“We zijn er nog steeds niet over uit wat er precies gebeurd is. Ooggetuigen vertellen dat het standbeeld van de vrouw er op het ene moment nog stond, op het moment daarvoor ook nog, maar het moment daarna niet meer. De camerabeelden die we opgenomen hebben bevestigen deze dronkemanspraat tot onze verbazing. Ook het vervoersmiddel waarvan sommigen speculeerden dat de mysterieuze vrouw daarin gearriveerd was, is spoorloos verdwenen. Ôt môn, tot morgen.” Retep zette de televisie uit. “Zo, dat hebben we mooi gefikst.” zei hij handenwringend. Ze hadden toen ze thuisgekomen waren het nieuws weer opgezet en de pauzeknop ingedrukt op de ABCD. Alle verslaggevers en aanverwante paraphenalia die naar de volmaakt stilstaande Ecyoj waren komen kijken stonden toen stil en waren zich niet bewust van het wegtikken des tijds. Daarna hadden ze Sacul als proefpersoon erheen gestuurd om te kijken of zij zich zelf nog wel konden bewegen daar. En het kon. Dus Sacul had de stilstaande Ecyoj over zijn schouders gegooid, weer opgeraapt en de shuttle ingedragen. Toen iedereen aan boord was stegen ze op en zetten een koers naar Dnaleez. En om paniek te voorkomen had Retep het beeld daarna weer aangezet, zodat de mensen van Hart van Sprookjesbos hun belangrijke werk weer konden voortzetten. Plus, Erotic Night zou zo beginnen, het was immers al 20:30. Genoeg inleiding.
“Zullen we Ecyoj wel weer van pauze afzetten?” vroeg Sacul. “Mwah, doe
maar niet, waarom zouden we?” zei Marb, altijd praktisch. “Nou, dan kan ik haar
tenminste weer neerzetten,” zei Sacul, die ondertussen aardig aan het zweten
was. Ymer wees hem er op dat dat ook kon als ze nog op pauze stond. Daar had
Sacul nog niet aan gedacht. “Zullen we haar toch maar van pauze afzetten nu
dan?” vroeg Ymer. “Want een oude zeewet zegt dat het ongeluk brengt om bevroren
vrouwen aan boord te hebben.” “Ja, dat is slecht voor het moreel. Retep heeft
de ABCD, ga maar even halen.” Zei Marb.
Hij kwam binnen zonder kloppen. Dat was achteraf gezien niet zo handig
maar ja, maandag is de lotto simpel. Retep probeerde tegelijkertijd te zappen
en een deken over zich heen te trekken. Het lukte warempel ook nog, want hij
had twee handen. “He buurman, wat ben je aan het doen?” vroeg Sacul. “Oh, niks.”
Zei Sacul. “Beetje aan het zappen.” Om het te bewijzen zapte hij een beetje.
“Oh. Krijg je het nog warm van he, van dat zappen.” “Mwah, valt wel mee.” Zei
Retep en hij veegde een paar druppeltjes van zijn voorhoofd. Sacul hoopte maar
dat het zweet was. “Maar ik kom hier niet voor small talk eigenlijk, ik kom wat
halen. Te weten de ABCD.” Hij gooide Ecyoj naast Retep op de bank. Die leek wat
tot rust te komen. “Want we gaan haar weer van pauze afzetten.” “Oh. Waarom?”
“Geen idee. Schijnt ongeluk te brengen.” “Ah. Wetenschappelijk hoor. Weet je
wat ik klote vind?” “Zeg het eens.” “Dat we de ABCD niet mogen gebruiken om
sneller naar Dnaleez te reizen.” “Ja, dat is inderdaad minder prettig.” Marb,
de officieuze leider van het team, had besloten dat de risico’s te groot waren.
Als er iemand per ongeluk op de pauze-knop zou drukken zouden ze voor altijd
vastzitten, onbeweegbaar, tot in het einde der tijden samen. En Marb had zijn
pensioen al lang geleden gepland. Ze zouden allemaal in hetzelfde bejaardentehuis
terechtkomen en daar lekker een kaartje of biljartje leggen. “Ik vind het ook
klote dat iedereen zijn codenaam de hele tijd verandert.” Zei Sacul. Sacul
zweeg, hij vond P.I. Spot eigenlijk wel een mooie vondst. Om zichzelf op te
beuren bedacht hij rap een vreemd plan. “Sacul, ik heb net zitten denken…” “Dat
doe je niet dikwijls.” “Vind jij. Maar we moeten nog een heel eind reizen, ik
weet wat tegen verveelerij. In mijn hoofd gingen radertjes draaien,” Retep keek
naar die malende man, “Want je weet denk ik wel: je vervelen is hel, en nu
rijst er bij mij een mooi plan! Als we nou eens…” Hij fluisterde het plan in
Sacul’s oor. Die vond het wel een goed plan. “Ik vind het een goed plan!” zei
hij daarom. “Laten we het snel aan Marb vertellen!” “Nee hij heeft weer een
nieuwe codenaam: Shiva.” Ze probeerden te bedenken wat dat kon betekenen.
