZGDIHGH en G. Hij haalde de zakken leeg van de broeken op de G-plek.

“Zeg Retep?” “Ja Marb?” “Wat is dit?” Hij liet het apparaatje zien dat hij gevonden had in de broekzak van Retep. Retep nam het hem uit handen. “Oh, dat vond ik tussen de bagage van Melliw vlak voor ze weggingen. Ik wilde het wel eens nader bestuderen. Was het alweer vergeten eigenlijk.” Marb haalde een wenkbrouw op. “En weet Melliw dat jij dat gedaan hebt?” vroeg hij. “Ja dat zal toch wel? Hij is toch incompetent?” “Omnicognent bedoel je. Daar zit wat in. Waar zou het voor dienen?” “Weet niet. Zou er messing in zitten?” “Weet niet. Zullen we op dat knopje drukken?” “Zullen we dat?” Ymer kwam binnen. “Wat hebben jullie daar?” “Weten niet. Een soort van afstandsbediening van Melliw. We gingen net op dit knopje drukken.” “Zomaar op een knopje drukken? Dat kan hartstikke gevaarlijk zijn! Wie weet wat er met je gebeuren zal! Dat laat je toch zeker een proefkonijn doen, Mehercule?” “Ja, goed idee,” zei Retep. “Waar is Lom?” Op domme vragen moet je geen antwoord geven. Sacul ‘Lom’ Lom was natuurlijk in de kroeg. Marb hief een vinger naar de hemel. “Naar de Marbmobiel!” “Nee, we hadden het toch de Retepmobiel genoemd?” zei Retep. “Ik dacht Ymermobiel eigenlijk.” “Nou ja doet er ook niet toe,” zei Marb. Ze pakten hun stepjes en gingen richting kroeg.

“He Lom!” zeiden Retep, Ymer en Marb toen ze de kroeg binnenkwamen. “Clatto Verata Nicto!” zei Lom. “Volgens mij heeft Lom meer gedronken dan goed voor hem is.” Zei Marb. “Volgens mij heeft Lom meer gedronken dan goed is voor de bevolking van Burkina Fasso.” Zei Ymer. Lom klaarde op toen hij de stem van Ymer hoorde en viel hem om de hals. “Te licem, Lemeb. Te licem!” Ymer draaide zijn ogen weg toen hij zijn geliefde taal zo verkracht hoorde worden. Hij draaide zijn hele hoofd weg toen hij de adem van Lom rook. “Jongens, houdt afstand! Kom niet binnen een radius van 20 duim van Lom!” Hij maakte zich los en drukte Mol de afstandsbediening in handen. Hij maakte zich uit de voeten. “Lom?” vroeg Retep. “Ja buurman?” zei Lom. “Druk eens op dat knopje.” “Wat?” “Druk eens op dat knopje.” Lom drukte op zijn neus. “Toet-toet!” Hij viel van zijn kruk van het lachen. “He, wat is dit?” vroeg hij toen hij zag wat hij in zijn handen had. Hij drukte op een knopje en verdween.

“Zie je nou wat er had kunnen gebeuren?” zei Ymer. Marb en Retep waren blij dat ze niet zomaar zelf op het knopje hadden gedrukt. Maar ze waren ook verdrietig dat Lom er niet meer was. Nu moesten ze zelf hun drinken betalen.

