Sprookje – Deep Tragic Nine

 

 

Episode 25: De Dauphin

 

 

Reigor werd wakker in de kloonmachine. Hij hoopte maar dat Marb het goed gedaan had en hij niet opeens Reigor-één-kenniettoveren was geworden. Hij opende de deur. “Reigor, wat is er met jou gebeurd?” riep Marb-zeven uit, die van de schrik vergeten was dat hij geen namen kon onthouden. Reigor keek naar zijn lichaam. Had hij eerst ook al borsten gehad? Hij zou toch zweren van niet. Zoiets zou je toch wel onthouden, dacht hij zo. Hij kon maar tot een conclusie komen: er was wat weefsel van Ekeneim meegekomen met zijn DNA. Reigor was niet meer Reigor, maar Ekegor. Of Reineim...

 

“Ga je het hele verhaal in de derde persoon vertellen?” vroeg Retep ongedurig aan Ekegor. “Want Retep vind de ik-persoon prettiger namelijk. En velen met hem.” Velen knikten instemmend. “Nou goed,” zei Ekegor, “ik zal het proberen maar ik beloof niets. Behalve dan dat jullie vast niet alles snappen wat ik zeg maar dat maakt niet uit, als ik het maar snap. En jullie moet weten dat ik het allemaal niet beledigend bedoel hoor.” Hij ging verder:

Ik kwam dus bij op het schip van Ekeneim. Marb had me in zekere zin succesvol gekloond, ik had al mijn herinneringen nog en leefde weer, ik had echter ook de herinneringen en een stuk physiologie van Ekeneim. En die herinneringen waarschuwden mij dat er iets vreselijk, vreselijk mis was. De koelkast was leeg! En het schip stond op het punt van ontploffen, dat ook. Gelukkig wist ik hoe ik een koers moest uitstippelen naar de dichtstbijzijnde bewoonde planeet. Daar zouden ze ons vast wel kunnen helpen.

Op weg naar de planeet merkte ik dat Marb steeds naar me aan het staren was. Hij zal wel op stevige vrouwen vallen, dacht ik, ook al zijn het mannen. Nou ja, we bereikten de planeet net op tijd voordat de kern van de motoren brak. We verlieten het schip, we zouden op zoek gaan naar iemand die ons kon helpen. We hoefden niet ver te zoeken.

 

“Potverdorie, wat doen jullie nou?” Buiten stond een eenvoudige houthakker vervaarlijk met zijn bijl te zwaaien. “Een beetje op mijn huis landen! Hoe moet ik nou mijn 30 kinderen onderdak verlenen? Zo scoren jullie geen punten in het sociaal klassement hoor!” Marb maande hem tot stilte met een dreun op zijn hoofd. “Au!” zei Kneh Poots [de eenvoudige houthakker heette Kneh Poots]. Ik gebruikte snel mijn hersenen [die van Reigor natuurlijk] en wist direct een oplossing: “Als je nou eens in tenten ging slapen?” Dat vond Kneh Poots een geweldig goed idee. Hij deed een dansje van plezier. “Hé, ik realiseer me net iets!” zei hij toen hij uitgedanst was. “Nu mijn huisje stuk is, hoef ik geen hout meer te hakken voor de winter. Die kinderen eten je de oren van de kop, weet je dat? Maar nu ik geen hout meer hoef te hakken, kan ik meedoen met het damtoernooi in Mussnurb!” Hij begon weer te dansen. Marb en ik hadden snel door dat deze man ons niet zou kunnen helpen. Maar misschien was er in Mussnurb wel iemand die handig was met plakband en elastiek en dergelijke. Een soort Revyugcam oid. Kneh Poots trommelde al zijn kinderen op. Toen de kinderen hoorden dat ze naar het damtoernooi gingen waren ze allemaal zeer verheugd. En terecht. Kneh is het levende bewijs dat je damplezier kunt combineren met een rijk en vol gezinsleven.

