Reigor werd wakker in de kloonmachine. Hij hoopte maar dat Marb het
goed gedaan had en hij niet opeens Reigor-één-kenniettoveren was geworden. Hij
opende de deur. “Reigor, wat is er met jou gebeurd?” riep Marb-zeven uit, die
van de schrik vergeten was dat hij geen namen kon onthouden. Reigor keek naar
zijn lichaam. Had hij eerst ook al borsten gehad? Hij zou toch zweren van niet.
Zoiets zou je toch wel onthouden, dacht hij zo. Hij kon maar tot een conclusie
komen: er was wat weefsel van Ekeneim meegekomen met zijn DNA. Reigor was niet
meer Reigor, maar Ekegor. Of Reineim...
“Ga je het hele verhaal in de derde persoon vertellen?” vroeg Retep
ongedurig aan Ekegor. “Want Retep vind de ik-persoon prettiger namelijk. En
velen met hem.” Velen knikten instemmend. “Nou goed,” zei Ekegor, “ik zal het
proberen maar ik beloof niets. Behalve dan dat jullie vast niet alles snappen
wat ik zeg maar dat maakt niet uit, als ik het maar snap. En jullie moet weten
dat ik het allemaal niet beledigend bedoel hoor.” Hij ging verder:
Ik kwam dus bij op het schip van Ekeneim. Marb had me in zekere zin
succesvol gekloond, ik had al mijn herinneringen nog en leefde weer, ik had
echter ook de herinneringen en een stuk physiologie van Ekeneim. En die
herinneringen waarschuwden mij dat er iets vreselijk, vreselijk mis was. De
koelkast was leeg! En het schip stond op het punt van ontploffen, dat ook.
Gelukkig wist ik hoe ik een koers moest uitstippelen naar de dichtstbijzijnde
bewoonde planeet. Daar zouden ze ons vast wel kunnen helpen.
Op weg naar de planeet merkte ik dat Marb steeds naar me aan het staren
was. Hij zal wel op stevige vrouwen vallen, dacht ik, ook al zijn het mannen.
Nou ja, we bereikten de planeet net op tijd voordat de kern van de motoren
brak. We verlieten het schip, we zouden op zoek gaan naar iemand die ons kon
helpen. We hoefden niet ver te zoeken.
“Potverdorie, wat doen jullie nou?” Buiten stond een eenvoudige
houthakker vervaarlijk met zijn bijl te zwaaien. “Een beetje op mijn huis
landen! Hoe moet ik nou mijn 30 kinderen onderdak verlenen? Zo scoren jullie
geen punten in het sociaal klassement hoor!” Marb maande hem tot stilte met een
dreun op zijn hoofd. “Au!” zei Kneh Poots [de eenvoudige houthakker heette Kneh
Poots]. Ik gebruikte snel mijn hersenen [die van Reigor natuurlijk] en wist
direct een oplossing: “Als je nou eens in tenten ging slapen?” Dat vond Kneh
Poots een geweldig goed idee. Hij deed een dansje van plezier. “Hé, ik
realiseer me net iets!” zei hij toen hij uitgedanst was. “Nu mijn huisje stuk
is, hoef ik geen hout meer te hakken voor de winter. Die kinderen eten je de
oren van de kop, weet je dat? Maar nu ik geen hout meer hoef te hakken, kan ik
meedoen met het damtoernooi in Mussnurb!” Hij begon weer te dansen. Marb en ik
hadden snel door dat deze man ons niet zou kunnen helpen. Maar misschien was er
in Mussnurb wel iemand die handig was met plakband en elastiek en dergelijke.
Een soort Revyugcam oid. Kneh Poots trommelde al zijn kinderen op. Toen de
kinderen hoorden dat ze naar het damtoernooi gingen waren ze allemaal zeer
verheugd. En terecht. Kneh is het levende bewijs dat je damplezier kunt
combineren met een rijk en vol gezinsleven.
