Sprookje – Deep Tragic Nine

 

 

Episode 26: De Zevensprong

 

 

Rehtse had haar keus gemaakt en stormde haar kamer uit. Links was de weg naar Melliw. Rechts de weg naar Niwde. Dat ze hier nog over getwijfeld had, ongelofelijk! Het lag zo voor de hand, het kon niet anders! Een kind had het kunnen bedenken! Wat stond ze hier eigenlijk nog te treuzelen? Ze sloeg af.

 

Ze kwam terug en schreef een briefje. Ze stormde de kamer opnieuw uit en sloeg nogmaals af. Maar niets dan vliegen.

 

Niwde was klaar met de staatszaken van vandaag. Wat hadden die vrouwen toch altijd moeilijk gedaan met al die comité’s en vergaderingen. Een goede dictatuur was veel efficiënter. Zo, klaar met het werk, tijd voor het meisje. Met een standvastige, zelfverzekerde tred liep hij naar Rehtse’s kamer. Hij kwam binnen zonder kloppen en terwijl hij rondkeek, op zoek naar een glimps van de vrouw die zijn gedachten al die jaren niet met rust gelaten had viel al vrij snel zijn oog op een briefje op tafel. Ongetwijfeld een briefje met een tekst als: ‘ik lig in de slaapkamer op je te wachten, tijger!’ of iets van die strekking. Met een glimlach pakte hij het op en las het.

Zijn bloeddruk en verbazing stegen even snel als zijn mondhoeken daalden. Hij pakte een vaas en slingerde die tegen de muur. Daarna stormde hij de kamer uit. Op naar de kerkers. Op naar Melliw, als die er nog was tenminste. Hoe kon ze hem dit aandoen? Verdiende hij dit, na zoveel jaren smachten naar haar? Om zo een beetje afgescheept te worden?

 

Met ingehouden adem vroeg Melliw zich af wie er op de deur klopte. Hij besloot deze ingehouden adem wat nuttiger te gebruiken en vormde er het woord ‘Binnen’ mee. De deur ging tergend langzaam open. Tjonge jonge wat tergde dat hem zeg. Het licht stroomde naar binnen en verblindde de wilskrachtige beschermer. Hij zag alleen een silhouet. “Ben jij het, Rehtse?”

“Ja, ik ben het.” Zei Niwde. “Wacht eens even, jij bent Rehtse helemaal niet!” zei Melliw, altijd opmerkzaam. De zoetgevooisde stem van Rehtse zou hij uit duizenden herkennen. Niwde struinde op hem af en duwde een papiertje onder zijn neus. “Wat heeft dit te betekenen?” zei hij dreigend. “Je haalt me de woorden uit de mond.” Zei Melliw. Hij las het briefje van Rehtse. Hij als het nogmaals, want in zijn ervaring was het de tweede keer lezen bijna altijd beter. Gelukkig las hij snel. “Mmm. Ja, dat was te verwachten. Je weet wat ons te doen staat hè?” zei Melliw. “Ons te doen staat? Mij te doen staat, zul je bedoelen.” “Ik maak zelf wel uit wat ik zal bedoelen, ja?” zei Melliw. Elleinad vroeg zich af wat er nou eigenlijk op dat briefje stond. Ze hoopte maar dat Rehtse voor Melliw gekozen had, dat verdiende hij onderhand nou wel eens. Maar uit dit haantjesgedrag kon ze afleiden dat dat niet het geval was. “Mag ik het ook even lezen?” vroeg ze daarom. “Wat? Wie ben jij dan wel?” zei Niwde. “Ik? Ik ben Elleinad, halfgod en een zeer dierbare vriendin van Melliw!” “Ach ja dat is waar ook. Ik heb nog een chip in je hoofd gezet, nu weet ik het weer. Oh voor ik het vergeet: je moeder, je zus, je vader, je andere zus, je tante, je oom, je opoe, je grootvader, je stiefneef and your father's brother's nephew's cousin's former room-mate hebben nog voor je gebeld. Ik heb maar gezegd dat je ziek was.” “Ja ja geef dat briefje nou maar.” Zei Elleinad. “Waarom zou ik?” “Durf je soms niet?” zei Melliw in zijn meest zangerige stemmetje. “Natuurlijk wel!” zei Niwde en liet Elleinad bruusk het briefje lezen. Ze las:

 

                                                    From the desk of Rehtse

Subject: Slecht nieuws...

