Sprookje – Deep Tragic Nine

 

 

Episode 36: Hostile Takeover

 

 

Reigor was een beetje down. De wonderschone Nerak was uit zijn leven verdwenen nadat hij erachter gekomen was dat ze Eilatiaans was en hij de enige Eilatiaanse woorden uit zijn vocabulatore gesproken had: “Vanculo, apra la bacca et volare!” Toen hij bijkwam in het ziekenhuis en men hem een paar keer had uitgelegd wat er gebeurd was, barstte hij in huilen uit. Hij vermande zich, zei dat het leven verder ging, dat er genoeg andere vissen in de zee waren, realiseerde zich dat hij toch het meest hield van pizza di mare, en de traantjes stroomden wederom rijkelijk. Njörb kwam binnen met nog een ander sujet. Njörb zag direct dat er iets mis was met Reigor. Niet echt vreselijk vreselijk mis, hij vond eigenlijk dat Reigor zich een beetje aan het aanstellen was, maar hij besloot hem toch op te vrolijken. Daar waren ze toch vrienden voor he. Of liever gezegd, daar had Reigor hem toch uit die vreselijke kelder voor gered he. Die kelder, dat was nou eens een voorbeeld van iets dat vreselijk vreselijk mis was. Maar Njörb wist dat Reigor ook dat niet wilde horen. Gelukkig had hij iets ingestudeerd met Neorej [het andere sujet heette Neorej]. “Ciao, ikke benne Oiram, en ditte isse Igiul!” zei hij met een soort van Eilatiaans accent. “Jij weette wat die mámma zegt, he Igiul?” zei hij. Hij zag dat Reigor tranen in zijn ogen kreeg van geluk en van het lachen. “Iek weet, iek weet.” Zei Neorej/Igiul. “Alse jai niette kunne vange, jai kraige niets te aiten in deze wereld.” “Tada!” zei Njörb en maakte een buiging. Neorej wuifde handkusjes en nam bloemen in ontvangst. Als Reigor hier niet vrolijk van werd, wisten Neorej en Nröjb het ook niet meer. “Weten snik jullie snotter niet neusophaal waarom snuf ik boehoe hier traanwegpink lig neussnuit?” Neorej wist het niet meer en Nröjb wist het ook niet meer. Toen Reigor dit hoorde realiseerde hij zich dat hij blijkbaar niet zo belangrijk was en dat het leven echt doorging en dat hij gewoon niet zo zielig moest doen. Dus dat deed hij dan maar. Slim he van Reigor? Dat had echt niemand van hem verwacht. “Zeg stelletje mafseken, sodemieter op uit mijn kamer en laat me met rust zodat ik langzaam kan herstellen van deze mentale klap, in de vorm van verder huilen!” Neorej en Nröjb barstten in lachen uit. “Wat, ben je een vrouw of zo?” zei Nröjb. “En waarom noem je ons mafseken? Je bent zelf een mafseek, mafseek!” zei Noerej. “Oh ja, dat was ik nog even vergeten.” Zei Nröjb. “Dit is Neorej, die heb ik ontmoet toen jij in je coma lag. Hij zei dat hij je verloofde was maar dat was volgens mij maar een smoes om bij ons en de Hcesjt te komen wonen. Hoop ik dan.” Reigor bekeek zijn patientenstatusbord. “Ah, ik zie al waarom ik mijn emoties en woorden zo de vrij loop laat. Door de klap van-” zijn stem begon te kraken, hij beet op zijn lip- “Nerak, zijn mijn censuur-hersencellen nogal laks. Daarom krijgen jullie meer te horen dan jullie zouden willen, stelletje hufters! Maar ik hou wel van jullie hoor!” zei hij en hij omhelsde ze.

 

