Sprookje – Deep Tragic Nine

 

 

Episode 8: Such Sweet Sorrow

 

“Hebben we Mot binnen?” vroeg Rehtse. “Mooi. Gooi hem maar in de cel bij Ecyoj. Laat het me weten als hij weer bijkomt.” Ze moest de commandocodes van de U.S.S. Reed-X in haar gemanicureerde handen zien te krijgen en hij was de enige die ze had. Het was het enige schip dat het op zou kunnen nemen tegen het schip van Ekeneim. En als ze de codes eenmaal had, zou ze Mot vermorzelen. Verbrijzelen. Vernietigen. Verdiende loon. Als ze Mot en Ekeneim eenmaal vernietigd had, zou ze Melliw gaan redden uit de hemel. Of misschien zou ze eerst Melliw redden en dan pas Ekeneim vernietigen. Ze moest nog even kijken wat het meest evile plan was. Maar het was duidelijk dat ze eerst Mot zou verdisconteren. Die vermaledijde vermiculaire verruca. Ze zou beginnen met een trap in zijn verrillion en daarna… De muren zouden druipen van zijn vermiljoene bloed. Beetje verbositeit was Rehtse, Evil Emperess of the Galaxy, niet vies van.

 

Reigor gaf het op. Het had geen zin om verder te zoeken. Retuow, Elleinad en hijzelf hadden elk afzonderlijk gezocht naar Mot en de verraadster Ardnas. Hij had zelf niets gevonden en keerde dus onverrichterzake met lege handen terug. Hij hield wel van lange wandelingen. Hij kon zijn gedachten de vrije loop laten. Hij moest denken aan zijn jeugd, hoe hij opgroeide in een buitenwijk van Htun. Zijn ouders waren militairen en verhuisden daarom om de zoveel tijd naar een nieuwe basis. Telkens als hij net nieuwe vrienden gemaakt had, moest hij alweer verhuizen. Toen hij oud genoeg was om bij het leger te gaan, liep hij weg van huis. Hij wist dat zijn ouders het nooit eens zouden zijn met zijn keuze om Tovenaar te worden. Dat was de reden dat hij maar zo sporadisch gebruik maakte van zijn toverkrachten: onbewust zocht hij nog altijd naar de goedkeuring van zijn ouders.

 “Wil jij een stukje staart Reigor?” vroeg Elleinad. Ze zat bij een kampvuur. Hij had niet eens gemerkt dat hij zijn plaats van bestemming bereikt had, verzonken als hij was in melancholie. De geur van gebakken vis kwam hem tegemoet. “Ik dacht dat er hier geen leven op de planeet was. En dat jij vegetariër was.” zei Reigor. “Voor sommige gevallen maak ik graag een uitzondering in mijn vegetariteit. Is er nog Chianti?” zei ze. “Is dat… wie ik denk dat het is?” “Houd het er maar op dat Ardnas ons niet meer lastig zal vallen. Maar gelukkig dragen we allemaal een stukje van haar in ons mee.” “In ons hart of onze maag?” vroeg Reigor. Elleinad boerde. Er ging een siddering door de ruggegraat van Reigor. Retuow kwam er ook aan. Over ruggegraten gesproken. “Elleinad heeft gezien dat Mot verdwenen is. We moeten zo snel mogelijk terug naar het schip. Ik heb geprobeerd om de schade te herstellen die je aangericht hebt aan de shuttle toen we neerstortten, Reigor.” “Toen we landen.” “Whatever. Maar ik heb geen verstand van zo’n zaken, ik ben immers maar First Officer en Security Officer, geen Chief Engineer.” “Oh wacht, ik ben Chief Engineer.” zei Reigor. “Ik zal er wel eens naar kijken. Als we weer op het schip terug zijn kunnen we de scanners gebruiken om Mot snel te lokaliseren.” “Ja dat weet ik ook wel, ik ben niet debiel. Waarom dacht je dat we zo graag terugwilden naar het schip? Om Leor te zien soms?” Reigor besloot dat hij Elleinad en Retuow niet zo erg mocht op dit moment. Gelukkig kon hij zijn gedachten kwijt in zijn werk.