Op de weg naar Mussnurb raakte ik aan de praat met Kneh Poots. Ja je
moet toch wat he. “Vorig jaar had ik nog maar 11 kinderen. En nu heb ik 30
kinderen. En die kinderen kunnen allemaal dammen, want de schijf valt niet ver
van het bord. En als ik Ajnat zie, dan zeg ik: Ajnat...” “...ik wil je tieten
zien!” voegde Marb aan. Kneh Poots begon hierop onbedaarlijk verlegen te
giechelen. Tjonge jonge wat kon die man ouwehoeren zeg. En nu ben ik normaal
gesproken niet zo spraakzaam, maar het DNA van Ekeneim kreeg de overhand en ik
kletste honderduit met hem mee over niets. Gelukkig maar, want ik kwam zo heel
wat te weten over Mussnurb. Onder meer dat de koning van Mussnurb drie dochters
had. En elk jaar hield Teip Elok [de koning heette Teip Elok] een damtoernooi.
De winnaar van het toernooi moest dammen tegen Teip Elok en als diegene zou
winnen van Teip Elok, dan zou Teip Elok afstand doen van de troon en mocht de
winnaar trouwen met de oudste dochter van Teip Elok. “En nu hoop ik dat ik win
dit jaar, want ik moet toch een vrouw hebben om voor al die kinderen te zorgen!
En Ajnat –de dochter van Teip Elok heet Ajnat- is de ideale vrouw voor welke
dammer dan ook.” zei Kneh Poots. Marb hield ondertussen de kinderen bezig. “Hoe
heet jij eigenlijk?” vroeg een van de houthakkerskinderen. “Gaat je geen fuck
aan.” Zei Marb, die zijn eigen naam vergeten was maar dit niet toe durfde te
geven. “Oh, da’s toevallig, ik ook.” Zei Gaatjegeenfuckaan Sreum [een van de
houthakkerskinderen heette Snah Sreum]. Opgelucht zag Marb dat ze het paleis
bereikt hadden. Het lag midden in een moeras. Niet de ideale plek voor een
paleis, dat is waar, maar als je langer met dammers omgaat vallen zulke dingen
je op een gegeven moment niet meer op.
De dammers stonden in een lange rij om zich in te schrijven. Ten
minste, dat zou je verwachten, de meeste liepen gewoon langs de
inschrijvingstafels en moesten teruggeroepen worden. De kobold bij de ingang
herkende alle dammers. “Hallo, Kneh!” zei Qaj Nennah [de kobold heette Qaj
Nennah.] “Wat leuk om je weer eens te zien! Nou ja, eerlijk gezegd vind ik het
leuk om wie dan ook te zien, als het mijn vrouw maar niet is. Die komt me elke
keer weer cake brengen, en ik lust geeneens cake!” Qaj zocht snel naar het
inschrijfbewijs van Kneh Poots. Toen Qaj het inschrijfbewijs van Kneh Poots
gevonden had, gaf hij het inschrijfbewijs van Kneh Poots aan Kneh Poots.
“Bedankt,” zei Kneh Poots tegen Qaj Nennah toen hij het inschrijfbewijs van
zichzelf in ontvangst nam. Toen zocht Qaj Nennah naar de inschrijfbewijzen van
de kinderen van Kneh Poots. Ondertussen vertelde hij over zijn tante in
Okkoram. Maar die kwam niet. Toen Qaj de inschrijfbewijzen van de kinderen van
Kneh Poots gevonden had, gaf Waaj de inschrijfbewijzen van de kinderen van Kneh
Poots aan de kinderen van Kneh Poots. “Maar wie zijn jullie eigenlijk?” vroeg
hij aan Marb en Ekegor. “Ik ken jullie helemaal niet! Willen jullie ook
meedoen?” “Jow is goed.” Zei Marb. “Maar ik weiger op zondag te spelen!”
“Waarom dat dan?” vroeg Qaj Nennah. “Om mijn geloof.” Zei Marb resoluut. “Wat
geloof je dan?” vroeg Qaj Nennah. “Ik geloof dat ik weiger op zondag te
spelen.” Zei Marb dreigend. Dat vond Qaj Nennah best. “Maar je moeten wel nog
betalen. En je bent buitenlander dus moet je minder betalen maar jullie zijn te
laat met aanmelden dus moet je meer betalen.” Oh jee, geld. We hadden
natuurlijk helemaal geen geld. “We zijn buitenlanders, dus moeten jullie alles
voor ons betalen en regelen en kopen.” Probeerde ik. Qaj keek me ongelovig aan.