Aangezien al zijn geld op was, werd Reigor genezen verklaard en ondersteund door zijn goede vrind Nröjb en zijn nieuwe vrind Neorej liep Reigor naar buiten. “Zo, ik ben wel blij dat je beter bent en zo,” zei Nröjb, “maar al ons geld is op. Die ziekenhuisrekeningen van jou waren nogal hoog.” “Ja,” zei Reigor, “je gaat toch niet van me verwachten dat ik de goedkope maaltijden ging eten daar he? Daar zou ik nooit beter van worden. Plus al die tissues-” Neorej begon te grinniken- “Om mijn tranen mee te drogen, Neorej. Maar daar is nu niets meer aan te doen. Wat gebeurt is, moet gebeurD zijn. Water onder de brug, no use crying over spilled milk. We moeten maar gewoon een plan bedenken om snel rijk te worden.” Dat vond iedereen wel een slim en realistisch idee. Thuisgekomen begonnen ze een familieraad, de Hcejst mocht ook meedoen. “Ik weet het!” zei Nröjb. “Als we nou eens een spel bedachten en op de markt brengen? Ik weet er wel een. Je moet samenwerken en niemand kan het winnen. Maar wat is de naam van dat spel...” Het voorstel werd onder luid gehoon weggestemd. “Ik weet het!” zei Nröjb. “Als we nou eens een hoerenkast begonnen?” Dat vond iedereen wel een slim en realistisch idee. “Goed, dan is het besloten. We-”  “Hoho, wacht even.” Zei Neorej. “Ik herinner me opeens dat we nooit kunnen concurreren met de Chickenranch in Texas.” Dat wist Nröjb niet: “Texas has a whorehouse in it? Lord, have mercy on our souls!” Neorej knikte. “Het isj maar een pietepeuterig pissant landhuis, niet veel aan te zien. Maar ze hebben het daar goed bekeken. De baas betaalt het eten en de huur en de u-tiliteiten, de meisjes houden hun hoofd bij hun verant-woordelijkheden, en laten hun mond hun capibi-liteiten niet overladen. Een ideale manegariale situatie.” Ze keken hem allemaal nog stomverbaasder dan anders aan. “Euhm... heb ik eens gehoord. Van een vriend. Niet ik. Niet eens zo’n goede vriend eigenlijk. Meer een vage kennis. Het was een man tegen wie ik per ongeluk opliep op straat. En die was er ook alleen maar voor de kippen heengegaan. Niet om een of andere perverse reden. Euhm.” Neorej viel flauw. Nröjb en Reigor trapte hem een paar keer in zijn gezicht om hem weer bij zijn positieven te doen komen. “Gaat het weer een beetje, Neorej?” “I’ll be fine and dandy.” Zei Neorej en beklom zijn stoel weer. “Jaja, dat is allemaal goed en wel, maar we moeten dus een ander plan bedenken.” Zei Reigor. “Ik heb het!” zei Nröjb. “Als we nou eens een escortservice beginnen?” Dit vond men wel een slim en realistisch plan. Tot iemand opmerkte dat ze dan wel wat meisjes moesten hebben om te escorteren. “Zeg Reigor,” zei Neorej, “hoe heette dat meisje ook weer dat jij zo leuk vond, heeft die geen interesse? Au, zeg, je hoeft me niet meer in mijn gezicht te trappen Reigor, ik ben alweer bij mijn positieven.” Ze gingen weer nadenken. “Ik heb het!” zei Nröjb. “Zeg toch alsjeblieft gewoon Eureka zoals het hoort, Nröjb.” Zei Reigor. “Ik zit me daar al de hele tijd aan te ergeren.” “Jaja, ik heb Eureka! Als we nou eens een stripclub beginnen?” “Een Nudiebar?” “Een Jigglyroom?” De Hcejst mompelde iets in het Hcejstisch dat ongetwijfeld blotetietentent betekende. “Precies, een Titty Twister!” zei Nröjb. Dat vond iedereen wel een slim en realistisch idee. “Goed dan is het besloten. We beginnen een-” De deuren vlogen open. “Telegram voor Nröjb Abba!” “Dat ben ik. Gimme gimme gimme!” zei Nröjb. “Is jouw achternaam Abba? Mama Mia!” zeiden Neorej en Reigor tegelijk. Nröjb bekeek het naamlabel achter in zijn onderbroek en knikte. “Dan heb ik een telegram voor u.” Zei de telegrambesteller en stak het telegram richting Nröjb. Neorej griste hem uit zijn handen als een volleerd telegrambestellerbesteler en las het voor:

“Geachte heer Abba. Van harte gefeliciteerd met het overlijden van uw oudtante. Deze vrouw van wie u ongetwijfeld nog nooit gehoord hebt, was in het bezit van de grootste pompoenenkwekerij van de wereld. Wellicht kent u het merk: Chiquitita. Vlak voor haar dood heeft de directeur van de Cotsovidalvkwekerij nog een miljoenenbod gedaan op het bedrijf van uw tante, maar zij weigerde haar kindje te verkopen. Het bedrijf wilde ze ook niet verkopen. U bent haar enige nog in leven zijnde familielid en daarom krijgt u de kwekerij gratis en voor niets.” Iedereen begon blij te dansen vanwege het goede nieuws. Tot ze zich realiseerden dat ze nu geen stripclub hoefden te beginnen. “Hé,” zei Nröjb, “er staat dat ik het enige nog in leven zijnde familielid ben, hoe kan dat nou?” “Oh, wacht, er staat nog een P.S.” zei Reigor. “P.S.: In een bizar ongeluk is uw voltallige familie omgekomen. Onze excuses voor het ongemak. Om het rouwproces te vergemakkelijken hebben we ze allemaal in een enorm gat gedumpt en daar wat rotzooi op gegooid. Ook degenen die nog niet helemaal dood waren, zodat hen al dat lijden dat gepaard gaat met het verlies van ledematen en andere lichaamsdelen bespaard werd. Met vriendelijke groet, Lliw Namurt namens Yewed, Metaehc & Ewoh advocatenkantoor.” “Ah zo, dat verklaart veel. Nou, op naar de pompoenenkwekerij dan maar!” zei Nröjb opgewekt. “Euhm, op naar? Waarom precies?” zei Noerej. “Waarom verkoop je het niet gewoon aan die Kotsvivaldi’s? We zijn rijk, Nröjb Abba, we zijn rijk! Money money money! It’s a rich man’s world!” “Yep, and that rich man is me.” “Is I.” “Whatever. Ik kan toch niet zomaar de droom van mijn tante opgeven? Nee, ik verkoop niet. Op naar de kwekerij!” Reigor en Neorej snapten het niet helemaal maar omdat hij de rijkste man in de kamer was en ze toch wel een graantje wilden meepikken zolang het kon, gingen ze snel hun koffers pakken.

 

Van verre af zagen ze de pompoenenkwekerij al liggen. Ze waren op de fiets, natuurlijk. Ze raceten ernaartoe. “Harder, Reigor, harder!” kraaide Nröjb. Reigor trapte zo hard hij kon met Nröjb in het mandje voor op de fiets en Neorej achterop. Ze hadden afgesproken alles eerlijk te delen: Reigor zou bergop fietsen en Neorej bergaf. Nröjb hoefde als eigenaar van een miljoenenbedrijf natuurlijk niet te trappen, daar had hij chauffeurs voor. Hij stond op om de kwekerij beter te kunnen zien. Helaas werd Reigor’s blik op de weg hierdoor hem ontnomen en hij reed prompt tegen twee bejaarden aan. “Verdorie, dat is nu al de tweede keer in dit land dat ik tegen oude mensen opbots.” Zei Reigor. “Is alles goed met jullie?” De ene man stond op, de ander zat in een rolstoel. “Mijn god, ik heb hem in een rolstoel doen belanden!” zei Reigor. “SSST! Niet zo hard, dadelijk hoort een advocaat je.” Zei Neorej. “Aangenaam, ik ben de nieuwe eigenaar van de pompoenkwekerij.” Zei Nröjb. De twee mannen keken elkaar aan en maakten dat ze weg kwamen. “Mmm, vreemd.” Zei Nröjb. “Nou ja dat waren vast pompoenenplukkers. Ja ook zij gaan dagelijks pompoenenplukken. Pompoenen plukken gaan ook daaglijks zij. Kijk maar, daar ligt hun zak met plukspullen. Een nijptang, een bos met lopers, een glassnijder en twee boevenmaskers.” Zei Nröjb. “Ze zullen hun collega’s wel gaan vertellen dat hun nieuwe meester gearriveerd is en dat de kwekerij snel weer open gaat.”

 

