Sprookje – Deep Tragic Nine

 

 

 

 

Episode One – Pilot:

 

 

 

Encounter with the Emissary Caretaker in the Cage

 

 

 

 

 

 

 

Proloog

 

Ze gaf het bevel om de atmosfeer binnen te treden. Bij het eerste contact met de dampkring begon het schip heftig te schudden. Het was nacht. Met een ongekende snelheid vlogen ze over het water. Hun doel was bekend. De zoeklichten ontbrandden. Één voor één werden de huizen belicht, tot ze het gewenste domiciel in het vizier had. Hier zou het beginnen. Ze stuurde de concierge als afgezant om haar, voor wie ze een zo lange afstand hadden afgelegd, op te halen. Binnen luttele seconden was hij terug. Ze stopte het meisje, nog altijd in een diepe slaap, in de kooi. Mooi werk. Revenge is a dish best served cold. Haar wraak zou zoet zijn. Een zoete koude schotel. Mmmm. Als een dief in de nacht verdwenen de kidnappers in de nacht.


Mot de prins werd met een leeg hoofd wakker in zijn bed. Een nieuwe dag. Vrolijk fluitend stapte hij uit zijn bed. Hij pakte zijn mobiele telefoon en zette hem aan. Zou ze hem een berichtje gestuurd hebben? Ja! “Lieve schat, er is iets vreselijk, vreselijk mis. Ik ben ontvoerd. Door buitenaardse wezens. Red mij! Help help!” Mot glimlachte. Wat een rare grap. Eens zien wat hij hierop zou antwoorden. Maar wacht, er stond nog meer. “P.S. Dit is geen grap. Red mij help help.” Oh jee. Dit was niet zo mooi. Zijn vriendin, gekidnapt door aliens! Wat moest hij doen? Besluiteloos liep hij heen en weer. Maar met indecisie bereikte hij niets. Mot besloot de hulp in te roepen van Melliw. Snel stormde hij de deur uit. Hij kwam terug, kleedde zich aan en stormde opnieuw de deur uit. Hij kwam terug, at een boterham en stormde de deur uit. Hij kwam terug, poetste zijn tanden en stormde de deur uit. Geen tijd te verliezen.

 

God Melliw werd met een leeg hoofd wakker in zijn hemelbed. Een nieuwe dag. Fluitend stapte hij uit zijn bed. Hij pakte zijn mobiele telefoon en zette hem aan. Geen berichtjes. Dat was het rotste gevoel wat er was. Nou ja, hij was het wel gewend. Hij dronk een glas FruitontbijtTM en zette de televisie aan. Zo, weer een dag hard werken voor de boeg. Toen ‘Bij Eiramesle’ afgelopen was stapte hij onder de douche. Hij zong een paar liedjes. Melliw had een ongelooflijk mooie zangstem. Vogeltjes vlogen naar het badkamerraam om de muzikale uitspattingen beter te kunnen horen, in de hoop te leren hoe ze hem konden evenaren. ‘Ding-dong’ zei de bel. “He dat is gek”, dacht Melliw. “Een pratende bel.” “De bel sprak niet, dat was ik, of liever gezegd mijn buik. Ik ben een volleerd buikspreker, in te huren voor al uw feesten en partijen.” “Niwla! Sodemieter op, ik sta te douchen!” “Nee, wacht! Ik kom je waarschuwen: vandaag zal je bezocht worden door één persoon.” “Ja dat merk ik dan vanzelf toch wel? Ga je me elke keer als ik bezoek krijg komen waarschuwen? Daar ben ik niet van gediend hoor.” “Neuh, ik kom alleen als je onder de douche staat.”

