Sprookje – Deep Tragic Nine

 

 

Episode 6: Something Fishy

 

“Wat was er nou zo interessant Mot? Nou? Huh? Nou? Kom op, zeg even. Alsjeblieft? Alsje-alsje-alsjeblieieieieft? Pretty please?  Pretty please with sugar on top? I’ll be your best friend…?”

Om van het gezeur van Reigor af te zijn liet Mot het maar weten: Ze naderden een waterplaneet. Hij had besloten dat ze na een frisse duik een nieuwe kijk zouden hebben op de hele situatie. Geheel verkwikt zouden ze vast snel een manier verzinnen om Melliw te redden uit de hemel.

 

De Edelachtbare Roines kwam de zaal weer binnen. Hij zou uitspraak doen in de zaak Melliw vs. Hemelbewoners. Iedereen stond op terwijl hij het lange pad naar de rechtersstoel afliep. Halverwege stopte hij om eens flink te hoesten. De aanwezigen kregen kramp van het staan. Roines nam puffend plaats. “…Ik….Heb…Besloten…Mijn vonnis is gevormd” “Als ik euh, U even met Uw welnemen mag euh, onderbreken,” sprak Psrd, god van de rijmkunst die optrad als hoofd van de jury.

“Waarom dan, vraag ik U

Zijn wij hier aangesteld

Om te jureren hier

In deze zaak?

Ik twijfel aan U, oh

Weledelachtbare!

Onrecht is iets waar ik

graag over braak.”

“Aha,” zei Roines. “Maar goed, mijn uitspraak is dus als volgt:-” “Mag ik even onderbreken?” vroeg Psrd. “Als U toch gewoon zelf de uitspraak verteld, waarom zijn wij hier dan als jury aangesteld?” “Vroeg hij dat net ook niet?” vroeg Melliw fluisterend aan Niwla. “Ja, maar dit is een geheugenloos proces.” “Orde! Orde! Anders gaan we gewoon naar huis hoor! Mijn uitspraak is de volgende-” “Als ík nu even mag onderbreken?” vroeg Niwla. “Ik heb namelijk een hele toespraak voorbereid in het voorafgaande uur en ik vind het zonde om die niet even af te steken.” Roines zuchtte. “Ik heb wel een suggestie waar je hem kan steken, maar dit terzijde. Vooruit dan maar. Al zal het niets anders doen dan enig achtergrondmateriaal leveren over Melliw’s euh, achtergrond. Over hoe hij zo geworden is. Maar goed, ga je gang.”

Niwla stond op. “Eeuwen geleden vertrok Melliw uit de hemel met als doel de aarde. En daar is hij veranderd. Jullie herinneren je allemaal vast wel hoe Melliw was voordat hij hier wegging. Altijd bezig met gemene plannetjes. Altijd in voor een kwetsend geintje. Maar in de tijd dat hij daar doorbracht onder de gelovigen, of het plebs zoals hij ze liever noemde, slopen er nieuwe karaktertrekken bij hem binnen. Menselijke gevoelens. Eergevoel. Moraliteit. En de belangrijkste: Liefde. Hij riep zichzelf toen uit tot God van de Liefde, naast zijn taak als God van de Humor. En aangezien jullie, de Goden, geen benul hebben van het menselijke concept Liefde, keurden jullie dit goed. De tijd verstreek. Zijn nobele trekjes begonnen zijn oude, achterbakse wegen weg te drukken. Hij schopte zelfs niemand meer.” De aandacht verslapte. Deze lofzang op Melliw interesseerde niemand. En terecht. Gelukkig had Niwla nog wat achter de hand: “Nu was dit effect eigenlijk wel te verwachten, dus rijst de vraag: waarom ging Melliw naar de aarde?” “Simpel,” zei Siuol, God van de Dam’sport’. “Hij zou daar leven onder de mensen, om al hun emoties uit de eerste hand te ervaren zodat hij ze nog beter kon kwellen.” Een instemmend gemompel van de aanwezigen. “Dit is inderdaad wat er in de overlevering verteld wordt. Niets is echter minder waar. Melliw ging niet vrijwillig naar de aarde. Hij werd verbannen!” Melliw en Roines lieten hun hoofden in hun handen zakken. Zij waren de enigen geweest die dit wisten. “Ik heb geprobeerd uit te vinden waarom, maar dit is zo diep verborgen dat zelfs ík het niet kan blootleggen. Tenminste, dat is wat Roines ongetwijfeld graag zou horen. Het tegendeel is waar: ik zal de details van-” Roines sloeg met zijn hamer. “Ik zal de gedaagde en zijn advocaat ontvangen in mijn kantoor over vijf minuten.” De aanwezigen wisten niet wat hen overkwam. Er hing een schandaal in de lucht.

