Terwijl
Retep druk bezig was met technische en logische zaken deed ook Marb waar hij
het beste in was. Hij deed de was. Marb en Retep woonden in hetzelfde huis. Ze
waren net Treb en Einre, maar dan zonder de sex. Nadat hij de grootste
snotresten van de sokken had gepulkt begon hij de broeken te sorteren in de
gewoonlijke twee categorieën: KNWEGWIZGDIHGH en G. Hij haalde de zakken leeg
van de broeken op de G-plek.
“Zeg
Retep?” “Ja Marb?” “Wat is dit?” Hij liet het apparaatje zien dat hij gevonden
had in de broekzak van Retep. Retep nam het hem uit handen. “Oh, dat vond ik
tussen de bagage van Melliw vlak voor ze weggingen. Ik wilde het wel eens nader
bestuderen. Was het alweer vergeten eigenlijk.” Marb haalde een wenkbrouw op.
“En weet Melliw dat jij dat gedaan hebt?” vroeg hij. “Ja dat zal toch wel? Hij
is toch incompetent?” “Omnicognent bedoel je. Daar zit wat in. Waar zou het
voor dienen?” “Weet niet. Zou er messing in zitten?” “Weet niet. Zullen we op
dat knopje drukken?” “Zullen we dat?” Ymer kwam binnen. “Wat hebben jullie
daar?” “Weten niet. Een soort van afstandsbediening van Melliw. We gingen net
op dit knopje drukken.” “Zomaar op een knopje drukken? Dat kan hartstikke
gevaarlijk zijn! Wie weet wat er met je gebeuren zal! Dat laat je toch zeker
een proefkonijn doen, Mehercule?” “Ja, goed idee,” zei Retep. “Waar is Lom?” Op
domme vragen moet je geen antwoord geven. Sacul ‘Lom’ Lom was natuurlijk in de
kroeg. Marb hief een vinger naar de hemel. “Naar de Marbmobiel!” “Nee, we
hadden het toch de Retepmobiel genoemd?” zei Retep. “Ik dacht Ymermobiel
eigenlijk.” “Nou ja doet er ook niet toe,” zei Marb. Ze pakten hun stepjes en
gingen richting kroeg.
“He
Lom!” zeiden Retep, Ymer en Marb toen ze de kroeg binnenkwamen. “Clatto Verata
Nicto!” zei Lom. “Volgens mij heeft Lom meer gedronken dan goed voor hem is.”
Zei Marb. “Volgens mij heeft Lom meer gedronken dan goed is voor de bevolking
van Burkina Fasso.” Zei Ymer. Lom klaarde op toen hij de stem van Ymer hoorde
en viel hem om de hals. “Te licem, Lemeb. Te licem!” Ymer draaide zijn ogen weg
toen hij zijn geliefde taal zo verkracht hoorde worden. Hij draaide zijn hele
hoofd weg toen hij de adem van Lom rook. “Jongens, houdt afstand! Kom niet binnen
een radius van 20 duim van Lom!” Hij maakte zich los en drukte Mol de
afstandsbediening in handen. Hij maakte zich uit de voeten. “Lom?” vroeg Retep.
“Ja buurman?” zei Lom. “Druk eens op dat knopje.” “Wat?” “Druk eens op dat
knopje.” Lom drukte op zijn neus. “Toet-toet!” Hij viel van zijn kruk van het
lachen. “He, wat is dit?” vroeg hij toen hij zag wat hij in zijn handen had.
Hij drukte op een knopje en verdween.
“Zie
je nou wat er had kunnen gebeuren?” zei Ymer. Marb en Retep waren blij dat ze
niet zomaar zelf op het knopje hadden gedrukt. Maar ze waren ook verdrietig dat
Lom er niet meer was. Nu moesten ze zelf hun drinken betalen.