De bel ging. Niwla was verdwenen. Melliw spoelde en droogde zich razendsnel af en stormde de badkamerdeur uit. Hij kwam terug,  kleedde zich aan en stormde de badkamerdeur uit. Hij deed de voordeur open. “He die Mot.” “He die Melliw. Toen je de deur niet opendeed dacht ik dat dat maar een ding kon betekenen, namelijk dat er iets vreselijk, vreselijk mis was. Want je zit altijd naast de deur. Je hebt toch niets beters te doen.” “Ja, ik stond onder de douche met… ik stond onder de douche. Maar vrees niet, er is niets vreselijk, vreselijk mis.” “Nou daar kom ik eigenlijk voor, er is namelijk iets vreselijk, vreselijk mis.” “Elleinad?” vroeg Melliw verschrikt. Het zou toch niet waar zijn? Niet weer… “Nee, lees dit maar eens,” zei Mot en gaf hem zijn telefoon. Melliw las het berichtje: “He loverboy ik zou je willen…” Mot griste de telefoon uit zijn handen. “Uhm, nee, haha, dit bericht.” Toen Melliw las dat er iets vreselijk vreselijk mis was werden zijn ogen zo groot als theeschoteltjes. “Wil je wat drinken?” vroeg hij. “Nee dank je,” zei Mot, “maar ik zou het appreciëren als je me hielp om mijn vriendin terug te vinden.” “Ah. Nou, ik ging eigenlijk de hele dag televisie kijken maar vooruit dan maar. Ik regel vanmiddag wel een ruimteschip dan. Maar jij wordt kapitein en ik Science Officer. Zorg maar voor verdere bemanning, ok?” “Ok.” Mot stormde de voordeur uit. Melliw pakte zijn telefoon.

 

Reigor de tovenaar werd met een leeg hoofd wakker in zijn spijkerbed. Een nieuwe dag. Vrolijk fluitend stapte hij uit zijn bed. Hij had geen mobiele telefoon. Wel had hij een onmobiele telefoon. En die onmobiele telefoon ging over. Uit pure verveling besloot Reigor op te nemen. “Met Reigor de tovenaar.” “Hallo Reigor de tovenaar, je spreekt met Mot de prins.” “Ha die Mot de prins, zeg  niet dat er iets vreselijk, vreselijk mis is he?” “Uhm, er is iets verschrikkelijk, verschrikkelijk mis. Maar om een lang verhaal kort te maken: vanmiddag gaan we met een ruimteschip een reisje maken. En jij wordt Chief Engineer. Want jij bent tovenaar en zoals Ruhtra C. Ekralc al zei: "any sufficiently advanced technology is indistinguishable from magic."” “Ok,” zei Reigor, en hij hing op. Hij had onderhand geleerd dat je bij zo’n gevallen maar beter niet kon tegenspreken. Hij besloot te gaan douchen. Hij stormde de slaapkamerdeur uit.

 

Elleinad de Godin werd met een leeghoofd wakker in haar lits-jumeaux. Ze maakte hem ook wakker. Retuow de reus werd met een leeg hoofd wakker. Een nieuwe dag. “Goedemorgen, liefde van mijn leven.” “Ook goedemorgen.” Ze lagen verstrengeld in een innige omhelzing. “Zullen we…?” “opstaan?” vulde Elleinad snel aan. Teleurgesteld keek Retuow haar welgevormde contouren na terwijl ze de slaapkamerdeur uitstormde. Hij zette zijn mobiele telefoon aan. Prompt ging die over. Hij nam op. “Met Retuow de Reus.” “Hallo Retuow de Reus, je spreekt met Mot de prins.” “Wie? Mot de prins? Komt me vaag bekend voor…” “Ja we hebben elkaar ook al zo lang niet gezien. Maar er is weer eens iets vreselijk, vreselijk mis.” “Dat lost zichzelf vanzelf wel weer op,” zei Retuow en hing op. Hij stond op en stormde de slaapkamerdeur uit.

Retuow stormde de keukendeur binnen. Elleinad legde net de telefoon neer. “Retuow, we gaan vanmiddag op reis.” “Samen? Helemaal alleen? Met niemand anders erbij? Zonder iemand anders erbij? Jij en ik? Toi et moi? You and me? Du und ich? Yitatokay mikado yutatkey? Heure es meure? Jijski en mijski? Leuk!” “Nee, we gaan met Mot en Reigor mee in een ruimteschip. Er is namelijk iets vreselijk vreselijk mis.” “Mot en Reigor? Met niemand anders erbij? Zonder iemand anders erbij?” zei Retuow opgelucht. “Dus Melliw niet?” “Oh, heb ik niet naar gevraagd eigenlijk,” zei Elleinad koeltjes. “Maar ik denk eigenlijk dat hij er ook wel zal zijn ja. Nou, ga mijn koffers nu maar eens inpakken. Chop-chop.” Zo gezegd, zo gedaan.