 

Een uitgebreide scan had aangetoond dat de planeet niet louter uit water bestond. Iets of iemand had een enorme drijvende constructie gebouwd. Alle faciliteiten waren aanwezig: een bar, een reuzenglijbaan, noem maar op. Er was echter geen teken van leven op de scanner te zien. Plotseling werden ze opgeroepen. Mot opende een kanaal (haha, waterplaneet).

“Ja hallo, met Kapitein Mot de Prins.” “Welkom, vereerde gast, welkom. U heeft de eer te spreken met de enige echte Teipje, maar ik heet eigenlijk Nieh.” “Jemig wat heeft die man een groot hoofd,” dacht Mot. De man ging verder: “Natuurlijk bent u bekend met mijn naam: ik ben immers de president van deze planeet. De president van Oceaneehè!” “Ja bedankt. Ik wilde vragen of-” De president ging verder alsof hij Mot niet gehoord had: “Onze magnifieke planeet is optimaal ingericht ter volledige exploitatie van de aanwezige flora en fauna. Ons volk, de Aroz, heeft de planeet ingedeeld in een stupendaal groot aantal grote attracties, met als hoogtepunt een safaripark vol met allerlei dieren maar vooral veel apen: de Chimpan-Zee. Lees er alles over in onze brochure.” Er verschenen een aantal felgekleurde pagina’s in de databank van de computer. “Voor de wezens die geen zin hebben om te duiken stellen we onze hypermoderne zwevende bar beschikbaar, voorzien van de allernieuwste snufjes. Hier heeft u de mogelijkheid tot dansen, drinken en gokken. Laat u vermaken door de leukste komieken in onze comedyclub ‘de Gezeever’. Ook hebben we hier een binnenzwembad voor degenen die het niet kunnen laten om toch even een duik te nemen in het heerlijk zoete water. Welkom! Welkom! Welkom!” Het schubbige gezicht van President Soj werd vervangen door een beeld van de planeet. Het was alsof hij een reclamefolder voorlas. Marb probeerde om nogmaals contact te maken met de president. Zonder succes. “Goed, laten we er maar van uit gaan dat we welkom zijn. Dat zei de president tenslotte. Drie keer nog wel.” Mot drukte op de knop van de intercom. “Hallo iedereen, let even op wil je? Fijn. We zijn dus bij de waterplaneet, die heet Oceaaneehè trouwens en we gaan ons daar even flink ontspannen. Dat is een bevel. Dus pak je zwemspullen en dergelijke, lees de brochure door die ons opgestuurd is zodat je weet wat er te doen is. Dat is ook een bevel. Oh ja: iedereen gaat nu hier naar de wc, niet dat we daar dadelijk het water gaan vervuilen. Dat was het laatste bevel. Maar wel het belangrijkste. Oh nee, toch nog een: all employees must wash their hands after going to the bathroom. Oftewel na het braken en het plassen kun je ’t niet maken niet je handen te wassen.”

