Sprookje – Deep Tragic Nine

 

Episode 15: Leor et Emergo

Leor vloog in zijn shuttle door de ruimte. Van hieruit gezien leek alles anders. Tijd boog zich, de ruimte is eindeloos. Het deed wat met je ego. Hij voelde zich klein. Maar goed, hij was dan ook een dwerg. De U.S.S. Jor-N, zijn scheepje. Hij had de U.S.S. Reed-X verlaten vlak voordat ze opgeblazen werd. Het was de bedoeling geweest dat hij Elleinad, Retuow en Reigor van de oppervlakte van de waterplaneet ging ophalen maar er was iets tussengekomen: een langwerpig roze schip. Hij wilde het woord niet in zijn mond nemen, maar het schip leek een beetje op een penis. En de bestuurder van dat schip had naar hem geknipoogd. Een knipoog mag je nooit onbeantwoord laten, vond Leor, en hij was erachteraan gevlogen. Zij op de planeet, Reigor, dingetje en hoe-heet-ze-ook-al-weer zouden zich vast wel redden zonder hem. Dit was even belangrijker. Het spel was begonnen. Het schip bleef hem steeds voor, nooit zo ver dat hij de moed op zou geven en om zou draaien, maar wel net buiten zijn bereik. Dat mocht hij wel. Ze vlogen uren, dagenlang leek het. Op maximale snelheid. Geen slaap nodig. Geen eten nodig. Alleen de jacht. Hij zag op zijn sensors dat ze een planeet naderden. Het roze schip nam af in vaart, tot hij bijna naast haar kwam. Toen ging ze de dampkring binnen. Leor vloog erachteraan.

Elleinad was ziedend. En terecht. Ten eerste was ze verraden door Retuow: hij had haar alleen achtergelaten op het strand. Ten tweede… nee, dat was al reden genoeg eigenlijk. Maar ze kon zich niet ten volste richten op haar woede. Ze had namelijk het gevoel dat ze in de laatste paar uren een aantal déjà vu’s gehad had. Déjà vu’s van dingen die niet gebeurd waren. Als ze haar Halfgodenkrachten beter getraind had kon ze er misschien wijs uit. Maar ja, je weet hoe dat gaat. De geest is gewillig, het vlees lui. Ze had moeite zich alles te herinneren. Wie was toch de Renrew Nessnaj? En had ze nou met Melliw of met Ardnas de eerste wacht gehouden bij de kloonmachine, lang geleden? Of allebei? Ze werd er knettergek van. Melliw had haar natuurlijk wel een beetje onderwezen in de Godenkrachten, ze had van hem geleerd dat haar brein openstond voor de hersengolven van anderen. Maar het leek nu alsof ze de hersengolven van zichzelf ontving. Een andere zelf. Een zelf die met Melliw samenwoonde. Maar dan had ze toch geen reden om boos te zijn op Retuow? Ze had hem gedood met die ijzeren staaf, toen bleek dat hij hen allemaal verraden had aan Rehtse. Nee, hij had alleen haar verraden, door weg te lopen toen hij hoorde dat ze Ardnas gedood had… met een ijzeren staaf…toch? Enige uitleg is misschien op zijn plaats. Elleinad wist niet dat Retuow geprobeerd had om het verleden te veranderen met de tijdmachine. Normale mensen zouden hier niets van gemerkt hebben, maar Elleinad was bijzonder. Daarom had ze nu haar eigen herinneringen én die van de Elleinad in de realiteit die Retuow geschapen had met zijn tijdsgemanipuleer. Kan je het nog volgen? Als er vragen zijn dan hoor ik het wel. Terug naar het plot.

Ze kreeg een migraineaanval, hield haar palmen tegen haar slapen en schreeuwde. Dat hielp niet zo veel. Dat was trouwens nog niet eens het ergste: de herinneringen van Melliw, ver weggestopt in een ongebruikt hoekje van haar hersenen, waren ook wakker geworden door het ongewenste bezoek van ‘die andere Elleinad’. Ze schreeuwde nogmaals. Harder. Langer. Met meer effect. Haar ogen werden glazig. "Dat is… beter."