 

Op de weg naar Mussnurb raakte ik aan de praat met Kneh Poots. Ja je moet toch wat he. “Vorig jaar had ik nog maar 11 kinderen. En nu heb ik 30 kinderen. En die kinderen kunnen allemaal dammen, want de schijf valt niet ver van het bord. En als ik Ajnat zie, dan zeg ik: Ajnat...” “...ik wil je tieten zien!” voegde Marb aan. Kneh Poots begon hierop onbedaarlijk verlegen te giechelen. Tjonge jonge wat kon die man ouwehoeren zeg. En nu ben ik normaal gesproken niet zo spraakzaam, maar het DNA van Ekeneim kreeg de overhand en ik kletste honderduit met hem mee over niets. Gelukkig maar, want ik kwam zo heel wat te weten over Mussnurb. Onder meer dat de koning van Mussnurb drie dochters had. En elk jaar hield Teip Elok [de koning heette Teip Elok] een damtoernooi. De winnaar van het toernooi moest dammen tegen Teip Elok en als diegene zou winnen van Teip Elok, dan zou Teip Elok afstand doen van de troon en mocht de winnaar trouwen met de oudste dochter van Teip Elok. “En nu hoop ik dat ik win dit jaar, want ik moet toch een vrouw hebben om voor al die kinderen te zorgen! En Ajnat –de dochter van Teip Elok heet Ajnat- is de ideale vrouw voor welke dammer dan ook.” zei Kneh Poots. Marb hield ondertussen de kinderen bezig. “Hoe heet jij eigenlijk?” vroeg een van de houthakkerskinderen. “Gaat je geen fuck aan.” Zei Marb, die zijn eigen naam vergeten was maar dit niet toe durfde te geven. “Oh, da’s toevallig, ik ook.” Zei Gaatjegeenfuckaan Sreum [een van de houthakkerskinderen heette Snah Sreum]. Opgelucht zag Marb dat ze het paleis bereikt hadden. Het lag midden in een moeras. Niet de ideale plek voor een paleis, dat is waar, maar als je langer met dammers omgaat vallen zulke dingen je op een gegeven moment niet meer op.  

 