Ze kwamen diep in de nacht weer thuis. Toen ze de deur opendeden stond tot hun grote verbazing hun verloren gewaande vriend Lom voor de deur. Of eigenlijk achter de deur dus. “Hoe kom jij hier binnen? Heb je ingebroken of iets dergelijks?” riep Marb verschrikt uit. “Nee ik had een sleutel.” “Oh ja. Maar waar was je nou opeens gebleven?” Ze zagen dat hij de afstandsbediening in handen had. “Voor zover ik het heb begrepen ben ik toen ik op het knopje drukte in een parallel universum beland.” “Een parallel universum?” “Ja, een parallel universum. Een universum zonder alcohol. Toen ik ontnuchterd was zag ik direct dat ik daar zo snel mogelijk weg moest. Dus zette ik mijn superieure brein aan het werk. Ik zag al snel dat deze afstandsbediening ontworpen was om parallelle televisieprogramma’s te kunnen bekijken. De krachten van dit apparaat zijn echter zo groot dat alleen een God het kan bedienen voor het doel waar het voor gemaakt is geworden geweest. Als een normale sterveling het beroert wordt alles wat zich binnen een straal van 1,5 meter van de genoemde sterveling bevindt, naar een willekeurig parallel universum getransporteerd. Hierdoor trekt de batterij wel in één keer leeg.” “Hoe kwam je dan weer terug Lom?” vroeg Ymer. “Door de mechanische elementen te analyseren kwam ik snel op de eenvoudige oplossing. De quantumfluxgenerator hoefde alleen maar achterstevoren geplaatst te worden, opdat de multidimensionale straling, die de eerste ‘sprong’ achterliet, getraceerd kon worden en langs die weg teruggevolgd worden met behulp van het zenderkeuzeschermpje. De batterij heb ik eenvoudig opgeladen door twee zuren te vinden-” “Ik denk dat het tijd wordt om Lom een biertje te geven.” Zei Marb. “Hij slaat wartaal uit.” Ze liepen weer naar buiten. “Het was eigenlijk heel simpel hoor. Iedereen met een beetje kennis van quantummechanica zou erop gekomen zijn.” “Sucal?” “Ja Retep?” “Bier.”

 

“Ik wou dat ik ten minste een beetje kennis van quantummechanica had…” zuchtte Mot en hij legde de ABCD naast zich neer. “Waar is Rehtse nu weer gebleven?” vroeg hij Ecyoj af. “Geen idee. Volgens mij liep ze net die kant op met Melliw.” Ze zaten nu al anderhalve dag vast hier. Mot had geconcludeerd dat ze zich weer op aarde bevonden, maar wel een iets andere aarde dan ze gewend waren. Het landschap was identiek aan zijn landgoed in heet sprookjesbos, maar er hing hier toch een aparte sfeer. De achtergrondgeluiden waar je normaal niet op zou letten vielen des te meer op door hun afwezigheid. Geen fluitende vogeltjes of tsjirpende krekels te bekennen. Het was of de natuur haar adem inhield. Zeer dreigend.

Melliw was in die anderhalve dag dat ze hier waren al aardig gegroeid. Hij leek nu op het eerste gezicht ongeveer elf jaar oud. Mot verbaasde zich er nog over dat het zo lang duurde: Eilahtan, de vorige incarnatie van Melliw, was binnen een dag volgroeid. De verklaring bleek eenvoudig: meisjes zijn nu eenmaal eerder volwassen dan jongens. Hij concentreerde zich op het huiswerk dat Rehtse hem had opgegeven. Met een pincetje trok hij in een vloeiende beweging de vleugel van een vlieg eruit. Hij keek hoopvol naar zijn opvoedster. “Dat was niet slecht, maar als je echt wilt dat hij lijdt, moet je het langzamer doen. Draai de vleugel een keertje rond. Trek er aan totdat hij net niet loskomt en laat hem weer los. Martelen is geen wetenschap, maar meer een kunst.” “Mot zegt dat je alle levende dingen moet respecteren,” zei Melliw. Rehtse moest daar erg om lachen. “Mot zegt wel meer. Wat is regel nummer 1?” Melliw citeerde hem: “ ‘Geloof nooit zomaar wat iemand zegt.’ Behalve als jij het zegt hè?” “Precies. Behalve als ik het zeg. Zullen we alvast eens beslissen welk orkest er op onze bruiloft gaat spelen?”