Het was een minder zachte landing geworden dan Leor had gehoopt. Dat kreeg je ervan als je niet volautomatisch ging, in de handen van computers. Hij was de controle over het roer kwijtgeraakt en midden in een meer gestort. Ok, geen paniek. Snel pakte hij wat handige snufjes in. Hij keek op de kalender. Nee, dat kon niet kloppen. 11-25-3978, indeed! Hij sprong in het water. Bijna verdronk hij, tot hij zich herinnerde dat hij moest zwemmen. Hij worstelde en kwam boven. Hij kroop aan land uit de zoute zee en slaakte een diepe zilte zucht, terwijl de U.S.S. Jor-N in de achtergrond ten onder ging. Hij ging op zijn rug liggen. Hijgend rustte hij uit in de warme zon. Hij zou het land hier dadelijk eens gaan verkennen. En dan… en dan wild en onverdroten zijn gang gaan tot hij zat en voldaan was. Maar eerst slapen.

De chaos in haar hoofd was een beetje afgenomen. Haar eigen persoonlijkheid, die vreemde herinneringen van ‘die andere Elleinad’ en het geheugen van Melliw hadden zich gesplitst, alsof er drie personen in haar hoofd zaten. Een vreemd gevoel. "Computer, scan de omgeving. Zeer waarschijnlijk zul je merken dat hier recentelijk een groot schip geweest is. Bepaal diens koers en volg het. Maximale snelheid." Ze wist dat Ekeneim hier geweest was en dat zij de Reed-X vernietigd had. Dat zou ze wreken. Ze wist niet helemaal zeker van wie het idee gekomen was, maar ze had toch niets beters te doen. De computer kon vast wel haar locatie bepalen. Piep-Piep. "Er zijn in de afgelopen uren twee grote schepen geweest. Welke wilt u volgen?" zei de computer. "Surprise me." Zei ze. De computer maakte een keus.

Leor werd weer wakker. Hij had honger. Hij had genoeg noodrantsoenen voor drie dagen bij zich. Misschien moest hij maar eens wat te eten gaan zoeken voor daarna. Maar welke kant op? Hij zag alleen maar woestijn, dorheid, bergen in de verte. Geen teken van beschaving. Boven het vlakke land trilde stil de warme lucht. Hij plantte een vlaggetje, zodat iedereen wist dat deze planeet voortaan van hem was. Hij koos willekeurig een richting uit en begon te lopen. Het onweerde. Geen regen. Wat een duffe planeet.

De computer piepte. Piep-piep. Zie je wel? Een visueel geluidseffect doet altijd wonderen. Elleinad deed haar ogen open. "We zijn bij het schip aangekomen. Wilt u een boodschap naar ze zenden?" "Ja. Open een kanaal." Ze zou Ekeneim tien seconden geven om haar schip te ontruimen en dan alles vernietigen. Tot haar verbazing verscheen niet Ekeneim maar een andere vrouw op het scherm. De vrouw keek haar minachtend aan: "Wie ben jij en waarom val je Thiduj, plaatsvervangend Emperess of the Galaxy lastig?"

Hij liep nou al heel lang. Echt heel erg lang. Dat wist hij, want hij was al dat lopen al flink zat onderhand. Hij was moe van het lopen en het lopen flink moe. Maar ja, nog steeds geen teken van beschaving. Dus liep hij verder. Werd hij… werd hij nou gevolgd? Hij meende iets te horen, ho- ho- ho- hoog in de bergen. Misschien woonde daar wel een slavin. Maar elke keer dat hij keek, zag hij niets. Tot hij op een gegeven moment in de verte wat zag staan. Levende wezens! Hij rende er op af. Tot zijn teleurstelling waren het slechts X-vormige vogelverschrikkers. Teleurgesteld trapte hij er tegen. Hielp niets. Had hij kunnen weten, if he only had a brain. Hij draaide zich om. De verschrikkers markeerden het einde van de woestijn, en het begin van echte natuur! Bomen, watervallen, een meer! Verrukt trok hij zijn kleren uit en sprong in het water. Mmm, verfrissend. Hij spoelde al het stof en zand van zich af. Heerlijk. Al was hij meer een douchepersoon eigenlijk. Opeens hoorde hij gekraak in de bosjes. Hij wreef het water uit zijn ogen en keek naar zijn kleren. Mensen! En ze namen zijn kleren mee! Zo snel hij kon zwom hij op ze af. Maar toen hij bij de kant kwam waren ze natuurlijk al lang weg.