“Een meisje? Wil een meisje meedoen? Hahaha!” lachte hij. “Weet je dan niet dat
meisjes niet mee mogen doen?” Mijn vrouwelijke kant kreeg de overhand en ik
reageerde nogal overdreven: “En waarom dan niet? Kunnen vrouwen soms niet zo
goed dammen als mannen? Zijn we daar niet slim genoeg voor, soms? Moeten wij
thuisblijven en kinderen baren en voor het huishouden zorgen, hmm?” zei ik
giftig. “Nee, ben je gek meisje. Vrouwen kunnen best dammen, sommigen heel goed
zelfs. Jullie mogen niet meedoen omdat de winnaar wellicht met Ajnat mag
trouwen.” Daar had ik niet aan gedacht. “Kunnen jullie dan geen speciaal
damesklassement maken?” “Dat kunnen we wel maar dat doen we niet.” “Maar ik ben
eigenlijk een man!” probeerde ik nog. “Met die dingen zeker?” Qaj wees naar
mijn nieuwe buste. “Ja maar... ja maar... die heeft hij toch ook?” zei ik
radeloos, wijzend naar Marb. “He, ik mag dan wel een vette koe zijn, ik ben
tenminste geen dik wijf!” kaatste Marb terug. Daar had ik geen antwoord op.
Maar we zaten nog immer met het probleem van te weinig geld. Gelukkig kwam Leiw
Kinlegorko net binnen. “He, wat hoor ik nu?” zei Leiw. “Heb je geen geld om mee
te doen? Nou weet je wat, dan betaal ik toch voor je?” En hij telde een aantal
flappen neer. [Flappen is het legale betaalmiddel in Mussnurb. 1 Flap = 5
Doekoe = 15 Moolah.] Want zo was Leiw he. En omdat Marb geen slaapplaats had,
mocht hij ook bij Leiw slapen. Want zo was Leiw ook he. Maar de organisatie had
nog wel een tent te leen en ondanks de protesten van Marb –Maar wat moet ik nou
als het hard gaat regenen? Of zacht gaat regenen? Of er naar uit ziet dat het
misschien wel eens een beetje zou gaan kunnen waaien?- zou hij gewoon lekker op
de camping slapen. Ikzelf moest een andere slaapplaats zien te vinden. Bij Kneh
kon niet want die had zijn tenten al vol kinderen zitten. Ik besloot me aan te
melden bij de staf van het paleis. Misschien dat ik voor kost en inwoning wat
kon werken. Ja, het kon.
Ik leerde al snel de voltallige bezetting van het paleis kennen. Zo was
er koningin Amliw en haar drie dochters. Ik had me laten vertellen dat van de
drie dochters Ajnat de lieftalligste was. Die andere twee heb ik niet gezien
maar als ik de verhalen moet geloven, behandelden zij Ajnat als vuil of als as.
Gelukkig waren ze er niet. Stel je voor dat ik ook nog vanalles over die zussen
moest vertellen! Ha, dan zaten we hier morgen nog. Ik leerde al snel Rogi de
hofnar kennen. En als ik zeg snel dan bedoel ik ook snel want zo snel als Rogi
iets vrouwelijks in het oog kreeg dan liet hij dat er op vallen. Want Rogi was
wanhopig op zoek naar een levensgezel. Het maakte niet uit wie. Maar het
liefste wilde hij trouwen met Ajnat. Want dan hoefde hij niet meer de hofnar
uit te hangen en kon hij zijn ware levensdoel verwezenlijken: een beetje
knutselen met elastiek en plakband en dergelijke, vertrouwde hij me toe. Want
hij was ook nog een manusje van alles en als manusje van alles manuste hij van
alles. Toen ik dit aan Marb doorvertelde, zei hij dat we toch iemand nodig
hadden die handig was met elastiek en plakband en dergelijke om het schip te
repareren. Dat klopte. Ik ging snel aan Rogi vragen of hij ons wilde helpen.