 

Allerliefste Melliw & Niwde,

Ik heb er lang over moeten denken, maar ben tot een beslissing gekomen. Het was moeilijk, haast onmogelijk om een keuze te maken tussen jullie twee. Elk heeft zoveel te bieden, passie, hartstocht, avontuur... Maar plotseling zag ik het licht weer en herinnerde me wie ik ben: Evil Emperess of the Galaxy, degene die niemand nodig heeft en al zeker geen mannen!!!!!! “

 

Zes uitroeptekens... als vijf al een teken was van een maniakale geest, wat betekende zes uitroeptekens dan wel niet?

 

“Ik wilde jullie beiden opzoeken om te vertellen dat ik weer de wijde wereld in trek, maar wist dat jullie me niet zouden willen laten gaan. Één blik van die trouwe puppydog-eyes zou me mijn plannen kunnen doen vergeten. Nee, ik moet volhouden: Ik wil en kan verder geen blok aan mijn been gebruiken. Ik ga het heelal verkennen en eventueel veroveren en dat is al een zwaar genoege taak zonder een eegaa die ongetwijfeld na verloop[ van tijd wil gaan bepalen wat Rehtse wel en niet mag doen.... Probeer me niet te volgen, jullie zullen me niet vinden.

Dit was het moeilijkste wat ik ooit moest doen. Maar het moest! Het was onvermijdbaar. Het breekt mijn hartje want ik voelde toch wle heel erg veel voor... maar toch de beslissing moet genomen worden.”

 

De handtekening onderaan was onleesbaar door de tranen die op het papier gevallen waren. “Mijn God, wat een trut!” riep Elleinad uit. Niwde en Melliw grijnsden. “Ja hè?” zeiden ze. “Ze heeft jullie gePepsied!” Dat konden ze niet helemaal volgen. Melliw besloot het te negeren en er overheen te praten: “Maar goed Niwde, je hebt twee keuzes: óf je laat me vrij en we gaan allebei afzonderlijk op zoek naar haar, óf je laat me hier zitten en dan ontsnap ik zodat je niet alleen een zoektocht naar Rehtse maar ook naar mij moet organiseren. Ik stel voor dat je voor het eerste kiest en we er een eerlijke wedstrijd van maken.” “Hallo, we hebben het hier over Rehtse hoor, niet over een ding dat we als prijs gebruiken. Het gaat hier wel om een levend wezen hoor!” zei Niwde. “Ja ja, maar ik denk nu eenmaal in wedstrijden. Bekijk het maar zo dan: Degene die haar het eerst vindt, heeft de meeste kans om haar om te praten, of in mijn geval te laten zien dat we duidelijk bij elkaar horen. Als zout en peper, of olie-” “En water?” vulde Niwde aan. “Nee, als olie en... meer olie.” Elleinad schraapte haar keel. “Ik wil jullie pret en plannetjes niet bederven, maar het lijkt me duidelijk dat Rehtse niet wil dat jullie haar volgen. Er staat immers, en ik citeer: ‘Probeer me niet te volgen, jullie zullen me niet vinden’” “Ja dat lijkt me dus duidelijk,” zei Niwde. “Ze wil duidelijk dat we haar volgen, ik citeer: Probeer me niet te volgen, jullie zullen me niet vinden.’” “Ja dat lijkt me duidelijk.” Zei Melliw. “Weet je Niwde, volgens mij hadden we het in andere omstandigheden best met elkaar konden vinden. Maar jij hebt me gevangen genomen en een chip in mijn hoofd gezet en bent verliefd op de vrouw waar ik van houd en dat zet toch een soort van barrière tussen ons in.” “Oké, ik zal er eens over nadenken.” Zei Niwde. Hij stormde de kerker uit.

