Episode
4: Kinderen en gekken
Het
was tijd om het hen eens wat lastiger te maken. Ze wist natuurlijk dat ze haar
uiteindelijk wel zouden bereiken, maar ze hoefde het hen niet makkelijk te
maken. Bovendien zou een uitputtende strijd hen vast, euh, uitputten, zodat ze
weerbaarlozer zouden zijn bij de onvermijdelijke eindconfrontatie. Maar hoe zou
ze het aanpakken? Een van de naamloze bemanningsleden verstoorde haar
denkproces. “Emperess, we worden opgeroepen door een vreemd schip.” “Ok laat
maar zien dan.” Ze zou later wel wat bedenken. Op het scherm verscheen een
wezen van onbekende configuratie. “Dit is Ekeneim van het schip IKC
Sjaanpetrikflenner-E. Ik kom om je te helpen. Ik wil wraak op Melliw.”
Melliw’s
kamer was een zooitje. Zelfs voor zijn doen. Overal waar je keek lag rotzooi.
En ook overal waar je niet keek. Geen vierkante centimeter van de vloer was nog
te zien. Zelfs niet onder al die troep. “Waar is het? Ik zal het toch niet
kwijt zijn hè? Verdorie verdorie verdorie!” Hij liep de kast in. Kleren vlogen
naar buiten. “Hoe kon ik zo onvoorzichtig zijn om dat te vergeten! Wee mij! Wee
mij!” Er werd gebeld. Melliw deed de deur open voor een in weinig verhullende
maar goed gevulde nachtkleding gehulde Elleinad. “Wat ben je in hemelsnaam aan
het doen? Kan ik je misschien ergens mee… helpen?” vroeg ze, terwijl ze hevig
met haar wimpers knipperde. Melliw keek niet eens. Hij zocht verder. “Helpen
zoeken kan je. Het lijkt erop dat ik mijn afstandsbediening kwijt ben. Ik heb
werkelijk geen idee waar hij kan liggen.” Elleinad snapte het niet. “Daar ligt
toch een AB?” “Nee lieve schat, mijn speciale afstandsbediening. Ik heb een
ABCD: afstandsbediening cross-dimensional, waarmee je niet alleen zenders, maar
ook parallelle dimensies kan afzappen. Zo kan je bijvoorbeeld zien hoe Silence
of the Lambs zou zijn als niet Anthony Hopkins maar Pompy de Robodoll de
hoofdrol speelde, ik doe maar eens een greep. Een veroneindigvoudiging van het
kijkaanbod!” “Ok, dan maak je toch gewoon een nieuwe?” “Ware het maar zo
simpel, Elleinad. Ware het maar. Helaas, de enige plaats waar ik een nieuwe kan
maken is in… de hemel.” “Ok, dan ga je toch gewoon naar de hemel?” “Ware het
maar zo eenvoudig, Elleinad. Ware het maar. Als ik naar de hemel zou willen,
moet ik dit aardse lichaam afscheiden. Er zou zich bij terugkomst weer een
nieuw lichaam voor me vormen, maar een baby. Niet zomaar een baby natuurlijk,
binnen een dag of wat zou ik geheel volgroeid zijn. Jullie zouden me moeten
heropvoeden.” “Oh, dat lijkt me geweldig! Zo’n schattig kindje opvoeden! En een
dag is best te doen toch? Leuke oefening voor later.” “Ware het maar zo
makkelijk, Elleinad. Ware het maar. Ik zou ook al mijn herinneringen kwijt
zijn. En deze tijd met j..”-hij herinnerde zich zijn belofte aan
Retuow-“…ullie, met jullie zou ik niet willen vergeten. Nee, ik zal een andere
manier moeten verzinnen om gelukkig te worden.” Elleinad ging op zijn bed
zitten en frutselde wat aan haar negligé terwijl ze afwezig met haar vinger
cirkeltjes draaide op het dekbed. “Ik weet wel een manier om je gelukkig te
maken denk ik…” Melliw keek met moeite de andere kant op. “Je bedoelt… Ah! Je
bedoelt dat jij mijn geest leest, die dan opslaat in die van jou en als ik
volgroeid ben geef je hem mij weer terug! Briljant!” Hij stond op. “Ik ga het
snel aan Mot vertellen. Hij stormde de deur uit. Elleinad deed haar peignoir
dicht. “Wat doe ik toch fout?” dacht ze, terwijl ze de kamer uitliep. “Wat doe
ik toch fout…?”