 

“Hallo Elleinad de Godin, met Mot de prins. Ja er is dus iets vreselijk vreselijk mis en wilde vragen… Wat? Ja, Melliw helpt ook ja. Oh dus jullie komen? Nou goed, vanmiddag vertrekken Reigor, Melliw en ik met een ruimteschip. Jij wordt de Counselor, want jij bent de expert op het gebied van gedachtenlezen en –beïnvloeden. En Retuow mag Security Officer zijn, want daar is geen klap aan. Kapitein? Nee, ik ben al kapitein. Nee, ik ben al kapitein, Retuow kan dus geen kapitein worden. Nee. Nee. Nee. Nee. Nee. Nee. Nee. Nee. Nee. Nee. Nee. Nee ook niet. Nee. Nee. Nee. Nou vooruit, hij mag ook First Officer zijn. Dat is wel teringveel werk hoor. Ok tot vanmiddag.” Mot hing op. Zo, zij kwamen zeker. Nu de laatste personen die hij in gedachten had. Een snood plan. Hij stormde handenwringend de deur uit.

 

Ardnas de zeemeermin werd met een leeg hoofd wakker in haar waterbed. Een nieuwe dag. Er werd op haar raam geklopt. Hard geklopt. Zacht geklopt. Wie zou dat zijn? Ze schoot in haar peignoir en deed de gordijnen open. Het was prins Mot. Wat deed die nou weer hier? Ze wenkte dat hij binnen mocht komen. Mot stormde de deur binnen. Hij had het ondertussen al zo vaak verteld dat hij het aardig kon samenvatten: “Iets mis, vanmiddag ruimteschip, jij bent Medical Officer. Want jij bent psychologe en dan kom je dichter bij medicus dan ieder die we tot onze beschikking hebben. Hoiie hè.” En hij stormde de deur weer uit. Enigmatisch. Ze zou vanmiddag maar eens gaan kijken wat er te gebeuren stond. Eerst maar eens een onstpannend Osmose-bad.

 

Leor de dwerg werd met een leeg hoofd wakker in zijn alkoof. Een nieuwe dag. Zijn zusje, Dirgni de dwergin stond naast zijn bed. “Hèhè, Kraken ontwaakt. Mot is hier. En aan zijn gezicht te zien is er iets vreselijk vreselijk mis. Ze stormde de deur uit. Leor viel weer in slaap.

 

 

Leor de dwerg werd met een leeg hoofd wakker. Dezelfde dag. Mot de prins en Dirgni de dwergin stonden naast zijn bed. “Zeg, lui varken, word eens wakker. Vanmiddag gaan we op reis met een ruimteschip.” “Wat? Wie zijn we?” Mot legde het uit: “Mot de kapitein, Melliw de Science Officer, Retuow de First Officer/Security Officer, Reigor de Chief Engineer, Ardnas de zeemeermin en Elleinad de Counselor.” “En waar ben ik dan nog voor nodig?” “Jij mag kok zijn. Jouw taak is om in de mess hall te blijven en iedereen kan daar tegen je kankeren. Goed voor het moreel.” Maar Leor sliep alweer. “Ik zorg er wel voor dat hij er op tijd is. Tot vanmiddag.” zei Dirgni en ze stormde de deur uit. Mot stormde ook de deur uit.

 