 

“Nou dat ging beter dan ik verwacht had.” Zei Melliw toen hij weg was. “Hoezo beter dan verwacht. Hoe kon je dit verwachten?” zei Elleinad. “Ja daar zit ook wel wat in. Maar opeens heb ik weer een raadsel! Hoe kan iemand eerst verliefd worden op mij en daarna op Niwde? De logische antwoorden zijn: 1. We lijken op elkaar, 2. ze is niet verliefd op mij geweest, 3. ze is niet verliefd op Niwde. Als je het zo zegt is het opeens wel heel eenvoudig. 1 lijkt me bijna onmogelijk, ik zie geen overeenkomsten tussen Niwde en mij. 3 lijkt me ook echt onzin. Dan zou ze geen moeite hebben gehad om te kiezen tussen hem en mij. Conclusie blijkbaar: ze is nooit verliefd op me geweest, in ieder geval niet om wie ik ben, misschien wel op het droombeeld dat ze van me had. Toch waren er hele mooie momenten. Wat hadden we toen een lol, wat komt het hard aan nu. Zoveel lol en dan alleen... Het leven blijft vreemd. Ach ja.” Een onbekende glimlach speelde over zijn gezicht. “De liefde is er in ieder geval.” “Ho ho ho, ik moet even ingrijpen nu,” Zei Elleinad. “want jij begrijpt er helemaal niets van, en je logica is ook nog eens flawed. Ten eerste was ze eerst verliefd op Niwde en later pas op jou. Vervolgens kan je zeggen wat je wilt, maar jullie lijken wel op elkaar, tenminste wat ik er net van gezien heb wel. Wat 3 betreft heb je gelijk, maar je vergeet nog een 4e mogelijkheid: iemand kan op twee verschillende types vallen.” “Dat geloof ik niet.” “Ja hallo, wie is er hier nou de vrouw, jij of ik? Wie weet dat nou beter? Natuurlijk kan iemand op twee verschillende types vallen!” Zo had Melliw het nog niet bekeken. “Oh ja, dat kan natuurlijk ook. Goh wat dom van mij zeg, dat ik daar niet aan gedacht heb zelf. Maar ja, wat wil je, ik moet even zielig doen vanwege mijn luhduhvuhduh.” “Luister, ik weet dat je niet makkelijk toegankelijk bent Melliw, maar als je dit wilt winnen dan moet je ophouden met dat melancholische gedoe, ja? Ik ben er van overtuigd dat Rehtse voor jou kiest als je haar vindt. Maar dan moet je haar wel als eerste vinden en dat betekent dat je onderweg geen tijd te verliezen hebt. Dus quit your bitching and go find her!” “Maar...” “Niks te maren! Vort, waar wacht je nog op?” “Uhm, tot iemand mijn boeien losmaakt misschien?” De deur ging weer open. Niwde trad binnen. Hij maakte de boeien los en leidde hen naar de troonzaal.

 

In de troonzaal stonden alle bekenden te wachten. Op Ymer na dan. Maar Retuow, Reigor/Ekeneim, Mot, Ecyoj, Marb, Sacul/Ettebab en Retep waren er wel. Aan Niwde’s kant stonden al zijn handlangers en enige overlopers zoals Htiduj, ooit rechterhand van Rehtse. Verder zaten de vrouwen van de ministerraad er en een groot deel van de hofhuishoudstaf. Leor was nog steeds geïnfiltreerd in Niwde’s groep en zwaaide nerveus naar Melliw toen die binnenkwam. Zijn hand nam een iets andere vorm aan toen hij Elleinad zag. Niwde liep naar het podium, zette zijn meest innemende glimlach op en nam het woord.

