Sprookje – Deep Tragic Nine

 

 

 

 

Episode 3: Lekker belangrijk

 

 

 

 

Ze schakelde de scanapparatuur in. Het begon. Vanuit alle hoeken van het schip stormden bemanningsleden de auladeur binnen. Ze had hier speciaal een videoscherm laten installeren zodat ze na een lange dag werken even kon ontspannen. Niet dat ze geen plezier had in haar werk, integendeel. Nee, je moest lang zoeken voordat je iemand vond die meer plezier had in haar werk dan zij. Maar goed, ze was dan ook Evil Emperess of the Galaxy en wie zou dat niet leuk vinden? Nou hoeft natuurlijk niemand alleen maar goed of slecht te zijn, maar het mag wel. Al is niemand alleen maar zwart of wit. Iedereen is anders, anders dan je verwacht. Goed, het begon.

Op het scherm verscheen een meer dan levensgrote versie van Melliw die swingend door de gangen van het schip liep. Hij was op weg naar de vergaderzaal. Mot had een nieuwe opdracht voor hen deze week. “Die Melliw is een achterbakse smiecht!” klonk het vanuit de zaal. Ze zou uitzoeken wie dat gezegd had. Ze had toch nog iemand nodig om de wc’s schoon te maken. Melliw was juist cool. Al meende ze uit dezelfde richting te horen dat er een paar rake klappen uitgedeeld werden. Zij was blijkbaar niet de enige die er zo over dacht. Hij kwam de zaal in. Mot stond te schrijven op het schoolbord, druk bezig met zijn briefing. Reigor, Elleinad, Retuow, Ardnas en Leor hadden al plaatsgenomen.

Commentaar van alle kanten: “Van die Ardnas krijg ik nog niet echt hoogte.” “Leor is hartstikke geschift.” “Nee man, dat is een acteur. Wat die allemaal uitvreet, dat is echt niet echt.” “Elleinad, rrrrrrrrrrrrrrrr!”

Er stonden nog twee lege stoelen: een voor Melliw en een voor Marb. Melliw sloop stilletjes naar zijn stoel, in de hoop dat Mot niet zou zien dat hij weer te laat was. Hij nam voorzichtig plaats. “…ik heb dus besloten, dat –als je de volgende keer op tijd zou kunnen zijn Melliw, thank you very much- we een nieuwe kloon maken…” Hij dreinde verder. Ardnas maakte een propje en stopte het in haar mond. Ze schoot het door een buisje op Elleinad. “Au! Mot, Ardnas schiet met propjes!” Mot zuchtte. “Is dat waar, Ardnas?” Ardnas liet haar hoofd zakken. “Nee kapitein…” zei ze zachtjes. “Kijk me aan Ardnas. Is dat waar?” “Ja kapitein.” “Ok, voor de volgende keer moet je 100 strafregels schrijven: ik mag niet betrapt worden op het schieten van propjes.” Elleinad stak haar tong uit naar Ardnas. Die trok een gekke bek terug. “En Leor schopt de hele tijd tegen mijn stoel,” klaagde Elleinad. “Leor ophouden met schoppen, Elleinad ophouden met klikken.” Mot keek naar Reigor. “Reigor, is dat kauwgum?” Reigor wilde het inslikken maar bedacht zich net op tijd dat dat schadelijk kon zijn voor de gezondheid. “Uhm… ja kapitein.” fluisterde Reigor. “En heb je genoeg meegebracht voor iedereen?” “Mot, moet dit nou…?” Mot stak zijn vinger op: “Uh uh uh!” “Nee kapitein,” zuchtte Reigor, en hij spuugde de kauwgum uit. Mot ging verder. Melliw schoof een briefje naar Elleinad.

“Zeker weer zo’n verkapte liefdesverklaring,” dacht ze. Het was duidelijk dat er wat speelde tussen Melliw en Elleinad, maar het was even duidelijk dat hij niets zou ondernemen. Niet zolang Retuow nog in het spel was.