Ze
kwamen diep in de nacht weer thuis. Toen ze de deur opendeden stond tot hun
grote verbazing hun verloren gewaande vriend Lom voor de deur. Of eigenlijk
achter de deur dus. “Hoe kom jij hier binnen? Heb je ingebroken of iets
dergelijks?” riep Marb verschrikt uit. “Nee ik had een sleutel.” “Oh ja. Maar
waar was je nou opeens gebleven?” Ze zagen dat hij de afstandsbediening in
handen had. “Voor zover ik het heb begrepen ben ik toen ik op het knopje drukte
in een parallel universum beland.” “Een parallel universum?” “Ja, een parallel
universum. Een universum zonder alcohol. Toen ik ontnuchterd was zag ik direct
dat ik daar zo snel mogelijk weg moest. Dus zette ik mijn superieure brein aan
het werk. Ik zag al snel dat deze afstandsbediening ontworpen was om parallelle
televisieprogramma’s te kunnen bekijken. De krachten van dit apparaat zijn
echter zo groot dat alleen een God het kan bedienen voor het doel waar het voor
gemaakt is geworden geweest. Als een normale sterveling het beroert wordt alles
wat zich binnen een straal van 1,5 meter van de genoemde sterveling bevindt,
naar een willekeurig parallel universum getransporteerd. Hierdoor trekt de
batterij wel in één keer leeg.” “Hoe kwam je dan weer terug Lom?” vroeg Ymer.
“Door de mechanische elementen te analyseren kwam ik snel op de eenvoudige
oplossing. De quantumfluxgenerator hoefde alleen maar achterstevoren geplaatst
te worden, opdat de multidimensionale straling, die de eerste ‘sprong’
achterliet, getraceerd kon worden en langs die weg teruggevolgd worden met
behulp van het zenderkeuzeschermpje. De batterij heb ik eenvoudig opgeladen
door twee zuren te vinden-” “Ik denk dat het tijd wordt om Lom een biertje te
geven.” Zei Marb. “Hij slaat wartaal uit.” Ze liepen weer naar buiten. “Het was
eigenlijk heel simpel hoor. Iedereen met een beetje kennis van quantummechanica
zou erop gekomen zijn.” “Sucal?” “Ja Retep?” “Bier.”
“Ik
wou dat ik ten minste een beetje
kennis van quantummechanica had…” zuchtte Mot en hij legde de ABCD naast zich
neer. “Waar is Rehtse nu weer gebleven?” vroeg hij Ecyoj af. “Geen idee.
Volgens mij liep ze net die kant op met Melliw.” Ze zaten nu al anderhalve dag
vast hier. Mot had geconcludeerd dat ze zich weer op aarde bevonden, maar wel
een iets andere aarde dan ze gewend waren. Het landschap was identiek aan zijn
landgoed in heet sprookjesbos, maar er hing hier toch een aparte sfeer. De
achtergrondgeluiden waar je normaal niet op zou letten vielen des te meer op
door hun afwezigheid. Geen fluitende vogeltjes of tsjirpende krekels te
bekennen. Het was of de natuur haar adem inhield. Zeer dreigend.
Melliw
was in die anderhalve dag dat ze hier waren al aardig gegroeid. Hij leek nu op
het eerste gezicht ongeveer elf jaar oud. Mot verbaasde zich er nog over dat
het zo lang duurde: Eilahtan, de vorige incarnatie van Melliw, was binnen een
dag volgroeid. De verklaring bleek eenvoudig: meisjes zijn nu eenmaal eerder
volwassen dan jongens. Hij concentreerde zich op het huiswerk dat Rehtse hem
had opgegeven. Met een pincetje trok hij in een vloeiende beweging de vleugel
van een vlieg eruit. Hij keek hoopvol naar zijn opvoedster. “Dat was niet
slecht, maar als je echt wilt dat hij lijdt, moet je het langzamer doen. Draai
de vleugel een keertje rond. Trek er aan totdat hij net niet loskomt en laat
hem weer los. Martelen is geen wetenschap, maar meer een kunst.” “Mot zegt dat
je alle levende dingen moet respecteren,” zei Melliw. Rehtse moest daar erg om
lachen. “Mot zegt wel meer. Wat is regel nummer 1?” Melliw citeerde hem: “
‘Geloof nooit zomaar wat iemand zegt.’ Behalve als jij het zegt hè?” “Precies.