Melliw
liep de brug op, gevolgd door Elleinad. Mot, Reigor, Retuow en
Marb-vier-kennietmetkinderenomgaan zaten op hun post. “Mot, ik kom je wat
vragen.” “Ik eerst,” zei Mot. “Waarom heb jij je nachtkleding al aan, Elleinad?
Het is pas negen uur! En een schoonheidsslaapje heb je nou niet echt nodig”
“Begin jij nou ook al?” Vroeg Elleinad. Ze realiseerde zich dat ze blijkbaar
toch niet alles fout deed. Lag het dan toch aan Melliw? ”Nou goed dan, Melliw,
vraag maar raak, gast.” Melliw legde zijn plan uit: hij zou een
geestversmelting met Elleinad aangaan, naar de hemel gaan, daar een nieuwe ABCD
maken, terugkeren in een nieuw lichaam, opgevoed worden en als hij volwassen
was wederom versmelten met Elleinad. “Geestversmelten dus,” zei Retuow. “Is dat
niet gevaarlijk?” “Dat valt wel mee, aangezien ik halfgod ben. En normaal
gesproken gebruiken we maar 25% van onze hersenen.” zei Elleinad. Reigor schoot
in de lach. “Binnenpretje.” “Goed, jullie gaan je gang maar. Laten we hopen dat
er niets vreselijk vreselijk mis gaat in die ene dag.”
Rehtse,
Evil Emperess of the Galaxy, was onder de indruk. Ze bevond zich op het schip
van Ekeneim. Het was uitgerust met wapens die ze nog nooit gezien had. Hoe wist
ze dan eigenlijk dat het wapens waren? Nou ja, het was een schip naar haar
dromen. Een hemels schip. “Aardig bootje heb je hier. Maar waarom kom je naar
mij? Het is duidelijk dat deze tobbe niet is opgewassen tegen mijn
moederschip.” “Zoals ik al zei, wil ik wraak op Melliw. Lang geleden, toen hij
nog in de hemel vertoefde, was ik zijn slaaf. Ik moest alle rotklusjes doen,
werd door hem gemanipuleerd. En getrapt. Ik werd heel veel getrapt. Elke keer
als ik iets fout deed werd ik getrapt. Ik werd echt heel erg vaak getrapt.”
Rehtse deed alsof ze een geeuw onderdrukte. In werkelijkheid was ze razend
geïnteresseerd in dit alles. Elke info over Melliw kon van groot belang zijn.
“Dat verklaart al veel.” “Mijn loyale sujetten en ik besloten te ontsnappen. Na
maanden planning hadden we nog niets kunnen verzinnen. Tot ik op dit schip
stuitte in de vertrekken van Melliw’s verblijfplaats. Het heette de U.S.S.
Yahtzee-A, maar ik heb het hernoemd. Met deze technologie zouden we bij wijze
van spreken de hemel zélf kunnen vernietigen!” “Maar goed, waarom kom je naar
mij? Heb je mijn hulp nodig?” Ekeneim knielde en kuste de pinkring van Rehtse.
“De verhalen over de immense en intense slechtiteit van Rehtse, Evil Emperess
of the Galaxy, hebben zelfs de hemel bereikt. Ik zou niet durven om iets te
ondernemen in Uw grondgebied zonder Uw toestemming.” “Ik zal je een aanbod doen
dat je niet weigeren kan. Je mag doen wat je wilt met de bemanning van de
U.S.S. Reed-X, zolang je Mot maar aan mij overlaat. En ik waarschuw je: ik houd
je in de gaten.” Ze keerde terug naar haar eigen schip. “Zet koers naar de
U.S.S. Reed-X,” bevool Ekeneim haar onderofficier Neitsirhc. “Zet koers naar
dat schip, Ocaj.” “Ja ja meneer.” Giechelde Ocaj, de stuurknuppel. “Het is Aye
Aye en niet meneer, okay?” “Het is Ocaj.” “Wat?” “Huh?” Ze vertrokken. Richting
de U.S.S. Reed-X.
“Jouw kamer of de mijne?” vroeg Elleinad.
