Sprookje – Deep Tragic Nine

 

 

Episode 28: Meanwhile, Back At The Palace...

 

 

Het paleis van Rehtse lag er peizig en vredig bij, net als de rest van Seog. Van heinde en verre was het gebouw te bewonderen, het massief gouden dak lag te glinsteren in de zon. Het was gebouwd in een neoklassieke barok-stijl, met vroeg of laat gothische invloeden, duidelijk te herkennen aan de overdaad van afzichtelijke waterspuwers. Van buitenaf gezien was er niets aan de hand: de met marmer en platina beklede muren waren een toonbeeld van rechtv- en goedaardigheid. Het was niet meer weg te denken uit de skyline van Dnaleez. Maar zou men door de muren heen kunnen kijken, dan zag men dat dit zo schone gebouw van binnenuit langzaam aan het verrotten was. De snode plannen en complotten die gesmeed werden vormen een smet op het blazoen van het paleis. Een smet die wellicht nooit meer gezuiverd kan worden. Zelfs niet met Quick ’n Brite. Amazing.

De meeste bewoners van Dnaleez waren hier niet van op de hoogte. Nu was dan ook bijna niemand geïnteresseerd in politiek: wanneer er gestemd moest worden over het een of ander - ééns in de vier jaar - dan werd een ongelukkige aangewezen die via volmachten voor de rest van de bevolking moest gaan stemmen. Het paleis was een symbool geworden, voor ieder ergens anders voor. De mannen die op de uitgestrekte vlaktes, in de eeuwenoude bossen en aan de loefzijde van de ellenlange dijken hun nomadische bestaan leidden zagen het paleis als een oriëntatiepunt, één van de vele bergen in de verte. Deze berg was gewoon toevallig wat glanzender. Sommige stammen leefden in de overtuiging dat de Goden daar woonden en beslissingen maakten over het lot van hen, stervelingen. Ze zaten er niet eens zover naast dus.

De vrouwen in Seog hielden zich alleen bezig met het dagelijkse reilen en zeilen, ze bemoeiden zich niet met de besluitvorming. “Dat is meer wat voor de hoge tantes, niets voor ons gewone volk,” was een veelgehoord Dnaleezs gezegde. En in de overige steden waren er maar weinigen die hun heerseres Rehtse in levende lijve hadden mogen aanschouwen, zij zelf was daar zelfs tot een symbool verworden: de grote leidster, ‘de aansprakelijke’. Niets meer, niets minder. Het nieuws van de staatsgreep van Niwde was nog niet buiten de muren gekomen in ieder geval. Al kon dat vast niet lang meer duren.

 

Htiduj was blij dat die vervelende kerel eindelijk weg was. Kijk, ze was natuurlijk blij dat hij ervoor gezorgd had dat Rehtse weer verdwenen was, nu kon zij de plek tenminste innemen waar ze recht op had. Maar dat die Niwde dacht dat hij nog steeds de nieuwe heerser van Dnaleez zou zijn als hij terugkwam was natuurlijk gekkenwerk. Nee, niet gekkenwerk, gekkengedachte. Ze danste rond in haar suite: dit was eigenlijk te mooi om waar te zijn. Ze zou er voor zorgen dat de ‘superintelligente’ mannen die Niwde had achtergelaten in het paleis, verdreven werden en daarom binnengehaald worden als redder van de planeet. En mocht hij ooit terugkomen met Rehtse, dan zou Htiduj’s populariteit onder het volk zo groot zijn dat ze nimmer afgezet zou kunnen worden. Ze zag het al helemaal voor zich: Rehtse zou de troonzaal binnenkomen met degene die haar hart gewonnen had, vol goede moed, nee eville moed om haar thuisplaneet met harde hand te gaan regeren. Ze kon haast niet wachten tot ze haar gezicht zou zien wanneer ze zag dat niet zij maar zij heerser was. En hetzelfde gold voor Niwde, maar dan met haar vervangen door hem en de derde en vierde zij door hij. Maar goed, daar was ze nog een aantal stappen van verwijderd. Eerst moest ze maar eens een plan bedenken om de manschappen van Niwde uit te schakelen. Het leven van een vrouw was toch maar zwaar. Altijd plannen moeten bedenken om macht te krijgen of wraak te nemen, elke week weer... waar haalde ze het toch steeds vandaan? A woman’s work is never done.