Elleinad herstelde zich van haar verbazing. "Ik had verwacht Ekeneim te zien. Waar is zij?" "Ekeneim? Nooit van gehoord. Kan het zijn dat je Rehtse bedoelt? Dat is de kapitein van ons schip. Of liever gezegd, was de kapitein van ons schip. Ze is spoorloos verdwenen. Ik ben waarnemend Emperess totdat we onze leidster terugvinden. Of voldoende zeker weten dat ze dood is." Elleinad had niet naar haar geluisterd, maar geprobeerd een manier te vinden om Ekeneim te lokaliseren. Maar toen ze hoorde dat deze mensen geen leidster meer hadden spitsten haar oren zich. "Jullie hebben geen leider? Jullie dolen doelloos door het universum?" "Nee, ik ben zolang de plaatsvervangend leidster. Dat heb ik duidelijk gezegd net hoor." Zei Htiduj. "Laat mij aan boord. Ik zal jullie leiden naar een glorieuze toekomst." Daar had Htiduj helemaal geen behoefte aan. Ze zou een halfslachtige poging doen om Rehtse te vinden, voor de vorm. Natuurlijk zou dit op niets uitlopen, er zou een rouwdienst komen en daarna werd zij gekroond tot Evil Emperess of the Galaxy. Eindelijk. Maar er was iets in de stem van die blonde vrouw waar ze geen weerstand aan kon bieden. Ze gaf het bevel om de schilden te laten zakken en Elleinad binnen te laten.

"Potvolkoffie, potjandorie, welverdraaid!" vloekte Leor. Nou ja, vloekte. Zijn kleren waren gejat. Daar stond hij dan te wapperen in de wind. Misschien moest hij maar achter de dieven aangaan. Ja, dat was een goed idee, dat zou hij doen. Stel niet uit tot morgen wat je vandaag kan doen, dacht hij, en rende achter ze aan. Ze waren langzaam, maar af en toe moest Leor een omweg nemen omdat hij niet door de hoge brandnetels wilde lopen. Daardoor haalde hij ze steeds net niet in. Een van hen liet zijn onderbroek vallen. Leor pakte hem en deed hem snel aan. Zo, dat is alweer een prettiger mental image. Hij rende verder. Hij kwam een hoek om en zag waar de dieven op weg naartoe geweest waren: hun stam. De leden van de stam waren zijn spullen aan het plunderen, zijn kleren werden verdeeld. Mmm, ze waren wel met veel. Ach, zo erg was het ook niet dat ze zijn kleren gestolen hadden. Eigenlijk hadden ze hem er een plezier mee gedaan. Eigenlijk. Want zo koud was het ook weer niet. En in zijn blote bast zou hij vast zonder veel moeite een van de vrouwelijke inboorlingen het bed in geluld krijgen. Letterlijk. Maar wacht eens, hij had nog geen vrouw gezien daar. Nou ja, die zaten vast allemaal binnen. Te koken en te breien. Ja, dat zal het zijn. Hij ging het primitieve dorpje binnen. De holenmens die op de uitkijk stond begon te schreeuwen en te wijzen. "Ach, hij is vast bang voor me." Dacht Leor. "Wel vreemd dat hij dan naar de andere kant van het dorp wijst en niet naar mij. Ach ja, primitieven hè. Die weten niet beter." Hij ging alle huisjes een voor een binnen, op zoek naar vrouwen. Hij zag daarom niet waar de uitkijk eigenlijk naar wees. Vanuit het hoge gras aan de noordkant van het dorp staken stokken omhoog. Het dorp werd aangevallen! He! Iemand slaat soms onverwacht maar zeker op de vlucht.

