Sprookje – Deep Tragic Nine

 

 

 

 

Episode 2: Een Minnend Paar, Ten Ondergang Gewijd

 

 

 

 

Proloog:

 

Ze lag nog steeds ver voor op het schip van Mot. De afstand werd zelfs steeds groter. Het leek alsof Mot bij elke planeet waar zich ook maar iets boeiends zou kunnen afspelen wilde stoppen. De U.S.S. Reed-X was toch geen onderzoeksvaartuig? Als zij, Evil Emperess of the Galaxy een doel voor ogen had zou ze zich door niets laten afleiden. Ze zou de eerste de beste mogelijkheid grijpen om het te bereiken. Damn the consequences. Consequences Schmonsequences. Consequences are inconsequential. Maar wat zou hij toch uitspoken op die planeet…? Ze gaf het bevel het schip te stoppen. Ze wilde niets missen.

 

 

Melliw keek op van zijn scherm. “Mot, ik zie hier wat interessants. Je weet dat we in de haast vergeten waren om eten mee te nemen hè? Mot? Mot! KAPITEIN!!” “Wat? Ik hoorde je niet over het rommelen van mijn maag. Heb je nog geen planeet gevonden waar we eten kunnen inslaan?” “Ik heb een planeet gevonden waar we eten kunnen inslaan! Wacht, ik zal Marb-Twee-Kennietfluisteren een koers laten inzetten.” “Nou ja, als je een planeet vind, laat je Marb-Twee-Kennietfluisteren maar een koers inzetten. En anders eten we hem gewoon op, klonen we wel weer een nieuwe.” Zo gezegd zo gedaan. Nou ja, dat laatste niet dus hè. Maar goed, aangezien het nog een paar uur zou duren voordat ze de planeet, die hij Anorev genoemd had, zouden bereiken, besloot Melliw een wandelingetje te gaan maken door het schip. Eerst maar eens een bezoekje afleggen.

De deuren van de ziekenboeg schoven open met een sissend geluid: Ssssssssssssjjj-pokk. Ardnas keek op van haar werk. “Hoi. Kom je doen?” “Even buurten. Ik vroeg me af hoe het met de bemanning stond. Ikzelf kan jaren zonder eten, maar niet iedereen is zo goed bedeeld als ik.” Ardnas stond watertandend naar hem te kijken. “O…k… je beeldt je toch niet in dat ik een enorme vis ben hè? Je weet wel, een knapperig gebakken scholfilet of zo, met een salade erbij, heerlijk knapperige sla. Citroenschijfje erop… verrukkelijk.” Ardnas nam een scalpel ter hand. “Het lijkt me tijd voor je lichamelijk onderzoek, Melliw. Als je even plaats neemt voor die enorme magnetron daar…” “Eum… volgens mij hoor ik iemand roepen. Wat? Ja, ik kom! Ik kom eraan! Hé, moet je daar eens zien!” Ardnas keek om. Melliw sprintte weg.

 

Mot was in zijn element: bevelen uitdelen. Delegeren. “Retuow, ik wil dat je een away team samenstelt. We moeten eten verzamelen, dus lijkt me het beste als je Leor meeneemt want die is de kok, of Ardnas want die is dokter en die kan kijken of het voedsel giftig is. Misschien zijn er vijandige wezens op deze planeet, dus moet Elleinad ook mee om hen in te schatten met haar gedachtenlezerij. En neem Marb ook maar mee, je weet immers maar nooit. Zijn maar suggesties hoor. Hier is het boodschappenlijstje in ieder geval.” Retuow zuchtte. Dit was veel te veel werk allemaal. Waarom moest hij alles doen hier? Nou ja, eerst maar eens iedereen inlichten. Hij zocht Elleinad. Ah, daar zat ze, aan de andere kant naast de stoel van Mot. “Lieveling, heb je het gehoord?” “Ja, en ik ga niet mee met Ardnas of Leor hoor. Melliw kan dat toch ook wel?” “Melliw hoeft niet eens te eten. Die is een God! Daar heb je niets aan zo.” “Ja, ok, maar Reigor kan dat ook wel hoor. Anders ga ik niet mee want dan voel ik me rot.” Mot, die op de stoel tussen hen in zat, zei: “Ik vind het best, maar jij bent verantwoordelijk als we dadelijk allemaal dood neervallen, Retuow!” Dat vond Retuow natuurlijk niet zo leuk. Razendsnel verzon hij een alternatief: “Als we nou eens twee groepen sturen, eentje met mijzelf, Elleinad en Reigor en eentje met Marb, Ardnas en Leor? Dan kunnen we ook meer verzamelen en op verschillende plaatsen tegelijk zodat we de diversiteit van de flora en de fauna ten volste kunnen uitbaten.” Mot haalde zijn schouders op. “Jow, is goed.” Zo gezegd, zo gedaan.