Melliw stond voor de deur. Hij had ze al lang hier opgesloten. Het sprookjesbos was niet opgewassen tegen hun waanzin. En hij had ze nog niet eens verteld dat Marb dood was. Waarom had hij ze toen ook weer geschapen? Ja, verveling. Nou ja, hij had ze nu nu eenmaal nodig. Hij belde aan. “Jaaaaaaaa?” zei een stem. “Ik kom voor Snamlemeb, Lom en Amefaahcs.” Sprak Melliw in de intercom. “Amsfaahcs!” schelde de luidspreker. De deur ging open. Daar zaten ze: Ymer ‘Lemeb’ Snamlemeb, Sacul ‘Lom’ Lom, Retep Amsfaahcs en Marb ‘Λ’ Feohrev. Marb? “Ik weet dat ik de laatste tijd erg vaak geheugenverlies heb gehad, maar toch: correct me if I’m wrong, maar was jij niet dood Marb?” “Laat mij het maar uitleggen,” zei Retep Amsfaahcs. “Ik heb met messing platen een kloonmachine gemaakt. Het is een heel simpel principe: je neemt een stel messing platen en die-” “Wacht, ik kan het beter uitleggen,” onderbrak Sacul Lom. “Verdorie, waar heb ik die referentiekoeien gelaten?” “Nee, die heb je niet nodig, je moet gewoon twee ahomoniemen zoeken.” zei Ymer Snamlemeb. “Klonen dus,” zei Marb. “Weet je nog dat je mij doodgemaakt hebt met die bliksemschichten een tijd geleden? Nou dat was ik dus niet, maar mijn kloon. Was een experimentje van me. Maar goed, het kloningsproces was nog niet helemaal perfect.” “Nee dat merkte ik, wat zong die kloon vals zeg.” “We zijn met een nieuwe versie bezig. De allerlaatste is bijna helemaal identiek aan mijzelf, alleen is hij blind.” “Jullie zijn druk bezig geweest zie ik, sinds dat  gedoe met Ait.” Ze slaakten een kreet. Een siddering ging door alle aanwezigen. “Werd het nu opeens kouder?” vroeg Melliw. “Wil je die naam hier niet uitspreken!” “Nou ja,” vervolgde Melliw, “dat is allemaal goed en wel, maar ik kom ergens anders voor. Ik heb een opdracht voor jullie.” “Een opdracht?” vroeg Lom. “Een opdracht. Jullie moeten vanmiddag een ruimteschip voor mij hebben gebouwd.” “Oh, dat kan wel,” zei Retep, “maar daar hebben we niet genoeg messing platen voor.” Daar had Melliw al op gerekend. “Don’t messing with me, Retep. Jij hebt nog genoeg messing voor drie jaar.” Retep droop af. “Nog speciale wensen?” vroeg Ymer. “Een paar: een shuffleboard, een bubbelbad en dierenverblijven. Voor elk ras twee.” Marb keek op. “Zeg, kun jij voor ons dan twee dingen doen?” “Zeg eerst maar wat.” “Wat.” “Ok, ik doe het. Wat moet ik doen?” “Neem de laatste kloon en de kloonmachine mee. Probeer het te verbeteren. Elke kloon lijkt een ding niet te kunnen. En het tweede: probeer deze tijdmachine aan de gang te krijgen. Laat maar weten wanneer het gelukt is.” “Nou vooruit. Hier zijn de blauwdrukken. Is het vanmiddag nog af?” “Sumus finiti in una hora! Sed umquam facemus orb volantum, magister mundi?” zei Lemeb. “horribile horribile incorrect est” “Spreek jij Latijn?” vroeg Marb. “Sane, paulumum linguae Latinae dico. Maar goed, dan heb ik nog één verzoek: alle slaapvertrekken moeten eenpersoonskamers zijn, met uitzondering van twee: de mijne en die van de kapitein.” Met dit vreemde verzoek nam hij afscheid van het nog vreemdere viertal. Niet te geloven dat een van hen familie van hem was. Niet te geloven dat hij verantwoordelijk was voor hun bestaan. Hij stormde de laboratoriumdeur uit.

 