Zonder succes. “Nou, kom je mee dan?” vroeg Sacul. “Uhm… ga maar alvast. Ik kom
zometeen wel.” Sacul liep weer naar de cockpit.
“Marb, ik heb weer een goed plan bedacht.” Zei Sacul en hij zette Ecyoj
weer van pauze af. “Waar ben ik?” zei ze. “Jij? Jij hebt een goed plan bedacht?
Je bedoelt zeker dat Retep een goed plan bedacht heeft?” vroeg Marb. “Wie zijn
jullie?” zei Ecyoj. “Nee, ik.” Zei Sacul een tikje verontwaardigd. “Hoe kom ik
hier?” vroeg Ecyoj. “Nou ja zolang we niet bij elke planeet waar we langs komen
eruit moeten om een bewijs mee te nemen dat we er geweest zijn, vind ik het
best.” Zei Marb en hij richtte zijn aandacht weer op het besturen van de
shuttle. “Hallo? Kan iemand mij zien?” vroeg Ecyoj. Sacul raakte lichtelijk in
paniek. Snel verzon hij een ander plan. “Ik dacht zo, stel nu dat we Retuow
tegenkomen hè, dan kunnen we misschien een manier bedenken om zijn liefde voor
Elleinad te testen.” Niet echt een geweldig plan, maar hij vond het eigenlijk
wel knap dat hij zo snel iets kon bedenken. Ecyoj bewoog haar hand heen en weer
voor zijn gezicht. Geen reactie. “En hoe had jij dat gedacht te proberen?”
vroeg Marb. “Geen probleem,” zei Sacul. “We maken gewoon... de perfecte vrouw!”
Ecyoj gooide een boekenkast om. Nog steeds geen reactie. Waarom stond er
überhaupt een boekenkast in deze toch wel wat kleine, benauwde shuttle? “Zeg,
vind je dat normaal?” vroeg Marb haar. Eindelijk, ze zagen haar! “Nou ja, ze
moest zeker wat te poetsen hebben.” Zei Sacul. “Ga de rest maar halen, dan
bespreken we je plan en kunnen we het democratisch afwijzen.” Zei Marb. “En
jij,” hij had het tegen Ecyoj, “Als je klaar bent met het opruimen van die
boeken, begin dan maar met het avondeten, oke?”
“Ik vind het eigenlijk ook wel een goed plan,” zei Ymer. “Een beetje
vrouwelijk gezelschap zou ons wel goed doen, nietwaar?” Dat vonden Sacul en
Retep ook. “Ja, een vrouwenhand zou wonderen kunnen verrichten hier.” Ging Ymer
verder. “Het zou een lichtpuntje brengen tussen al deze sterren. Stel je voor,
een mooie vrouw die ons elke ochtend met een kus wekt, die ons instopt, een
verhaaltje voorleest, onze luiers verschoont... Oh, was er maar een vrouw aan
boord.” “Zeg, en ik dan?” zei Ecyoj. “Ben je nou nog niet klaar met die
boeken?” zei Marb. Ecyoj ging mopperend verder met opruimen. Marb zag dat hij
in de minderheid was. “Goed, jullie willen het plan dus uitvoeren. Dan blijft
nog de vraag: hoe? Waar halen we in hemelsnaam een mooie vrouw vandaan?” Ecyoj
keek nogmaals pissig op. “Hallo?” ze wees naar zichzelf. “Ja ook hallo.” Hij
ging verder: “Waar was ik gebleven
voordat ik zo onbeleefd onderbroken werd... oh ja: waar halen we in Melliwsnaam
een mooie vrouw vandaan?” Ze dachten eens diep na. Ecyoj liep stampvoetend de
cockpit uit. “Jemig, wat heeft zij?” zei Retep. “Moet zeker ongesteld worden of
zo. Maar goed, driemaal is scheepsrecht: waar halen we in welke naam dan ook
een mooie vrouw vandaan?” Ze dachten allemaal eens diep na. “Ik dacht dat we er
gewoon een gingen maken, eigenlijk.” Zei Sacul. “Ymer, leg jij hem dadelijk
eens uit hoe mensen gemaakt worden.” De automatische piloot piepte. “Retep,
smeer jij dadelijk de automatische piloot eens. Dat eeuwige gepiep altijd moet
ook maar eens afgelopen zijn.” Retep ging eens kijken wat er aan de hand was.