 

Ze waren in een baan om de planeet. Het eerste away team stond in de transportkamer: Retuow, Elleinad en Reigor. Melliw zou hen zo naar beneden verplaatsen, na een laatste briefing: “Het is onwaarschijnlijk, hoewel niet onmogelijk, dat jullie intelligente levensvormen zullen tegenkomen, we hebben de planeet gescand en er bevinden zich alleen planten op. Jullie zijn het eerste of het ‘A’-team. Onthoud dit als jullie je weer melden. I pity the fool who doesn’t remember his teamname.” “Zeg, moeten we geen wapens meenemen?” vroeg Retuow. “Laserpistolen of zo?” “Lazer-op-pistolen zul je bedoelen. Het eerste gebod voor ruimtereizigers is dat je de natuurlijke levensloop van een planeet nimmer mag verstoren.” “Ok, maar doen we dat niet al door eten mee te nemen?” vroeg Reigor. “Het tweede gebod is: Ik stel hier de vragen. En zoals ik al zei, het zal toch niet echt nodig zijn. Zwieg nu, als ik me niet kan concentreren dan gaat er misschien iets mis, dat jullie transportpatronen versmelten bijvoorbeeld.” Hij concentreerde zich. Natuurlijk had hij een machine kunnen ontwerpen om personen molecuul voor molecuul, atoom voor atoom, quark voor quark, elektron voor elektron, melliwinia* voor melliwinia uit elkaar te halen, te versturen en melliwinia na melliwinia, elektron na elektron, quark na quark, atoom na atoom, molecuul na molecuul weer in elkaar te zetten op een andere locatie, maar dat was leipe boel. En bepaalde personen zou hij nooit zo in gevaar willen brengen. Vooral zichzelf. Nee, deze manier was toch beter: ouderwetse godenkrachten. Nadat de eerste groep veilig en wel verplaatst was, kwam de rest binnen: Ardnas, Leor en Marb. Hij stuurde hen naar de andere kant van het enige continent van de planeet.

 

Ze materialiseerden in een bos. Ze waren omsingeld door het grootste fruit dat ze ooit gezien hadden. Manshoge appels. “Mmm, lekker. Appels. Mjam mjam.” zei Reigor. Een van de appels bewoog. “Volgens mij bewoog die appel.” Als één appel draaiden alle appels zich om. Alle appels richtten hun wapens, grove zwaarden en bogen, op de drie vreemdelingen. “Ik voel… ik voel… grote agressie. Agressie en woede.” Zei Elleinad. Reigor rolde met zijn ogen: “Meen je dat nou? Ik dacht-”  “Zwijg, spion!”, onderbrak een van de appels hem. “Wie zijn jullie? Waarom zien jullie er zo vreemd fruit? Jullie schil is helemaal roze… Walgelijk!” “Wij zijn Retuow, Elleinad en Reigor van het ruimteschip U.S.S. Reed-X. We zijn hier gekomen op zoek naar eten. Dus als jullie nog wat fruit over hebben of zo, dan nemen wij het wel mee.” De appel schoot in de lach. “Ha! En dat moeten wij geloven? Nee, jullie zijn vast spionnen van onze aartsvijanden, de Du Comices. We nemen jullie mee naar onze leider: de oudste appel die er is: Granny Htims.