“Ik geef het op. Als we hier weg willen komen zullen we toch iemands hulp moeten inroepen,” zei Mot. “We kunnen toch gewoon even wachten tot Melliw helemaal volwassen is? Dan kan hij toch wel de ABCD gebruiken om ons naar huis te brengen?” “In theorie wel. Maar volgens mij weet hij ook niet hoe het moet. Zijn herinneringen heeft hij niet meer, die zitten nog altijd in het brein van Elleinad verborgen denk ik. Het is dus helemaal niet zeker dat hij weet hoe we terug kunnen komen.” “En met een beetje pech wil hij ons niet eens mee terugnemen!” zei Ecyoj. “Rehtse leert hem immers allemaal slechte eigenschappen aan.” Daar had Mot nog niet eens aan gedacht. “Nee, dat kan ik me niet voorstellen. Melliw is mijn beste vriend!” “Was je beste vriend. Hij is zijn geheugen kwijt, weet je nog? En trouwens, je weet drommels goed wat er kan gebeuren als er een vrouw bijkomt. Je hebt van die mensen die hun vrienden dan laten vallen als een baksteen. Als een baksteen die over een bananenschil uitglijdt.” Daar zat wat in. “Nee, zo is Melliw niet. Ik heb hem ook lesgegeven, terwijl Rehtse sliep. Hij weet het verschil tussen goed en kwaad.”

“Dus, wat is het verschil tussen goed en kwaad?” vroeg Rehtse. “Goed is dom en slecht is intelligent.” “Precies.” Ze gaf hem een kus als beloning. Dat stimuleerde hem altijd erg goed. De programmering van Melliw bleek gemakkelijker dan gedacht. Niet alleen bleek hij een aangeboren aanleg voor het aanwoekeren van analeptische anagenese voor de ananke te hebben, maar hij leerde ook nog eens snel. Dit was natuurlijk te wijten aan haar onorthodoxe lesmethoden. “Goed, je hebt de rest van de middag vrij. Probeer alles wat je geleerd hebt maar eens uit op de wezens hier. En als je verslag hiervan me bevalt… wie weet wat we vanavond gaan doen dan.” Zijn volgende groeistuip stond er toch aan te komen, dacht ze bij zichzelf. Ze glimlachte. De kreten ‘Oh God, Oh God!’ zouden ver te horen zijn die nacht. En nog nooit zouden ze zo waar geweest zijn. Melliw huppelde het bos uit.

 

“We zullen eerst eens onopgemerkt moeten bekijken wat voor wezens hier eigenlijk wonen. Hopelijk zijn ze recht- en hulpvaardig.” “Maak je geen zorgen,” zei Rehtse die net het kamp binnenkwam. “Melliw is ze gaan observeren en met een beetje geluk ook flink aan het jennen.” “Aan het jennen? Dan helpen ze ons nooit! Wat heb je gedaan, kreng?” riep Ecyoj uit. Dit wuifde Rehtse weg. “Maak je geen zorgen, dom gansje. Hij krijgt langzamerhand meer controle over zijn Godenkrachten. Niemand zal hem zien. Is het eten al klaar?” Nog zoiets, dacht Mot. Als ze niet snel iets fatsoenlijks te eten kregen zou hij gek worden. Alsof het fruitdieet op het schip nog niet erg genoeg geweest was, kreeg hij hier alleen noten en bessen voorgeschoteld. Nou ja, als Melliw terugkwam wisten ze tenminste hoe de vork van de situatie in de steel van deze wereld stak.