“We naderen een schip.” Zag hij en zei hij. “Nee Retep, dat zijn wij.” “Een ander
schip.” Zei Retep. Sacul begon te huilen. “Dat heb ik weer! Heb ik net een leuk
plan bedacht en dan komen we Retuow veel te vroeg tegen en valt alles in het
water! Wee mij! Oh, ironie der ironie!” “Nee, dit is een ruimteschip, het valt
niet in het water maar in het vacuüm.” Verbeterde Retep. “En zo te zien is dit
niet het schip van Retuow. Daar is het veel te groot voor. Het is het schip van
Ekeneim. Het ziet er naar uit dat we eindelijk te zien krijgen wat er nou met
Reigor gebeurd is.”
Ze waren met de shuttle het enorme schip van Ekeneim gepenetreerd. In
de shuttlebay stond nog steeds de als koelkast vermomde shuttle waarmee
Marb-zeven-kengeennamenonthouden en Reigor waren geïnfiltreerd. Het schip leek
van binnen nog groter dan van buiten. Dat was best mogelijk, Ekeneim had het
immers uit de hemel gestolen en daar gelden nu eenmaal andere regels. “Zeg
Retep, ik weet het niet meer precies dus vertel me eens: zijn wij op de hoogte
van wat er zich hier allemaal afgespeeld heeft?” “Hoe bedoel je?” “Ik bedoel,
hebben wij de spannende avonturen van Reigor en Marb gevolgd met behulp van de
ABCD?” “Volgens mij niet maar dat zou ik even moeten nagaan.” “Dus we weten
niet eens dat Ekeneim dood is?” “Je bedoelt of Ekeneim dood is.” “Oh ja,
of Ekeneim dood is. Dan moeten we maar heel erg op onze hoede zijn. Want
misschien is Ekeneim nog gewoon levend en lopen haar handlangers nog rond hier
en dan nemen ze ons gevangen dus we moeten op onze hoede zijn. Verspreiden!”
Het slijm droop van de muren. Ze hadden ieder een door Retep ontworpen
en gemaakt lasergeweer bij zich. Nou ja ieder, Ecyoj bleef in het schip totdat
ze zeker wisten dat alles veilig was of tot alles brandschoon was, whichever
came first. “Weet je zeker dat dit niet gevaarlijk is?” vroeg Sacul, wiens
wapen vervaarlijk aan het roken was. “Tuurlijk. Geen enkel probleem. Net zo
veilig als je hand in een bak pirañas steken. Wacht, zei ik pirañas? Ik
bedoelde schorpioenen. Nee, Przewalskipaarden. Die haal ik altijd door de war.
Ze liepen verder. Plotseling zagen ze wat bewegen vanuit hun ooghoek. Ze
openden allemaal het vuur op de onschuldige rat die alleen maar heel onschuldig
het onschuldige ebola-virus met zich meedroeg. Toen de rook opgetrokken was
realiseerde Retep zich wat. “Wacht, wacht!” zei hij urgent. “Er is iets wat ik
jullie vergeten ben te vertellen.” “Wat dan?” vroeg Ymer. “Don’t cross the
beams.” Zei hij nadrukkelijk. “Waarom niet?” “Geloof me nou maar, dat is
slecht.” “Ik ben niet zo op de hoogte van de wetenschappelijke betekenis van
het woord ‘slecht’. Ga er eens wat dieper op in, alsjeblieft?” zei Ymer. “Het
is moeilijk uit te leggen, maar probeer je voor te stellen dat al het leven as
you know it in één moment stopt, en dat je voor altijd gevangen zit in een
andere dimensie,” verdiepte Retep. Ymer slikte en probeerde rustig te blijven.
“Ok, je hebt de man gehoord: don’t cross the beams!” zei hij met overslaande
stem. Achter hen schraapte iemand zijn keel. Het was Reigor, die snel wegdook
toen Marb, Sacul, Ymer en Retep zich omdraaiden en hem probeerden neer te
schieten. En natuurlijk werden de bundels gebundeld [Daarom zei ik dus steeds
‘cross the streams’. Dus niet omdat ze dat bij Ghostbusters ook zeiden.
Integendeel.]