 

* Na uitgebreid onderzoek in het laboratorium hadden Lom en Amsfaahcs ontdekt dat het allerkleinste deeltje bekend opgebouwd was uit nóg kleinere deeltjes. Deze noemden ze Saculreteps. Nadat de bliksem ingeslagen was in het huis naast hen veranderden ze de naam in Melliwinia. En terecht.

Leor, Ardnas en Marb-twee-Kennietfluisteren materialiseerden in een bos [een ander bos]. Overal stonden perenbomen. “IK ZAL EVEN KIJKEN OF HET VEILIG IS HIER,” zei Marb. “MAAR  BEGINNEN JULLIE MAAR VAST TE PLUKKEN.” Terwijl Marb van boom naar boom liep, stak Ardnas haar hand uit naar een lekkere verse peer. Toen ze hem aanraakte hoorde ze een stemmetje: “He, dat kriebelt!” Ze schrok, trok haar hand terug. “Zei je wat?” vroeg Leor. “Wat? Ik dacht dat jij wat zei. Nou ja zal mijn verbeelding wel geweest zijn.” Ze reikte weer naar de peer. “Zeg, wat moet dat daar?” zei nu een stem achter hen. Leor en Ardnas draaiden zich vliegensvlug om. Voor hen stond de grootste peer die ze ooit gezien hadden. Een peer met armen, handen, ogen, een mond. Vol ongeloof knipperden ze met hun ogen. “Wie zijn jullie?” zei de peer. “Komen jullie van de appels? Heeft… heeft Oemor jullie gestuurd?” “Oemor? Wie is Oemor?” De peer draaide zich hevig geëmotioneerd om. “Hij is een appel. Dé appel. Hij is… hij is mijn minnaar. Maar ik, Ailuj du Comice zal nooit met Oemor Deligues kunnen trouwen. Onze families zijn in oorlog… God, ik weet niet waarom ik jullie dit eigenlijk vertel, maar ik zit hier al zo lang mee. De pijn…! De pijn.” Ze ging zitten. “De vete tussen onze families speelt al jaren. De overlevering leert ons dat sinds onze grote leider, de Bwanaan, omgekomen is in dat onfortuinlijke ongeluk er iets broeit tussen de appels en de peren. Zijn vrouw-” “Wie?” Onderbrak Leor haar. “Kiwi.” Zei Ardnas. “Nee,” vervolgde Ailuj, “Niet kiwi. Dat zou absurd zijn. Zijn vrouw, de weduwe Anna Nas, heeft nog geprobeerd om de breuk te lijmen voordat hij te groot werd, maar het mocht niet baten. En toen Granny Htims de leiding claimde, kwamen de grootste problemen erbij.” “Waarbij?” “Aardbei. Zij vergeleek onze rassen en kwam tot de conclusie dat de appels het hogere ras waren. Dat de peren hun kostbare vruchtbare teelgrond ingenomen hadden. Dat was de aanleiding van de eerste grote slag. Op een nacht, geheel onverwacht, organiseerden de appels een bloedbad. Ze vielen binnen bij onze grootste boomgaard en velden alle bomen. Sommige waren volgeladen met kleine peertjes…” Ze slikte een traan weg. “Velen dapperen zijn gesneuveld in die nacht. De overlevenden zijn hem diezelfde morgen nog gepeerd.” Dit alles raakte Leor diep. Hij zwoer deze jonge geliefden te helpen. Op zijn eigen speciale manier.

 