De dammers stonden in een lange rij om zich in te schrijven. Ten minste, dat zou je verwachten, de meeste liepen gewoon langs de inschrijvingstafels en moesten teruggeroepen worden. De kobold bij de ingang herkende alle dammers. “Hallo, Kneh!” zei Qaj Nennah [de kobold heette Qaj Nennah.] “Wat leuk om je weer eens te zien! Nou ja, eerlijk gezegd vind ik het leuk om wie dan ook te zien, als het mijn vrouw maar niet is. Die komt me elke keer weer cake brengen, en ik lust geeneens cake!” Qaj zocht snel naar het inschrijfbewijs van Kneh Poots. Toen Qaj het inschrijfbewijs van Kneh Poots gevonden had, gaf hij het inschrijfbewijs van Kneh Poots aan Kneh Poots. “Bedankt,” zei Kneh Poots tegen Qaj Nennah toen hij het inschrijfbewijs van zichzelf in ontvangst nam. Toen zocht Qaj Nennah naar de inschrijfbewijzen van de kinderen van Kneh Poots. Ondertussen vertelde hij over zijn tante in Okkoram. Maar die kwam niet. Toen Qaj de inschrijfbewijzen van de kinderen van Kneh Poots gevonden had, gaf Waaj de inschrijfbewijzen van de kinderen van Kneh Poots aan de kinderen van Kneh Poots. “Maar wie zijn jullie eigenlijk?” vroeg hij aan Marb en Ekegor. “Ik ken jullie helemaal niet! Willen jullie ook meedoen?” “Jow is goed.” Zei Marb. “Maar ik weiger op zondag te spelen!” “Waarom dat dan?” vroeg Qaj Nennah. “Om mijn geloof.” Zei Marb resoluut. “Wat geloof je dan?” vroeg Qaj Nennah. “Ik geloof dat ik weiger op zondag te spelen.” Zei Marb dreigend. Dat vond Qaj Nennah best. “Maar je moeten wel nog betalen. En je bent buitenlander dus moet je minder betalen maar jullie zijn te laat met aanmelden dus moet je meer betalen.” Oh jee, geld. We hadden natuurlijk helemaal geen geld. “We zijn buitenlanders, dus moeten jullie alles voor ons betalen en regelen en kopen.” Probeerde ik. Qaj keek me ongelovig aan. “Een meisje? Wil een meisje meedoen? Hahaha!” lachte hij. “Weet je dan niet dat meisjes niet mee mogen doen?” Mijn vrouwelijke kant kreeg de overhand en ik reageerde nogal overdreven: “En waarom dan niet? Kunnen vrouwen soms niet zo goed dammen als mannen? Zijn we daar niet slim genoeg voor, soms? Moeten wij thuisblijven en kinderen baren en voor het huishouden zorgen, hmm?” zei ik giftig. “Nee, ben je gek meisje. Vrouwen kunnen best dammen, sommigen heel goed zelfs. Jullie mogen niet meedoen omdat de winnaar wellicht met Ajnat mag trouwen.” Daar had ik niet aan gedacht. “Kunnen jullie dan geen speciaal damesklassement maken?” “Dat kunnen we wel maar dat doen we niet.” “Maar ik ben eigenlijk een man!” probeerde ik nog. “Met die dingen zeker?” Qaj wees naar mijn nieuwe buste. “Ja maar... ja maar... die heeft hij toch ook?” zei ik radeloos, wijzend naar Marb. “He, ik mag dan wel een vette koe zijn, ik ben tenminste geen dik wijf!” kaatste Marb terug. Daar had ik geen antwoord op. Maar we zaten nog immer met het probleem van te weinig geld. Gelukkig kwam Leiw Kinlegorko net binnen. “He, wat hoor ik nu?” zei Leiw. “Heb je geen geld om mee te doen? Nou weet je wat, dan betaal ik toch voor je?” En hij telde een aantal flappen neer. [Flappen is het legale betaalmiddel in Mussnurb. 1 Flap = 5 Doekoe = 15 Moolah.] Want zo was Leiw he. En omdat Marb geen slaapplaats had, mocht hij ook bij Leiw slapen. Want zo was Leiw ook he. Maar de organisatie had nog wel een tent te leen en ondanks de protesten van Marb –Maar wat moet ik nou als het hard gaat regenen? Of zacht gaat regenen? Of er naar uit ziet dat het misschien wel eens een beetje zou gaan kunnen waaien?- zou hij gewoon lekker op de camping slapen. Ikzelf moest een andere slaapplaats zien te vinden. Bij Kneh kon niet want die had zijn tenten al vol kinderen zitten. Ik besloot me aan te melden bij de staf van het paleis. Misschien dat ik voor kost en inwoning wat kon werken. Ja, het kon.

 

Ik leerde al snel de voltallige bezetting van het paleis kennen. Zo was er koningin Amliw en haar drie dochters. Ik had me laten vertellen dat van de drie dochters Ajnat de lieftalligste was. Die andere twee heb ik niet gezien maar als ik de verhalen moet geloven, behandelden zij Ajnat als vuil of als as. Gelukkig waren ze er niet. Stel je voor dat ik ook nog vanalles over die zussen moest vertellen! Ha, dan zaten we hier morgen nog. Ik leerde al snel Rogi de hofnar kennen. En als ik zeg snel dan bedoel ik ook snel want zo snel als Rogi iets vrouwelijks in het oog kreeg dan liet hij dat er op vallen. Want Rogi was wanhopig op zoek naar een levensgezel. Het maakte niet uit wie. Maar het liefste wilde hij trouwen met Ajnat. Want dan hoefde hij niet meer de hofnar uit te hangen en kon hij zijn ware levensdoel verwezenlijken: een beetje knutselen met elastiek en plakband en dergelijke, vertrouwde hij me toe. Want hij was ook nog een manusje van alles en als manusje van alles manuste hij van alles. Toen ik dit aan Marb doorvertelde, zei hij dat we toch iemand nodig hadden die handig was met elastiek en plakband en dergelijke om het schip te repareren. Dat klopte. Ik ging snel aan Rogi vragen of hij ons wilde helpen. Hij zei nee. Dat ging ik aan Marb vertellen. Die zei dat ik het nog maar eens lief moest vragen. Dus ik ging terug naar Rogi...”

