Sprookje – Deep Tragic Nine
Episode 14: Vossan Nav Melliw
Ze staarden naar het scherm.
"Dat is… dat is onmogelijk," zei Retep, "Kijk nou, kijk!"
"Onmogelijk, onogelijk, je hebt geen ongelijk."
De mensen daar die praatten niet normaal, maar met gezang
Ze dansten er dan wel bij maar ze waren duidelijk bang.
"Het lijkt erop,"
zei Sacul, "dat onze vrienden zijn belandOp een planeet vol rijmerij, noem het ‘musicalland.’
Al is die niet zo vrolijk meer, alles lijkt verrot
Tot op het bot."
Melliw keek eens rond. De goede wereld was dit niet.
Dat wist hij, ja dat voelde hij, het deed hem veel verdriet.
Want hij verlangde naar een eigen huis, een vrouw, een kind
En dat is iets wat je slechts in je eigen wereld vind.
Er hing op deze wereld sowieso een nare sfeer
Maar er was nog iets, namelijk dat zijn geheugen zat
In het hoofd van een vriendin, i.e. halfgod Elleinad.
Achter hem hoorde hij Rehtse luidruchtig braken.
Zijn lieveling, zijn alles. Voor haar gezondheid moest hij waken.
Hij draaide om en keek lieflijk op haar neer.
"Cara mia toch, wat scheelt je? Wat is er allemaal?
De sprong heeft een effect gehad, soms, op je darmkanaal?"
"Nee, Melliw-lief, ik denk het niet, maar maak je toch geen zorgen.
Ik ben wel vaker misselijk, alleen maar in de morgen.
Na die eerste nacht met jou werd ik het voor het eerst.
Het gaat vanzelf wel over als je met mij samen heerst
Over de hele Galaxy, als we thuis zijn, zeg daarom
Of we daar nu zijn dan. Heb je soms een zure bom?"
"Die heb ik niet, helaas moet ik je nogmaals teleurstellen
Door ook nog aan je dat we nog niet thuis zijn te vertellen."
"Helaas. Maar horen jullie niet dat jullie zijn aan ’t rijmen?
Het is heel mooi hoor en dat zeg ik echt niet om te slijmen,
Maar stop die energie toch in iets nuttigers, lijkt mij
Ik noem maar iets zoals het zoeken naar een batterij."
Rehtse keek eens rond.
Ook zij moest concluderen dat ze
Erg slecht terecht waren gekomen:
Land van nachtmerries, angstdromen
Irritante muziek op de rand van het gehoor
Stomme rijmpjes uit ieder zijn mond.
Grappig, ze had zin in rare dingen
Eten, drop met kerrie, of een matze
Stom, dat at ze anders nooit
Cholera, tyfus, ze barstte bijna uit haar kleren
Haar heupen moest ze maar eens retoucheren
In de laatste dagen was ze zwaarder geworden dan ooit
Fraai zag ze er nog steeds wel uit hoor.
Toch was ze niet er niet blij mee. En nu ging Prins Mot ook nog zingen:
"Maar Ecyoj, jij doet het nu toch ook! Of zit je me te fucken?
Ik zal proberen of ik het misschien negeren kan.
Ja, zie je wel, ik kan het, ik ben dan ook een echte man.
Met mijn hersencapaciteit wist ik dat het zou lukken."
"Nee Mot." Zei Melliw. "Het rijmschema lijkt wel adaptief"
Rehtse kreunde, viel.
"Wat is er toch, mijn hartendief?"Hij knielde aan haar zijde, nam haar handen in de zijne.
Ze schreeuwde van de pijn, hoe kon hij die laten verdwijnen?
Net toen Melliw dacht:
"Mij God, zo kan dit toch niet langer!"Zwol haar buik gigantisch op. Rehtse was dus zwanger.
Melliw was erg vruchtbaar dus ’t is logisch:
Ze werd bevrucht toen hij haar in die nacht lang had verwend.
De draagtijd van een god en mens-hybride
Is korter dan die van een mens, da’s algemeen bekend.
Het zou niet lang meer duren eerdat Rehtse moest gaan baren
Mot en Ecyoj gingen batterijen gaan vergaren
Melliw zong een lied voor haar in zijn prettige tenor
Hij noemde het Le Capitan, Part Four.
We weten allebei dat het ooit zal gebeuren
Ik hoor bij jou, jij hoort bij mij, we zijn geschapen voor elkaar
Geen van ons beiden neemt ooit het initiatief
Maar als we eindelijk gevoelens durven tonen
Neem ik die historie voor lief
En schreeuw ik van de daken: Ik, ik houd van haar.