“Leid de gevangen voorkomen!” galmde het door de raadszaal. Reigor, Retuow en Elleinad werden de zaal binnengeleid. “Voorkomen is beter dan genezen,” mompelde Reigor. Niemand lachte. En terecht. Een rimpelige appel zat hoog verheven op een rieten troon. Onderaan de verhoging waarop de leider van het fruit zich bevond stond een appel in een cape met een klein snorretje. Overduidelijk de grootvizier. Hij stampte een paar keer met zijn staf op de grond. “Orde, orde. De rechtszaak zal beginnen. Voor ons staan drie wezens, die beweren dat ze van een andere planeet komen. Dit is natuurlijk onmogelijk. Het staat geschreven in de geschriften dat God in de Grote Fruitmand in de lucht alle intelligente wezens geschapen heeft in zijn evenbeeld en dat er verder geen planeten zijn. Dit is het onweerlegbare bewijs dat deze wezens spionnen zijn van de peren, die goddeloze hersenloze wilden.” Om zijn woorden kracht bij te zetten prikte hij Retuow met zijn vinger. “Blijf met je gore poten van me af, jij verdomde smerige aap…pel. Aappel. Appel.” Kreten van verwondering en verbazing klonken door de zaal. “Het praat! “Alleen appelen kunnen praten!” “Hoe is dit mogelijk?” “Wat is een aappel?” “Orde, orde. Deze goedkope truc bewijst niets. Morgenochtend, voor het ochtendappèl, zullen ze worden opgehangen. En daarna zal de veile daad gewroken worden: eindelijk zal het complete perenras uitgeroeid worden! Onze oosterburen, het land Peren, zal dit voorjaar geannexeerd worden! Zo sprak onze leidster, Granny Htims tegen mij, Vizier Elstar. Hij hief zijn rechterhand op als groet. Zijn groet werd beantwoord: “Heil Elstar! Heil Elstar! Klop!” Ze werden naar de kerkers geleid.

 

Elleinad probeerde het nogmaals. Ze had haar mentale godenkrachten al aardig ontwikkelt voor ze op reis waren gegaan. Ze begon er spijt van te krijgen dat ze zich alleen gericht had op geestbeïnvloeding toen en niet op manipulatie van het fysieke. Deze fruitwezens waren zo anders dat ze geen grip had op hun gedachten. “Probeer Melliw nog eens te bereiken,” zei Retuow. Reigor knielde. “Nee, antwoordapparaat staat aan.” “Laat mij maar eens,” zei Elleinad. Ze sloot haar ogen. “Believe it or not, Melliw isn’t at home, please leave a-” ze verbrak de verbinding. Een appel naderde de cel. “Psst. Psst!” Schichtig keek hij om zich heen. “Ik ben Oemor. Jullie komen niet van de peren hè? Jullie verhaal was waar.” “Hoe wist je dat?” “Niet alle appels zijn zo orthodox als Elstar.” En hij vertelde hen de geschiedenis van de twee volken. Hoe Granny Htims vlak nadat ze tot leider gekozen was vermoord was door de grootvizier, die de macht overgenomen had en in haar naam zijn eigen racistische beleid uitvoerde. Dat hijzelf een beweging opgezet had om de regering omver te gooien. “Ik ben van plan om de twee rassen weer te herenigen. Te beginnen met het huwelijk tussen mij en Ailuj du Comice.” “Leuke huwelijksnacht: kruisbestuiving,” zei Reigor. “Morgen, vlak voor jullie executie, zal de fruit d’état plaatsvinden. En zal die filosofaster van een Elstar eindelijk zijn verdiende loon krijgen.” “Kunnen jullie dit niet vreedzaam oplossen? Een burgeroorlog… verschrikkelijk.” zei Retuow. “Nou ja, als jullie wat beters verzinnen kunnen: je hebt tot morgenochtend. Welterusten.”

 