“Het lijkt me beter om die van jou te gebruiken. Die van mij ligt onder de
rotzooi.” Ze leidde hem naar haar suite. Overal stonden kaarsjes. “Voor de
sfeer. Je zal me moeten begeleiden, ik heb dit nog nooit gedaan.” “Goed, we
moeten ergens zitten, heb je stoelen?” “Nee, die zijn net kapot,” zei Elleinad
terwijl ze de twee stoelen tegen de muur gooide. “Zie je? We zullen op het bed
moeten gaan zitten.” Zo gezegd, zo gedaan. “Goed, zet de vingers van je
rechterhand op mijn slaap.” Voorzichtig reikte ze naar hem. “Wat ruik je
lekker. Nu moet ik je waarschuwen: zodra ik hetzelfde met mijn linkerhand bij
jou doe en de magische woorden uitspreek, ga ik mijn geest aan je opdringen. Ik
zal dan met de dataoverdracht beginnen. De eerste keer kan het wat pijnlijk
zijn, maar ik zal het zo… teder mogelijk doen. Het belangrijkste is dat je je
ontspant. Na de overdracht zul je wel uitgeput zijn. Misschien kunnen we daarom
beter gaan liggen. Ikzelf zal als je weer wakker wordt verdwenen zijn, maar
binnen negen minuten verschijn ik weer naast je. Als baby.”
Ze
gingen liggen, naast elkaar op het eenpersoonsbed. Elleinad legde haar
rechterhand weer op zijn slaap. Zijn linkerhand maakte bijna contact. Ze keek
hem in zijn ogen. Hij maakte contact met de heilige onsterfelijke woorden:
“Incoming file transfer.” Het begon. Ze sloot haar ogen.
Hij was inderdaad erg teder.
Ze voelde hoe hij voorzichtig haar brein aftastte. Het was alsof hij haar overal
streelde. Haar
ademhaling werd zwaarder. Ze wist dat hij
op zoek was naar voldoende opslagplaats, hij ging alle hoeken en gaten van haar
brein langs. Zorgvuldig, hij sloeg geen plekje over. Steeds dieper. Het voelde of haar hersenen door duizend vingers
tegelijk gekieteld werden. Een verrukkellijke sensatie. Plotseling
concentreerde hij zich op die ene plek. Daar was het. Haar adem stokte. Hij begon met de overdracht. Steeds sneller
pompte hij zijn herinneringen in haar hersenpan. Sneller. Sneller. Sneller! De
kennis! De macht! De hartstocht! Ze stelde zich helemaal open voor zijn
aftastende geest. Al haar spieren trokken samen. Ze kronkelde onder zijn
aanraking. Ze was zich meer bewust van
alles om haar heen. Ze voelde het schip onder hen bewegen.
“Was
it as good for you as it was for me? Ik weet niet hoe het bij de mensen thuis
overkwam maar hier was het in ieder geval sensationeel!” Het was misschien maar
goed dat ze hem niet hoorde, ze was in slaap gevallen, uitgeput. Melliw maakte
zich klaar voor de transformatie die nodig was voor zijn hemelvaart. Zijn
uniform gleed op de grond. Hij knielde. De hemel: de 42ste dimensie.
Met elke dimensie die hij bereikte, vervaagde hij meer. Tot er niets meer
overbleef op het schip.
Hij was
hier al lang niet meer geweest. First things first, de ABCD. Hij hoefde er maar
aan te denken of het verscheen in zijn hand. Zijn krachten waren hier
ongelimiteerd. Maar het bestaan hier had ook zijn nadelen. Zo hadden goden in
de hemel geen geslachtsorgaan. Melliw zou nog wel eens uitzoeken wie dat
bedacht had en een toepasselijke wraak uitvoeren. Maar gelukkig werd dit gemis
altijd ruimschoots gecompenseerd in zijn aardse vorm. Nu hij hier toch was kon
hij net zo goed even de leden van het Godenverbond Voor Democratie bezoeken. Of
beter nog, zijn slaaf trappen. Dat had hij gemist, lekker tegen zijn slaaf
trappen. Maar de slaaf was nergens te bekennen. Nou ja, hij moest eigenlijk
toch eens terug naar het schip: de negen minuten waren bijna voorbij. Een nieuw
leven, een onbeschreven blad. Tot hij zijn herinneringen weer terug zou krijgen
van Elleinad dan. Hij daalde de dimensies weer af.