“Personen, ik heb jullie hier bijeen geroepen omdat ik een beslissing en besluit genomen heb. Zoals jullie misschien vernomen hebben is Rehtse verdwenen. Waarschijnlijk is ze ontvoerd door een wraakzuchtig ruimtewezen. Om haar te vinden zal ik zelf persoonlijk op zoek gaan naar haar. Nu kan ik in mijn eentje niet zo veel ruimte bestrijken, dus vraag ik me af of er misschien vrijwilligers zijn die ook willen zoeken naar onze geliefde Emperess.” Melliw stak zijn hand op. “Ah, de meneer daarachter wil een handje helpen. Kom maar naar beneden en sla je slag!” Melliw kwam naar beneden en sloeg zijn slag: “Misschien is het verstandig als we allebei een hulpje meenemen op deze zoektocht.” Stelde hij voor. “Twee weten immers meer dan één.” “Dat is waar, maar wij zijn met z’n tweeën.” “Ok, maar twee keer twee weten meer dan één keer twee.” Niwde trok Melliw naar zich toe. “Waar ben je mee bezig?” Siste hij. “Het leek me wel prettig om iemand bij me te hebben onderweg. Plus dat ik dit niet helemaal volgens jou regels wil spelen. I make my own rules.” “Ik weiger je dit gewoon! Ik maak hier de regels!” “Prima, en dat vertel ik iedereen op deze planeet dat Rehtse niet ontvoerd is, maar je verlaten heeft. Dat zal je status als nieuwe heerser hier geen goed doen, dunkt me...” Niwde zette zijn politieke glimlach weer op. “Mijn beste personen, deze beste man was me net voor: ik had al besloten om iemand mee te nemen op mijn missie. De meest geschikste persoon die tot mijn beschikking staat...” Hij draaide zich om naar zijn garde. Wie moest hij nemen. Ach, maakte toch niet uit. Hij zou toch wel winnen, met wie dan ook. De overwinning zou des te groter zijn als hij met het grootste minkukel op pad ging. Hij wees naar Leor. “Hij daar! Kom maar naar beneden en sla je slag!” Leor keek om. Wie bedoelde hij nou? Hem toch niet? De man naast hem duwde hem naar voren. “Jij moet naar voren, sul!” zei hij. De anderen lachten. Ze hadden een nogal ontwikkeld gevoel voor humor. “Dan kies ik Mot.” Zei Melliw. Mot keek op uit zijn innige verstrengeling met Ecyoj. “Wat? Ik? Ik heb daar helemaal geen tijd voor man! Ik ben net weer terug met Ecyoj na een veel te lange tijd dat we elkaar niet gezien hebben! Kan je niet iemand anders kiezen?” “Helaas niet.” Zei Niwde. “Traditioneel kan ik alleen je eerste antwoord accepteren. Jullie hebben 24 uur om je klaar te maken voor vertrek. Moge de beste winnen! Al is dit natuurlijk geen wedstrijd, het gaat erom dat we die arme Rehtse redden.” Een klatterend applausje steeg op uit de zaal.

 

Niwde nam Leor, Mot en Melliw mee naar de raadskamer. Hij legde ze de regels uit:

“De regels zijn simpel, dus ik zal ze voor jullie maar even uitleggen. De eerste die bij Rehtse komt heeft de meeste kans om haar voor zich te winnen. Haar schip, waarmee Elleinad en Htiduj hier teruggekomen zijn, staat nog altijd op dezelfde plaats en alle andere ruimteschepen zijn ook nog hier, dus ze moet nog op deze planeet zijn.” “Tenzij ze echt gekidnapt is door aliens, dat zou nog eens ironisch zijn!” zei Melliw. “Zwijg. We moeten er van uitgaan dat ze nog hier is. Aangezien je zelf voorstelde om één helper aan te roepen, wordt hierbij verboden om anderen om hulp te vragen. Dat betekent geen hulp van je wetenschapsteam, geen hulp van de techniek aan boord van jullie ruimteschepen. Het enige wat je mag gebruiken zijn je handen en hersens. Mocht een van ons expliciet iemand vragen om hulp, dan wordt diegene gediskwalificeerd. Als je ongevraagd geholpen wordt dan is dat acceptabel. Verder moet er een logboek van je reis bijgehouden worden en op elk station moet gestempeld worden. Dit als bewijs dat je er daadwerkelijk geweest bent. Is dat duidelijk?”

Het was duidelijk. Ze verlieten de kamer om zich klaar te maken. Voor de reis hè! Perverselingen die jullie zijn. 

 

Retep liep over en heen en weer van de goede ideeën. “Ik heb nog allerlei leuke uitvindingen gedaan die je vast kan gebruiken om Rehtse te lokaliseren!” Voor Melliw kon zeggen dat hij geen hulp kon aanvaarden liep Retep de uitlaatklep van het schip al op. Marb kwam net naar buiten. “En, wat kan deze Marb niet?” vroeg Melliw aan Ettebab/Sacul. “Dit is de echte originele Marb, dus die kan alles niet.” Antwoordde hij/zij. Daar moesten ze smakelijk om lachen. “Maar vertel eens, wat is er allemaal gebeurd met iedereen? Ik ben de laatste tijd eerst van dimensie naar dimensie gesprongen en daarna ben ik mijn godenkrachten kwijtgeraakt door een chip in mijn hoofd. Maar genoeg over mij, hoe gaat het met jullie?” Marb vertelde hem hoe Reigor versmolten was met Ekeneim en hoe Marb-zeven op Mussnurb gestorven was. En hoe Sacul omgebouwd was tot vrouw in een poging de liefde van Retuow voor Elleinad te testen. En dat Ymer de ABCD had en over enkele weken op Dnaleez zou arriveren. Zo, nu wist Melliw weer precies wat er allemaal gebeurd was. Hij vertelde aan Marb wat er in de pparrallelle dimensies met hem en Mot en Rehtse en Ecyoj gebeurd was, al had Marb dat allemaal al gezien, hoe hij bij zijn terugkeer zijn herinneringen van Elleinad weer terugkreeg, hoe Elleinad het schip van Rehtse bereikt had en hoe ze daar de macht van de rechterhand van Rehtse, Htiduj die de nieuwe Evil Emperess of the Galaxy wilde worden, had overgenomen en uiteindelijk er Dnaleez mee bereikte. Marb vertelde dan weer dat Ecyoj ontsnapt was uit de chaos bij de bruiloft van Melliw en Rehtse en hen bereikt had om hulp te halen. Zo, nu was iedereen weer op de hoogte van al het gebeurde. Jammer genoeg had Melliw daardoor geen tijd meer om zich terdege voor te bereiden op de komende tocht maar ja, wat doe je er aan he.

 

Niwde had Htiduj ontboden. “In de tijd dat ik weg ben, zal jij de touwtjes hier in handen hebben. Mijn mannen zijn mentaal niet voorbereid op zo’n belangrijke taak als het besturen van een ganse planeet. Jij hebt ervaring op dat gebied en bent daarom de uitgewezen persoon om dit te doen.” Htiduj lachte zelfvoldaan. “Maar ik ben op de hoogte gebracht van wat er op jullie schip gebeurd is. Hoe Elleinad zomaar de macht van jou overnam.” De glimlach op haar gezicht verstijfde. “Dat kwam door haar Godenkrachten! Geen persoon zou weerstand kunnen bieden aan haar mindcontrol-technieken!” “Dat smoesje kan je niet weer gebruiken, mocht het nogmaals gebeuren. Elleinad heeft een chip in haar hoofd waardoor ze haar krachten niet kan gebruiken. Maar pas goed op: in mijn ervaring zijn vrouwen dan nog gevaarlijker... wees op je hoede, Htiduj. Wees op je hoede.” Hij wuifde haar de deur uit. “Je kunt gaan.”