Hij zei nee. Dat ging ik aan Marb vertellen. Die zei dat ik het nog maar eens
lief moest vragen. Dus ik ging terug naar Rogi...”
“Zeg, ga eens verder met het verhaal alsjeblieft. We hebben geen uren
de tijd!” zei Sacul. “Ja maar dit is belangrijk voor het verhaal!” zei Ekegor.
“Dan schrap je maar wat. Ik vind het nu al lastig te volgen met al die mensen
die we niet kennen. Wat doet dat er allemaal toe? Het enige wat we willen weten
is op welke inventieve manier Marb doodgaat.” Zei Marb. Ekegor was gekrenkt in
zijn vrouwelijke gevoelens en begon te wenen. Toen begon Sacul, die nog steeds
als Ettebab door het leven ging ook te wenen. Het is echt om te huilen zo
slecht, dit. Maar goed, Ekegor ging verder met het verhaal.
“Uiteindelijk zei Rogi toe, onder een voorwaarde: wij moesten er voor
zorgen dat Rogi met Ajnat trouwde. Dan zou hij ons helpen. Dus ik naar Marb en
die vond dat te veel werk dus ik terug naar Rogi en die zei ja jammer dan
anders doe ik het niet dus ik terug naar Marb en die had zoiets van ‘-t- aoh.
We besloten dat ik zou proberen om op Ajnat in te praten in mijn rol als meisje
aan het hof van Teip Elok, en dat Marb voor de zekerheid het toernooi zou
winnen en als hij dan met Ajnat ging trouwen zouden ze ervoor zorgen dat Rogi
zijn plaats in zou nemen. Maar het was onderhand tijd voor de opening van het
toernooi.
Ik weet de preciese toespraak van Teip Elok niet meer uit mijn hoofd
want hij verhapselde zoveel zinsnedes en woorden dat je het na een moment al niet
meer kon herinneren. Dan voel je je toch een beetje gepiepeld in je gevoelens.
Niet dat dat nou zo erg was hoor. Het belangrijkste was dat de jeugd in de
toekomst nog wat zou hebben geloof ik. Ik was nog wat anders aan het toen
tegelijkertijd namelijk want wist je dat vrouwen, beter dan mannen, meerdere
dingen tegelijk kunnen doen? Zoals een lang verhaal vertellen en een
oninteressant weetje melden. En hij vermeldde een aantal maal dat Roines zich
persoonlijk had afgemeld bij Teip Elok en dat Roines hem persoonlijk had
verzekerd dat Roines er op de slotdag zou zijn. Gelukkig was Siuol Sretep, de
Damgod, er wel. Daar moest je voor uitkijken, voor dat je het wist doopte hij
je.
Na de toespraak kwamen de spelers zich traditiegetrouw melden bij Teip
Elok en Ajnat. Ze werden opgeroepen door arbiter Ydul en moesten melden wat ze
te bieden hadden.
“Leiw Kinlegorko!” “Ik heb in mijn leven meer bier gemorst dan jullie
met z’n allen opkunnen!”
“Luap Snamlevets!” “Huh-huh. Ik heb het wereldrecord van het snelste winnen.
En ik ken heel veel moppen. Huh-huh.”
“John Folkers!” “Ik kan zo hoog praten dat alleen honden het nog horen! En kloteopmerkingen pik ik niet, anders kom ik niet weer!”
“Snarf Keebslak!” “Ik weet vanalles over films. Als ze niet over sport
gaan.”
“Artspret Naj!” “Ik kan mijn eten reeds in mijn mond verregaand
verteren.”
“Yrrah Sdearlev!” Geen reactie. “Yrrah Sdearlev!” Weer geen reactie.
“Is Yrrah Sdearlev nu alweer te laat?” Yrrah Sdearlev was een lokale held die
notoir te laat kwam. Notoir dan ook, hij kwam altijd te laat. “Nee, ik ben niet
te laat,” zei Yrrah, die bijna bijgekomen was van het lachen. “Ik kon gewoon
niet praten van het lachen. Snarf Keebslak, wat een naam. Hahaha. Nee, het gaat
wel weer nu. Wat ik te bieden heb? Ik kan heel goed zingen.”