Behalve als ik het zeg. Zullen we alvast eens beslissen welk orkest er op onze
bruiloft gaat spelen?”
“Ik
geef het op. Als we hier weg willen komen zullen we toch iemands hulp moeten
inroepen,” zei Mot. “We kunnen toch gewoon even wachten tot Melliw helemaal
volwassen is? Dan kan hij toch wel de ABCD gebruiken om ons naar huis te
brengen?” “In theorie wel. Maar volgens mij weet hij ook niet hoe het moet.
Zijn herinneringen heeft hij niet meer, die zitten nog altijd in het brein van
Elleinad verborgen denk ik. Het is dus helemaal niet zeker dat hij weet hoe we
terug kunnen komen.” “En met een beetje pech wil hij ons niet eens mee
terugnemen!” zei Ecyoj. “Rehtse leert hem immers allemaal slechte eigenschappen
aan.” Daar had Mot nog niet eens aan gedacht. “Nee, dat kan ik me niet
voorstellen. Melliw is mijn beste vriend!” “Was je beste vriend. Hij is zijn
geheugen kwijt, weet je nog? En trouwens, je weet drommels goed wat er kan
gebeuren als er een vrouw bijkomt. Je hebt van die mensen die hun vrienden dan
laten vallen als een baksteen. Als een baksteen die over een bananenschil
uitglijdt.” Daar zat wat in. “Nee, zo is Melliw niet. Ik heb hem ook
lesgegeven, terwijl Rehtse sliep. Hij weet het verschil tussen goed en kwaad.”
“Dus,
wat is het verschil tussen goed en kwaad?” vroeg Rehtse. “Goed is dom en slecht
is intelligent.” “Precies.” Ze gaf hem een kus als beloning. Dat stimuleerde
hem altijd erg goed. De programmering van Melliw bleek gemakkelijker dan
gedacht. Niet alleen bleek hij een aangeboren aanleg voor het aanwoekeren van
analeptische anagenese voor de ananke te hebben, maar hij leerde ook nog eens
snel. Dit was natuurlijk te wijten aan haar onorthodoxe lesmethoden. “Goed, je
hebt de rest van de middag vrij. Probeer alles wat je geleerd hebt maar eens
uit op de wezens hier. En als je verslag hiervan me bevalt… wie weet wat we
vanavond gaan doen dan.” Zijn volgende groeistuip stond er toch aan te komen,
dacht ze bij zichzelf. Ze glimlachte. De kreten ‘Oh God, Oh God!’ zouden ver te
horen zijn die nacht. En nog nooit zouden ze zo waar geweest zijn. Melliw
huppelde het bos uit.
“We
zullen eerst eens onopgemerkt moeten bekijken wat voor wezens hier eigenlijk
wonen. Hopelijk zijn ze recht- en hulpvaardig.” “Maak je geen zorgen,” zei
Rehtse die net het kamp binnenkwam. “Melliw is ze gaan observeren en met een
beetje geluk ook flink aan het jennen.” “Aan het jennen? Dan helpen ze ons
nooit! Wat heb je gedaan, kreng?” riep Ecyoj uit. Dit wuifde Rehtse weg. “Maak
je geen zorgen, dom gansje. Hij krijgt langzamerhand meer controle over zijn
Godenkrachten. Niemand zal hem zien. Is het eten al klaar?” Nog zoiets, dacht
Mot. Als ze niet snel iets fatsoenlijks te eten kregen zou hij gek worden.
Alsof het fruitdieet op het schip nog niet erg genoeg geweest was, kreeg hij
hier alleen noten en bessen voorgeschoteld. Nou ja, als Melliw terugkwam wisten
ze tenminste hoe de vork van de situatie in de steel van deze wereld stak.
Melliw
naderde de rand van het bos. Hij hoorde stemmen en maakte zich snel
onzichtbaar. ‘Regel 8: maak ten volste gebruik van alle mogelijkheden tot je
beschikking.’ Hij zag een grote en een kleine man naderen. “Doe dit, doe dat.