 

Het was tijd om afscheid te nemen. De race ging bijna beginnen namelijk. Ecyoj liep met Mot naar de startlijn. “Ik heb een ring voor je.” Zei ze. “Deze ring staat symbool voor de oneindigheid van onze liefde. Net als deze ring heeft onze verbondenheid geen begin en geen einde.” Mot nam de ring tussen zijn duim en wijsvinger. “Cool, heeft deze ring ook magische krachten?” vroeg hij. “Ja dat zeg ik net, het is symbool voor onze liefde. De kracht van deze ring is dat ik altijd bij je zal zijn. Je draagt me altijd bij je. Dove. “Mmm. Ja ik bedoelde meer echte krachten. Onzichtbaar worden of iets dergelijks.” Ecyoj ging onverstoord verder. “Mijn betovergrootmoeder leerde me er een versje bij toen ik deze ring kreeg. Het is een oud familie-erfstuk namelijk. Maar het versje ging zo: Drie voor de Elfen-koningen op aard’

Zeven voor de Dwergvorsten in hun zalen schoon,

Negen voor de mensen, die de dood niet spaart,

Een voor de Zwarte Heerser op zijn zwarte troon.

In Rodrom, waar de schimmen zijn.

Eén om allen te regeren, Eén om hen te vinden,

Eén die hen brengen zal en in duisternis binden,

In Rodrom, waar de schimmen zijn.” Zei ze sereen. “Ja, ze was onderhand ook al 217 en behoorlijk koekoek! Plus al dat klok-klok... Niemand geloofde haar, maar weet je, ik denk dat het best wel eens waar kon zijn...” Mot zag dat deze ring toch wel heel veel voor haar betekende en zei: “Ik zit je ook maar een beetje te jennen. Hartelijk bedankt voor de mooie ring. Elke keer als ik er naar kijk zal ik aan je denken en ik draag je nu altijd bij me. En ik vind het helemaal niet erg dat deze ring geen superkrachten heeft zoals onzichtbaarheid of een geheim compartementje met gif er in of dat je vinger er groen van wordt.” Hij deed hem om en keek even of hij onzichtbaar geworden was. Nee, jammer genoeg niet. Hij voelde in zijn zakken of hij ook nog iets voor Ecyoj had. Ah, succes! “Ik heb ook iets voor je gekocht. Een trui. Symbool voor euh... De warmte die we van binnen voelen, kun je nu ook van buiten voelen. En het is van echt schaap gemaakt. Ik heb hem gekocht omdat ik wist... hoeveel je van truien houdt. En zodat je het niet koud krijgt. Als ik er niet ben. En ik heb hem de hele tijd op me gedragen dus hij ruikt ook nog naar me.” Dat vond Ecyoj wel een mooi cadeau. Niet zo mooi als haar ring natuurlijk, maar niettemin een mooi cadeau. Ze zoenden elkaar gedag.

 

Al de mensen die eerst in de troonzaal aanwezig waren stonden nu bij de startlijn. Leor signaleerde Melliw dat hij er wel voor zou zorgen dat Niwde niet zonder slag of stoot zou winnen. Hij kende alleen het gebaar voor ‘sabotage’ niet en Melliw dacht dat hij bedoelde dat hij een ijsje wilde. Soms zou het wel handig zijn als je gebarentaal kon. “Op uw plaatsen!” zei Htiduj. “Klaar!” zei Htiduj. “Af!” zei Htiduj. Het startschot klonk. De Tour de Dnaleez kon beginnen!

 

To Be Continued...

Hosted by www.Geocities.ws

1