 

“Zeg, ga eens verder met het verhaal alsjeblieft. We hebben geen uren de tijd!” zei Sacul. “Ja maar dit is belangrijk voor het verhaal!” zei Ekegor. “Dan schrap je maar wat. Ik vind het nu al lastig te volgen met al die mensen die we niet kennen. Wat doet dat er allemaal toe? Het enige wat we willen weten is op welke inventieve manier Marb doodgaat.” Zei Marb. Ekegor was gekrenkt in zijn vrouwelijke gevoelens en begon te wenen. Toen begon Sacul, die nog steeds als Ettebab door het leven ging ook te wenen. Het is echt om te huilen zo slecht, dit. Maar goed, Ekegor ging verder met het verhaal.

“Uiteindelijk zei Rogi toe, onder een voorwaarde: wij moesten er voor zorgen dat Rogi met Ajnat trouwde. Dan zou hij ons helpen. Dus ik naar Marb en die vond dat te veel werk dus ik terug naar Rogi en die zei ja jammer dan anders doe ik het niet dus ik terug naar Marb en die had zoiets van ‘-t- aoh. We besloten dat ik zou proberen om op Ajnat in te praten in mijn rol als meisje aan het hof van Teip Elok, en dat Marb voor de zekerheid het toernooi zou winnen en als hij dan met Ajnat ging trouwen zouden ze ervoor zorgen dat Rogi zijn plaats in zou nemen. Maar het was onderhand tijd voor de opening van het toernooi.

 

Ik weet de preciese toespraak van Teip Elok niet meer uit mijn hoofd want hij verhapselde zoveel zinsnedes en woorden dat je het na een moment al niet meer kon herinneren. Dan voel je je toch een beetje gepiepeld in je gevoelens. Niet dat dat nou zo erg was hoor. Het belangrijkste was dat de jeugd in de toekomst nog wat zou hebben geloof ik. Ik was nog wat anders aan het toen tegelijkertijd namelijk want wist je dat vrouwen, beter dan mannen, meerdere dingen tegelijk kunnen doen? Zoals een lang verhaal vertellen en een oninteressant weetje melden. En hij vermeldde een aantal maal dat Roines zich persoonlijk had afgemeld bij Teip Elok en dat Roines hem persoonlijk had verzekerd dat Roines er op de slotdag zou zijn. Gelukkig was Siuol Sretep, de Damgod, er wel. Daar moest je voor uitkijken, voor dat je het wist doopte hij je.

Na de toespraak kwamen de spelers zich traditiegetrouw melden bij Teip Elok en Ajnat. Ze werden opgeroepen door arbiter Ydul en moesten melden wat ze te bieden hadden.

 

“Leiw Kinlegorko!” “Ik heb in mijn leven meer bier gemorst dan jullie met z’n allen opkunnen!”

“Luap Snamlevets!” “Huh-huh. Ik heb het wereldrecord van het snelste winnen. En ik ken heel veel moppen. Huh-huh.”

“John Folkers!” “Ik kan zo hoog praten dat alleen honden het nog horen! En kloteopmerkingen pik ik niet, anders kom ik niet weer!

“Snarf Keebslak!” “Ik weet vanalles over films. Als ze niet over sport gaan.”

“Artspret Naj!” “Ik kan mijn eten reeds in mijn mond verregaand verteren.”

“Yrrah Sdearlev!” Geen reactie. “Yrrah Sdearlev!” Weer geen reactie. “Is Yrrah Sdearlev nu alweer te laat?” Yrrah Sdearlev was een lokale held die notoir te laat kwam. Notoir dan ook, hij kwam altijd te laat. “Nee, ik ben niet te laat,” zei Yrrah, die bijna bijgekomen was van het lachen. “Ik kon gewoon niet praten van het lachen. Snarf Keebslak, wat een naam. Hahaha. Nee, het gaat wel weer nu. Wat ik te bieden heb? Ik kan heel goed zingen.”