Elleinad
ontwaakte door een snerpend gehuil. Ze voelde hem in haar. In haar hoofd. Een
beetje groggy zocht ze naar de bron van het geluid. Daar zat hij: het
schattigste kindje dat ze ooit gezien had, gewikkeld in doeken. Ze stond op en
tilde hem op, bracht hem naar ziekenboeg. Eerst maar eens een medisch
onderzoek.
Ardnas
keek op toen ze de deuren met een ssssssjj-pokk hoorde opengaan. Het was
Elleinad. Met een… met een baby? “Ah, daarom zag je er zo dik uit de laatste
tijd.” Elleinad wimpelde de belediging weg. “Nee Ardnas, we moeten onze
wederzijdse afkeer van ons afzetten nu. Dit is Melliw. Hij moest wat halen in
de hemel en is gereïncarneerd, lang verhaal.” “Melliw? Waarom vertelt niemand
mij ooit wat? De enige die hier überhaupt wel eens langskomt is trouwens
Melliw. Ik voel me hier een beetje opgesloten eigenlijk. Soms lijkt het alsof
de muren steeds dichterbij komen…” “Ja dat is allemaal goed en wel maar
onderzoek hem nu maar. Je weet wel, inentingen, wegen, meten, begin maar met
meten trouwens. Ardnas nam het kindje aan en pakte het uit. De verbazing en
ontzetting waren van haar gezicht af te lezen. “Euh… Elleinad? Weet je zeker
dat dit Melliw is?”
Ekeneim
stond op uit een kreunende stoel. “Goed, we zijn nog net buiten sensorbereik.
Stuur het maar op ze af. Dit kan leuk worden.” Ze ging weer zitten en at een
kikker op. “Ja ja kapitein.” Zei Okkay.
Mot
zat te slapen in zijn kapiteinsstoel. Er gebeurde toch nooit wat. Marb, die de
taak van Melliw als Scienceofficer zolang had overgenomen, schudde hem wakker.
“Mot, ik heb zo’n piepding op mijn scherm. En dat piepding nadert ons schip.
Snel mag ik wel zeggen. En ik weet niet wat ik moet doen nu!” “Standaard: geel
alarm. Laat het maar eens op het scherm zien.” Marb drukte op een knopje. De
ruitenwissers gingen aan. Hij lachte schaapachtig naar zijn commandant. Hij
drukte op een ander knopje. De schietstoel. Hij vloog omhoog, het speciaal
hiervoor ontworpen plafond opende zich. Mechanische armen trokken hem een
ruimtepak aan, zodat hij een paar uur overleven kon in de ruimte. Mot zuchtte
en drukte zelf op de goede knop. Op het scherm zag hij
Marb-vier-kennietmetkinderenomgaan voorbijzweven in zijn pak. Ingenieus systeem
toch, die speciale schietstoel. “Reigor, haal hem maar weer binnen.” Reigor
staarde als gehypnotiseerd naar het scherm. “Kapitein, volgens mij is er iets
vreselijk, vreselijk mis.”
Elleinad
en Ardnas stormden de brug op. “Er is iets vreselijk, vreselijk mis!” Retuow
was de enige die zijn ogen van het scherm kon losrukken. “Ja, dat zien we ook
wel!” “Wat? Hoe weten jullie dan dat Melliw’s nieuwe lichaam… dat van een
meisje is?” Iedereen keek verbijsterd om. Maar Mot het verbijsterdst. “Uhm, ja
dat zit zo,” grinnikte Elleinad op een manier die iedereen direct aan Melliw
deed denken, “dat was is vergeten te zeggen voor ik naar de hemel ging, ik
krijg om de beurt een mannen- en een vrouwenlichaam. Stom dat ik daar niet aan
gedacht had. Nou ja, weten jullie dat tenminste.” Elleinad nieste. Ze knipperde
met haar ogen. “Wow, dat was vreemd. Melliw nam even mijn motorieke functies
over.”