[Toew-toew]
Zij houdt van mij, ik houd van haar
Ideaal zijn we voor elkaar
Maar het kan nog even duren,
Was het alvast zover maar.
Ik weet niet wat jou tegenhoudt, maar kan wel raden
Waarom je openlijk je liefde niet betuigt is niet zo raar
Want als je net uit een relatie komt, als jij,
Dan spring je niet direct zo snel weer in het diepe
Maar kijk je ’t liever even aan
Voordat je weer in ’t koude water durft te gaan
[Toew-toew]
Zij houdt van mij, ik houd van haar
Ideaal zijn we voor elkaar
Maar het kan nog even duren,
Was het alvast zover maar.
En wat mijzelf betreft kan ik alleen maar zeggen
Dat ik nog altijd niet goed weet of ik gelijk heb over dit
Misschien denk jij helemaal niet zo over mij
Door niets te vragen kan ik nog even blijven dromen
Want zoals jij is er geen een.
Geef mij een teken, dan ben ik niet meer alleen
[Toew-toew]
Zij houdt van mij, ik houd van haar
Ik vraag het haar morgen maar
Anders zal het me bezuren
Morgen is de dag dan daar.
Morgen is de dag dan daar.
Om Rehtse te kalmeren zong hij nog een lied voor haar
Over liefde en onzekerheid, vooruit nou, lees het maar:
Al zolang ik me kan herinneren
Heb ik niemand echt nodig gehad
Maar de laatste tijd voelde ik me alleen
En ik miste iets, ik weet nu wat:
’t Was de liefde, het klinkt wat oubollig
Maar ik miste de kus van een vrouw,
Mis de geur, mis de smaak, het gevoel nog het meest
Toen ik jou zag wist ik: ik mis jou!
‘k Wil je zeggen dat ik van je hou,
Ik wil zeggen dat ik niet zonder je kan,
Uit mijn ziel verdrijf jij steeds de kou
Ik kijk steeds naar je uit, en als ik je zie dan
Springt mijn hart op, ik glimlach; ik voel mij compleet…
‘k wil het zeggen opdat je het weet.
Toch kom ik er niet toe het te zeggen
Ik neem me het elke keer voor
‘Nu zal ik het echt doen, ik zweer het’
Maar wanneer ik je zie gaat het niet door.
Want wat nu als je me afwijst?
Gaat dan onze vriendschap eraan?
Ik riskeer het dus niet, want stel je eens voor
Dat jij mij daarna niet meer ziet staan?
‘k Wil je zeggen dat ik van je hou
Laten weten dat jij het gat in mij vult
Jij, mijn troefkaart, de aas in mijn mouw
Die mijn leven weer zin geeft, met liefde vervult
Maar weer durf ik het niet,
En zo gaat het maar door
Eindeloos, hopeloos tot ik van jou zelf hoor
Dat jij wel wat meer in mij ziet.
Tot die tijd leef ik met mijn verdriet.
Rehtse was hierdoor tot tranen geroerd
Zoiets moois had ze nog nooit gehoord
Ze was tot in hogere sferen vervoerd
Maar werd ruw weggerukt uit dit oord
Want de weeën begonnen, ze kreunde en steunde
Om haar hiervan meer af te leiden
Zong Melliw nu nogmaals een liedje voor haar
Om haar van die pijn te bevrijden.
Ditmaal kwam de tekst echt recht uit zijn hart
Het ging over hun tweeën samen
In tegenstelling tot de vorige nummers
Waar and’re dingen naar ’t oppervlak kwamen.
Toen ik je voor het eerste zag
Rehtse, hield ik van jou
Oh ik wist het gewoon: je wordt
Uiteindelijk mijn vrouw.
Want jij maakt mij gelukkig
Met jou ben ik compleet
En al zeg ik dat niet vaak genoeg
Toch weet ik dat je ’t weet
Met de komst van ons eerste kind -
En daarna vast nog anderen-
Er zal dan niets hetzelfde zijn,
Soms moet er wat veranderen.
Toch blijft er iets hetzelfde
Hoor, dan vertel ik wat:
En dat is mijn gevoel voor jou
Rehtse, mijn liefste schat
Vanaf het eerste moment dat ik je zag
Wist ik dat je de ware was.
Ik voelde dat jij op een dag
Aan mijn zijde voor het altaar zou staan.
Je weet vast wel wat ik voor je voel
Maar ik zeg het toch, zonder opsmuk:
Een minuutje praten met jou
Is als een weekend van puur geluk
Als iemand je een klap zou geven
Dan raak ik bezeten, demonisch
Want jij bent mijn alles, mijn leven
Dat bedoel ik niet superironisch
Hierdoor raakte Rehtse ontspannen
Ze beviel van een stralende zoon
Met stralende reebruine ogen
Ook al is dat niet echt doodgewoon.