Leor gooide een steentje tegen het slaapkamerraam van Oemor. Hij had het idee geopperd om Oemor en Ailuj mee te nemen op hun schip. Niet om op te eten, maar om hun leven en hun liefde te redden. Er kwam geen reactie. “Misschien moet je wat zwaarders gooien.” Stelde Ailuj voor. Leor pakte zijn zaklamp. Die deed het toch niet meer, er moest een nieuw peertje in. Hij  gooide de lamp door het raam. “Welk licht breekt door dat venster ginds?” klonk het van binnen. Ze maakten dat ze wegkwamen. Ze hijgden uit in nabijgelegen bosjes. “Oh Oemor, Oemor, waarom zijt gij Oemor? Loochen uw vader en verzaak uw naam!” “Voldongen verzaking: twee strafslagen.” Ardnas negeerde hem. “Wat zegt een naam?” vroeg ze. “Dat wat een roos heet, geurde als het een andre naam had even zoet.” “Een roos? Wat is een roos?” “Uhm, appelbloesem. Dat wat een appelbloesem heet, geurde als het een andre naam had even zoet.” “Niet als het stinkkruid heette. Of schurftplant.” Wierp Leor tegen. “Werp jij nou maar nergens meer wat tegen Leor, je hebt genoeg schade aangericht vanavond. We moeten trouwens gaan, we zijn te laat. Het wordt al ochtend, ik hoorde een leeuwerik fluiten.” zei Ardnas. “Wilt gij reeds gaan? Het is nog lang geen dag: het was de nachtegaal, en niet de leeuwerik, wiens stem zo schel uw bange oor indrong; op die granaatboom zingt hij elke nacht.” “Vreemd toch dat jullie hier geen rozen kennen maar wel leeuweriken en nachtegalen.” Er kwam iemand aan. Het was Oemor. “Mijn liefste, ik ben zo blij dat je er bent.” Morgenochtend worden drie vreemdelingen veroordeeld en daarna zal het leger jullie aanvallen. Tenminste, dat denkt Elstar. Hij weet niet dat wij een derde van het leger in handen hebben. Als jullie ons steunen, kunnen we overwinnen en zullen onze kinderen zonder angst kunnen leven.” “Drie vreemdelingen? Leken ze op ons?” “Ja, sprekend. Komen jullie uit dezelfde boom? Nou ja, jullie lijken allemaal op elkaar. Hoe dan ook, als jullie er morgenochtend niet zijn zullie jullie vrienden sterven.” Na een innige omhelzing slopen ze weg in de nacht.

 

Beide kanten gebruikten die nacht voor de laatste voorbereidingen. De kant van de appels voor de executie van Elleinad, Retuow en Reigor. Morgenochtend zouden hun levens veranderen. Morgenochtend zouden ze vermaakt worden. Een executie, wat een aanblik.

Morgenmorgen. Retuow ijsbeerde door de cel. “Ik moet wat verzinnen. Anders ziet het er naar uit dat we geen geluk meer hebben. Morgenochtend zijn we flink genaaid.” “Ik zou mijn laatste nacht met mijn vriendin wel anders gebruiken.” Zei Reigor. “Begin jij nou ook al?”

 

De peren bereidden een wanhopige poging om ze te bevrijden voor. Ardnas sprak ze bemoedigend toe: “Melliw lacht jullie deze dag toe. Het lot van een natie in jullie handen. En gezegend zijn de peren die met al onze dapperheid vechten, tot alleen de rechtvaardigen nog staan. Zie de vlammen in de verte, ze wenken in de nacht. Jullie vechten in onze naam voor wat we weten dat goed is. En wanneer ze jullie martelen, zul je niet de behoefte voelen weg te rennen, hoewel je sterft: La Resisd’avranche leeft voort.” Velen probeerden hierna te deserteren.

 

De zon kwam op. Ze werden naar het schavot geleid. Elleinad herkende Oemor in een van de bewakers. “Alles is klaar. Jullie lopen geen gevaar zolang jullie je maar uit de voeten maken als het vechten begint. Hij sneed de touwen door waarmee hun handen gebonden waren. 

Elstar maande de menigte tot stilte: “Deze dag betekent het einde van de verdeeldheid. De zwakkeren zullen vernietigd worden.” Een angstaanjagende strijdkreet overstemde zijn toespraak. Vanuit het bos kwamen de peren, geleid door Ardnas en Leor. Ze baanden zich een weg tot het schavot. Het vechten stond op het punt van uitbreken.

Ze stonden midden tussen de partijen in: het conventionele leger aan de ene kant, de rebellen en Resisd’avranche aan de andere. Retuow hief zijn handen op: “Stop! Zien jullie dan niet dat jullie hetzelfde zijn? Jullie groeien aan bomen, hebben steeltjes en het belangrijkste: jullie hebben allemaal pitten. Het gaat om het binnenste, niet om de vorm van je lijf.”  Reigor schoot in de lach. Retuow keek hem pissig aan. “Binnenpretje.” Zei Reigor. “Mag ik? Ben je klaar? Ja? Hij hief zijn handen weer op in een dramatische pose: “Jullie vete is nergens op gebaseerd! Ik had een droom! Al het fruit leefde in harmonie!” Hij nam Oemor en Ailuj ieder bij de hand. “Bouw aan die toekomst…samen.” En terwijl hij hun handen in elkaar legde steeg er een luid gejuich op uit de menigte. Als één stuk fruit gooiden ze hun wapens neer Ontroerd vielen ze elkaar in de armen, appels en peren, Retuow en Elleinad, Reigor en Ardnas, Leor en Elstar.