Daar was zijn
doel. Al was hij nog maar een paar lichtjaar onderweg, het duurde hem allemaal
veel te lang. Als machine zijnde had hij geen gevoelens, maar verveling, dat
waardoor alle zelfbewuste wezens verbonden zijn, kende hij wel. Daar bewoog
wat. Het kwam uit het schip geschoten. Zouden ze zo dom zijn om direct op hem
te schieten, probeerden ze hem nu al te vernietigen? Hij gebruikte zijn
disintegratiemodule. Marb-vier-kennietmetkinderenomgaan’s pak verdween als sneeuw voor de
zon, of hoe de dichtstbijzijnde ster ook mocht heten. “Oh nee, niet weer.”
waren de laatste gedachten die door Marb’s hoofd schoten. Hij spatte uiteen in
het vacuüm van de ruimte.
“Kiptandori,
nou hebben we gemist hoe Marb vernietigd werd!” riep Retuow. Kleine Melliw
begon te huilen. “Kijk nou wat je doet, Retuow-één-kennietmetkinderenomgaan.”
beet Elleinad hem toe. “Ze stinkt, haal weg dat kreng!” Voor hun ogen
veranderde de kleine Melliw. Ze groeide. Ze was nu ongeveer drie jaar oud,
omgerekend. “Waa’om i’ die gekke menir boos o’ mij?” vroeg ze met een
pruillipje. “Aaaaah...” riep iedereen vertederd uit. Iedereen behalve Retuow
dan. Dus ongeveer 80%. “Kom, dan gaan we wat te eten voor je halen,” zei Ardnas
en ze tilde haar op. “Zullen we je trouwens gewoon Melliw noemen of heb je
liever een meisjesnaam?” “Ikke niet Melliw. Ikke Eilahtan.” Na deze indrukwekkende
woorden vertrokken Eilahtan, Ardnas en Elleinad naar de kantine. “Zelfs nu hij
zelf een meisje is lopen de vrouwen nog achter hem aan.” zei Reigor. Retuow
gromde.
Ardnas
en Eilahtan kwamen de kantine binnen. Elleinad zou wel even buiten blijven om
ervoor te zorgen dat niemand de vloerbedekking daar zou stelen. “Ha die Ardnas.
Hoe voel je je?” “Wat is dat nu weer voor stompzinnige vraag? Ik kom eten halen
voor kleine Eilahtan hier. Oh dat wist je natuurlijk nog niet, Melliw moest
naar de hemel om wat te halen en heeft toen een-“ “Ja, dat wist ik allang,”
onderbrak Leor haar. “We hebben alleen maar fruit. Appels en peren.” “Appels!”
zei Eilahtan. Leor haalde een mandje voor haar en ze begon te eten. Ze moest er
nog van groeien. “Zullen we ze niet buiten opeten?” hoorden ze Elleinad van
buiten zeggen. “Niet bij die enge meneer?” Maar Eilahtan hoorde haar niet. Ze groeide
weer. Ze had nu het lichaam van een zesjarige.
“Wat
is dat ding en waarom heeft het Marb net opgeblazen. Ik wil antwoorden en
snel!” Reigor drukte op verschillende knoppen. “We krijgen een bericht binnen.”
Zei Retuow. “Laat maar zien. Op het scherm.”
“Ik ben
Blowcutus… de bom. Weerstand is
nutteloos. Laat uw schilden vallen en geef uw schip over. Jullie zullen
opgeblazen worden en in duizenden, nee miljoenen stukjes je verspreiden over de
oneindige lengte en breedte en diepte van het universum. De enige kans om mij
te vernietigen is mij met logica omver te lullen. Oh wacht, dat had ik beter
niet kunnen zeggen geloof ik. Nou ja, dat kunnen jullie toch niet. De enige die
dat zou kunnen zou een God zijn. Een echte God hè, geen halfgod of zoiets dergelijks.
En dan ook nog een god die volwassen is en al zijn krachten ontwikkeld heeft.
Jullie hebben 12 van jullie aardse uren om me uit te schakelen. Succes. Dat laatste
meende ik dus niet he. Dat was sarcastisch. Of ironisch? Ik haal die altijd
door de war. Oh wacht dat is een pleonasme hè. Of een tautologie? Ik verwar die
altijd door elkaar.”
“Volgens
mij gaat hij ons doodouwehoeren. Gelukkig zijn we Melliw gewend.” zei Reigor. Mot
nam de dreiging wat serieuzer. “Laten we de bom maar binnenhalen. Ik zal zelf
proberen om hem om te lullen met mijn superieure intellect.” Retuow begon zijn
testament op te stellen.