Leor liep in zijn blote kont door het schip. Nu hij wist dat er niemand aan boord was kon hij zijn promiscue gedrag eindelijk ten volste uiten. Hij dartelde en huppelde door de gangen. Hij botste tegen iets aan en viel op zijn gat. “Zeg, kijk eens uit wat je doet met dat ding. Voor je het weet prik je iemand een oog uit!” “Marb? Hoe- Hoe kom jij hier? Jij was toch mee naar de planeet?” Marb zette zijn vuisten in zijn zij. “Ik denk dat de Marb die jij bedoelt dood is. Reigor heeft het mechanisme van de kloonmachine aangepast: hij maakt nu automatisch een nieuwe kloon als de andere dood is. Handig he?” “En ben je er al achter wat jij niet kan? Alle Marbs kunnen iets niet namelijk.” “Nou mijn lachen inhouden kan ik in ieder geval heel goed, zoals je ziet. Trek eens een broek aan man!” “Dit is zoals het bedoeld is! Terug naar de natuur! Het menselijk lichaam is iets moois!” “Ja het menselijk lichaam wel, maar bij dwergen ligt dat toch anders vrees ik. Begrijp me goed, niemand houdt meer van de natuur dan ik, ik plas zelfs met de deur open. Maar dit gaat me toch te ver. Ga je aankleden en kom daarna naar de brug. We gaan aan het werk!” Tot zijn eigen verbazing deed Leor het nog ook. Zou het kunnen dat deze Marb wel goed gelukt was? Dat dit de ultieme leider was? Marb-zes-kennietietsnietkunnen?

Rehtse liep heen en weer voor de cel. Mot was nog steeds niet bij bewustzijn gekomen. Ecyoj hield zijn hoofd in haar schoot en streelde zachtjes door zijn haar. “Is hij nou nog niet bij bewustzijn?” zei Rehtse geïrriteerd. “Nee! Waarom doe je dit ons toch aan? Wat hebben wij jou ooit misdaan?” Rehtse negeerde haar. “Misschien dat een kus hem wel doet ontwaken.” Zei ze en liet het krachtveld rond de cel zakken. Dit idee stond Ecyoj wel aan. Ze bukte voorover. Twee bewakers trokken haar ruw naar achteren. “Niet van jou, Ecyoj. Er is geen man ter wereld, welke wereld dan ook, die mijn charmes kan weerstaan. Zelfs geen bewusteloze.” Ze greep Mot bij zijn kraag en trok hem met onkarakteristieke kracht tot op mondhoogte. Ze drukte haar volle lippen tegen de zijne. Ecyoj schold haar uit voor alles wat los en vast zat. Rehtse liet hem los. Hij viel levenloos op de grond. “Er gebeurt niets.” Ze trapte hem in zijn maag. “Er gebeurt niets! Hoe is dit mogelijk?” “Jij kent je sprookjes niet zo goed, weet blijkbaar niet hoe of het moet. Er helpt hier dus geen kus van jou, alleen van mij, jij domme vrouw. Alleen zijn ware liefde kan hem doen ontwaken.” “Excuseer mij, ik moet even braken.” Ecyoj rukte zich los uit de grip van de bewakers en knielde neer bij Mot. Ze kuste hem hartstochtelijk. Mot opende zijn ogen. “Waar… waar ben ik? Ecyoj! Wat zie je bleek. Eet je wel genoeg vlees?” Hij kuste haar nogmaals. Ze werden uit elkaar gerukt door de bewakers. “Het was vast een verlate reactie op mijn kus. Maar hoe dan ook, ik ben je zeer erkentelijk. Nu hij bij bewustzijn is kan ik hem tenminste eindelijk gaan martelen.” “Martelen… Wat? Hoe kom ik hier?” Mot knipperde met zijn ogen. “Rehtse? Ben jij het? Mijn god…”