Ze nam haar zoon in haar armen
En Melliw nam haar in de zijne.
Een perfect moment van geluk
Dat ze wilden dat nooit zou verdwijnen.
Mot en Ecyoj keerden terug.
En ze wilden de kleine snel zien.
Maar dat was een plechtig gebeuren
Met alle gevolgen van dien.
"Eerst moet onze zoon een naam krijgen.
Een moeilijke keus, dat is waar.
Zijn naam zal Mot zijn, als je ’t goed vind."
Rehtse maakte niet eens een bezwaar.
Want al kon ze Mot eigenlijk niet uitstaan,
Zij wist dat Melliw om hem gaf.
En ze wist wat de naam Mot betekent,
Daarom zette ze de haat van zich af.
Natuurlijk werd prins Mot de Peetoom.
En hij deed zijn ketting van zijn nek.
Hij gaf deze aan het klein kindje
En voerde met hem een gesprek:
"Deze ketting heb ik al zo lang als ik leef
Ik geef hem aan jou, mijn Petekind.
Onze naam staat er op, je moet weten:
‘Mot’ betekent: ‘Liefde overwint’."
Ze keken naar hem, diep vertederd,
Tot Ecyoj wat te binnen schoot:
"Hier in de buurt leeft een sekte,
en die maken alle kind’ren dood!"
Want op zoek naar batterijen
Hadden ze iets ergs geobserveerd.
Priesters plunderden de steden,
Overal werden vrouwen onteerd.
Ze hadden gezien dat één priester
Overal kleine kind’ren wegnam
Het was dus zaak dat hun groepje
Maakte dat het hier heel snel wegkwam.
Want als hij kleine Mot hier zou vinden
Dan zou hij hem vast willen stelen
En een ruwe dood laten sterven,
B.v. door hem wreed te vierendelen.
Ze maakten zich dus uit te voeten
En vonden midden in het bos
Een hutje om ‘s nachts uit te rusten
Met een kribbe, een ezel en os.
De hogepriester die de kinderen stal
Deed dit niet zomaar, nee, maar met een reden
Hij hoopte dat de kindermoord zou leiden
Tot ophef van een vloek van lang geleden.
Hij legde zijn plan uit aan de mensen
Opdat zij vervulden zijn wensen:
"Toen lang geleden een heks
Over deze perfecte wereld vloog
Maakte zij alles slecht
Ha, zelfs de regenboog.
‘Alles is nu slecht hier
Alles? Nee, toch niet.
Tot alle onschuld verdwenen is
Worden jullie gedompeld in verdriet.’
Oh, toen zij dit gezegd had
-Uiterst irritant-
Toerde zij snel hiervandaan
En kwam nooit meer in dit land.
Rara, waar is er onschuld nog dan?
Fortuinlijk weet ik waar je die vind
Rara, wat is zo onschuldig
Als een pasgeboren klein kind?
Nu, sloop dus alle kinderen
Kom, dood hen, vermoord hen veelvuldig
En het slechte kan ons niet meer hinderen!"
Belangrijk was dat hij het hutje vond
En dus die nacht onze groep had gevonden.
En dat zij zelfs nog voor de ochtendstond
Door zijn handlangers waren vastgebonden.
De priester had snel door dat Melliw God was
En zocht zijn toevlucht in occulte zaken
Die ervoor zouden zorgen dat de held
Niet wakker werd om het lastig te maken.
Zo kon hij zijn gang gaan op zijn gemak.
Hij nam zijn toverboek erbij en sprak:
"Open, hemelen, en neem dit kind
Accepteer dit offer van ons allen
Laat de vloek van deze wereld vallen
Voer deze onschuld weg, mee met de wind!
Kanda amantos kanda!
Kanda samonda robareda
Gyes indy enzeen nazee
Nos feratos amendon akadeem!
Indez! Kanda!
"Kanda kanda kanda. Beetje crambe repetita.
Nadat de hogepriester deze woorden had gesproken
Opende een vortex zich, een doorgang naar een andere tijd.
"Luister, als ik dadelijk dit kindje hierin smijt,
Dan eindigt deze vloek en is het onrecht hier gewroken."
En toen hij klaar was met het uitspreken van deze zin
Wierp hij de kleine Mot met mand en al de vortex in.
Toen Rehtse kleine Mot daar in het niets zo zag verdwijnen
Schreide ze bitt’re tranen en brak haar moederhart.
Zij landden op Melliw’s gelaat, de spreuk werd zo verbroken
Hij werd wakker en registreerde direct haar smart.