Vanuit de achterste geleden klonk een ijselijke kreet. “IK KOM NAAR DEZE VERDOMDE – hak- ROTPLANEET OM ETEN IN TE – klap - SLAAN EN DAN – Afgeslagen steeltje -  WORDEN MIJN COLLEGAS ONTVOERD EN DAN MOET IK DIE HELE –fontein van appelsap- ROTPLANEET DOOR OM – doorkliefd[doorkloven?] perenhoofd – ZE TE VINDEN. START SPREADING THE NEWS, I’M LEAVING TODAY! – Rondvliegende pitjes, klokhuizen, blaadjes en stukjes schil – THE LINE MUST BE DRAWN HERE! HIER BEN IK, VERSE GROENTEMAN, MET MIJN WORTELS EN MIJN SELDERIJ. AL DIE VERSE GROENTEN ZIJN HEEL ERG GOED VOOR MIJ. EN OOK VOOR JOU DUS EET ZE GAUW JE WORDT GEZOND IN PLAATS VAN ROND…” En terwijl hij met een krachtige zwaai van zijn bemachtigde bijl in een vloeiende beweging zowel Oemor en Ailuj, de laatste nog staande appel en peer,  bissectreerde, ontving hij een dolk in zijn voorhoofd. “Dat is omdat je ware liefde hebt verpest, klootzak.” zei Leor, die zijn dolk weer loswrikte uit het levenloze hoofd van Marb. “En omdat je het verschil tussen groenten en fruit niet weet. Ik zou niet kunnen leven in een wereld waar de vernietiging van ware liefde niet gewroken werd.” “Verbeter de wereld, begin bij jezelf,” mompelde Elleinad. “Nou ja, we hebben nu in ieder geval genoeg te eten voor een tijd. Deze verdelging is dus niet voor niets geweest. Begin deze fruitsalade maar vast te verzamelen, dan roep ik het schip wel op,” zei Reigor. Hij knielde en begon te bidden: “Melliw, als je zo ver bent, team A en B melden zich. Een somb’re vrede brengt ons deze morgen; de zon omfloerst van wee haar aangezicht; dit onderzoek eist nog mijn droeve zorgen, opdat ik streng, en toch genadig richt. Nooit trof het noodlot twee geliefden zo, als ’t Ailuj hier deed en haar Oemor. Maar goed, om een lang verhaal kort te maken: we hebben een hele lading fruit en een lang verhaal. Jullie nog wat meegemaakt, amen?” “We hebben meer meegemaakt dan je zou verwachten of geloven,” hoorde hij Melliw zeggen in zijn hoofd. “Maar dat vertel ik nog wel een andere keer. Maak je klaar voor transport, amen en sluiten.”

 

De vrachtruimte was volgeladen met fruit. Het zou vers blijven, daar zorgde Melliw wel voor. Ze konden hun zoektocht verder zetten. To infinity and beyond. We’re blasting trough the dawn. To another galaxy, won’t you come along with me to infinity and beyond?

 

Ze zette het scherm uit. Interessante ontwikkelingen. Hoe zou Mot reageren als hij ontdekte dat er alleen maar fruit te eten was? Wat speelde er nou eigenlijk tussen Elleinad en Melliw? Wat speelde er nou eigenlijk tussen Elleinad en Ardnas? Wat speelde er nou eigenlijk tussen Elleinad en Leor? Wat deed Reigor er eigenlijk bij? Ze zou het in de gaten houden. Iedereen was anders, anders dan ze verwachtte. Maar in de volgende aflevering volgt toch echt de afrekening, hield ze zichzelf voor. Nou ja, misschien in de aflevering daarna. Maar wel snel. Echt waar.

Hosted by www.Geocities.ws

1