 

Melliw naderde de rand van het bos. Hij hoorde stemmen en maakte zich snel onzichtbaar. ‘Regel 8: maak ten volste gebruik van alle mogelijkheden tot je beschikking.’ Hij zag een grote en een kleine man naderen. “Doe dit, doe dat. Als ze nog een keer van die rare nukken krijg, dan schiet ik haar met mijn kruisboog door haar oog! Ga tien Vlaamse Gaaien met een roodgestreepte nek voor me vangen voor de lunch. Ik zal haar roodgestreepte nek eens omgaaien…” “Kom kom, Retouw. Dat meen je toch niet?” Zonder een geluid te maken vormde hij met zijn lippen nog enkele woorden. ‘De oren van Melliw zijn overal!’ las Melliw op de lippen van de kleine man. De grote man schrok toen hij zich realiseerde dat de ander gelijk had. “Ach, haha, hij weet dat ik het niet meen, Leor. Hahaha.” De bliksem sloeg een halve meter naast hen in. Leor en Retuow renden het bos in. “Dat is grappig,” dacht Melliw. Melliw vond eigenlijk alles wel grappig. “Er is hier blijkbaar ook een Melliw. En die is ook een God. Ik denk dat ik die eens een bezoekje ga brengen. Sterker nog, ik weet het wel zeker.”

 

Vanaf de heuvel had hij een mooi overzicht over het gehele dorp. Er was een grote consternatie op het marktplein. De mensen stonden te dringen om een zo goed mogelijk zicht te hebben op de geplande feestelijkheden. In de verte zag Melliw zichzelf op een balkon zitten. Hij was nog niet zo heel erg goed op de hoogte van de Godenkrachten die hij krijgen zou en wist niet of de Melliw van deze wereld hem zou kunnen zien in zijn onzichtbare toestand. Voor de zekerheid bleef hij dus maar op een veilige afstand zitten. Een groep soldaten maakte een weg vrij van de deuren van een schamel gebouw naar het verhoogde podium in het midden. Een blonde vrouw werd naar buiten geleid in ketenen. Het was een van de mooiste vrouwen die hij ooit gezien had. Nu had hij tot voor kort alleen nog maar Rehtse en Ecyoj gezien, maar hier op de markt zag het ook zwart van de vrouwen, al droegen ze allemaal een valse baard. Deze dame had een heel ander soort schoonheid dan Rehtse, degene met wie hij trouwen zou. Maar wat had deze vrouw misdaan, dat zij zo ten schande gemaakt werd voor het oog van iedereen? De vrouw werd in een schavot vastgezet. Aan de andere kant van het plein gingen de enorme deuren van het immense kasteel open. Weer kwam een vrouw naar buiten. Het was Rehtse. Ze zwaaide naar de Melliw op het balkon. Oke, dat is dus de Rehtse van dit universum. Leuk om te zien hoe ze ook in dit universum bij elkaar terecht waren gekomen. Het bevestigde alleen maar wat hem met de paplepel was ingegeven: Melliw zou trouwen met Rehtse en heersen over alles. Al zeiden Mot en Ecyoj steeds dat het zijn eigen keus was. Rehtse had ondertussen het podium bereikt. Ze gaf de bewakers een bevel. Zij verspreiden zich en zorgden ervoor dat de mensen niet meer zo dicht bij het schavot stonden. Rehtse begon te spreken:

“Landgenoten. Het doet mij deugd u te kunnen vertellen dat we na een dagenlange klopjacht eindelijk Elleinad hebben kunnen vangen met dank aan de lokalisatietechnieken van mijn geliefde echtgenoot Melliw. Maar nu is ze dan toch hier. Ze heeft de geesten van honderden onschuldige mensen bezoedelt met haar mindcontroltechnieken. Dit moet een halt toegeroepen worden. Maar zoals u allen wel weet, is het doden van een halfgod een gevaarlijke zaak. De krachten die vrijkomen bij deze decapitatie zullen de dichtstbijzijnde persoon ingaan. Maar zoals al gebleken is, kan niet iedereen deze verantwoordelijkheid aan. Ik heb de zware taak op mij genomen om de krachten van Elleinad in mij te herbergen.” Wie praat er nou zo? Dacht Melliw. Rehtse ging verder. “Maar denk niet dat ik deze krachten naar mijn hoofd zal laten gaan. Ik zal dezelfde, rechtvaardige meesteres blijven who you know and love.” ‘Whom.’ Dacht Melliw. Ze pakte de bijl van de grond en hief hem op. “Nog laatste woorden?” vroeg ze. Elleinad keek omhoog. Ze keek hem recht aan! Hoe kon zij hem zien? “Hoe heb je het zo ver kunnen laten komen? Ik voel je nog altijd in me!” vroeg ze hoofdschuddend, met tranen in haar ogen. De bijl kwam naar beneden. haar lippen vormden nog één maal het woord ‘waarom’ voordat haar hoofd in het mandje terechtkwam. De bewakers porden het publiek op. Een applaus steeg langzaam op. En toen…