“Een nieuwe eigenaar?! Drommels, drommels en nog eens drommels!” zei Hpesoj Nilats. “Zo wordt Cotsovidalv Enterprises nooit de grootste pompoenenkwekerij ter wereld. En ik neem geen voldoening met grootste van het oostelijk halfrond, oh nee!” Nilknarf Onaled Tlevesoor rolde een stukje naar voren. “Zeg baas, ik vind het eigenlijk niet helemaal eerlijk dat u de baas bent. We zijn toch als de Grote 3 begonnen, zo’n 60 jaar geleden onderhand? En u zei toen dat u als eerste de baas zou zijn van onze bende en dat na een paar jaar we gezamenlijk de leider zouden worden. Maar dat is nog steeds niet gebeurd! Ik wil niet de zielepoot uithangen,” “Mankepoot zul je bedoelen, N.O.T.” Mompelde Notsniw Llihcruhc. “Wanneer zijn wij aan de beurt? Ik houd mijn poot stijf tot ik leider mag zijn!” zei Tlevesoor. “Geduld, kameraad, geduld.” Zei Nilats. “Nog maar een paar vijfjarenplannen, dan zijn jullie klaar voor het grote werk. Maar als jullie jezelf kunnen bewijzen door die dekselse kwekerij te sluiten of te kopen, gaat het vast nog wat sneller. Dus zet je beste beentje voor! No offence, Nilknarf.” Nilats liep de kamer uit en ging zijn kantoor binnen. Hij hing het enorme schilderij van zichzelf recht en ging zitten. Hij bedacht dat hij het toch maar mooi voor elkaar had zo. Na de Tweede Wereldoorlog had hij zijn kans schoon gezien. Samen met zijn kameraden hadden ze de As tot as gereduceerd en van die naamsbekendheid maakte hij dankbaar gebruik. Wie zou er nu geen pompoen willen kopen met de gezichten van de bevrijders van de wereld erop? En nu, na een jaar of 60 hard werken, gaatjes graven voor de pompoenen, pompoenzaadjes erin flikkeren, bedekken met aarde en een zelfbedachte mix van kunstmest en echte mest, elke dag even praten tegen de jonge spruit, zich realiseren dat hij geen spruiten maar pompoenen geplant had, van de akker van de buren verwijderd worden, praten tegen de jonge pompoenplant en oogsten wat hij gezaaid had, naderde hij eindelijk zijn doel. De grootste pompoenenkwekerij ter wereld ooit! Hij deed een dutje. Hij was tenslotte al heel oud he. Hij was het grootste gedeelte van zijn leven al oud eigenlijk. Hij begon ook wel eens wat te vergeten. ’t Is de leeftijd he.

 

Nröjb organiseerde een groots openingsfeestje ter gelegenheid van de opening van zijn nieuwe pompoenenkwekerij. Hij riep zijn vrienden en nu werknemers bij elkaar. Een alerte kijker zou kunnen zien dat voor het raam de ogen van Llihcruhc verschenen. En even later ook die van Tlevesoor. “Zo, we gaan dus een schitterend feest organiseren.” Zei Nröjb. “En iedereen die wil komen mag komen. Al is het wel een openingsfeest dus thematisch is het het beste als er zoveel mogelijk vrouwen komen.” “Jah. En als we er een gemaskerd bal van maken, hebben we misschien nog een kans om te scoren ook.” Zei Neorej. “Weet je wat, nodig maar geen mannen uit. Dan hebben we misschien nog een kans om te scoren ook.” Zei Reigor. Llihcruhc en Tlevesoor keken elkaar aan, gaven elkaar een high five, en donderden dertien verdiepingen naar beneden. “Als we nou eens een enorme pompoen uithollen en daarin gaan zitten?” zei Llihcurhc die op de grond lag. “Jah, dan rollen we gewoon naar binnen, ongemerkt, met mijn rolstoel. Of we bellen aan, en als ze ons dan zien rijden ze ons zo naar binnen omdat het zo’n toepasselijke versiering is.” Zei Tlevesoor die ook op de grond lag. “En eenmaal binnen stelen we de eigendomspapieren! Een meesterlijk plan!” Ze gaven elkaar nogmaals een high five en schreeuwden het uit van de pijn.

De voorbereidingen waren in volle gang. Er werden pompoenbroden, pompoencakes, pompoenchips, stukjes pompoen met vlaggetjes erin, pompoensoep, pompoensnoepjes, pompoenkoekjes, pompoentaarten en bier. Met pompoensmaak wel. Reigor toverde pompoenen om tot koetsen, van het oude woord karos, om de schone dames op te halen. Het zou een gebeuren van jewelste worden. Er was nog nooit iets meer jewel geweest.

Notsniw en Nilknarf holden de grootste pompoen die ze hadden uit. Ondertussen zongen ze vrolijke liedjes uit de goede oude tijd. Toen het nog oorlog was. “Het was toen een stuk gemakkelijker, nietwaar?” zei Llihcruhc. “Yep.” Zei Tlevesoor. “De vijand was gewoon Reltih, en je gooide er gewoon een lading medics, lieutenants, soldiers, engineers en pedicures tegen aan tot de geheime documenten verzonden waren. Wat is er eigenlijk terechtgekomen van die oude Floda?” “Oh, die runt een camping tegenwoordig. Was een jongensdroom van hem. Maar kom, harder hollen anders zijn we nooit klaar voor het feest.” 