“Nitnatsnok Wonajle!” “Mijn tegenstanders lachen zich altijd een bult.
En mijn shirts hoeven niet gestreken te worden. En ik houd van champignonsoep.
En ik douch graag. En...” Die Nitnatsnok Wonajle had heel wat te bieden. Maar
hij was maar een quasi-goede dammer dus geen echte kanshebber.
“Erelav Snamreh!” “Ik speel partijen tegen meerdere mensen tegelijk!”
“Leakim Nebirmal!” “Je suis Francais et je pue de la poêle comme la
conchite.”
“Leihcim Leizrestoolk!” “Ik heb een baardje net als de duivel.”
“Éb Snegge!” “Ik ben een reus!”
“Xela nav Keebnesnirp!” “Ik ben echt een reus!” Ze begonnen te
vechten.
“Rogi Iksiirotrahcst!” “Ich spreche kein Niederländisch aber ich sieh
aus wie Mister Neab.”
“Drareg Toolslok!” “Ik heb deze keer een vervanger,” zei Drareg. Dat
verbaasde eenieder. “Verklaar je nader, Drareg Toolslok!” zei Teip Elok.
“Verklaar je nader, Drareg Toolslok,” zei Ydul de arbiter. “Ik zal me nader
verklaren,” zei Drareg Toolslok. “Zoals jullie allemaal weten, zamel ik geld in
voor het goede doel. Dat verdeel ik onder de armen. Onder de linker- en de
rechterarm.” Daar moest iedereen erg om lachen. “Maar goed, voor het goede doel
dus. Op een van mijn reizen naar de jungle om het geld te besteden voor het
goede doel bij de betere bordelen, ontdekte ik dat een van de gekleurde
medemensen daar wel heel erg goed kon dammen. Ik stel voor dat Egaid’N Bmas
mijn plaats inneemt!” Dat verbaasde eenieder. “Maar je wilt toch niet zeggen
dat mijn dochter met dat zwartje moet trouwen?” zei Teip Elok. “Nee natuurlijk
niet!” zei Drareg Toolslok. “Dat zou absurd zijn. Nee, als hij wint kan Ajnat
met een van mijn zonen trouwen. Met Netraam, die ook wel kan dammen, of Rednas,
die beter is in de Quizkwisâã of het SpelspelTM.”
Dat mocht wel van Teip Elok. En zo kon het toernooi beginnen. Ik werd al snel
uit de keukenstaf getrapt vanwege mijn neiging tot dingen op de grond laten
vallen in wel duizend stukken. Maar niet voordat ik grondig kennis gemaakt had
met Ajnat Elok. Ook zij was namelijk tewerkgesteld in de keuken. De Ekeneim in
mij dacht in haar Neitsirhc te herkennen, ze kon haar tweelingzusje wel zijn.
Haar jongere tweelingzusje dan wel he. Want ze hadden allebei een bril. En ze
hadden allebei een staart. En ze waren allebei een meisje. Ik polste haar over
Rogi Amekab en ze zei dat ze niet met hem wilde trouwen omdat hij dertig en
lelijk was. Nee, lelijk en dertig was.
Gelukkig hadden ze in de organisatieruimte nog iemand nodig die zo gek
was om voor de computer te zorgen. Nu heb ik een affiniteit voor met computers,
dus wilde ik dat wel. Ach, had ik maar geweten waar ik mij mee inliet! Elke
ronde bleven de partijen binnenstromen, de een nog onleesbaarder dan de ander!
Elke partij moest ingevoerd worden, elke zet opgeschreven. En ze bleven maar
komen, voor elke die ik af had kwamen er twee nieuwe. Maar fortuinlijk genoeg
leerde ik snel de vingervlugheid aan die nodig is voor een dergelijke
onderneming. Verder vielen allerlei rare figuren om de haverklap mij lastig. Zo
was daar Ome Oj, die mij vertelde dat hij vroeger nog met de vader van Mot
gewerkt had. Dat kon natuurlijk niet, dit was een hele andere planeet, hij zal
wel weer te veel gezopen hebben. Hij wilde ook steeds knuffelen trouwens.