Elleinad kwam eens kijken hoe het werk opschoot. “Zeg Reigor, werk eens wat sneller. De zilte zeelucht verpest mijn capillairen.” Hij was het gezeur onderhand zat. Hij wees naar zijn voorhoofd: “Staat hier Ila? Dat je sommige mensen kan behandelen alsof ze je persoonlijke slaafje zijn, wil nog niet zeggen dat iedereen dat zomaar pikt! I don’t care how good your cheekbones are, mij commandeer je niet zomaar! Dus ga zitten en houd je mond, ik roep je wel als ik klaar ben!” Elleinad stond versteld. Dit had ze nog nooit meegemaakt. Ze klapte in haar handen. “Ja, wat is er?” vroeg Retuow. “Retuow, jij bent toch First Officer, niet waar? En nu Mot er niet meer is, ben jij dus de hoogstgeplaatste. Zorg ervoor dat deze minkukel wat harder werkt en straf hem voor zijn insubordinatie!” Ze stormde weg. Retuow stond schaapachtig te lachen. “Euhm… nou ja je hebt het gehoord he. Of je alsjeblieft wat harder wilt werken dus. Ze bedoelt het niet zo erg hoor.” Reigor stond op. Hij begon te lopen. “Ja, misschien kan je beter even pauze nemen. Kan je dalijk weer met een nieuw perspectief aan het werk. Tot zo dan he! Over die straf hebben we het nog wel he!” Hij beet op zijn nagel. Hoe moest hij dit nu weer aan haar uitleggen? 

 

“Ah, dus je weet wel nog wie ik ben blijkbaar.” Zei Rehtse. “Nu begrijp je waarschijnlijk waarom ik je dit aandoe. Waarom ik zo graag wraak op je wilde nemen. Waarom ik Ecyoj ontvoerde zodat jij me zou achtervolgen zodat ik jou kon ontvoeren en martelen!” “Euhm… Nee, nee en compleet niet.” Zei Mot. “Ik weet echt niet waarom je ons dit aandoet. We hebben elkaar één maal gezien na een paar maal chatten, en dat was het! En ik heb je niet eens geprobeerd te versieren!” “Precies! Dat was het nou net! Weet je dan niet dat jij een reputatie had op het internet dat elke meid die met je chatte toch minstens 2 weken je vriendin werd? Dat je mij niet wilde kon maar één ding betekenen-” “Dat er iets vreselijk, vreselijk mis was?” “Nee, dat je mij niet goed genoeg vond voor jou! Je beloofde me duizend zoenen en ik kreeg er maar één! Op mijn wang!” “Je weet donders goed waardoor dat kwam. Jij had een vriend! En ik had Ecyoj al als vriendin toen wij elkaar ontmoetten. Al die wraakgevoelens zijn helemaal nergens op gebaseerd, als jij en ik niet gebonden waren had ik je besprongen! Je was de ware geweest, ware Ecyoj niet al de ware geweest.” Hij herhaalde de zin in zijn hoofd. Ja, het klopte. “Dus als Ecyoj er niet was geweest, had je me wel versierd?” Ze trok een wenkbrouw op en keek naar Ecyoj. “Nee! Nee, want, euh, dan had jij nog een vriendje. En ik ben een moraalridder, weet je wel. Geen vriendinnensteler. Tegen het decorum. Iemands vriendin stelen is toch wel het laagste wat je kan doen. Maar ik snap nog steeds niet waarom je eigenlijk mij niet gewoon gekidnapt had, in plaats van Ecyoj te gebruiken om mij te lokken. Je had toch gewoon direct mij kunnen kidnappen?” “Probeer me niet in de war te brengen met je mannen-logica. Er was helemaal geen vriendje. Ik kom van een planeet waar alleen maar vrouwen wonen.” “Hoe planten jullie je dan voort?” vroeg Ecyoj. “Heel teder. Maar toen je mij niet versierde, heb ik de vrouwen die het fitste waren opgetrommeld. Zoals je weet worden vrouwen, als er geen mannen zijn, automatisch dik, winkelend en gelukkig.” “Dat is niet waar, jij bent de schoonheid zelve!” Ecyoj gaf hem een stomp. “Om jou te kunnen vangen moest ik een leger vormen. Dus-” “Wacht even. Ga je me nou je hele levensverhaal vertellen en dan vermoorden? Want dan heb ik het liever andersom.” “Stil, dit is belangrijke achtergrondinformatie!” zei Ecyoj. Rehtse ging zitten. “Laat ik bij het begin beginnen. A very good place to start.” Twee bewakers bonden Mot ondertussen vast op een ingenieus ontworpen martelwerktuig dat voornamelijk bestond uit raders en sluizen. “Ik werd geboren op de planeet Dnaleez, waar het leven Seog is.” Geen reactie. “In mijn hoofd was hij grappiger. Maar goed, ik groeide op op de boerderij van mijn grootmoeders.” Mot snurkte. “Mijn moeders waren in een tragisch ongeluk omgekomen op mijn achtste verjaardag.” “Wacht even, ongeluk? Wat voor ongeluk?” Mot’s interesse was gewekt. “Ze moesten weg op zakenreis. Ze namen elk een eigen vliegtuig, zodat als er iets gebeuren mocht, er tenminste één van hen overbleef om voor me te zorgen. Het onmogelijke gebeurde: de vliegtuigen botsen tegen elkaar. Ze stortten neer op het vierlandenpunt. Er waren geen overlevenden om te begraven.” “Mmmmeueueueueueuh….PCHCHCH!” zei Mot. “Wacht even, ik heb een ingeving!” zei Ecyoj. “Dat is natuurlijk de reden dat je wraak wil nemen op Mot! Hij belichaamt je moeders. Je projecteert je haat jegens hen omdat ze je verlaten hebben op hem. Het gaat niet om het idee dat hij je afgewezen heeft, maar om je schuldgevoelens rond de dood van je ouders!” “Misschien heb je gelijk… Nee, ik ga hem toch martelen. Voor de zekerheid, hè, voor het geval je ongelijk hebt.” Ze zette de machine aan. “Mooi, vind je niet?” De bewaaksters bevestigden een aantal zuignappen aan zijn lichaam. “Uitgevonden in 2 dagen. Je hebt vast al mijn diepgaande interesse in pijn ontdekt. Ik schrijf momenteelhet allesomvattende werk op dit gebied. Dus ik wil graag dat je eerlijk omschrijft hoe ‘De Machine’ je laat voelen.” Ze draaide de knop naar stand 2. Stand 2 van 50. Sluizen openden. Raders begonnen te draaien. “Ik zuig op dit moment één jaar van je leven uit je. Misschien dat ik hem een keer op 5 zet, maar ik heb geen idee wat dat je zou aandoen.” Mot schreeuwde het uit. Zoute tranen stroomden over zijn wangen. Ook over de wangen van Ecyoj. Een lacrimogeen schouwspel. Ze zette ‘De Machine’  een standje lager en likte aan haar pen. “Goed, vertel me eens: wat deed dit met je? Dit is voor het nageslacht, dus wees eerlijk: Hoe voel je je?” De meest vreselijke vraag die er bestaat. Mot schreeuwde het uit.