 

Het feest was in volle gang. Reigor hield zich meer bezig met de versieringen dan met de schone dames. “Zeg Reigor,” zei Neorej, “Heb toch eens wat minder aandacht voor de flora en meer voor de fauna!” Maar Reigor snoeide de opgehangen pompoenplantjes tot alles perfect was. Hij had zich verkleed als rasta-skiër onder een lawine en was het zat om dat steeds te moeten uitleggen aan al die geïnteresseerde vrouwen, die ook nog steeds wilden welke kussensloop hij ervoor gebruikt had. Het feest was wel schitterend en erg gezellig overigens. “Neem toch een voorbeeld aan Nröjb!” zei Neroej. “Hij kan dansen, jiven, hij heeft de tijd van zijn leven.” Maar Reigor ging door met versieren. Van de kamer. Plotseling werd er gebeld. Nröjb, verkleed als Dame Ande, rende naar beneden en deed de deur open. Hij verwachtte nog meer schone dames ter opleuking van het feest maar tot zijn grote verbazing stond er een enorme pompoen voor de deur. Hij riep de hulp in van Neorej en met veel pijn en moeite, de pijn van Llihcruhc en Tlevesoor, de moeite van Neorej en Nröjb, stond de pompoen midden in de kamer. Maar toen wilden de vrouwen dansen, dus werd de pompoen voor het grote raam gezet. Ze deden gelijk het raam open, het feest verhitte de gemoederen nogal. Llihcruhc en Tlevesoor kregen het er koud van. Maar ja oude mensen hebben het altijd koud. Ze werden ook een beetje misselijk van die pompoenlucht. Met een Yelnatsmes sneed Llihcruhc een gat in de korst om door te kijken. Hij maakte er ook een voor Tlevesoor op dezelfde hoogte. Zo zagen ze het feestgedruis aan. “Ik wou dat ze eens wat opschoten met dat feest. Als ze maar niet tot 5 uur doorgaan!” zei Tlevesoor. Hij zag dat ze vlak naast een tafel met eten en drinken stonden. Met het mes maakte hij nog een gat in de korst op handhoogte. Aangezien de tafel vrij breed was, maakte hij het gat even breed zodat hij alles kon eten wat hij wilde. Tenminste, als hij maar wilde dat het naar pompoen smaakte. Het feest werd steeds leuker en de sfeer steeds losser. De Hcejst, die ook opeens opgedoken was, schoof alle stoelen aan de kant en ook de tafels en de dansende dames eveneens, om een traditionele Hcejstische dans te exporteren. In steeds groter wordende concentrische cirkels danste hij wild schreeuwend, terwijl hij met al zijn ledematen in het rond zwaaide. En het onvermijdelijke en ononverwachte gebeurde: hij trapte zo de pompoen het raam uit. Iedereen dacht dat het zo hoorde en men trakteerde hem op een applausje. Nröjb bedankte hem voor de muziek. En niemand zag dat de brokstukken van de pompoen wel 400 decimeter diameter bestreken. En niemand zag hoe uit deze brokstukken twee arme figuren kropen, die nog dagen hierna overal spierpijn zouden hebben. Zelfs in hun tenen. “Ik heb ook altijd pech. Ze moeten altijd mij hebben...” kreunde Llihcruhc.

 

“Drommels, drommels, en nog eens drommels!” zei Nilats. “Er moeten maatregelen genomen worden, kameraden.” “Zoals?” zei Tlevesoor. We zouden toch niet willen dat er met meneer Nröjb Abba ook een... ongeluk... gebeurde? Zoals met zijn familie?” zei Nilats. “Had u daar wat mee te maken dan?” vroeg Tlevesoor. “Wat? Nee, het was een ongeluk, dove.” “Oh, zeg dat dan!” zei Tlevesoor. “Ja dat zeg ik toch!” “Wat zeg je?” “Ga nu maar terug naar die dudes en doe ze een bod dat ze niet kunnen weigeren.” Zei Nilats en hij wees naar de kast. Tlevesoor rolde erheen, opende het en pakte twee gigantische antieke geweren eruit. “Begrepen baas. Ik denk dat meneer Abba hier zijn Oolretaw vindt.” Zei hij en hij maakte wat schietgeluiden. “Wat? Nee, ik wees naar mijn chequeboekje! Euhm, ons chequeboekje, het chequeboekje van de commune bedoel ik. Geef hem wat hij maar wil! Als we maar de grootste pompoenenplantage van de wereld in handen krijgen!” En hij viel weer in slaap. Llihcruhc klom bij Tlevesoor op schoot en viel ook in slaap. Morgen zouden ze het wel afwikkelen. 