 

Rehtse, Evil Emperess of the Galaxy, opende het kanaal. “Ah, onze infiltrant. Hoe gaat het? Al vooruitgang?” “We naderen Oceaaneehè. Ik denk dat dit dé kans is om het schip over te nemen. Jouw wraak op Mot naakt-” “Mot naakt? Gatverdarrie!” “Jouw wraak naakt, nadert weet je wel? Maar goed, wanneer je Mot gevangen neemt kom ik ook aan boord van jou schip vol vrouwen. Wat je met de anderen doet interesseert me niet. Ik zal in ieder geval ervoor proberen te zorgen dat ze niet te veel weerstand bieden.” “Prima. Ik ben er binnen 6 uur.” Ze hing op. Het zou niet lang meer duren eer ze Mot in haar macht had. En dan… En dan zou ze hem martelen. Martelen tot hij niet meer kon. Elke dag een beetje meer pijn. Tot het laatste greintje leven wat hij nog had door haar vingers langzaam op de grond droop. Zijn verdiende loon! Voor wat hij haar had aangedaan.

 

Niwla kwam het kantoor binnen met een enorme grijns, gevolgd door Melliw. “Cuius testiculos habes, habeas cardia et cerebellum.” Zei hij zelfingenomen. Roines kwam meteen te zake: “Oke, dit mag onder geen beding uitkomen. Niemand mag weten waarom ik Melliw heb weggestuurd toendertijd. Wat moet er gebeuren zodat je je mond houdt Niwla?” “Oh, het enige wat ik wil is dat Melliw vrijgesproken wordt.” Roines knikte. “Dat is-” “Wacht even, dit kunnen we toch wel wat uitbuiten, Niwla?” onderbrak Melliw hem. “Ik wil dat ik vrijgesproken wordt en dat… en dat… en dat ik terug naar aarde mag! Ik merk al dat mijn oude achterbakse trekjes terugkeren, ik ben zelfs aan het chanteren en dat bevalt me niks.” “Onmogelijk.” Zei Reinos. “Ik kan niet toestaan dat je de hemel verlaat. Je moet weer de oude worden. Het recht moet zegevieren. Je moet op de een of andere manier gestraft worden. Al kunnen we natuurlijk wel een nepstraf verzinnen…” “Ik weet er een!” Zei Niwla. “Als Melliw nu eens Uw butler wordt?” “Prima. Hand erop?” Niwla schudde hem de hand. “Deal.” “Wacht even! Heb ik hier ook nog wat over te zeggen?” zei Melliw. “Sorry, maar we hebben er al op geschud. En je weet het: Contractus contractus contractus est.” “Divinum Normum # XVII. Maar dat geldt alleen onder Goden!” “En advocaten. Lees de kleine lettertjes er maar op na.” Melliw vloekte. “Nou ja, het is beter dan totale uitwissing uit de historie van het universum. Maar het scheelt niet veel.”

 

Mot hing in zijn stoel en las het foldertje door. “Wow, ze hebben hier veel moois om te bekijken bij het duiken. Hier bijvoorbeeld: een gigantisch diepe kloof, duizenden meters onder water. De droom van elke serieuze duiker! ‘The Bottom of the Sea, oftewel… de Oce-anus? Mmm, eens kijken wat er verder te doen is…” Elleinad, Retuow,  Reigor en de nieuwe Marb-kloon kwamen in badkleding binnen. “Zijn jullie er al achter wat deze Marb niet kan?” “Nee, we houden het voorlopig maar op Marb-vijf-kenernietgoeduitzienineenzwembroek.” Marb onderbrak hen: “Wat nou als ik Marb-vijf-kennietzwemmen blijk te zijn?” “Dat risico willen we best nemen.” “We hebben maar twee duikflessen, dus kan er maar één van jullie met me mee gaan duiken.” Zei Mot. “Ardnas kan sowieso mee want die is een zeemeermin. “Ik wil wel mee, als de anderen geen bezwaar hebben.” Zei Reigor. De anderen hadden geen bezwaar: Leor lag nog steeds in bed te huilen en Elleinad en Retuow waren sinds het vertrek van Melliw toch virtueel onafscheidelijk. “Wacht even,” zei Marb, “ik heb wel bezwaar. Ik wil ook wel.” Elleinad bedacht een eerlijke manier om dit uit te vechten: “Als jullie er nou eens om darten?” Reigor mocht eerst gooien. Hij gooide echter zijn pijltje zo hard dat het bord spleet en op de grond viel. Hij werd gediskwalificeerd. Marb keek teleurgesteld. “Nou zal ik nooit weten of ik Marb-vijf-kennietdarten blijk te zijn!” Maar hij mocht wel mee duiken en dat maakte veel goed. “Oke Marb, dan mag jij de uitrusting dragen.” “Nee, dat doe ik wel,” zei Ardnas. Dat vond iedereen prima.