 

“Ons hoofddoel is om de rest van de bemanning te redden. Zij zouden al lang terug moeten zijn. De enige rationele verklaring is dat er iets vreselijk, vreselijk mis is.” Declameerde Marb. Leor keek hem lang aan. “Ja, dat is zo. Maar hoe gaan we ze redden dan?” “De taak van een goed commandant is om zijn gesubordineerden zo te stimuleren dat zij zelfstandig een beslissing kunnen nemen.” “Ik kan wel wat stimulatie gebruiken…” zei Leor. “Het is maar goed dat je weer een broek aan hebt. Maar dat spreekt voor zich. Hebben we nog shuttles tot onze beschikking?” “Ja. De U.S.S. Lille-A, de U.S.S. Toob-N, de U.S.S. Emmen-E en de U.S.S. Jor-N.” “Goed. Kies er maar eentje uit en ga de rest ophalen.” “Ik? Ik ben tegen het gebruik van shuttles. Ik speel geeneens badminton. Ik heb dan wel een shuttlevliegbewijs maar ik gebruik ze nooit. Of het moet heel hard regenen.” “Je moet, Leor. We kunnen niet allebei gaan, dan laten we het schip onbewaakt achter. En aangezien ik de enige ben die de schilden kan bedienen, moet jij wel gaan.” Aan zoveel leiderschap en mannelijkheid kon hij geen weerstand bieden. Leor koos de Jor-N. Die paste wel bij hem.