“Mag ik je aantekeningen overschrijven?” las Elleinad. Er stond een tekeningetje bij van een vadsige dinosaurus die wel wat van Mot weghad. ‘Mottosaurus’ stond eronder. Ze schoot in de lach. “Wil je het met de hele groep delen, Elleinad? Wat is er zo grappig?” Ze verfrommelde het papiertje. “Nee, niets.” “Melliw had haar een briefje gegeven.” zei Retuow. Mot pakte het propje en ontvouwde het. Mottosaurus. “Ha. Ha. Ha. Ok, allebei nablijven. Zoals ik al zei, gaan we een nieuwe Marb klonen. Er moeten ten alle tijden twee personen toezicht houden op het proces, zodat we erachter kunnen komen hoe het komt dat er steeds wat mis is met de klonen. Ik was begonnen met jullie in te delen in een rooster maar toen bedacht ik me dat sommigen misschien liever niet met elkaar willen samenwerken. En aangezien ik niet overal rekening mee kan houden moeten jullie het zelf maar indelen.” Dat vond iedereen wel redelijk. “Elleinad, Melliw, jullie hebben straf dus jullie hebben de eerste wacht.” Retuow ademde gefrustreerd uit. “Waarom krijgt Elleinad ook straf? Zij heeft het niet getekend!” “Ik zal je vertellen waarom: Zij loog tegen mij. Alsof ik een kind was. Ik geloof dat ze dacht dat ik helemaal blind was.” De bel ging. Ze stonden op. “De bel is er alleen maar voor mij, niet voor jullie. Ga maar weer zitten.” Ze gingen weer zitten. Mot ging zitten en leunde achterover. “Ok, jullie kunnen gaan. Ik moet nog een bezoekje brengen aan de logboekkamer.” “Jemig Mot, noem het toch gewoon de wc!”

 

Mot kwam de logboekkamer binnen. Hij nam plaats op de zetel en begon te praten. “Het is me opgevallen dat er nogal wat broeit tussen de bemanning. Kijk het kan me in principe niets schelen, maar  we kunnen allicht niet allemaal even goed met iedereen opschieten maar dit is wel erg overdreven. Sommige mensen haten elkaar zelfs geloof ik. En dat is niet echt goed voor het moreel. Nou ja het interesseert me ook niet eigenlijk. Ik ga niet overal rekening mee houden. Als ik overal rekening mee wilde houden was ik wel wat anders geworden. Een rekeninghouder of zoget. Nou ja boeit niet. Hij veegde af en verliet de ruimte.

Precies, als je het maar vaak genoeg zegt geloof je het dadelijk misschien zelf ook. Het leek er steeds meer op dat Mot gewend was aan zijn nieuwe rol. Het leiding geven lag hem aardig in het bloed. Dat had ze nooit verwacht. In de paar weken dat ze naar de belevenissen van de groep keek in dat schip, had ze een psychologisch profiel van elk van hen gevormd.  

 

Elleinad en Melliw zaten in het kleine kamertje. Tussen hen lag het kloonapparaat, een halfgevormde Marb lag erin. Ze deden een staarwedstrijd. Al anderhalf uur. “Eigenlijk is het niet eerlijk,” zei Melliw. “Wat is niet eerlijk?” vroeg Elleinad, op haar hoede voor een afleidingsmanoeuvre. “Nou, ik heb een voordeel bij dit spel.” “Hoe bedoel je?” “Ik mag de hele tijd naar jou kijken, jij moet naar mij kijken.” Ze schoot in de lach en keek weg. “Verloren!” Melliw deed een dansje van plezier. Ze hield niet van verliezen maar van hem kon ze het wel hebben. “Zullen we… een ander spelletje doen?” vroeg Elleinad, terwijl ze haar benen over elkaar sloeg. “Tuurlijk, zeg maar wat. Personen raden? Ik zie ik zie wat jij niet ziet? Ik ga op vakantie en ik neem mee? Tikkertje?” “Tikkertje lijkt me wel wat, maar ik dacht meer aan… Truth or Dare.”

Een gejoel steeg op uit het publiek. “Smooth, very smooth!” “Appaling! I’m appaled!” “You go girl!” “Grijp die kans!!!” “Groene bal! Groene bal!” “Oeh! Suits you sir! Ooh!” Interessante wending. Ze wist dat hij geen nee zou kunnen zeggen tegen een spelletje. Zou ze hem nu eindelijk zo ver krijgen?

“Truth or Dare? Prima.” Hij deed lachje #12, de halve guitige glimlach. Een goeie start. “Wil jij beginnen?” Dat wilde Elleinad wel. Ze leunde naar voren, keek hem diep in zijn ogen. “Ok, Truth or Dare?” Ook hij leunde naar voren. Nog maar 3 centimeter afstand. “Dare.” Ze naderde nog wat dichter. “Je opdracht is…”