“Nitnatsnok Wonajle!” “Mijn tegenstanders lachen zich altijd een bult. En mijn shirts hoeven niet gestreken te worden. En ik houd van champignonsoep. En ik douch graag. En...” Die Nitnatsnok Wonajle had heel wat te bieden. Maar hij was maar een quasi-goede dammer dus geen echte kanshebber.

“Erelav Snamreh!” “Ik speel partijen tegen meerdere mensen tegelijk!”

“Leakim Nebirmal!” “Je suis Francais et je pue de la poêle comme la conchite.” 

“Leihcim Leizrestoolk!” “Ik heb een baardje net als de duivel.”

“Éb Snegge!” “Ik ben een reus!”

“Xela nav Keebnesnirp!” “Ik ben echt een reus!” Ze begonnen te vechten.

“Rogi Iksiirotrahcst!” “Ich spreche kein Niederländisch aber ich sieh aus wie Mister Neab.”

“Drareg Toolslok!” “Ik heb deze keer een vervanger,” zei Drareg. Dat verbaasde eenieder. “Verklaar je nader, Drareg Toolslok!” zei Teip Elok. “Verklaar je nader, Drareg Toolslok,” zei Ydul de arbiter. “Ik zal me nader verklaren,” zei Drareg Toolslok. “Zoals jullie allemaal weten, zamel ik geld in voor het goede doel. Dat verdeel ik onder de armen. Onder de linker- en de rechterarm.” Daar moest iedereen erg om lachen. “Maar goed, voor het goede doel dus. Op een van mijn reizen naar de jungle om het geld te besteden voor het goede doel bij de betere bordelen, ontdekte ik dat een van de gekleurde medemensen daar wel heel erg goed kon dammen. Ik stel voor dat Egaid’N Bmas mijn plaats inneemt!” Dat verbaasde eenieder. “Maar je wilt toch niet zeggen dat mijn dochter met dat zwartje moet trouwen?” zei Teip Elok. “Nee natuurlijk niet!” zei Drareg Toolslok. “Dat zou absurd zijn. Nee, als hij wint kan Ajnat met een van mijn zonen trouwen. Met Netraam, die ook wel kan dammen, of Rednas, die beter is in de Quizkwisâã of het SpelspelTM.” Dat mocht wel van Teip Elok. En zo kon het toernooi beginnen. Ik werd al snel uit de keukenstaf getrapt vanwege mijn neiging tot dingen op de grond laten vallen in wel duizend stukken. Maar niet voordat ik grondig kennis gemaakt had met Ajnat Elok. Ook zij was namelijk tewerkgesteld in de keuken. De Ekeneim in mij dacht in haar Neitsirhc te herkennen, ze kon haar tweelingzusje wel zijn. Haar jongere tweelingzusje dan wel he. Want ze hadden allebei een bril. En ze hadden allebei een staart. En ze waren allebei een meisje. Ik polste haar over Rogi Amekab en ze zei dat ze niet met hem wilde trouwen omdat hij dertig en lelijk was. Nee, lelijk en dertig was.

 

Gelukkig hadden ze in de organisatieruimte nog iemand nodig die zo gek was om voor de computer te zorgen. Nu heb ik een affiniteit voor met computers, dus wilde ik dat wel. Ach, had ik maar geweten waar ik mij mee inliet! Elke ronde bleven de partijen binnenstromen, de een nog onleesbaarder dan de ander! Elke partij moest ingevoerd worden, elke zet opgeschreven. En ze bleven maar komen, voor elke die ik af had kwamen er twee nieuwe. Maar fortuinlijk genoeg leerde ik snel de vingervlugheid aan die nodig is voor een dergelijke onderneming. Verder vielen allerlei rare figuren om de haverklap mij lastig. Zo was daar Ome Oj, die mij vertelde dat hij vroeger nog met de vader van Mot gewerkt had. Dat kon natuurlijk niet, dit was een hele andere planeet, hij zal wel weer te veel gezopen hebben. Hij wilde ook steeds knuffelen trouwens. Perverseling. Dan was er ook nog Mrah Amsreiw, verdelger van de goede zin, legendarische verpester van goede zin, de besnorde personificatie van de builenpest van Mussnurb. Sympathieke vent, volgens sommigen. Of Erag ‘Erwtje’ Loh, die steeds kwam klagen dat het te koud was in de zaal. Of de Poepjes-Koopman, dat kon natuurlijk helemaal niet. En niet te vergeten damgod Siuol Sretep, die steeds kwam mahjhonghehn.