 

Elleinad kon de slaap niet vatten. Ze hield het er maar op dat ze iets verkeerds had gegeten, maar in werkelijkheid knaagde haar geweten aan haar. Ze meende in haar ooghoeken de geest van Ardnas te zien. Ze maakte Retuow wakker. “Retuow? Ben je wakker? Retuow? Ik kan niet slapen.” “Zullen we wat leuks doen dan? Spelletje Truth or Dare of zo?” “Ik… ik moet je wat vertellen. Misschien dat ik dan kan slapen. Je weet dat ik het lijk van Ardnas op het strand gevonden had hè. Dat was niet de hele waarheid.” “Ja, wat wil je daarmee zeggen?” “Ik was het. Ik heb haar vermoord. Ik heb haar schedel verbrijzeld met een loden pijp. In de bibliotheek. Ik haalde uit met al mijn kracht. Ik voelde hoe het leven uit haar vloeide. Ik had haar lot in mijn handen! En het voelde goed, heel goed.” Retuow was met stomheid geslagen. “Jij… jij hebt iemand gedood? Ardnas nog wel? Ik… ik kan je even niet zien nu. Ik ga een eindje wandelen.” Hij liet haar achter.

Leor vloog de shuttlebay uit. Hij wilde net de atmosfeer van de planeet binnengaan toen een langwerpig roze schip langszij kwam vliegen. De bestuurder keek hem aan, knipoogde en vloog verder. Leor zette de achtervolging in. Weg van de planeet. Marb probeerde hem op te roepen. Leor wist dat hij geen weerstand kon bieden aan die commanderende stem en besloot niet te reageren. Hij volgde het roze schip.

“Ik heb toch duidelijk uitgelegd dat dit allemaal niet nodig is? Je moet je innerlijke demonen verslaan, en niet je woede afreageren op Mot!” schreeuwde Ecyoj om boven het gekerm van Mot uit te komen. “Ja, je had ook wel gelijk. Maar ik martel hem toch maar. Mannen zijn niet te vertrouwen. Ik heb een nieuw doel: Alle mannen die er zijn vernietigen. Nobel, vind je niet?” “Kan je niet gewoon iets eten, of gaan winkelen? Of een ander land binnenvallen?” “Als je nou je mond niet houdt zet ik hem op de hoogste stand hoor!” Maar Ecyoj hoorde haar niet eens. Wanhopig zei ze nog: “Kan je hem niet gewoon in leven laten? Als huisdier houden of zo? Of wacht, neem mijn leven in plaats van het zijne?” “Ja,” zei Mot tussen twee pijnkreten door. “Dit is toch nergens voor nodig, meisje?” Rehtse keek hem met een ijskoude blik aan. Ze draaide de knop hoger. Stand 1. Stand 2. Stand 4. Stand 8. Mot schreeuwde het uit. Ecyoj smeekte haar te stoppen. Stand 30. Stand 40. Een lichtflits verblindde hen. De machine begon te roken. Vonken vlogen in het rond. “Daar kom je goed weg mannetje. Het lijkt alsof er iets klemzit in het mechanisme. Ze opende een luik aan de zijkand van ‘De Machine’. Een snerpend gehuil vulde de kamer.

Marb vloekte. “Verdorie, die jongen heeft ook geen plichtsbesef. Nou ja, het is ook mijn eigen schuld. Ik ben verantwoordelijk voor mijn gesubordineerden. Ik moet mezelf maar voor de krijgsraad slepen als we terugzijn op aarde. Nu moet ik een manier vinden om de rest van de planeet te halen.” Hij ging zitten en streelde zijn kin. Het schip schudde heen en weer. Het alarm klonk. “Computer, op het scherm!” Het schip van Ekeneim verscheen op het scherm. De IKC Sjaanpetrikflenner-E, voorheen de Yathzee-A. Marb balde zijn vuist voor zijn borst. “Ekeneim!” Hij opende een kanaal en huiverde toen hij het beeld van Ekeneim zag verschijnen. Sinds Ait had hij niet zoiets verschrikkelijks gezien. “Waar is Melliw?” vroeg ze. “Ik weet dat hij is teruggekeerd. De speciale hemelscanners sloegen uit. Epifanie heeft plaatsgevonden. Waar is hij?” “Uhm, ik heb hem. Ik zal hem even voor je inpakken. Geef me drie minuten.” Hij sloot het kanaal. “Goed, zo te zien was ze net zo stom als lelijk.” Dacht hij. “Ik zal snel alle belangrijke dingen in de overgebleven shuttles laden. Te beginnen met de kloonapparatuur. Waarom sta ik hier nog te denken? Tik-tak-tik-tak.” Hij begon als een razende de sjouwen.