 

De constructie bleek omgeven te zijn door electronische schilden. Het was daardoor niet mogelijk om over te stralen. Ze lieten Leor achter om op het schip te passen en stapten met z’n vijven in een van de shuttles: de U.S.S. Torai-S. Reigor aan het stuur, Mot had zijn rijbewijs immers moeten inleveren aan de ruimtepolitie. Na een ruzie over wie er voorin mocht konden ze dan eindelijk vertrekken. Reigor slingerde lekker heen en weer, tot groot ongenoegen van Mot. Na een zachte landing klommen ze uit de rokende nooduitgang.

Mot en Marb trokken snel hun uitrusting aan en Ardnas hielp ze met hun duikflessen. Ze sprongen het water in.

 

Ze waren ongeveer een uur geleden ondergedoken. Terwijl Elleinad en Retuow wat aan het zoenen waren bij de bar zat Reigor te vissen. Hij had beet: een enorme last hing aan zijn hengel. Snel haalde hij zijn vangst binnen. “Uh-oh… Jongens, kom eens kijken!” Elleinad en Retuow kwamen nog ook. Toen ze zagen wat Reigor had gevangen moesten ze beiden even snel de vissen gaan voeren. “Is dat… wat ik denk dat het is?” vroeg Elleinad, terwijl ze haar mondhoeken afveegde. “Nee, het is geen dode zeekoe. Maar ik snap wel waarom je dat dacht. Dit is het dode lichaam van Marb!” Hij keek snel de duikfles na. “Ik heb de fles een week geleden nog gecontroleerd, toen was er niets mis mee. Nu lijkt het of iemand de fles opzettelijk een aantal maal heeft laten vallen. En tegen een muur gegooid heeft.” “Kan dat niet gebeurd zijn tijdens de landing? We zijn tijdens de hele trip hierheen flink door elkaar geschud.” Zei Retuow. Reigor schudde zijn hoofd. “Nee, Mot had de duikflessen goed vastgezet. Dit kan maar een ding betekenen.” Hij hief zijn vinger. “Sabotage!”

 

Ardnas en Mot liepen over de bodem. “Heb jij Marb gezien?” vroeg Mot. “Ach, die komt vanzelf wel weer bovendrijven.” Zei Ardnas. Mot was al ergens anders door afgeleid. In de verte zag hij de waterline van een enorme stad. “Atlan’tis toch niet waar he… Een gezonken stad!” Hij zwom er als een razende heen. Ardnas glimlachte. Dit was haar kans. Ze riep Rehtse op. “Ja, Rehtse? Met Ardnas.Als je de planeet scant zul je zien dat Mot en ik de enige twee zijn die zich in het water bevinden. Zolang we in het water zijn kan je ons opstralen, daar zijn geen schilden die het proces blokkeren. Dus straal ons allebei maar op, dan kan je hem gaan martelen en kan ik eindelijk mijn plaats innemen op een schip waar ik tenminste gewaardeerd wordt.” “Word, bedoel je.” “Ja ja, word.” “We zijn nog niet dicht genoeg in de buurt om jullie over te stralen. Houd hem zolang onder water. Over en sluiten.” Ardnas zwom achter hem aan.

 

Elleinad hief ook haar vinger op. “Sabotage? Dat betekent dat Ardnas ons verraden heeft! Ik heb altijd gezegd dat ze niet te vertrouwen was. Wat zei ik altijd Retuow?” “Dat ze niet te vertrouwen was.” “Precies. En nu heb ik gelijk gekregen. Had maar naar me geluisterd!” Ze zwaaide vervaarlijk met haar vinger. “Maar nee hoor, ‘Elleinad is paranoïde! Luister vooral niet naar Elleinad, die kraamt onzin uit!’ Nu is ze daar beneden met Mot! The trut is out there!” “Als Security Officer vind ik dat we maar moeten opsplitsen en Mot proberen te waarschuwen. Vind jij dat ook?” “Ja vind ik ook.” zei Elleinad. “Goed, dan doen we dat.” Zo gezegd, zo gedaan.