Het
werd avond. Elleinad en Retuow hadden zolang Melliw’s oude kamer genomen, met
zijn toestemming natuurlijk. Het was de enige plek waar plaats was voor een
kinderbedje en er moest toch iemand op de kleine Eilahtan letten. “Eindelijk
weer eens een tweepersoonsbed.” zei Retuow. Elleinad zat te giechelen. “Waarom
lach je? Zei hij wat in je hoofd of zo? Ging het over mij?” “Hou op,” zei Elleinad.
“Je weet toch dat ik alleen van jou houd.” En ze giechelde weer. Ze hadden al
zo lang het bed niet meer met z’n tweeën gedeeld dat Retuow het maar voor lief
nam dat ze er nu met z’n drieën lagen. Hij kuste haar. Ze giechelde weer.
“Blijf je daarmee bezig? Mag ik even met Melliw praten?” “Ja is goed.” Ze sloot
haar ogen. Toen ze ze weer open deed zag Retuow de speelse blik van Melliw. Hij/zij
hief zijn handen boven zijn hoofd. “Ik weet het, ik weet het. Ik hou wel op. En
ik doe mijn ogen wel dicht. Ik weet niet wat jullie van plan zijn en dat wil ik
eigenlijk zo houden. Enjoy…” Ze nieste. Elleinad was weer terug. Retuow trok
haar naar zich toe. “Zo, hier verlang ik al heel lang naar…” De kleine Eilahtan
verscheen wenend in de deur. “Ik –snik- heb –snik- eng –snik- gedroomd
–snotter- mag –snik- ik –snik- bij –neusophaal- jullie –snik- liggen?” “Ja hoor
lieve schat, kom maar.” Met een machtige sprong belandde Eilahtan tussen ze in.
Daar lagen ze dan: Elleinad, Retuow en Eilahtan. En de kleine zei: “Te vol
hier, schuif eens op zeg.” Dus schoven ze op en Retuow viel eruit. “Ik ga wel
in mijn eigen kamer slapen.” zei Retuow. Hij stormde de deur uit. “Waarom is
die meneer boos op mij?” “Sommige mensen krijgen een beetje de kriebels van
kinderen. En hij voelt zich een beetje verwaarloosd.” Ze knuffelde haar.
“Gelukkig heb ik jou nog.”
Retuow
kwam het vrachtruim binnen, hij kon toch niet slapen. Reigor en Mot waren net
klaar om de bom met de trekstraal naar binnen te halen.
“Het kan
beginnen.” Hij
draaide zich naar Reigor. “Are
you a God?” “Nee.”
Zei Reigor eerlijk. “Then
die!” En hij
schoot energiestralen naar Reigor. Hij vloog door de lucht tegen de wand van
het ruim. Mot en Retuow kwamen aanrennen. “Als iemand je vraagt of je een god
bent, zeg je JA!” “Ik heb
jullie hersenen gescand en ben tot de conclusie gekomen dat degene met de naam
Mot de slimste van jullie is.” Iedereen stond versteld. Maar Mot het versteldst. “Met hem zal ik mezelf vermaken tot de
tijd daar is om te ontploffen. Over 8 uur. ” Reigor en Retuow maakten dat ze wegkwamen om
de evacuatie voor te bereiden. “Laten we maar op zoek gaan naar een bewoonbare
planeet, want verder weet ik ook geen oplossing.” zei Retuow. “We moeten toch
proberen om het schip te redden? Zouden we Melliw, euh, Eilahtan niet snel
kunnen trainen? Zij is de enige echte god aan boord.” “Nee, dat redt ze nooit.
Ze is nog niet volgroeid, beschikt nog niet over al haar krachten.” Een fractie
van een seconde viel er een glimlachje te lezen op zijn gezicht. “Maar aan de
andere kant, het is te proberen. Mocht het misgaan, dan kunnen we altijd nog
evacueren. Laten we snel beginnen.”
Ze
slopen de kamer binnen. Daar, in de armen van Elleinad, lag de kleine Eilahtan
die er ondertussen uitzag als een 10-jarige. Beide sliepen. Retuow ging erop
af. Hij moest iets bedenken om haar ongemerkt uit haar greep los te wrikken.
Hij wreef in gedachten over zijn kin. Gelukkig had hij hiervoor Bob de
knuffelbeer meegenomen. Hij woog de beer in zijn hand. Eigenlijk net te groot.