Perverseling. Dan was er ook nog Mrah Amsreiw, verdelger van de goede zin, legendarische
verpester van goede zin, de besnorde personificatie van de builenpest van
Mussnurb. Sympathieke vent, volgens sommigen. Of Erag ‘Erwtje’ Loh, die steeds
kwam klagen dat het te koud was in de zaal. Of de Poepjes-Koopman, dat kon
natuurlijk helemaal niet. En niet te vergeten damgod Siuol Sretep, die steeds
kwam mahjhonghehn.
Dit was echter niet het ergste. In de organisatiekamer bevond zich ook
vaker dan niet Teip Elok zelf! Die had me nogal rare kuren zeg. Wee, als je een
pen of een schaar of een telefoonnummer gebruikte en die pen of schaar of
telefoonnummer niet teruglegde op de plaats waar je die pen of schaar of
telefoonnummer vandaan gepakt had! De ‘jongens waar is mijn
pen/schaar/telefoonnummer’’s vlogen je om de oren, gevolgd door de ‘dat hoort
daar niet! Jullie moeten het terugleggen waar het hoort. Het hoort waar ik het
kan zien!’’s. Maar ik greep deze kans om Teip Elok te polsen over Rogi Amekab.
Teip Elok stond niet negatief tegenover het idee van een huwelijksband tussen
zijn dochter Ajnat Elok en de hofnar Rogi Amekab. Maar dan moest Rogi Amekab
wel het toernooi een keer winnen en hij deed nooit mee. Plotseling realiseerde
ik me iets. Daarom zei ik tegen Teip Elok: Maar als jullie elk jaar een
toernooi houden, en er elk jaar een winnaar is, waarom is Ajnat dan nog niet
getrouwd met de winnaar van vorige jaren? Teip Elok legde me uit dat de winnaar
van het toernooi zichzelf moest bewijzen door de Tweekamp vol spanning
hartstocht en avontuur tegen Teip Elok te winnen. En het was tot nu toe nog
nooit iemand gelukt de Tweekamp te winnen. Na negen rondes had Marb
trouwens tegen mijn verwachting in alle tegenstanders verslagen. “Daar zit nog
een leuk verhaal achter,” vertelde hij mij. “Ik moest bijna invallen voor
Nahoj Sluh. En ik was de zesde ronde ingevallen voor Dlopoel Ognokes. Ik
speelde toen tegen Nitram Ed Gnoj. En toen moest ik invallen voor Naairda
Kjidnenoerg, die evenveel punten had als Nitram Ed Gnoj, dus kon ik in ronde 7
weer tegen Nitram Ed Gnoj komen! Dit gebeurde niet, maar in ronde 8 hadden
Nitram en ik weer evenveel punten, dus konden we weer tegen elkaar komen!! Maar
zie, ik moest tegen... Nahoj Sluh! Toeval? Bepaalt u zelf!” “Marb, zit je weer
verhaaltjes te verzinnen? Die mensen doen helemaal niet mee!” “Ja maar dat komt
omdat ik geen namen kan onthouden.” “Maar je kon helemaal niet invallen, je
speelde gewoon zelf mee.” “Ok, ik geef het toe, ik heb het verzonnen. Het was
de enige pick-up line die ik kon verzinnen, al was een vorkheftruck misschien
beter geweest in jouw geval.” “Marb, ik zal nooit met je uitgaan, ik ben een
man weet je nog?” “Ja maar ook een beetje vrouw.” Ik zal jullie niet lastig
vallen met de afloop van deze dialoog aangezien we bijna bij Dnaleez zijn..
De Tweekamp kon
beginnen, maar niet voor de sluitingsceremonie. Zoals beloofd was Roines
er ook, hij zat naast Ydul rook in zijn gezicht te blazen en te turven hoe vaak
die er wat van zei. Toen hij suggereerde dat hij de rook ook op een andere
plaats naar binnen kon blazen, hield Ydul echter op met klagen en bood hij zijn
meest nederige excuses aan. En terecht, Roines was immers oud genoeg om te
beslissen op welke wijze hij zijn lichaam te gronde richtte. En hij kon best
stoppen hoor, als hij dat wilde. Hij kon alleen niet willen stoppen.”