 

“Dit is best wel interessant,” zei Mot. Het zijn de resten van de civilisatie die deze planeet heeft gemaakt tot het duikparadijs dat het nu is!” Oh ja? Vertel meer!” zei Ardnas. Ze moest hoe dan ook tijd rekken. “Meer? Het lijkt me vrij duidelijk: dit zijn de resten van de civilisatie die deze planeet heeft gemaakt tot het duikparadijs dat het nu is. Is toch niet zo heel moeilijk dacht ik.” “Ja oke, maar ik bedoelde meer waarom zijn al die wezens er niet meer dan? Heb je daar misschien een verklaring voor? En dan liefst een lange, niet zo’n flutverklaring van drie regels of iets dergelijks.” “Uhm… nou aan de kwaliteit van het water ligt het niet dunkt me. Maar misschien… misschien valt hier een wijze les te leren. Onze scanners toonden aan dat er hier geen enkel levend wezen was. Geen enkel! De bestuurders van deze planeet hebben de natuur zó erg uitgebuit, dat ze eraan tenonder gegaan zijn. Dat moet het wel zijn. Erg hè. Maar ja eigen schuld. Moet je maar niet zo onverantwoord met de natuur omgaan. Gelukkig hebben wij er een wijze les door geleerd. Maar we moesten maar weer eens teruggaan. Mijn zuurstof begint een beetje op te raken namelijk.” Dit kon Ardnas niet toelaten. Ze moest hem nog even hier houden, zodat Rehtse hen makkelijk kon vinden. Ze pakte een steen en gooide die richting Mot.

 

“En om al deze redenen heb ik besloten dat Melliw mijn butler wordt voor onbepaalde tijd.” Het vonnis werd met gemengde reacties ontvangen: Syum Trebmal had een veel ergere straf geëist en verwacht. De meeste waren echter blij dat Melliw bleef leven. En terecht. Om het makkelijker te maken zal ik hem voortaan Seveej noemen.” Mij Yerrac, de God van de onderbroekenlol (Melliw besteedde nog wel eens wat uit) stak zijn hand op. “In welk opzicht is dat precies makkelijker?” “Zwijg, jij. Dat je laatste film goed ontvangen is door de kenners, wil nog niet zeggen dat iemand geïnteresseerd is in iets wat je zegt.” En daarmee sluit ik deze zitting. Videobanden van de hele zaak zijn verkrijgbaar bij de uitgang. De DVD-versie bevat vele extra’s zoals een alternatief einde en audiocommentaar.”

 

Mot weerde de steen af met zijn duikersmes. “De ware aard komt toch nog bovendrijven,” zei hij. “Je dacht toch niet echt dat ik het niet doorhad? Ik ben niet zo dom als ik me voordoe, integendeel. Ik had al lang door dat er een luchtje aan jou zat en dan bedoel ik niet die vislucht van je staart. Something fishy, indeed. Ja, ik voelde nattigheid. Leer mij de mensen kennen, ik voel mij als een vis in het water op dat gebied. Maar waarom deed je dit? Ik heb je meegenomen op deze reis, een buitenkansje toch? Je kan onderzoek doen naar allerlei vreemde zaken en dit is je dank?” Ardnas was woedend en ontzet. Tegelijk. “Dank? DANK? Ik wordt opgescheept met die rare ‘vrienden’ van jou. Melliw viel dan nog wel mee, maar die is er niet meer. Ik heb hier niet om gevraagd hoor! Dus toen ik de kans schoon zag om me bij Rehtse en haar vrouwenleger te voegen, greep ik die.” “Rehtse? Wie is Rehtse?” Hier keek Ardnas van op. “Wist je dat niet? Rehtse is degene die jouw vriendin ontvoerd heeft. We volgen haar schip. Dat wist je toch wel?” Mot ging zitten. “Ik wist alleen dat Ecyoj ontvoerd was door buitenaardse wezens, verder niets. Rehtse… die naam komt me vaag bekend voor. Oh, dit is vervelend. Nu blijf ik de hele tijd proberen om me te herinneren wie dat ook weer is.” Ardnas pakte nog een steen. Mot was afgeleid, dit was haar kans. Ze naderde hem. Ze hief de steen boven haar hoofd.