 

Retuow was herenigd met Elleinad. En daar was hij blij om. Wat heet blij, hij was in exstase. De vonk tussen hen was direct weer overgesprongen [exstatische electriciteit waarschijnlijk]. Ze hadden elkaar al zo lang niet gezien dat het lichamelijk pijn was beginnen te doen. Maar nu bevonden ze zich in een redelijk luxe suite, eindelijk weer samen. Niwde had voor zijn vertrek toestemming gegeven dat de vrienden van Melliw onder lichte bewaking zich vrij mochten begeven in het paleis, ze hoefden niet in de kerkers te blijven. Daar was dan ook haast geen plaats voor: naast Retuow en Elleinad waren nu ook Marb, Retep & Sacul, Ecyoj en Reigor ‘te gast’ op Dnaleez. Het was een vrij ruime kamer, het enige nadeel was dat ze om de een of andere reden in de kast moesten slapen. Maar deze gastvrije behandeling maakte niet dat ze Niwde minder haatten hoor. Want hij was het enige die stond tussen Melliw en het eeuwige geluk. Elleinad wilde graag dat Melliw bereikte wat zei hem niet kon geven. En Retuow wilde ook graag dat Melliw het eeuwige geluk vond, dan had hij Elleinad tenminste weer voor zichzelf alleen. De vrouw van zijn dromen lag in zijn armen op de bank en stortte haar hart uit over wat ze allemaal meegemaakt had: de chaos in haar hoofd toen deze bewoond werd door de herinneringen van Melliw, de rust die ze had nu ze een chip aangemeten gekregen had. En Retuow beluisterde het allemaal aandachtig. Ze kon uren praten en het zou hem nog niet vervelen. Hij hoorde liever dat zijn hele familie uitgeroeid was uit haar mond dan uit die van willekeurig welke ander. “Maar genoeg over mij, wat heb jij meegemaakt?” zei Elleinad. Retuow dacht er over na. “Bijna niets, eigenlijk. Zeker niet vergeleken met wat jij allemaal beleefd hebt. Ik heb wel een keertje vreemd gedroomd, dat ik een tijdmachine had waarmee ik het hele universum verklootte. En laatst probeerde een travestiet me te verleiden, maar die herken ik altijd van kilometers ver. Waar ik de rest van de tijd mee gevuld heb...” Hij schudde zijn hoofd en haalde zijn schouders op. “Oh ja, en ik heb nieuwe schoenen.” Hij stak trots zijn voeten in de lucht. “En nu zijn we weer één. Één wat? Gewoon één. Eindelijk rust, tijd voor elkaar. We hoeven alleen maar te wachten tot Melliw of die Niwde terugkomt en dan kunnen we terug naar huis.” “Dat kunnen we doen.” Zei Elleinad, die overeind kwam. “In principe. Weet je wat we ook kunnen doen? We kunnen mijn plan uitvoeren.”

 

Htiduj liep door de kamer te ijsberen. Ze wist dat ze niet in haar eentje de handlangers van Niwde kon overmeesteren. Ze was geschoold in de martial arts maar zou hoogstens de helft aankunnen. Maar wie kon ze vertrouwen? De bemanning van haar schip niet in ieder geval: die waren direct overgelopen toen Elleinad de macht over had genomen. En het personeel in het paleis was ook niet echt rebels ingesteld: Niwde had hen beloofd dat zij voortaan lekker thuis mochten blijven, een beetje lui de kinderen opvoeden en het huishouden doen terwijl de mannen zich uit de naad werken zouden. Nee, ze zou het helemaal zelf moeten oplossen. In haar eentje. Ze struikelde over haar eigen benen tijdens het ijsberen en probeerde zich aan een kandelaar op te trekken. Deze kantelde echter naar beneden en er opende zich een geheime deur. Dit verbaasde haar niets, welk kasteel had nou geen geheime deuren? Ze ging naar binnen, op haar hoede voor vallen en dwalende monsters.

 

Geen vallen, geen dwalende monsters. Wel kijkgaatjes. Dat viel dus alweer mee. Ze schoof een van de gaatjes open en keek uit op de kamer van Ecyoj. Die zat een beetje wezenloos voor zich uit te kijken met haar armen over haar knieën. Maar wat moest ze anders zonder Mot? Het leek wel of ze aan het afkicken was van het een of ander. Nou ja, hier zou ze weinig van leren. Ze sloot de gaatjes weer af en liep naar de volgende. De kamer van Marb en Ymer. Zij waren aan het kaarten en kerfden na elk potje iets in een blok hout. Ze wilde net verdergaan toen ze een glimps van hun conversatie opving.

“Zeg Marb, hoe zit dat, ga je jezelf opnieuw klonen?” zei Ymer. “Mwah, weet nog niet.” Zei Marb. “Ik verdubbel. Eigenlijk hoeft het niet zo nodig, ik ben er nu toch zelf. En Reigor heeft voorspeld dat dat ding het niet meer zou doen, al zou ik niet weten waarom niet.”