Als ze nog een keer van die rare nukken krijg, dan schiet ik haar met mijn
kruisboog door haar oog! Ga tien Vlaamse Gaaien met een roodgestreepte nek voor
me vangen voor de lunch. Ik zal haar roodgestreepte nek eens omgaaien…” “Kom
kom, Retouw. Dat meen je toch niet?” Zonder een geluid te maken vormde hij met
zijn lippen nog enkele woorden. ‘De oren van Melliw zijn overal!’ las Melliw op
de lippen van de kleine man. De grote man schrok toen hij zich realiseerde dat
de ander gelijk had. “Ach, haha, hij weet dat ik het niet meen, Leor. Hahaha.”
De bliksem sloeg een halve meter naast hen in. Leor en Retuow renden het bos
in. “Dat is grappig,” dacht Melliw. Melliw vond eigenlijk alles wel grappig. “Er
is hier blijkbaar ook een Melliw. En die is ook een God. Ik denk dat ik die
eens een bezoekje ga brengen. Sterker nog, ik weet het wel zeker.”
Vanaf
de heuvel had hij een mooi overzicht over het gehele dorp. Er was een grote
consternatie op het marktplein. De mensen stonden te dringen om een zo goed
mogelijk zicht te hebben op de geplande feestelijkheden. In de verte zag Melliw
zichzelf op een balkon zitten. Hij was nog niet zo heel erg goed op de hoogte
van de Godenkrachten die hij krijgen zou en wist niet of de Melliw van deze
wereld hem zou kunnen zien in zijn onzichtbare toestand. Voor de zekerheid
bleef hij dus maar op een veilige afstand zitten. Een groep soldaten maakte een
weg vrij van de deuren van een schamel gebouw naar het verhoogde podium in het
midden. Een blonde vrouw werd naar buiten geleid in ketenen. Het was een van de
mooiste vrouwen die hij ooit gezien had. Nu had hij tot voor kort alleen nog
maar Rehtse en Ecyoj gezien, maar hier op de markt zag het ook zwart van de
vrouwen, al droegen ze allemaal een valse baard. Deze dame had een heel ander
soort schoonheid dan Rehtse, degene met wie hij trouwen zou. Maar wat had deze
vrouw misdaan, dat zij zo ten schande gemaakt werd voor het oog van iedereen?
De vrouw werd in een schavot vastgezet. Aan de andere kant van het plein gingen
de enorme deuren van het immense kasteel open. Weer kwam een vrouw naar buiten.
Het was Rehtse. Ze zwaaide naar de Melliw op het balkon. Oke, dat is dus de
Rehtse van dit universum. Leuk om te zien hoe ze ook in dit universum bij
elkaar terecht waren gekomen. Het bevestigde alleen maar wat hem met de
paplepel was ingegeven: Melliw zou trouwen met Rehtse en heersen over alles. Al
zeiden Mot en Ecyoj steeds dat het zijn eigen keus was. Rehtse had ondertussen
het podium bereikt. Ze gaf de bewakers een bevel. Zij verspreiden zich en
zorgden ervoor dat de mensen niet meer zo dicht bij het schavot stonden. Rehtse
begon te spreken:
“Landgenoten.
Het doet mij deugd u te kunnen vertellen dat we na een dagenlange klopjacht
eindelijk Elleinad hebben kunnen vangen met dank aan de lokalisatietechnieken
van mijn geliefde echtgenoot Melliw. Maar nu is ze dan toch hier. Ze heeft de
geesten van honderden onschuldige mensen bezoedelt met haar
mindcontroltechnieken. Dit moet een halt toegeroepen worden. Maar zoals u allen
wel weet, is het doden van een halfgod een gevaarlijke zaak. De krachten die
vrijkomen bij deze decapitatie zullen de dichtstbijzijnde persoon ingaan. Maar
zoals al gebleken is, kan niet iedereen deze verantwoordelijkheid aan. Ik heb
de zware taak op mij genomen om de krachten van Elleinad in mij te herbergen.”