 

Mot, ervaren duiker als hij was, voelde haar achter hem. In een reflex draaide hij zich om en stak toe. Haar bloed vermengde zich met het water. Ze liet de steen los, duwde haar handen tegen de wond. Hij kwam terecht op Mot’s hoofd. Mot verloor het bewustzijn. Nog twee minuten lucht. Ardnas riep Rehtse op. “Kom je nog? Als je er niet snel bent liggen er hier twee dooien dadelijk.” “We zijn bijna binnen transporterbereik. Transportkamer: Straal hem meteen op dan.” “En daarna mij, toch? Ik lig hier dood te bloeden!” Rehtse pauzeerde even. “Ja, daar heb ik nog eens over nagedacht. Je vist achter het net, Ardnas. Eigenlijk heb ik je nu niet meer nodig, wel? Ik bedoel, ik heb Mot bijna te pakken. Ik heb niet echt een zeemeermin nodig aan boord, dus ik denk dat ik je maar achterlaat. Bloed maar lekker dood. Je verdiende loon hoor, wie verraadt er nou een van haar vrienden?” En ze lachte. Haar maniakale lachje. Wat was het heerlijk om zo evil te zijn.

Ardnas werd licht in haar hoofd. Ze verloor bloed, veel bloed. Ze had nog een kansje om Rehtse terug te pakken. Ze tilde het bewusteloze lichaam van Mot op en zwom naar de oppervlakte. Rehtse kon elk ogenblik arriveren.

 

Elleinad zag iets naderen. In de verte beklom Ardnas het trapje, het platform op. Toen Elleinad dichterbij kwam zag ze dat ze het bebloede lichaam van Mot in haar armen had. Ze pakte een loden pijp en haalde uit. Ardnas en de bewusteloze Mot vielen in het water. Elleinad schold haar uit. “Wacht… Snel… Help me… Mot… Uit water…voor…te…laat…is” Ze reikte weer naar het trapje. Elleinad sloeg met de pijp op haar vingers. “Ik dacht het niet dus hè.” Mot viel weer in het water. Ardnas dook achter hem aan. Met haar laatste krachten begon ze weer de trap te beklimmen. Met een machtige zwaai van de pijp verbrijzelde Elleinad de schedel van Ardnas. Net voordat Mot weer het water dreigde te raken, verdween hij in een draaikolk van licht.

 

Roines ontwaakte. Melliw, euh Seveej kwam binnen met een dienblad met thee. “Goeiemorgen Seveej.” “Goedemorgen, sir.” Roines nam een verkwikkend slokje thee. Het smaakte precies goed: niet te zoet, niet te slap, niet te heet, niet te sterk, geen druppel op het schoteltje. Het was het perfecte kopje thee.” “Seveej beste man, waar heb jij zo’n verrukkelijke thee leren zetten?” “Ik zou het niet kunnen zeggen, sir. Het was de eerste keer dat ik het zette.” Hij deed de gordijnen open. “Hoe is het weer?” “Het belooft een stralende dag te worden sir.” “Nog nieuws in de krant?” “De herstelwerkzaamheden aan de beschadigde delen van de hemel vlotten gestaag, sir.” “Geweldig. Niets kan deze dag verpesten.” Seveej schraapte zijn keel: “Heu-eurm.” “Heu-eurm, Seveej? Is er nog iets?” “Het is uw tante, sir.” Een huivering ging door Roines’ ruggegraat. “Zij belde vanochtend, toen u nog in bed lag. Zij ontbood u voor een bridgewedstrijd vanmiddag.” “Dan mag ik wel inpakken!” “Dat heb ik al gedaan, sir. Uw bruine reispak ligt reeds voor u klaar.”

 

Wordt vervolgd.

Hosted by www.Geocities.ws

1