Neitsirhc scande de planeet. “Ik zie drie wezens op de planeet. Eentje helemaal rechts, eentje helemaal links en eentje precies in het midden. Het zijn euh… die drie blonde. Melliw is er niet bij. Hij moet dus wel op het schip zijn.” “Acoj, zet die Epifaniemeter eens uit!” Acoj had zijn handen vol aan het corrigeren van de koers als gevolg van de twee gravitatiekrachten. “Ik ben even bezig,” giechelde hij. “Laat Neitsirhc het maar doen.” “Ik weet niet hoe dat moet hoor!” “Je was er toch bij toen ik hem aanzette!” zei Acoj. “Ik was er ook bij toen ik gemaakt werd maar dat wil nog niet zeggen dat ik toen wist hoe dat moest!” wierp Neitsirhc tegen. “Of je het nou wel weet zal ik maar niet vragen.” Mompelde Ocaj.

 

Marb had de automatische piloten geprogrammeerd: ze zouden elk op een andere plaats op de planeet landen, zodat de kans groter was dat een van de schepen het zou redden. Hij moest alleen nog een manier vinden om ervoor te zorgen dat Ekeneim niet zou schieten op het moment dat hij de schilden liet zakken. Hij haastte zich naar de brug. “Ja, Ekeneim was het hè?” zei hij toen hij de verbinding hersteld had. “Ja Melliw wil wel zichzelf wel overstralen maar daarvoor moeten we allebei onze schilden laten zakken, enneuh… jij eerst dus.” “Ik ben dus niet net zo stom als lelijk, hè.” “Dat heb ik toch niet hardop gezegd?” “Nee, maar dat denken wel meer mensen. Nee, laat jij eerst maar je schilden zakken.” “Zullen we erom tossen?” Tijd voor de oudste truc die er bestond. “Kop, dan doe jij het al eerste, munt dan doe ik het het laatste.” “Ok, dat is goed.” Marb gooide een muntje de lucht in. Ekeneim wist niet dat het een valse munt was met twee koppen. Hihi! “Het is kop. Jij moet het als eerste doen.” Ekeneim gaf geïrriteerd het bevel. Marb drukte op de knop om de shuttles te lanceren. Met zijn andere hand drukte hij de knop in om de schilden te laten vallen. Ook drukte hij op hetzelfde moment de knop in waarmee hij alle wapens op het schip van Ekeneim vuurde. Zoals verwacht deed zij hetzelfde. “What we do in life, echoes in eternity.” Zijn laatste woorden. Om hem heen brak de hel los. Er volgde een enorme ontploffing. De U.S.S. Reed-X was niet meer.

 

Reigor, Retuow en Elleinad keken alledrie omhoog. Ze zagen de ontploffing. Na een paar minuten landde voor elk van hen een shuttle. Ieder ging aan boord en steeg op. Ieder ging zijn eigen weg.

 

Rehtse keek naar het kindje dat temidden van de snoertjes en radertjes lag. Hij hield een afstandsbediening in zijn knuistje. “Kan het zo zijn? Is dit Melliw? Is hij teruggekeerd?” Mot probeerde om te kijken maar lag stevig vastgebonden op het martelwerktuig. Hij zag Melliw niet maar was verrukt dat hij er weer was. Zijn atticisme beurde hem altijd weer op. Rehtse tilde de God uit de machine en was gelijk vertederd. Dat je verliefd kan worden op zo’n klein mannetje... “Kleine Melliw… zo vredig, zo naief… Wil je me helpen Mot te martelen? Ik ga je opvoeden en als je weer groot bent zullen we samen het universum regeren. Ja! Met harde hand hè. Maar wat heb je daar dan in je handjewantjes? Geef dat eens aan Rehtse… Oh wat een leuk apparaatje! Zullen we daar eens op drukken? Ja?” Dat kon weinig kwaad, dacht Mot. Het was zeer waarschijnlijk een ABCD, om paralelle televisieprogramma’s te bekijken. Rehtse drukte op een knopje. Voor de ogen van de bewakers verdween iedereen binnen een straal van 1,5 meter van het apparaatje. Paniek brak uit.

 

Hier eindigt het eerste deel van het Deep Tragic Nine epos: Deel 1 - The Revenge.

Hosted by www.Geocities.ws

1