Twaalf uur naderde langzaam, alsof het opzag tegen wat onvermijdelijk komen zou. Ieder pakte zijn koffers en nam afscheid van familie en vrienden. Er was geween en tandengeknars. Op de grote open plek stond ze dan: het magnifieke nieuwe schip. Een schitterend vaartuig. Het leek nog het meest op een omgekeerde halve bol, alleen hadden de meeste omgekeerde halve bollen niet zo’n raar uitsteeksel aan de achterkant. Ze was nog niet helemaal af, mechaniciens liepen af en aan. Mot wist dat ze vanmiddag moesten vertrekken, klaar of niet. Hij kon de voorsprong van de buitenaardse ontvoerders niet groter laten worden. Al had hij eigenlijk geen idee welke kant hij op moest gaan. Maar dat was van later zorg. Nogmaals bewonderde hij het magnifieke vaartuig. De brug, het zenuwcentrum, bevond zich op het bovenste puntje van de bol. Zelfs hiervandaan, vanaf de grond, kon hij het enorme raam zien dat spoedig uit zou kijken op de oneindigheid van de ruimte. Hij kon haast niet wachten om het bevel op zich te nemen. “Mooi is ze hè?” Hij had niet eens gemerkt dat Melliw naast hem was komen staan, zo diep was hij onder de indruk. “Uitgerust met de nieuwste technologische snufjes. Dat halve-cirkel-vormige uitsteeksel aan de achterkant is de aandrijving. Een revolutionair nieuw ontwerp: ik heb het bedacht toen ik uitgleed op de wc toen ik daar een klok wilde ophangen. Uitgerust met de nieuwste snufjes: een holodeck, photon torpedo’s, plasma torpedo’s, quantum torpedo’s, torpedo’s van Pandorra. Een kapperszaak, een kleermaker, een casino, een bubbelbad. Misschien zelfs een cloaking device, ligt eraan of ik dat nog een keer nodig heb in het verhaal. Een trekstraal-“ “Die zou ik wel eens willen uitproberen,” onderbrak Mot. Melliw negeerde hem en ging verder: “-en, waar ik het trotste op ben: de Blapie-motoren. Een nieuw concept dat het ruimtereizen niet alleen mogelijk maakt maar zelfs comfortabel. Zoals je weet kan niets sneller gaan dan het licht. Nou ja, wat ik bedacht heb is dus…” Plots keek hij op. Een glimlach van oor tot oor verscheen op zijn gezicht. Zonder om te kijken zei hij: “Goedemorgen Schmoopie.” “Dag lieve Kavia,” beantwoorde Elleinad zijn groet. Ze omhelsden elkaar. “Waar is onze kamer? Dan kan ik Retuow daar de koffers heen laten brengen.” “We hebben daar personeel voor hoor,” zei Mot. “Nee, ik heb liever dat hij het zelf doet.” “As you wish,” zei Melliw. “Maareuh, jullie hebben elk een eigen kamer,” zei Melliw met een schaapachtig lachje. “Er was anders niet genoeg plaats voor alle mechanica en dergelijke die het schip aandrijven. Ik kan je wel de keuze geven tussen kamers: alle kamers zijn in principe gelijk, behalve de kamer naast die van mij: die heeft een extra grote klerenkast. “Dan neem ik die.” “Jammer genoeg zijn alle kamers in die buurt verder al bezet. Retuow komt dus zelfs op een ander dek te liggen.” “Oh dat vind ik -uh, hij- niet erg.” Terwijl Retuow koffer na koffer het schip binnendroeg, bewonderde ook Elleinad het enorme vaartuig. Ze vond het wel mooi. “Maar ook deze schoonheid verwelkt bij die van jou,” hoorde ze zijn stem in haar hoofd. Ze bloosde. Nog altijd kon ze niet helemaal inschatten, wanneer hij zulke dingen zei, in hoeverre hij het echt meende. En terecht. Ze wilde net een antwoord formuleren toen ze Leor zag aankomen. “HIJ? KOMT HIJ OOK? GAAT HIJ MEE? Dan ga ik dus niet hè!” Mot wilde net een antwoord formuleren toen ze Ardnas zag aankomen. “ZIJ? KOMT ZIJ OOK? GAAT ZIJ MEE? Dan ga ik dus niet hè!” Melliw wilde net een antwoord formuleren toen hij Reigor zag aankomen. “HIJ? KOMT HIJ OOK? GAAT HIJ MEE? Gezelli.” Elleinad spon furieus om haar as: “Als jij denkt dat ik met die twee een ruimtereis gaat maken, heb je het goed mis!” “Beheers je, Elleinad.” God wat was ze mooi als ze kwaad was. “We hebben je nodig. We hebben je godenkrachten verder ontwikkeld de laatste maanden-“ “Ja dat weet ik, daar was ik bij weet je nog?”  “-en de mogelijkheid om andermans geest te beïnvloeden met je gedachten zullen we gegarandeerd een keer nodig hebben. Misschien zelfs wel twee keer. Zonder jou is de missie gedoemd te mislukken.” “En zonder hen?” “Ja, zonder hen ook. Maar maak je geen zorgen, jij zult de meeste tijd op de brug doorbrengen, Ardnas in ziekenboeg en Leor in de kantine. Je zult ze niet zo vaak hoeven te zien.” Ondertussen hadden Ardnas, Leor en Reigor het schip bereikt. “Een verbluffend staaltje vernuft.” Zei Reigor. “Ja, gaaf schip.” Zei Leor. “Ik vind het meer op een omgekeerd theekopje lijken,” zei Ardnas. Elleinad schoot uit haar slof: “Omgekeerd theekopje? Hoe durf je? Dit schip heeft Melliw ontworpen, maar het estetische ontgaat je helemaal.” “Ja het is inderdaad gebaseerd op een omgekeerd theekopje,” zei Melliw. “Een afgezaagde grap, ik weet het, maar ik kon het niet laten. Bijna alle anderen vonden het ook op een omgekeerd theekopje lijken.