Htiduj had genoeg gehoord. Ze haastte zich naar de kloonmachine.

“Plus dat dat ding eerst eens goed moet nageken worden. Voor hetzelfde geld zit er nog wat DNA-resten van Reigor of Ekeneim in en zitten we opgescheept met Magor of Ekenarb dalijk. Nee, laten we maar even wachten met verdere experimenten nog. Eerst moet die DNA-container eens goed schoongemaakt worden. Het heeft een vrouwenhand nodig. Laat Sacul dat maar doen.” Hij zette zijn elleboog op tafel: “Stift!”

 

Retuow zag het alweer aankomen hoor. Een plan van Elleinad, dat kon niet anders dan dat hij heel veel zou moeten gaan doen. En het had vast wat met macht of wraak te maken. “Wat is jouw plan dan?” vroeg hij met zoveel mogelijk enthousiasme. Elleinad sprong op. “Het is briljant van eenvoud. Wij nemen de macht over op deze planeet en wreken zo de coup d’etat van Niwde.” Als hij het niet dacht. “Oh, dat is een goed plan ja. Makkelijk zat, we hoeven alleen maar het batiljoen dat Niwde heeft achtergelaten te overmeesteren. Koekje.” “Ok daar heb ik dus geen behoefte aan, ja? Met sarcasme heeft nog nooit iemand een regering omver gegooid. Nou ja, op Fidel Sarcastro na misschien. Ik ben op het idee gekomen voor dit meesterlijke plan toen ik je net vertelde hoe makkelijk ik de leiding kreeg op het schip van Htiduj. De mensen hier zijn niet al te snugger volgens mij en als je er maar een beetje uitziet alsof je weet waar je mee bezig bent, lopen ze zo achter je aan.” “Met fakkels en hooivorken bedoel je?” “Wat zei ik nou net?” Retuow verzamelde zijn moed en stond op. “Het maakt me niet uit wat je net zei. Ik ga me niet weer laten meesleuren in zo’n raar plan van jou. Ik ben je slaafje niet! Begrijp me goed, ik houd van je en zo maar soms ga je er iets te makkelijk van uit dat ik alles zo maar voor je doe. Deze keer niet. The line must be drawn here!” En om zijn dramatische speech wat cachet mee te geven gooide hij de tafel omver. Elleinad keek hem verbijsterd aan. Ze knipperde met haar ogen. “Weet je dat ik je nog nooit aantrekkelijker heb gevonden dan nu?” zei ze en liep op hem af. Ze kuste hem hartstochtelijker, spannender en avontuurlijker dan ooit tevoren. Retuow’s wenkbrouwen schoten van verbazing omhoog. Andere lichaamsdelen volgden dat voorbeeld.

 

Htiduj had na enig zoeken de kloonmachine gevonden. Dat zag er ingewikkeld uit. Gelukkig lag er een handleiding bij. De introductie sloeg ze over, net zo de technische specificaties. Ah, het hoofdstuk ‘Hoe maak ik een kloon, in een nog nader te bepalen aantal eenvoudige stappen. Ze volgde de aanwijzingen en opende de DNA-container. ‘Stop in de DNA-container een monster van het DNA van de te klonen persoon. Voor het beste resultaat gebruike men lichaamssappen want daar zit het meeste DNA in.’ Htiduj rochelde wat en spuugde erin. Voor de zekerheid trok ze ook nog een haar uit haar hoofd en legde die erbij. Misschien niet de traditionele primordial soup, maar goed genoeg voor een testje. Ze koos voor het normale draaiprogramma, zonder centrifugeren. Dat kostte te veel tijd en daar had ze geen tijd voor nu. Ze stond bijna te springen van de opwinding: Ze ging zichzelf klonen en als het beviel, zou ze een heel leger opbouwen! Allemaal zouden de klonen hetzelfde denken en willen: Htiduj aan de macht! Ze moest er alleen wel voor zorgen dat zij de Htiduj werd die aan de macht kwam. Maar dat was vast geen probleem, eerst maar eens kijken hoe de kloon eruit kwam. Het duurde wel lang, dat wachten. De display zei dat het nog 24 uur zou duren. Als ze elke keer 24 uur moest wachten dat zou ze nog wel even bezig zijn eer ze een leger had. Wacht, daar zat een draaiknop. Ze zette de knop vol open. Dat was al beter. Over zes uur zou het kloonproces voltooid zijn. Gelukkig had ze een boek bij zich.