“Maak eens wat vaart,” zei Retep, “We zijn bijna bij Dnaleez namelijk.”
“Nou goed, er werd wild gegokt op de uitslag van de Tweekamp. De
Tweekamp eindigde in een gelijkspel terwijl ik Marb nog zo op zijn hart
gedrukt had dat hij moest winnen. Omdat Teip Elok eigenlijk geen zin meer had
om elk jaar een damtoernooi te organiseren en omdat Ajnat Elok nou toch echt
eens aan de man moest, riep hij Marb uit tot winnaar en zouden ze de dag daarna
trouwen. Hij moest wel eerst nog gedoopt worden door damgod Siuol Sretep anders
mocht hij niet trouwen op Mussnurb. Dat stond in de regelementen. Terwijl ik
naarstig een oplossing zocht voor het probleem dat Rogi ons vast niet zou
helpen als Marb met Ajnat trouwde, verzoop Marb bij de doop. Nu hadden we de
oplossing: We holden het lichaam van Marb uit tot er genoeg plaats was voor
Rogi. Die zou nu in zijn Marb-pak trouwen met Ajnat. Hij repareerde mijn schip
en ik verliet de planeet nog voor de bruiloft. Deze werd live uitgezonden op
TV-gazet, al kostte dat wel handen vol geld. En tot overmaat van ramp was de
bruid er ook nog vandoor met Leihcim Leizretsoolk! Nou ja mijn schip was
gerepareerd dus het maakte me allemaal toch niet zo veel meer uit. En toen kwam
ik jullie tegen. Net echt eind goed al goed of ze leefden nog lang en gelukkig dus,
maar wel wat spanning en hartstocht en avontuur in een tijd toen mannen nog
ridders waren en vrouwen ‘de meisjes van Teip.”
Zo sloot Reigor zijn verhaal af. “Ik had er wat meer van verwacht
eigenlijk.” Zei Marb. “Ik snapte er geen hol van.” Zei Retep. “Ik vond de stijl
een beetje vreemd.” Zei Sacul. “Ik heb het verhaal niet gehoord want het ging
veel te snel,” zei Ymer die niet op hetzelfde schip zat maar langzaam volgde
met de ABCD, zoals jullie ongetwijfeld nog weten. Ze naderden Dnaleez en gingen
op verzoek van Ecyoj snel op zoek naar de locatie van Mot en Melliw. Maar zelfs
de scanners van het schip van Ekeneim, dat nota bene in de hemel gebouwd was,
kon hen niet vinden. Ze zouden moeten landen en zelf op zoek gaan. Ze landden.
Melliw hing weer aan de kerkermuur. Hij sloeg met zijn hoofd tegen de muur en zei steeds maar: “Stom, stom, stom, stom, stom!” Toen hij wel erge hoofdpijn kreeg, vroeg hij of Elleinad niet benieuwd was wat er nou zo stom was. Hoewel ze negatief antwoorde, vertelde hij het haar toch. “Ik volg mijn eigen advies niet eens op! Ik zei tegen Rehtse dat ze aan zichzelf moest denken, waarom deed ik dat zelf dan niet? Ik had haar moeten zeggen dat ze mij moest kiezen, dat ik alles zou doen om samen gelukkig te worden. Nou ja bijna alles.” “Ja dat is inderdaad behoorlijk stom.” Zei Elleinad. “Wat ga je eigenlijk doen als ze je niet kiest trouwens? Puur hypothetisch, natuurlijk. In principe mag je niets ondernemen, Regel Een is immers ‘Don’t mess with other people’s girlfriends’...” “Ah, maar jij vergeet de Ongeschreven Regel.” Zei Melliw. “En die is?” “De Regels gelden alleen voor anderen. Ik heb... vrijstelling.” “Dat lijkt me een beetje hypocriet. Nou ja doet er ook niet toe. Ik ben er van overtuigd dat ze jou kiest. Dat zou ik doen, in haar plaats.” “Meen je dat werkelijk?” Maar voordat Elleinad kon antwoorden werd er op de deur geklopt. Wie zou dat zijn?