En toen leek de tijd langzamer te gaan. Melliw zag een lichtje uit het levenloze lichaam van Elleinad komen. Het vloog een rondje om haar lijk en keek Rehtse eens op en neer. Het draaide zich om naar Melliw op het balkon. Er leek zich een conversatie af te spelen tussen hen. Het lichtje gloeide rood op. Ze hadden ruzie! Het lichtje gloeide harder. Met een enorme snelheid vloog het omhoog. De Melliw op het balkon sprong uit zijn stoel. Dit had hij niet verwacht. Hij vloog op Rehtse af en nam haar in bescherming in zijn armen. Op de rand van het gehoor klonk een hoog gepiep. Het werd langzaam harder. De lucht betrok. Het lichtje was in de verte weer te zien. De verzamelde mensen zagen het nu ook. Het werd groter. Alles baadde in de rode gloed. Het plebs wees omhoog in verbazing. Het geluid werd nu oorverdovend. Sommigen probeerden weg te vluchten maar het was te laat. De meteoor verwoestte alles op het plein.

Melliw snelde op de smeulende resten af. In het midden van de krater lag de Melliw van dit universum, met Rehtse nog in zijn armen. Melliw werd weer zichtbaar en liep op ze af. “Sorry, mag ik je wat vragen?” zei hij. De Melliw op de grond zweeg. Hij keek neer op haar lichaam en weende. “Sorry, Melliw?” Toen hij zijn naam hoorde keek hij op. Van de schrik liet hij Rehtse vallen. “Ik denk dat wij even moeten praten.” “Geen…tijd…Ik heb niet lang meer…” Hij legde zijn hand op de slaap van Melliw. De herinneringen van deze Melliw, de geschiedenis van dit universum overspoelden hem.

De herinneringen van deze Melliw begonnen precies hetzelfde: hij kwam terecht in de machine waar Mot mee gemarteld werd. Hij werd er door Rehtse uitgetild maar de ABCD bleef achter. Ze had dus niet op het knopje kunnen drukken. In plaats daarvan had ze Mot en Ecyoj gedood, waar hij bij was. Vervolgens had ze Melliw opgevoed zonder hulp van Mot: hij was in- en inslecht geworden en getrouwd met haar. Ze waren in haar schip teruggekeerd naar aarde en daar hadden ze hun imperium gesticht. De wereldbevolking was tot slaaf geworden. Toen startte de zoektocht naar Elleinad. Leor, Retuow en Reigor waren snel gevonden maar zij ontglipte hen steeds. Maar uiteindelijk was ze toch gevangen en naar de aarde gebracht. Het plan was om Rehtse de krachten van Elleinad te geven. De persoon die het dichtste bij een God staat op het moment van overlijden ontvangt diens krachten. Maar de Godenkrachten van Elleinad hadden een eigen wil. Ze zagen dat deze Melliw gecorrumpeerd was en besloten hem te vernietigen. Ten koste van hun eigen bestaan.Hij had in ieder geval een belangrijke les geleerd: laat nooit zomaar je vrienden in de steek. Zelfs niet in ruil voor sex. Melliw blies zijn laatste adem uit. Zijn godenkrachten waren ook verdwenen in die machtige inslag. Deze Melliw had drie weken langer geleefd dan hij, dacht Melliw. Blijkbaar lag dit universum voor in de tijd op waar ik vandaan kom. Hij ging zitten op het ontzielde lichaam van Melliw. Het was tijd om eens goed na te denken. Deze Melliw had Rehtse blindelings gevolgd en vertrouwd. Hij was nu dood. Regel nummer 1 van Rehtse was ‘Geloof nooit zomaar wat iemand zegt.’ Behalve als zij het zei. Hij groeide opnieuw. Hij was nu volwassen, 21 jaar. Nieuwe hersenprocessen werden in gang gezet. Hij dacht op volle snelheid. Het was duidelijk dat hij niet blindelings moest doen wat zij zei. Maar het was even duidelijk dat hij wel degelijk verliefd op haar geworden was. Zijn eerste prioriteit was in ieder geval om terug te keren naar het normale universum. Daar moest hij Elleinad vinden en kijken of zij inderdaad nog altijd zijn oorspronkelijke herinneringen in zich had. Ze zei het zelf, ze voelde hem nog altijd in zich. Met zijn oude brein zou hij vast een betere kijk op de zaak hebben. Tot die tijd zou hij het spelletje nog wel een tijdje meespelen.