Htiduj gaf Elleinad een rondleiding op het schip. Ze had eigenlijk wel wat beters te doen, the galaxy doesn’t rule itself, maar toen Elleinad het vroeg kon ze weer geen nee zeggen. Het was alsof ze met drie stemmen tegelijk sprak. En al die stemmen duldden geen tegenspraak. "Ik zal u nu de machinekamer laten zien." Zei ze. Elleinad knikte en zweeg. Van dat zwijgen werd ze misschien nog wel nerveuzer dan van die stem. Ze zag hoe Elleinad alles in zich opnam, calculerend. Dit kon nog wel eens gevaarlijk worden. In de machinekamer liepen kortgeschoren ingenieurs heen en weer in hun overalls. "Aha, hier hebben jullie de mannen verstopt." Zei Elleinad. Htiduj glimlachte. "Nee, dat zijn ook vrouwen. Onze maatschappij is opgedeeld in drie klassen: de laagste bestaat uit de vrouwen die geen lang haar kunnen laten groeien en alleen overalls willen dragen. Zij krijgen de rotklusjes, technische dingen, beveiliging en dergelijke. De middenklasse bestaat uit de gemiddelde vrouw. De heersende klasse zijn de knappe vrouwen, zoals jij en ik." Elleinad keek haar doordringend aan. "U en ik. U." verbeterde ze zichzelf. "Dat is de orde der dingen." "Dus op jullie planeet zijn helemaal geen mannen?" Als lid van de heersende klasse was Htiduj een van de weinigen die wist hoe het werkelijk zat. Ze had gezworen om dit geheim nooit te onthullen en zeker niet aan een buitenstaander. Maar ze kon niet liegen tegen die kille ogen. "Er zijn hier inderdaad geen mannen." Dat klopte tenminste, al was het geen antwoord op haar vraag geweest. Ze keek even snel naar Elleinad, of die het gemerkt had. Zij leek het drukker te hebben met iets anders. Haar hoofd ging heen en weer, alsof ze overleg voerde met zichzelf. Een maatschappij zonder mannen… Elleinad dacht erover na. Het deel van zichzelf dat naar haar mening verraden was door Retuow vond het geweldig. Melliws geheugen vond het ook prima, hij keek zijn ogen uit. En het deel dat met Melliw getrouwd was in de realiteit die door Retuow gecreëerd was, vond alles goed. Zij was dichter bij Melliw dan ooit en dus gelukkig. Er was consensus. "We hebben besloten. Wij zullen hier blijven en de taak van Emperess of the Galaxy op ons nemen." Zei ze. "Maar… maar ik dan?" stamelde Htiduj. "Jij zal je huidige functie behouden. Leid me naar het kantoor van jullie vorige leider." Ze gehoorzaamde, maar absoluut niet van harte. In haar hoofd begon ze met de plannen voor een coup. Ze had niet voor niets zo hard gewerkt. Al toen Rehtse en zij samen op het Suhthci-college -de Evil Emperess-school- zaten was het duidelijk dat ze voor grote dingen bestemd waren. Iedereen had verwacht dat zij Emperess zou worden. Zij had immers rijke ouders, een geprivilegieerde achtergrond, als dat een woord was tenminste. Maar Rehtse had haar toch verslagen. Zij had een aangeboren wreedheid, een nietsontziendheid waar zij zelf alleen maar van kon dromen. En toch was het een verrassing geweest toen de eer van het zijn van slechte heerseres over de melkweg aan haar neus voorbijging. Zij kreeg de grootste vernedering toegewezen: Vice-Emperess. In het begin had ze nog geprobeerd om haar te doden, maar dit was telkens mislukt. Rehtse kende al haar trucjes. Niet zo verwonderlijk, ze hadden ze samen geleerd op school. Maar wacht eens… deze indringster kende ze natuurlijk niet. Ze wreef in haar handen en stiet een maniakaal lachje uit. Die had ze ook geleerd op de Evil Emperess-school. Het was haar favoriete les geweest, na borduren dan.