 

Reigor werd als eerste wakker de volgende dag. De verkleedpartij was rond een uur of 5 AM overgegaan in een pyamafeestje en hij moest ontbijt maken. Er was gelukkig nog veel eten over van het het feest. Sterker nog, het leek alsof niemand iets gegeten had. Hij smeerde een aantal pompoenboterhammen met pompoenjam. De bel ging. “Au!” zeiden Nröjb en Neorej. “Moet dat zo hard? Ik heb me toch een koppijn!” Nröjb keek de kamer rond. “Wow, het is hier wel een super troep. Euhr.” Hij viel weer in slaap. Reigor, zo fris als een hoentje, rende de trap af.

“Wat is het plan?” vroeg Tlevesoor. “Jou kennende en mij kennende...” “Aha” “...is er niets dat we kunnen doen. Maar ik heb toch een plan. Volg maar gewoon mijn voorbeeld.” Zei Llihcruhc. Reigor deed de deur open. “Ah, dag heren. Mag ik u misschien een pompoenboterham met pompoenjam aanbieden?” “Nee! Waarom oh waarom moeten jullie ons zo pijnigen elke keer? We willen maar een ding vragen aan jullie baas. En dan zonder geslagen te worden of te vallen of op een andere manier gepijnigd.” Reigor haalde zijn schouders op en deed een stapje naar achter. “Kom binnen. Oh wacht, we hebben aan de achterkant wel een rolstoelingang met lift.” Tlevesoor draaide zijn stoel. “Oh nee, ik vergis me, die ligt bij de reperateur. Wacht, ik rijd u de trap wel op.”

Met blauwe plekken op plaatsen waar hij ze nog nooit gehad had, reed Tlevesoor de kamer binnen. “Nog een geluk dat u in die rolstoel zat,” zei Reigor. “Ik denk niet dat u nog zou kunnen lopen na die smak die u maakte.” Tlevesoor snikte zachtjes. “Wat is er aan de hand?” vroeg Nröjb. “De heren Llihcruhc en Tleveseor voor je.” Zei Reigor. “Tlevesoor.” Verbeterde Tlevesoor. Neorej kwam binnen met een ladder om de versieringen naar beneden te halen. Llihcruhc voelde dat ook hij de sigaar zou zijn binnen luttele ogenblikken. Hij besloot zijn oorspronkelijke plan, het plaatsen van een afluisterapparaatje, niet uit te voeren en een andere tactiek toe te passen. Hij viel op zijn knieën, net op tijd want Neorej draaide zich om met de ladder. “Het enige wat we willen is dit bedrijf kopen!” zei hij en begon te huilen. Tlevesoor volgde zijn voorbeeld, kiepte zich uit zijn rolstoel en begon ook te huilen. Niet zo moeilijk, hij verging van de pijn. “Doe deze drie oude veteranen een plezier alsjeblieft.” zei Tlevesoor. Nröjb telde vier veteranen eigenlijk maar hij had zo’n koppijn dat hij het maar liet gaan. “Oh, zeg dat dan. Is goed.” “Dat dacht ik al, meneer Abba. Waarom zou u ook verkopen? Maar ja, if you change your mind, we’re the first in line. Kom, Tlevesoor, we gaan het slechte nieuws vertellen.” Zei Llihcruhc en hij liep naar buiten. “Nee, ik zei ja. Ik verkoop TEAB.” Zei Nröjb. Llihcruhc noemde een bedrag en toen hij klaar was met nullen tellen nam Nröjb het aan. Iedereen deed een dansje van plezier.

Neorej, Reigor en Nröjb werden eruitgegooid en ze stapten op de fiets. “Op naar de bank!” zei Neorej. “Zeg Nröjb, waarom heb je nu opeens eigenlijk wel verkocht? Je wilde toch de nagedachtenis aan je tante hooghouden?” vroeg Reigor. “Tante, schmante.” Zei Nröjb. “Heb je wel eens pompoen geproefd? Goor man!”

 

Wordt vervolgd...

Hosted by www.Geocities.ws

1