Wie praat er nou zo? Dacht Melliw. Rehtse ging verder. “Maar denk niet dat ik
deze krachten naar mijn hoofd zal laten gaan. Ik zal dezelfde, rechtvaardige
meesteres blijven who you know and love.” ‘Whom.’ Dacht Melliw. Ze pakte de
bijl van de grond en hief hem op. “Nog laatste woorden?” vroeg ze. Elleinad
keek omhoog. Ze keek hem recht aan! Hoe
kon zij hem zien? “Hoe heb je het zo ver kunnen laten komen? Ik voel je nog
altijd in me!” vroeg ze hoofdschuddend, met tranen in haar ogen. De bijl kwam
naar beneden. haar lippen vormden nog één maal het woord ‘waarom’ voordat haar
hoofd in het mandje terechtkwam. De bewakers porden het publiek op. Een applaus
steeg langzaam op. En toen…
En
toen leek de tijd langzamer te gaan. Melliw zag een lichtje uit het levenloze
lichaam van Elleinad komen. Het vloog een rondje om haar lijk en keek Rehtse
eens op en neer. Het draaide zich om naar Melliw op het balkon. Er leek zich
een conversatie af te spelen tussen hen. Het lichtje gloeide rood op. Ze hadden
ruzie! Het lichtje gloeide harder. Met een enorme snelheid vloog het omhoog. De
Melliw op het balkon sprong uit zijn stoel. Dit had hij niet verwacht. Hij
vloog op Rehtse af en nam haar in bescherming in zijn armen. Op de rand van het
gehoor klonk een hoog gepiep. Het werd langzaam harder. De lucht betrok. Het
lichtje was in de verte weer te zien. De verzamelde mensen zagen het nu ook.
Het werd groter. Alles baadde in de rode gloed. Het plebs wees omhoog in
verbazing. Het geluid werd nu oorverdovend. Sommigen probeerden weg te vluchten
maar het was te laat. De meteoor verwoestte alles op het plein.
Melliw
snelde op de smeulende resten af. In het midden van de krater lag de Melliw van
dit universum, met Rehtse nog in zijn armen. Melliw werd weer zichtbaar en liep
op ze af. “Sorry, mag ik je wat vragen?” zei hij. De Melliw op de grond zweeg.
Hij keek neer op haar lichaam en weende. “Sorry, Melliw?” Toen hij zijn naam
hoorde keek hij op. Van de schrik liet hij Rehtse vallen. “Ik denk dat wij even
moeten praten.” “Geen…tijd…Ik heb niet lang meer…” Hij legde zijn hand op de
slaap van Melliw. De herinneringen van deze Melliw, de geschiedenis van dit
universum overspoelden hem.
De herinneringen van deze
Melliw begonnen precies hetzelfde: hij kwam terecht in de machine waar Mot mee
gemarteld werd. Hij werd er door Rehtse uitgetild maar de ABCD bleef achter. Ze
had dus niet op het knopje kunnen drukken. In plaats daarvan had ze Mot en
Ecyoj gedood, waar hij bij was. Vervolgens had ze Melliw opgevoed zonder hulp
van Mot: hij was in- en inslecht geworden en getrouwd met haar. Ze waren in
haar schip teruggekeerd naar aarde en daar hadden ze hun imperium gesticht. De
wereldbevolking was tot slaaf geworden. Toen startte de zoektocht naar
Elleinad. Leor, Retuow en Reigor waren snel gevonden maar zij ontglipte hen
steeds. Maar uiteindelijk was ze toch gevangen en naar de aarde gebracht. Het
plan was om Rehtse de krachten van Elleinad te geven. De persoon die het
dichtste bij een God staat op het moment van overlijden ontvangt diens
krachten. Maar de Godenkrachten van Elleinad hadden een eigen wil. Ze zagen dat
deze Melliw gecorrumpeerd was en besloten hem te vernietigen. Ten koste van hun
eigen bestaan.Hij had in ieder geval een belangrijke les geleerd: laat nooit
zomaar je vrienden in de steek. Zelfs niet in ruil voor sex. Melliw blies zijn laatste
adem uit. Zijn godenkrachten waren ook verdwenen in die machtige inslag. Deze
Melliw had drie weken langer geleefd dan hij, dacht Melliw. Blijkbaar lag dit
universum voor in de tijd op waar ik vandaan kom. Hij ging zitten op het
ontzielde lichaam van Melliw. Het was tijd om eens goed na te denken. Deze
Melliw had Rehtse blindelings gevolgd en vertrouwd. Hij was nu dood. Regel
nummer 1 van Rehtse was ‘Geloof nooit zomaar wat iemand zegt.’ Behalve als zij
het zei. Hij groeide opnieuw. Hij was nu volwassen, 21 jaar. Nieuwe
hersenprocessen werden in gang gezet. Hij dacht op volle snelheid. Het was
duidelijk dat hij niet blindelings moest doen wat zij zei. Maar het was even
duidelijk dat hij wel degelijk verliefd op haar geworden was. Zijn eerste
prioriteit was in ieder geval om terug te keren naar het normale universum.