Leor kwam teleurgesteld het laatste huisje uit. Ook daar was geen vrouw te bekennen. Dat had hij weer hè: planeten zat waar alleen maar vrouwen woonde en hij moest weer neerstorten op een planeet vol mannen. Nou ja, hij moest het er maar mee doen. Hij werd bijna omvergelopen door een van die holenmensen. Toen werd hij van de sokken gereden door een paard met ruiter. Best knap aangezien zijn sokken net gestolen waren. Het paard draaide om en Leor stond op. Hij wilde de ruiter net gaan uitkafferen toen hij zag dat het een vrouw was! Het water liep hem in de mond. Hij deed een dansje van plezier. "Pas op, hij lijkt me gevaarlijk!" zei een andere amazone. "Hij zal wel hondsdolheid hebben." Leor lachte. "Wat een afschuwelijk geluid! Hij moet wel ziek zijn. Verlos hem uit zijn lijden." Zei weer een ander. Leor hief zijn handen op en liep op haar af om uit te leggen hoe het zat. "He’s coming right for us!" De vrouwen legden aan en schoten. Hij werd duizelig en viel. Hij ving nog een paar flarden op van conversaties. "…leeft nog geloof…" "..mee voor hersenonderzoek. Ze kunnen…" "..minderwaardig schepsel ons kan leren over onszelf…" Hij verloor bewustzijn.

Hij werd wakker in een kooi. "AU!" Wilde hij zeggen, maar hij kreeg zijn mond niet open. Een vrouw in een operatiejas liep op hem af. "Ah, je bent wakker. Je bent in je kaak geschoten door de jagers. Ik heb je weer hersteld, want ik ben de beste kaakchirurg en dierenarts die er is. Je kan alleen een tijdje je mond niet opendoen. Ik heet Yllen trouwens. Niet dat jou dat wat zegt, jij kan immers niet praten. Geen enkele man kan praten. Maar goed, we zullen jou ook maar een naam geven. Dat maakt het wat informeler, nietwaar? Wat dacht je van Bright- Nee wacht, Foureyes. Dat is het, Foureyes." Er kwamen een paar kortharige vrouwen in overalls binnen. "Ah, het is badtijd zie ik. Deze dames zullen je eens goed wassen. Dat is ook hard nodig, nietwaar?" Zei Yllen snuivend. Ha, gewast worden door een paar vrouwen, al hadden ze nog zo’n kort haar, dat was altijd al een fantasie van Leor geweest. "Daarna zullen we eens kijken of je geschikt bent voor voortplanting, of dat je ontleed zal worden" Ze sprak de waspotten toe: "Neeltje, Jans, [de waspotten heetten Neeltje en Jans] niet te veel water verspillen, goed? Os ben zuunig." Ze draaiden de kraan open en spoten Leor en de andere mannen met een brandslang af. "Het is een gekkenhuis! Een gekkenhuis!" dacht Leor. "Douchen, midden op de dag! Een gekkenhuis!"