Dit was echter niet het ergste. In de organisatiekamer bevond zich ook vaker dan niet Teip Elok zelf! Die had me nogal rare kuren zeg. Wee, als je een pen of een schaar of een telefoonnummer gebruikte en die pen of schaar of telefoonnummer niet teruglegde op de plaats waar je die pen of schaar of telefoonnummer vandaan gepakt had! De ‘jongens waar is mijn pen/schaar/telefoonnummer’’s vlogen je om de oren, gevolgd door de ‘dat hoort daar niet! Jullie moeten het terugleggen waar het hoort. Het hoort waar ik het kan zien!’’s. Maar ik greep deze kans om Teip Elok te polsen over Rogi Amekab. Teip Elok stond niet negatief tegenover het idee van een huwelijksband tussen zijn dochter Ajnat Elok en de hofnar Rogi Amekab. Maar dan moest Rogi Amekab wel het toernooi een keer winnen en hij deed nooit mee. Plotseling realiseerde ik me iets. Daarom zei ik tegen Teip Elok: Maar als jullie elk jaar een toernooi houden, en er elk jaar een winnaar is, waarom is Ajnat dan nog niet getrouwd met de winnaar van vorige jaren? Teip Elok legde me uit dat de winnaar van het toernooi zichzelf moest bewijzen door de Tweekamp vol spanning hartstocht en avontuur tegen Teip Elok te winnen. En het was tot nu toe nog nooit iemand gelukt de Tweekamp te winnen. Na negen rondes had Marb trouwens tegen mijn verwachting in alle tegenstanders verslagen. “Daar zit nog een leuk verhaal achter,” vertelde hij mij. “Ik moest bijna invallen voor Nahoj Sluh. En ik was de zesde ronde ingevallen voor Dlopoel Ognokes. Ik speelde toen tegen Nitram Ed Gnoj. En toen moest ik invallen voor Naairda Kjidnenoerg, die evenveel punten had als Nitram Ed Gnoj, dus kon ik in ronde 7 weer tegen Nitram Ed Gnoj komen! Dit gebeurde niet, maar in ronde 8 hadden Nitram en ik weer evenveel punten, dus konden we weer tegen elkaar komen!! Maar zie, ik moest tegen... Nahoj Sluh! Toeval? Bepaalt u zelf!” “Marb, zit je weer verhaaltjes te verzinnen? Die mensen doen helemaal niet mee!” “Ja maar dat komt omdat ik geen namen kan onthouden.” “Maar je kon helemaal niet invallen, je speelde gewoon zelf mee.” “Ok, ik geef het toe, ik heb het verzonnen. Het was de enige pick-up line die ik kon verzinnen, al was een vorkheftruck misschien beter geweest in jouw geval.” “Marb, ik zal nooit met je uitgaan, ik ben een man weet je nog?” “Ja maar ook een beetje vrouw.” Ik zal jullie niet lastig vallen met de afloop van deze dialoog aangezien we bijna bij Dnaleez zijn..

 De Tweekamp kon beginnen, maar niet voor de sluitingsceremonie. Zoals beloofd was Roines er ook, hij zat naast Ydul rook in zijn gezicht te blazen en te turven hoe vaak die er wat van zei. Toen hij suggereerde dat hij de rook ook op een andere plaats naar binnen kon blazen, hield Ydul echter op met klagen en bood hij zijn meest nederige excuses aan. En terecht, Roines was immers oud genoeg om te beslissen op welke wijze hij zijn lichaam te gronde richtte. En hij kon best stoppen hoor, als hij dat wilde. Hij kon alleen niet willen stoppen.”