 

Hij maakte de ingang naar de kelder vrij. Uit de herinneringen van deze Melliw had hij uitgemaakt dat het schip van Rehtse hier geparkeerd stond. En inderdaad, daar stond het. Hij zocht het martelwerktuig op. Tussen de radertjes lag inderdaad de ABCD. Hij opende het ding en haalde de batterijen eruit. Tijd om terug te gaan. Het werd al donker en tijd om zijn beloning voor een dag hard werken te gaan innen.

 

Hij werd met open armen ontvangen, zeker toen bleek dat hij ook eten meegenomen had. Een waar feestmaal. Hij had onderweg al bedacht wat hij zou vertellen dat hij gezien had en bij het kampvuur deed hij zijn verhaal. Soms zelfs met stemmetjes. Je kon zeggen wat je wilde van Melliw, maar gebrek aan fantasie had hij niet. Ze waren onder de indruk van zijn dappere daden en heldenmoed. Rehtse kon haast niet wachten om hem te belonen in hun tent.

Midden in de nacht sloop hij uit hun tent. Rehtse was voldaan in slaap gevallen. Hij zocht de ABCD en verving de batterijen. Toen liep hij weer terug en nam Rehtse weer in zijn armen. Een geborgenheid die hij niet eerder had ervaren.

 

“Zeg Mot, zou je niet nog eens proberen of dat ding het niet doet?”  zei Melliw. “Wrom? Doet het toch niet. Heb ik gisteren ook al de hele dag geprobeerd. Heeft toch geen zin.” “Ah kom op probeer effe.” “Nee heb geen zin. Ik heb toch slecht geslapen! Rehtse lag de hele nacht te bidden geloof ik.” “Druk nou maar op dat knopje. Of wacht even tot we allemaal hier binnen een straal van 1,5 meter zijn.” Ze wachtten even. Ze wachtten nog even. Ze wachtten nog wat. “Zal ik ze anders even halen?” “Ja lijkt me een goed idee.” “Hebben jullie al je spullen die je mee wilt nemen?” zei Melliw. “Dat ding werkt toch niet!” zei Mot. “Misschien nu wel. Ga je spullen nou maar halen.” Hij wachtte tot iedereen zijn spullen had. “Ok Mot, druk maar op het knopje.” Mot drukte op het knopje. Er gebeurde niets. “Ik zei het toch! Stom ding.” “Huh? Probeer nog eens?” “Mot probeerde het nog eens. “Nee doet het niet. Is er nog wat eten over van gisteren?” Melliw pakte de afstandsbediening. “Oh hij stond niet aan.” In het donker had hij niet gezien dat hij hem uitgezet had. Nu maar hopen dat hij niet nog meer dingen verkeerd gedaan had met de ABCD. “Probeer nog eens.” Mot drukte op het knopje. Ze verdwenen.

Hosted by www.Geocities.ws

1