Er werd geklopt. Ze schrokken, gingen rechtop zitten.  Dit werd met gekreun en een luid boegeroep ontvangen. Ardnas deed de deur open. “Wisseling van de wacht. We komen jullie aflossen. Elleinad schoot tijdens het naar buiten lopen nog een giftige blik richting Ardnas. Ardnas en Reigor kwamen binnen. Buiten stond Retuow op ze te wachten. “Ik zal even met je mee naar je kamer lopen, je weet immers nooit wat er gebeuren kan.” Zei hij tegen Elleinad. “Oh dat hoef niet hoor,” zei Melliw. “Ze zit naast mijn kamer, ik loop wel met haar mee.” Ze schoot in de lach. Des te meer reden om mee te gaan. Retuow was ook niet achterlijk. Maar om de een of andere reden zei hij er niets van. Hij keek Elleinad alleen maar even aan met pijn in zijn ogen. “Ok, loop maar mee.” Ze kreeg al langer het idee dat Elleinad in tweestrijd zat. Maar nog nooit zo duidelijk als nu. “Ja, ik moest toch nog wat anders doen. Ergens anders. Eum… volgens mij hoor ik iemand roepen. Wat? Ja, ik kom! Ik kom eraan! Hé, moet je daar eens zien!”  Hij wees achter hen, ze keken om. Melliw sprintte weg.

De vrouwelijke bemanningsleden staarden zuchtend naar het scherm, begaan met het lot van Melliw. Een onmogelijke liefde. Bijna had hij iets gedaan waar hij zeker spijt van gekregen zou hebben. Waarom deed hij dit zichzelf toch aan? Ze had er een theorie voor bedacht: door verliefd te worden op iemand waarvan hij wist ze zijn liefde niet kon beantwoorden, zou hij niets hoeven te doen om haar voor zich te winnen, dat zou nutteloos zijn, en door niets te proberen kon hij geen blauwtje lopen. Tegelijkertijd was hij wel verliefd, dus werd hij niet verliefd op iemand anders, die hem wel eventueel af zou kunnen wijzen. Ze snapte alleen nog niet waarom hij zou denken dat iemand hem zou afwijzen. Maar goed, een andere verklaring had ze ook niet. De motivatie van Elleinad was haar ook nog niet helemaal duidelijk. Haar lopende theorie was dat ze van Retuow hield, dat was duidelijk, maar dat ze geen weerstand kon bieden aan het dierlijke magnetisme van Melliw. Ze maakte een notitie dat ze in de onvermijdelijke confrontatie met Mot’s schip en bemanningsleden moest oppassen voor hem. Ze wist in ieder geval zijn zwakke plek.

Ah wacht, Melliw nam plaats in de logboekkamer.

“Fuck fuck fuck! Ik heb ook totaal geen grip meer op mezelf he! En geen grip op Elleinad, dat is nou juist het probleem.” Hij beet op zijn duimnagel.  Ik moet oppassen anders verlies ik dadelijk alles. Als zij zou weten wat ik voor haar voelde, dan wilde ze me vast nooit meer zien. En Retuow natuurlijk ook niet. En terecht. Waarom toch? Waarom… Ja ik weet wel waarom. Ze heeft de lach van een engel, de ogen van een engel, het gezicht van een engel. En ik kan het weten want ik ben in de hemel geweest. Nou ja, ik ben er niet veel mee opgeschoten, maar heb mijn hart tenminste geleegd. En mijn dikke darm.” Hij veegde af, wastte zijn handen en verliet de logboekkamer. 

Vreemd dat hij zo naief was in bepaalde opzichten. Charmant ook wel. En wie leeft er nou niet mee met een onmogelijke liefde? Alleen iemand die alleen maar slecht was. Maar wacht even, dat was ze. Ze was Evil Emperess of the Galaxy! Ze had hier wel eens van gehoord: dat onderzoekers gehecht raakten aan de ratten waarmee ze experimenteerden. Nou ja, dat zou ze wel van haar afzetten als de situatie erom vroeg.

 

Ardnas en Reigor zatten te kletsen. Ze waren best goeie maatjes geworden in de tijd die ze op het schip hadden doorgebracht. Niet zo verwonderlijk, want Reigor was vegetariër en Ardnas psychologe. Ardnas was bezig met wat zij net ook had gedaan: psychoanalyse. “Ja het lijkt me duidelijk: Elleinad is er op uit om iedereen in haar macht te krijgen. Heeft vast iets te maken met een diep gemis in haar jeugd. Ze gebruikt haar mindcontroltechnieken om mensen te onderwerpen. Daarom wil ze mij ook niet zien: ik ben te slim en trap daar niet in.” “En waarom wil ze Leor dan ook niet zien?” Dat was een moeilijke. “Omdat die ook… nee wacht dat klopt niet… euh… omdat… nou ja, we willen Leor allemaal wel eens niet zien toch? Dat kan je haar moeilijk kwalijk nemen.” Ja daar moest hij haar gelijk in geven. “Maar toch klopt het niet. Want Melliw zou dat toch wel doorzien?” “Ach die speelt maar wat met haar, die is niet echt geïnteresseerd. Die heeft gewoon niets beters te doen. Nee, geloof mij maar, zo is het en niet anders.” Reigor richtte zijn aandacht maar op de kloonkist. Hij probeerde te ontdekken hoe het werkte maar werd gestoord: er werd geklopt. Ze werden afgelost.