 

“Maak eens wat vaart,” zei Retep, “We zijn bijna bij Dnaleez namelijk.”

“Nou goed, er werd wild gegokt op de uitslag van de Tweekamp. De Tweekamp eindigde in een gelijkspel terwijl ik Marb nog zo op zijn hart gedrukt had dat hij moest winnen. Omdat Teip Elok eigenlijk geen zin meer had om elk jaar een damtoernooi te organiseren en omdat Ajnat Elok nou toch echt eens aan de man moest, riep hij Marb uit tot winnaar en zouden ze de dag daarna trouwen. Hij moest wel eerst nog gedoopt worden door damgod Siuol Sretep anders mocht hij niet trouwen op Mussnurb. Dat stond in de regelementen. Terwijl ik naarstig een oplossing zocht voor het probleem dat Rogi ons vast niet zou helpen als Marb met Ajnat trouwde, verzoop Marb bij de doop. Nu hadden we de oplossing: We holden het lichaam van Marb uit tot er genoeg plaats was voor Rogi. Die zou nu in zijn Marb-pak trouwen met Ajnat. Hij repareerde mijn schip en ik verliet de planeet nog voor de bruiloft. Deze werd live uitgezonden op TV-gazet, al kostte dat wel handen vol geld. En tot overmaat van ramp was de bruid er ook nog vandoor met Leihcim Leizretsoolk! Nou ja mijn schip was gerepareerd dus het maakte me allemaal toch niet zo veel meer uit. En toen kwam ik jullie tegen. Net echt eind goed al goed of ze leefden nog lang en gelukkig dus, maar wel wat spanning en hartstocht en avontuur in een tijd toen mannen nog ridders waren en vrouwen ‘de meisjes van Teip.”

Zo sloot Reigor zijn verhaal af. “Ik had er wat meer van verwacht eigenlijk.” Zei Marb. “Ik snapte er geen hol van.” Zei Retep. “Ik vond de stijl een beetje vreemd.” Zei Sacul. “Ik heb het verhaal niet gehoord want het ging veel te snel,” zei Ymer die niet op hetzelfde schip zat maar langzaam volgde met de ABCD, zoals jullie ongetwijfeld nog weten. Ze naderden Dnaleez en gingen op verzoek van Ecyoj snel op zoek naar de locatie van Mot en Melliw. Maar zelfs de scanners van het schip van Ekeneim, dat nota bene in de hemel gebouwd was, kon hen niet vinden. Ze zouden moeten landen en zelf op zoek gaan. Ze landden.

 

Melliw hing weer aan de kerkermuur. Hij sloeg met zijn hoofd tegen de muur en zei steeds maar: “Stom, stom, stom, stom, stom!” Toen hij wel erge hoofdpijn kreeg, vroeg hij of Elleinad niet benieuwd was wat er nou zo stom was. Hoewel ze negatief antwoorde, vertelde hij het haar toch. “Ik volg mijn eigen advies niet eens op! Ik zei tegen Rehtse dat ze aan zichzelf moest denken, waarom deed ik dat zelf dan niet? Ik had haar moeten zeggen dat ze mij moest kiezen, dat ik alles zou doen om samen gelukkig te worden. Nou ja bijna alles.” “Ja dat is inderdaad behoorlijk stom.” Zei Elleinad. “Wat ga je eigenlijk doen als ze je niet kiest trouwens? Puur hypothetisch, natuurlijk. In principe mag je niets ondernemen, Regel Een is immers ‘Don’t mess with other people’s girlfriends’...” “Ah, maar jij vergeet de Ongeschreven Regel.” Zei Melliw. “En die is?” “De Regels gelden alleen voor anderen. Ik heb... vrijstelling.” “Dat lijkt me een beetje hypocriet. Nou ja doet er ook niet toe. Ik ben er van overtuigd dat ze jou kiest. Dat zou ik doen, in haar plaats.” “Meen je dat werkelijk?” Maar voordat Elleinad kon antwoorden werd er op de deur geklopt. Wie zou dat zijn?

Hosted by www.Geocities.ws

1