Elleinad keek de logboeken van Rehtse door, haar levensverhaal. Nadat ze tot Evil Emperess of Dnaleez was verkozen, waren haar ambities nog niet voldoende uitgeput. Ze had aspiraties tot iets groters: Evil Emperess of the Galaxy. Nu waren de bewoners van Dnaleez een vreedzaam volkje, logisch, want er woonden alleen vrouwen daar, en zij hadden helemaal geen behoefte aan dominantie over de hele melkweg. Rehtse had echter aangedrongen en ze hadden een hypermodern schip voor haar gebouwd. "Bla bla bla" zei de stem van ‘de andere’ Elleinad in haar hoofd. "Dit is saai. Hebben we nou nog niets kunnen vinden waarmee we Melliw terugkrijgen?" "Ja," zei de stem van Melliw in haar hoofd, "Ik vind het hier reuze gezellig hoor, maar ik zou graag weer mijn eigen lichaam terughebben. We zijn nu dan wel één van lichaam maar ik word liever één van lichaam met twee lichamen, als je begrijpt wat ik bedoel. Nudge nudge, wink wink." "Dat is ons doel helemaal niet! Ik wil verder met mijn leven, weg van al die gekkigheid die Melliw en zijn kornuiten met zich meebrengen. Sinds ik hem ken heb ik alleen maar verdriet gehad. Oh, het verdriet was gehuld in een verleidelijk sausje van liefde en warmte, maar nu realiseer ik me dat ik het te zwaar heb gehad sinds ik hem ken." "Ok, dus je wilt me ook kwijt uit je hoofd. Dat is makkelijk te realiseren, je hoeft alleen mijn nieuwe ik te zoeken en hem vragen of hij mij weer uit je hoofd wilt halen." "En ik dan?" vroeg de andere Elleinad. "Ik wil hier niet alleen met haar achterblijven, ze is veel te saai." "Dan neem ik je wel mee en dan kan Elleinad eindelijk de rust krijgen die ze zoekt. Deal?" "Deal. Ik moet me even concentreren nu, dus als jullie je even stil kunnen houden?" De stemmen van de andere Elleinad en Melliw zwegen in haar hoofd. Eindelijk rust. Ze kreunde. "En als je even mijn hand daar wil weghalen?" "Sorry." Zei Melliw. Ze trok aan een touw, de gong ging. Htiduj kwam binnen. "You rang?" vroeg ze bitter. "Deze logboeken zijn onduidelijk. Vertel me meer over jullie wereld." "Onze wereld? Geen dierder plek voor ons op aard, geen oord ter wereld meer ons waard. Tuin en bos lacht ons daar toe. En veld, veld lacht ons ook toe." "Ja ja, dat geloof ik allemaal wel. Vertel me over jullie samenleving, jullie cultuur." "Oké, waar te beginnen? We zijn altijd een vreedzaam volk geweest, nooit had iemand behoefte aan dominantie over de hele melkweg gehad voor Rehtse aan de macht kwam. Zij liet een hypermodern schip bouwen om vreemde nieuwe werelden te verkennen. Om nieuwe levensvormen en beschavingen op te zoeken. Om dapper te gaan waar geen vrouw ooit gegaan was! Met de bedoeling om orde naar chaos te brengen, natuurlijk." Ze ging zitten. "Maar ik loop op de zaken vooruit. Laat ik aan het begin beginnen. Want in tegenstelling tot wat ik eerder heb beweerd, zijn er wel degelijk mannen op onze planeet. Logisch, hoe kunnen we ons anders voortplanten? Eeuwen geleden sloeg er een komeet in. Dit leidde tot allerlei verschrikkelijke natuurrampen, overstromingen en zo. Maar dat was niet alles: hierdoor evolueerden alle vrouwen, we werden intelligenter, slimmer, beter. Op de mannen had dit het tegenovergestelde effect: ze werden wilder, agressiever, dommer. Onder leiding van Nehalennia, onze Godin, versloegen wij de mannen en dreven ze terug de wildernis in. Sindsdien vangen we enkele mannen per jaar, waarvan de slimsten voor voortplantingsdoeleinden gebruikt worden." "Geen gek idee. Want waar zijn mannen nog voor nodig, behalve voor het voortbestaan van de soort?"