Reigor leek haar eigenlijk de realistischte van het stel. Hij zag vaak direct de fout in  redeneringen. En hij had genoeg oefening: er werd wat afgeouwehoerd op het schip. Van Ardnas kreeg ze nog steeds niet veel hoogte.

Reigor nam plaats in de logboekkamer. “Nog iets te melden?” zei de robotachtige computerstem na een uur stilte. “Zeg ga weg, ik zit te poepen!” “Deze plek is bedoeld om je hart te luchten. Je zorgen te vergeten.” “Ja ik kom hier dus om wat anders te luchten.” Hij maakte de klus af, veegde af, waste zijn handen, drukte op de luchtververser en ging naar buiten.

 

Retuow en Leor namen plaats aan weerszijden van de kist. “Zeg heb je gezien wat voor processoren er in de computers zitten van het schip?” “Ja, het zijn de allernieuwste. Ik las laatst dat er nog nieuwere aankomen binnenkort.” “Ja dat heb ik ook gelezen. Maar het moederbord wordt wel eens over geklaagd.” “Oh maar dat valt best mee, je moet gewoon een goed koelsysteem hebben dan werkt alles prima.” “Heb je dat gehoord van die nieuwe…”

Ze richtte de scanners op een ander deel van het schip. Hier had ze niets aan. Know thine enemy and know yourself, was de eerste regel van oorlog. Know computers kwam pas een heeeeel stuk later in het lijstje, zelfs na know how to say the alfabet backwards.

Ze wist dat er wat broeide tussen Leor en Retuow. Dat er in het verre en recente verleden dingen gebeurd waren waardoor ze niet echt meer enig respect voor elkaar hadden. En terecht? Wat er precies allemaal gebeurd was wist ze niet, ze had het niet vanaf het begin gevolgd, maar ze had gehoord wat ze over elkaar zeiden achter elkaars ruggen. En dat loog er niet om. Het had iets met Elleinad te maken in ieder geval. En dat gemeenschappelijke belangen tussen hen drieën veranderd was in belangrijke gemeenschap tussen twee van hen. Maar ja, typisch mannen he, slikken hun gevoelens in, praten dan maar over machodingen als sex en vrouwen en auto’s. Of computers.

Ze zapte wat rond. De brug dan maar. Da ist der Chef persönlich. Kapitein Mot. Oh, wat haatte ze hem. Ze wilde er momenteel niet eens aan denken waarom. Haar gedachten dwaalden af naar zijn vriendin die ze ontvoerd had, de reden dat hij haar achtervolgde. Misschien dat ze maar een oor moest afhakken of zo en die op moest sturen naar hem. Of een kleine teen.

Het was drie uur ’s nachts. Mot was alleen op de brug. Iedereen sliep verder, op de mensen die de wacht hielden bij Marb na dan. Tijd om eens flink te gaan scheuren. Hij had zich nog geen minuut uitgeleefd of hij hoorde de vacuümsirene al: politie. Snel zocht hij zijn papieren in het handschoenenkastje. Een linkerhandschoen, nog een linkerhandschoen, een bandje: Queen’s Greatest Hits, een linkerhandschoen, een kaart van het bekende deel van het heelal, een kaart van het onbekende deel van het heelal, een linkerhandschoen, ah daar waren zijn papieren. De agent klopte op het raam. “Enig idee hoe hard u ging? We hebben u net geflitst.” “Een flitsapparaat? Om drie uur ’s nachts? Hoe verzin je het? “Uhm… Blaap 8? Blaap 9?” “Ik kan alleen het eerste antwoord accepteren jammer genoeg. U ging Blaap 18. Dat is fysiek onmogelijk. Daarom krijgt u een boete. U moet óf uw rijbewijs inleveren, óf dit bakje Schlemmer kwark opeten.” Mot twijfelde geen seconde. Hij leverde zijn rijbewijs in.

Nou ja wat ze daarmee aanmoest wist ze ook niet. En ze was niet de enige. Ze zapte terug naar de kloonkamer.