 

Retuow werd opgelucht wakker. Het was een wilde nacht geweest. En voor het eerst sinds tijden was hij er zeker van dat dat niet kwam omdat Elleinad over iemand anders gefantaseerd had. Nou ja, vrij zeker. Dat had hij nou nooit verwacht, dat een beetje weerstand bieden tegen zijn wederhelft zo’n resultaat zou leveren. Hij dacht er eens over na. Eigenlijk was het niet zo verrassend: hij was net zo koppig geweest als Melliw geweest zou zijn. Dat trok Elleinad natuurlijk zo aan in Melliw. Zo, nu hoefde hij zich daar geen zorgen meer over te maken. Elleinad was eindelijk alleen van hem! Hij wilde een dansje van plezier doen, maar dat ging niet met een nog slapende Elleinad in zijn armen. Oh wacht, Elleinad lag niet meer in zijn armen. Hij kwam de slaapkamer uit en vond Elleinad aan het bureau. “Wat ben je aan het doen? Aan je dagboek aan het toevertrouwen dat je alle gedachten aan Melliw uit je hoofd verbannen hebt?” vroeg hij. “Nee, ik ben het plan tot in de puntjes aan het uitwerken. Retuow schrok. “Ik dacht dat ik gezegd had dat ik niet meewerkte aan dat plan!” zei hij. “Ja dat klopt. En dat vond ik ook heel sexy hoor. Maar dacht je dat we het daarom niet zouden uitvoeren?” Ja dat dacht hij inderdaad. Maar hij wilde niet dat Elleinad dacht dat hij dom was dus schudde hij nee. “Nee natuurlijk niet. Ik maakte maar een grapje. Ik werk graag mee aan het plan, hoe zeer ik ook ontken dat ik mee wil werken.” Ze legde hem uit wat ze in gedachten had. Ten eerste zou de hulp van Htiduj onmisbaar zijn. Elleinad wist zeker dat Htiduj haar zou helpen, dat had ze immers ook gedaan op haar schip. Aangezien Htiduj nu tijdelijk de touwtjes in handen had, kon zij vast wel regelen dat Retuow aangesteld werd als vice-Emperess of the Galaxy. Mochten de handlangers van Niwde bezwaar maken, dan zouden ze zeggen dat de aanstelling van een man in de hoogste kringen van de regering juist bevorderlijk was voor de integratie van de in Y-chromosomen achtergestelde lagen van de bevolking. Dat konden ze vast niet volgen namelijk. Met Retuow op zijn plaats zouden ze een wet aannemen dat personen die langer dan 2 weken vermist werden, dood verklaard werden. Rehtse zou daarna dus dood verklaard worden en dan was Retuow Evil Emperess of the Galaxy. “Maar ik wil helemaal geen Evil Emperess of the Galaxy zijn!” zeurde Retuow. “Ja hoor eens, dat rebelse wordt steeds minder leuk.” Zei Elleinad. “Ga Htiduj nu maar voor me zoeken.” Retuow bleef even staan, staarde naar zijn schoenen. “Ben je daar nu nog? Chop-chop!” ze klapte in haar handen. Retuow slenterde naar buiten. Hij maakte zelf het sjpok-geluidje toen hij de deur open- en dichtdeed. Luie ouderwetse deuren. Maken niet eens geluid als je er doorheen loopt.

 

Htiduj speelde wat met haar mes. Ze gooide Nodrog Renmus [het mes heette Nodrog Renmus] de lucht in en ving het weer op. Ze moest toch wat doen tijdens het wachten he. Gelukkig was de kloon bijna klaar. Ze had, toen ze haar boek uit had en alle tegeltjes aan de muur geteld had en wat sit-ups gedaan had, tijdens het wachten uitgerekend hoe lang het zou duren voor ze een respectabel leger bij elkaar had. Met vijf Htiduj’s zou ze een eind komen, dus nog 24 uur en de invasie kon beginnen. Sissend opende de deur, stoom kwam eruit. Daar zat ze, haar bloedzuster. Ze wuifde de stoom weg, kon niet wachten om in deze levende spiegel te kijken. De kloon kwam naar buiten. “Holy shit!” riep Htiduj uit. “Wie ben jij nu weer?” “Ik ben Htiduj.” Zei de kloon. Ze rekte zich uit. “En ik ben ook nog Reigor, op de een of andere manier. Ik deel het DNA van die twee, noem me maar zusje Htiduj.” Ze keek verbijsterd om zich heen, alsof ze alles voor het eerst zag. En dat was ook zo. Ze zocht naar de juiste termen om deze gewaarwording te verwoorden. “Nadat ik 6 uur regular leisure ben ondergaan, gaat er een eerstehands wereld voor mij open!!!!”

 

Wordt vervolgd.

Hosted by www.Geocities.ws

1