Leor zat rillend in zijn kooi. Op een ander moment had hij al dat leer, die boeien, die kettingen misschien opwindend gevonden, maar nu maakte hij zich te veel zorgen om daarop te letten. Hij moest zien te ontsnappen, want hij wist zeker dat ze hem niet goed genoeg zouden achten voor voortplanting. Bovendien vond hij het een mooi streven om geen seks voor het huwelijk te hebben. Hij leefde er niet naar natuurlijk, hij zou wel gek zijn, maar vond het wel een mooi streven. He, nou moest hij toch nog aan seks denken terwijl hij eigenlijk een ontsnappingsplan verzinnen moest. Praatjes vullen geen gaatjes! Verdorie, deed hij het weer! Misschien kon hij de tralies wel openbeuken. Hij probeerde het. Goed, niet dus. Nou ja, met een gebroken schouder was het vast makkelijker ontsnappen. Hij hoorde gelach naast zich. Hij merkte nu pas dat hij niet alleen was in de kooi. Een blondachtige blauwogige bodybuilder zat bij hem in zijn kooi. Hoe kon hij daar nou overheen kijken? Deze zou zeker geselecteerd worden voor voortplanting, de mazzelaar. Hij wenkte hem. In zijn gedachten noemde hij hem maar even Miles, dan hoefde hij niet steeds ‘hij’ te denken. Miles wenkte hem. Hij graaide onder zijn lendendoek. Leor slikte. Hij had verhalen gehoord over hoe het er in gevangenissen aan toe ging… hij liet zijn zeepje vallen. Lekker laten liggen, dacht hij. Tot zijn verbazing en eerlijk gezegd lichte teleurstelling trok Miles een sleutel uit zijn broekje. Ah, een ontsnappingsmiddel! Miles was dus meer een moraal- dan bruinridder. Hij griste de sleutel uit Miles’ handen , opende de deur en sprong erdoor. Snel sloot hij de deur weer, deed hem op slot en slikte de sleutel door. Miles stond teleurgesteld te kijken. "Geloof me, ik heb je een plezier gedaan," fluisterde Leor. Zijn kaak was al een beetje meer genezen. "Jou staat voortplanting te wachten waar ik alleen nog maar van gedroomd heb!" Als dank wierp hij hem het hompje brood toe dat ze gekregen hadden. Dat verdiende hij wel, met zo’n lichaam. Hij stormde de kamer uit. Een sirene klonk. Alarmfase twee was hier nauwelijks nog berucht, maar toch wemelde het in een mum van tijd van de bewakers.

"Maar ga verder." "Niet veel mensen weten dat ik dit weet, maar er was een reden dat Rehtse weg van de planeet wilde. Net als alle vrouwen was ze eigenlijk heel bang voor het onbekende en voor de ruimte," -Elleinad knikte, dat kende ze heel goed- "maar ze wilde weg vanwege een man. De." "Dé man?" "Nee, De. Niwde. De precieze details ken ik niet, maar ze werd verliefd op deze man Niwde. Het mocht niet zo zijn en uit frustratie en schaamte vluchtte ze weg." "Weer die mannen." Verzuchtte Elleinad. "Zeg, daar neem ik aanstoot aan!" zei Melliw in haar hoofd. Ze gaf hem weer even de controle over haar hand. Hij vermaakte zich wel even, al had ze wat meer moeite om zich op de woorden van Htiduj te concentreren nu.

Leor verschool zich in een hutje. Een groepje soldaten [hij wist dat het soldaten waren want ze hadden heel kort haar] marcheerde voorbij. Hij had honger, onbewust zin gekregen in een mosselfeest of zoiets. Maar hij kon nog steeds niet echt praten en dus van eten slechts zwijgen. Tjonge wat had hij honger zeg. Het was niet zo handig geweest om zijn brood aan Miles te geven. Hij glipte weer naar buiten. Daar was een broodstalletje. Hij glipte erheen en klom op het dak ervan. Hij wist ongezien een van die lekkere bruine broodjes te bemachtigen. Het zag er een beetje uit als een drol eigenlijk. Nou ja, het smaakte redelijk. Hij had in ieder geval geen cent te veel betaald. En hij had wel ergere dingen in zijn mond gehad. Zijn oog viel op twee kindjes, die watertandend naar de bolussen keek. Hij wierp hen de restjes toe uit edelmoedigheid. Toen ze hem zagen, ongeschoren en duidelijk geen vrouw, begonnen ze te gillen. "Ik waarschuw jullie, zwijg!" fluisterde hij. Maar ze hoorde hem niet door zijn zachte stem. Hij waarschuwde niet meer en kwam van dat dak af. In paniek zocht hij naar een geschikte gijzelaar. Daar liep een knappe vrouw. Hij sprintte er op af en greep haar vast. "Blijf met je gore poten van me af, jij verdomde smerige aap!" gilde ze. "Nee!" schreeuwde hij. Zijn stem was weer teruggekeerd. Iedereen staarde hem verbijsterd aan, ze hadden nog nooit een pratende man gezien. "Iedereen achteruit, of ik vermoord haar!" Riep Leor. "En dat is geen bløf!"

Hosted by www.Geocities.ws

1