 

“Dus dat kan je wel opvoeren in snelheid, je hoeft alleen maar-” Ze werden onderbroken door een klop op de deur. Het was vier uur, ze werden afgelost. Melliw kwam binnen. Leor, ga maar slapen. Retuow, jij moet blijven, er was verder niemand bereid om zo vroeg op te staan, het is half drie namelijk. Leor sprintte de kamer uit.

Dit zou wel eens interessant kunnen worden. Retuow was moe, misschien zou hij dingen zeggen die hij anders niet zou zeggen.

“Ik heb je wat te vertellen.” Zei Retuow. “Oh ja? Nou vertel me maar wat dan.” “Ja het is dit: Bijf uit de buurt van mijn vriendin.” “Nou ze is toch oud en wijs genoeg om zelf te bepalen met wie ze omgaat?” “Ik bedoel meer: breng haar niet zo in verwarring. Laat niet steeds zo blijken dat je naar haar verlangt.” “Oh, zo. Ok, is goed. Ik zet het wel van me af. Mogen we wel gewoon vrienden blijven?” “Ja, maar niets meer.” “Nou vooruit dan maar.” “Dit bedoel je niet sarcastisch hè?” “Nee zeer zeker niet. Ik meen het uit de grond van mijn hart.” “Ok, mooi zo. Dan kunnen we nu over sex en vrouwen en auto’s praten.” “En televisie?” “En televisie.”

Zo, die probleemsituatie was ook opgelost. Verbazingwekkend hoe makkelijk zoiets gaat als je er maar even over praat. Wat is het leven toch eigenlijk simpel. Er was een geroezemoes opgestegen uit de zaal. De vrouwelijke bemanningsleden realiseerden zich dat Melliw nu weer echt vrijgezel was. Het werd een chaos. Ze moest de zaal laten ontruimen. Ze keek een andere keer wel verder. Ze zette het scherm uit.

 

Mot had ze weer bijeengeroepen. De stoelen waren allemaal gevuld, ook die van Marb-drie. “Het lijkt erop dat deze kloon alles kan. Mooi werk mensen. Dat was het.” Ze liepen naar buiten, Marb-drie voorop. Retuow, Elleinad en Melliw volgden hem. De rest ging naar de brug. “Zo, nu kunnen we met z’n drieën iets leuks gaan doen.” Zei Elleinad. Melliw beet op zijn onderlip, hield zich in. Elleinad keek vol verwachting naar hem. Hij zei niets. Vreemd. “Zullen we verstoppertje doen? Retuow moet zich verstoppen en dan gaan wij zoeken.” Melliw kon zijn lachen niet inhouden, maar zei weer niets. “Oh Melliw, ik lag gister in bed een cryptogram op te lossen maar het lukte niet echt. Zou jij vanavond even langs kunnen komen om mijn bedproblemen op te lossen?” Met veel moeite beheerste hij zich. Zijn nagels boorden zich in zijn handpalmen. “Ik… kan… helaas… niet. Maar… Retuow… kan… vast…wel… Samen…komen…jullie…vast …wel…klaar.”

Elleinad keek nog verbaasder. Ze keek Retuow aan, die zijn schouders ophaalde. Ze stormde de gang uit. Retuow knikte hem dankbaar toe en volgde Elleinad.

“Marb? Marb, kom eens hier.” zei Melliw met een wazige blik in zijn ogen.

 

Elleinad kwam de dagboekkamer binnen. Ze nam plaats. “Melliw is veranderd. Ik weet niet waarom, maar er is iets veranderd. Ben ik soms niet meer aantrekkelijk? Eigenlijk komt het wel goed uit natuurlijk, maar toch… Ik voel me er niet gelukkig bij. Heb ik iets verkeerd gedaan? Nou ja, ik kan me nu helemaal op Retuow richten.” ‘Bgab’ zei het toilet toen ze hem doorspoelde. Ze waste haar handen en ging naar buiten.

 

“Mot, er was toch nog iets mis met Marb-drie. Ik vond hem net in de gang, nadat ik daar een gefrustreerde kreet vandaan had horen komen. Hij met zijn hoofd zat hij vast in het plafond. Het leek alsof hij er door een gefrustreerd iemand doorheen was gegooid. Of dat hij gewoon zin had om te springen.” “Ok Reigor, gooi hem maar in de vuilverbrander en zet de kloonmachine maar weer aan. We zullen zien of de opvolger van Marb-drie-kennietinschattenwanneerhijwelenwanneerhijnietmoetspringen beter uitvalt. Het erbij zitten om een ogje in het zeil te houden heeft in ieder geval niet geholpen dus. Melliw, nieuwe koers: Second star to the right, then straight on till morning.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1