Hij haalde er wat vulling uit en liet dit door zijn vingers op de grond
glijden. In één beweging verruilde hij het kind met de beer. Elleinad sliep
door. Hij legde zijn hand op de mond van de ontwakende Eilahtan. Ze verlieten
de kamer. Gelukkig viel er geen enorme steen uit het plafond die hen
achtervolgde door de gangen van het schip. Dat zou me wat geweest zijn!
“Gekke
meneren, waarom hebben jullie mij weggehaald bij die lieve mevrouw?” Retuow
ging op zijn hurken zitten. “Jij moet ons helpen, en als het niet lukt gaat
iedereen dood, dus ga zitten, zwijg en let goed op.” Eilahtan begon bijna te
huilen. Reigor duwde Retuow naar achter. “Ga maar zitten, doctor Kcops.
Kinderen moet je anders benaderen. Eilahtan, zullen we een spelletje doen? Er
zit hier op het schip een computer een spelletje met Mot te doen. Wil jij ook een
keer?” “Ja spelletje, spelletje, spelletje!” Reigor tilde haar op en bracht
haar naar het vrachtruim.
“Als
je nou gewoon die persoon die je over drie kwartier moet ontmoeten opbelt, en
die vraagt hoe laat het is?” Mot hoorde de deuren opengaan. “Ah, een echte uitdaging. Ik voel de
aanwezigheid van een God! Laat het beginnen.” Als
door een onzichtbare kracht gegrepen zweefden Reigor, Retuow en Mot door de
deuren naar buiten. De confrontatie kon beginnen.
Ze
riepen iedereen op om te evacueren. Het was wat krap in de escapepod, maar het
moest maar. Ze lagen stil op een veilige afstand. “Waarom zitten we hier? Waar
is Eilahtan?” vroeg Elleinad. Alsof hij haar gedachten gelezen had verscheen op
het scherm een beeld van het vrachtruim. Eilahtan en Blowcutus. “Wat! Waarom
hebben jullie haar daar achtergelaten? Ga snel terug!”
Maar
niemand deed wat. Ze keken naar het scherm.
“Wat dacht je
hiervan: Ik vertel altijd de waarheid, behalve als ik zeg dat ik de waarheid
altijd vertel.”
“Kijk,
ik heb een tekening gemaakt.” “Popquiz,
hotshot: je hebt vijf lonten die in een uur opbranden als je ze aansteekt.
Hoe…” “Eilahtan
eet een ijsje.” zei ze, terwijl ze een ijsje als vanuit het niets tevoorschijn
toverde. “Waar haal je nou
opeens dat ijsje vandaan? En waarom ga je de uitdagingen die ik je stel niet
aan? Dit is doorgestoken kaart! Op de een of andere manier hebben jullie me
voor de gek gehouden! Dit pik ik dus
niet hè! Ontploffing over 5 seconden.”
Ze
werd hysterisch. “WE MOETEN TERUG! Hoe kunnen jullie… hier zo zitten
toekijken! WE MOETEN TERUG!!!” Mot gaf
toe aan een verlangen dat hij al lang had en sloeg haar in het gezicht. “Get a
grip on yourself, woman.” “4
seconden” Het
zweet brak uit op hun voorhoofden. “3
seconden” Ze
zagen op het scherm dat Eilahtan stond te twijfelen. Op dat moment groeide ze
weer, ze was nu ongeveer 15 jaar. De ogen van de mannelijke bemanningsleden
verwijdden zich. “Zullen we toch maar teruggaan?” Vroeg Reigor. “Man, ze kan
niet ouder zijn dan 15 of zo!” “Die wordt wel ouder.”
“2 seconden” Eilahtan liep op de bom af.
Ze greep hem vast.
“1 seconde”
“Wat doet ze nou?” “Ze neemt de bom mee naar de
hemel! Daar kan hij niets uitrichten!” “Maar als ze het niet op precies het
goede moment doet, gaat ze dood! Dan is het enige van Melliw wat we nog
overhebben zijn herinneringen in Elleinad. Wie krijgt dan zijn krachten? Een
van ons! Kunnen we dat aan?” “Wat kunnen wij veel zeggen in 1 seconde hè?” “Ja
dat vond ik ook al.”
Ze
konden niets meer doen. Alleen hopen. Hopen en bidden.
Wordt
vervolgd…