Nu moet je weten dat Melliw tot die tijd toe
Nog niet zijn Godenkrachten allemaal goed kende
Maar toen hij zag dat Rehtse weende en zijn zoon verdwenen was
Ontstak zijn woede, doodde hij de hele bende
Als God der Wrake wierp hij vlammen om zich heen
Hij zette die verrotte wereld in de hens
Pas toen hij al het leven daar vernietigd had
Kalmeerde hij en zei hij:
"No offence."Want als er iets was waar hij niet goed tegenkon
Onder de zon, dan was het onbestraft onrecht
Dan werd hij inslecht, zijn geweten liet hij varen
Niet te bedaren tot zijn woede was bekoeld
Tot ieder had gevoeld: er valt met Melliw niet te spotten
Tot alle zotten verpulpt waren tot niets
Geschokt zette Retep de televisie uit. Het was waar, je kind verliezen is een van de ergste dingen die een ouder kan gebeuren, maar hij vond dat Melliw wel een beetje overdreven gereageerd had. Een hele beschaving uitroeien… tsk tsk tsk.
"Zeg, die vortex waar de zoon van Melliw en Rehtse ingegooid werd, kan jij niet uitzoeken waar die naar toe leidt? Vroeg Sacul aan Retep. Hij veranderde snel een paar instellingen op de ABCD en zette de TV weer aan. Ze zagen dat het mandje met Mot terecht kwam voor het paleis. "Is dat het paleis van de koning?" vroeg Marb. "Dat lijkt er wel op. Blijkbaar was de vortex een doorgang naar weer een parallel universum." Zei Sacul. "Ik hoop wel dat hij goed terecht komt." De deur van het paleis ging open. "Dat lijkt wel onze koning, ZKH Soj Namdlev." "Ja maar dan twintig jaar jonger." zei Marb. De koning pakte het mandje op en droeg het naar binnen. "Ik heb een kindje gevonden." Zei hij tegen zijn vrouw, HKH Nei Namdlev. "Oh wat fijn. De dokter zei namelijk net dat ik onvruchtbaar ben en daarom nooit kinderen kan krijgen." "Zullen we dan dit kindje maar adopteren?" zei ZKH Soj. "Ja dat is goed. Hoe heet hij?" De koning zag het kettinkje. "Mot. Prins Mot. Ontbied de heraut. Laat hem rondbazuinen dat de koningin vannacht, 22 juni 1979, bevallen is van een zoon. Niemand hoeft ooit te weten dat hij slechts een vondeling is. Zijn nederige afkomst zal voor iedereen verborgen blijven." "22 juni 1979? Is dat niet de geboortedag van onze prins Mot?" zei Marb. "Oh jee." "Denk jij wat ik denk?" "Dat denk ik wel." "Goed, dan hoeven we onze vermoedens niet aan elkaar duidelijk te maken. Iedereen snapt wat hier gebeurt is. Een gesloten cirkel." "Dit kan nog tot complicaties leiden. Moeten wij hen vertellen hoe de vork werkelijk in de steel is, mochten ze ooit nog hier terugkomen?" zei Sacul. "Dat zien we dan wel weer." Zei Retep en hij zapte terug naar Melliw, Rehtse, Ecyoj en Mot.Melliw liet zijn hoofd in zijn handen zakken
Rehtse kwam naast hem staan, beroofde ouders
Mot legde zijn hand vaderlijk op zijn schouders
En Ecyoj ging de ABCD pakken.
"Zijn we hierdoor voor altijd hier gestrand?
Komen we nooit meer weg uit dit flutland?"
Mot keek naar haar en hij balde zijn vuisten.
"Misschien, maar Melliw deed toch wel het juiste.
Al ben ik normaliter tegen openlijk geweld,
Hij heeft nu in mijn ogen ‘t juiste oordeel toch geveld.
In het diepste van mijn ziel werd ik door de kindermoord geraakt
Dus heb ik liever dat je dat geklaag nu even staakt."
Melliw stond op. Hij had zichzelf geheel weer in de hand.
"Ik weet wel hoe we weg komen uit dit -hoe noem je het- flutland.
Want in die vlaag van woede leerde ik mijn Krachten echt goed kennen
Zoveel tot mijn beschikking, dat is toch wel even wennen.
Geef mij die ABCD dan maar, we gaan nu echt naar huis."
Ze flitsten weg.
Verdwenen van de buis.
"Zappen, Retep, zappen! Ze moeten nu in ons universum terechtgekomen zijn, niets staat immers de Godenkrachten van Melliw in de weg! Niets, zeg ik je, niets
!" zei Marb. Retep zapte. Hij kwam op het goede kanaal terecht en wees Marb op de persoon op het scherm. "Oh." Zei Marb. "Ok, bijna niets staat de Godenkrachten van Melliw in de weg. Bijna niets."