Melliw drukte op een knopje op zijn afstandbediening. Piep-piep. De immense deuren van het enorme schip schoven gigantisch langzaam open met een sissend geluid. Ssssssssssssjjj-pokk. “Voor we binnengaan moet er nog iets gebeuren. Iets heel belangrijks.” “Ik ben al naar de wc geweest hoor,” zei Leor. “Nee,” zei Mot, “Het schip moet nog gedoopt worden. Hij pakte zijn fles champagne. De fles die hij al zo lang bewaard had voor een speciale gelegenheid. “Reigor, aan jou de eer.” Reigor nam de fles aan. Bijna liet hij hem vallen. “In de naam van Roines, Melliw en de Geest van Ome Einieh, doop ik dit schip; de U.S.S. Reed-X. Met een boog slingerde hij de fles richting de boeg. De tijd leek te vertragen. Ieder hield zijn adem in. Tergend langzaam naderde het moment van contact. De fles cirkelde om twee assen tegelijk. De scherven vlogen in het rond. Reigor had een raam ingegooid. “Ok, dat wordt dus jouw kamer Reigor.” Sprak Melliw. “Timmer er maar een paar plankjes tegenaan of zo.” Ze betraden het schip.

 

Ardnas betrad de ziekenboeg. Ze zocht snel een plaatsje waar ze haar onderzoek kon doen.

Leor betrad de kantine. Hij zocht snel een plaatsje waar hij rustig kon slapen.

Reigor betrad de machinekamer. De enorme Blapie-motor zoemde rustig in de achtergrond.

Mot betrad de brug. Hier zou hij de komende weken vrijwel al zijn tijd doorbrengen.

Melliw nam zijn plaats bij het Science-station. Hier zou hij de komende weken vrijwel al zijn tijd doorbrengen. Gelukkig had hij hier een televisie laten installeren.

Elleinad nam haar plaats in naast Mot. Retuow nam zijn plaats in naast Mot.

Achter het stuur zat reeds de man in het rode shirt. De eerste kloon van Marb: Marb-One-Kennietzien.

“Mister Marb, stijg maar op.” Het eerste bevel. Marb drukt op een knopje. Er sprongen vonken uit de rijen knopjes voor hem. Er kwam rook uit. Marb viel dood neer. Melliw rende op hem af. “Ok, Reigor heeft de fles wel erg hard geslingerd. Hij is hier terechtgekomen en heeft kortsluiting veroorzaakt. Nou ja, maakt niet uit, wie wil er nou een blinde achter het stuur van een ruimteschip? We maken wel weer een nieuwe. Over een paar maanden of zo. Misschien.” Hij drukte een paar knopjes in. Het schip steeg op.

“Ik hoop wel dat dit de laatste problemen zijn die we met de motor krijgen hoor!” zei Mot. Melliw stelde hem gerust: “Als we ergens stranden komt mijn moeder ons wel ophalen.”

 

Dirgni de dwergin keek van een veilige afstand toe. De U.S.S. Reed-X werd kleiner en kleiner. Dat leek tenminste zo. In werkelijkheid bewoog het schip zich steeds verder uit haar gezichtsveld. Maar ja, vrouwen he. Probeer ze dat maar eens uit te leggen. Onbegonnen werk. En al helemaal bij dwergenvrouwen. Snappen ze toch niet. Ze besloot naar huis te gaan om een taart te bakken.

 

Epiloog  

 

Ze bekeek hun voortgang op haar scherm. Dat was sneller dan verwacht. “Wacht maar, kapitein Mot. Zing maar vast een toontje lager. Bij de volgende aflevering volgt de afrekening!” Haar maniakale gelach verplaatste zich zelfs door het vacuum van de ruimte. De laatste grens.

Hosted by www.Geocities.ws

1