Daar moest hij Elleinad vinden en kijken of zij inderdaad nog altijd zijn
oorspronkelijke herinneringen in zich had. Ze zei het zelf, ze voelde hem nog
altijd in zich. Met zijn oude brein zou hij vast een betere kijk op de zaak
hebben. Tot die tijd zou hij het spelletje nog wel een tijdje meespelen.
Hij
maakte de ingang naar de kelder vrij. Uit de herinneringen van deze Melliw had
hij uitgemaakt dat het schip van Rehtse hier geparkeerd stond. En inderdaad,
daar stond het. Hij zocht het martelwerktuig op. Tussen de radertjes lag
inderdaad de ABCD. Hij opende het ding en haalde de batterijen eruit. Tijd om
terug te gaan. Het werd al donker en tijd om zijn beloning voor een dag hard
werken te gaan innen.
Hij
werd met open armen ontvangen, zeker toen bleek dat hij ook eten meegenomen
had. Een waar feestmaal. Hij had onderweg al bedacht wat hij zou vertellen dat
hij gezien had en bij het kampvuur deed hij zijn verhaal. Soms zelfs met
stemmetjes. Je kon zeggen wat je wilde van Melliw, maar gebrek aan fantasie had
hij niet. Ze waren onder de indruk van zijn dappere daden en heldenmoed. Rehtse
kon haast niet wachten om hem te belonen in hun tent.
Midden
in de nacht sloop hij uit hun tent. Rehtse was voldaan in slaap gevallen. Hij
zocht de ABCD en verving de batterijen. Toen liep hij weer terug en nam Rehtse
weer in zijn armen. Een geborgenheid die hij niet eerder had ervaren.
“Zeg
Mot, zou je niet nog eens proberen of dat ding het niet doet?” zei Melliw. “Wrom? Doet het toch niet. Heb
ik gisteren ook al de hele dag geprobeerd. Heeft toch geen zin.” “Ah kom op
probeer effe.” “Nee heb geen zin. Ik heb toch slecht geslapen! Rehtse lag de
hele nacht te bidden geloof ik.” “Druk nou maar op dat knopje. Of wacht even
tot we allemaal hier binnen een straal van 1,5 meter zijn.” Ze wachtten even.
Ze wachtten nog even. Ze wachtten nog wat. “Zal ik ze anders even halen?” “Ja
lijkt me een goed idee.” “Hebben jullie al je spullen die je mee wilt nemen?”
zei Melliw. “Dat ding werkt toch niet!” zei Mot. “Misschien nu wel. Ga je
spullen nou maar halen.” Hij wachtte tot iedereen zijn spullen had. “Ok Mot,
druk maar op het knopje.” Mot drukte op het knopje. Er gebeurde niets. “Ik zei
het toch! Stom ding.” “Huh? Probeer nog eens?” “Mot probeerde het nog eens.
“Nee doet het niet. Is er nog wat eten over van gisteren?” Melliw pakte de afstandsbediening.
“Oh hij stond niet aan.” In het donker had hij niet gezien dat hij hem uitgezet
had. Nu maar hopen dat hij niet nog meer dingen verkeerd gedaan had met de
ABCD. “Probeer nog eens.” Mot drukte op het knopje. Ze verdwenen.