“Reigor, wat is er met jou gebeurd?” vroeg Marb toen de rook enigszins
opgetrokken was. “Call me Ekegor. Wat er met mij gebeurd is, is een lang
verhaal. De clou ervan is dat er iets misgegaan is bij het kloonproces. Ik ben
half Reigor, half Ekeneim.” Verschrikkelijk nieuws. “Het heeft veel nadelen,
maar ook wel een voordeel: ik ken dit schip nu door en door. Zonder die kennis
waren Marb-zeven-kengeennamenonthouden en ik waarschijnlijk tegen de eerste de
beste planeet opgevlogen.” “Over Marb 7 gesproken, waar is die eigenlijk?”
vroeg Marb. “Ik had graag gezien hoe een Marb-kloon functioneerde in het veld,”
vulde hij aan. “Dat is ook een lang verhaal en heeft te maken met het lange
verhaal waar ik net over sprak.” “Misschien kun je het dan beter volgende week
vertellen. Of over twee weken, net wat beter uitkomt.” Stelde Retep voor. “We
hebben nu namelijk een ander plan en niet veel tijd.” Ekegor was direct geïnteresseerd. “Wat is jullie plan?” “Ik denk
dat je het wel leuk zal vinden. Het is hier namelijk zo’n zooitje en het
uiteindelijke resultaat van het plan zou het vast het einde vinden om dit schip
een grondige poetsbeurt te geven. Trouwens, het verbaast me eerlijk gezegd dat
je dat natuurlijke instinct, om te poetsen, van Ekeneim kan bedwingen.” Zei
Retep. Dat kon Ekegor niet helemaal volgen, zelfs niet toen hij de zin van
Retep nog een keertje las. “Wat bedoel je nou eigenlijk?” zei hij daarom. “Hij
bedoelt dat we een vrouw gaan maken.” “Een vrouw maken? Waarom dan?” “Waarom
niet? Nou ja, de hoofdreden is dat we de liefde van Retuow voor Elleinad willen
testen.” Zei Ymer. Dat kon Ekegor niet helemaal volgen. Ten eerste vond hij dat
dat onderwerp hen helemaal niets aanging en ten tweede wist hij best dat
Elleinad en Retuow bij elkaar hoorden. En verder, waar had die arme jongen dat
allemaal aan verdiend? Hij had het al moeilijk genoeg, zolang waren ze van
elkaar gescheiden. Hij maakte dit duidelijk aan zijn gasten. “Ja dat zie je
toch verkeerd, Ekegor. Ik denk dat de vrouwelijke hersenen van Ekeneim je gezonde
verstand is aan het aantasten. Als je ziet dat iemand verliefd lijkt is het het
recht, nee zelfs de plicht voor iedereen om dit te testen, op welke wijze dan
ook. Dus kom niet aan met dat gedoe van ‘het gaat ons niets aan’. En trouwens,
Retuow heeft er helemaal een hekel aan als er iemand in zijn privezaken neust
dus des te meer reden om het te doen. Wie weet wat hij allemaal voor ons
verbergt?” Daar kon Ekegor niets tegenin brengen. Hij wilde het juist toch
proberen toen Ymer zei: “En als je weigert mee te werken, dan ga ik je ook niet
helpen om jou DNA van dat van Ekeneim te splitsen.” Ymer was namelijk een
befaamd dokter, net als zijn vader voor hem. Hij zou zelfs computerchips uit
hersenen kunnen halen, mocht hij ooit in een situatie komen waarin dat nodig
zou zijn, stel het ireeële geval dat, god verhoede het. Dus Ekegor besloot
zonder protest mee te werken. Maar onder stil protest!
Jammer genoeg lagen er op het schip van Ekeneim ook niet genoeg
onderdelen om de perfecte vrouw te maken. Al kwamen ze in de buurt, ze vonden 6
borsten en geen hersenen. Maar dat was niet genoeg, volgens Ekegor hadden
vrouwen ook hersenen nodig al wist hij niet precies waarom want ze gebruikten
ze nooit. Toen er geen scheldkanonade volgde realiseerden ze zich dat Ecyoj nog
steeds op de shuttle zat, en dat terwijl er nog werk zat voor haar lag: de
afwas was al drie weken niet gedaan en de wc mocht ook wel eens ontstopt
worden. Nee, ze waren nog steeds mannen onder elkaar [Niet op die manier.
Perverselingen.]. Ze gingen terug naar de shuttle om haar op te halen. “Nou
Sacul, je hebt pech dus. Je plannetje kan niet doorgaan.” Zei Marb toen ze
binnenkwamen. “We hebben geen vrouw tot onze beschikking die Retuow kan proberen
te verleiden.” “Zeg, en ik dan?” zei Ecyoj. Ze had er niet echt zin om die taak
ook nog op zich te nemen, maar ze vond het ook niet leuk dat het niet eens
gevraagd werd. Of dat ze niet eens aan haar gedacht schenen te hebben. Of zelfs
tegen haar praatten. “Ja, jij kan beginnen met het opruimen van dit enorme
schip.” Ze prefereerde het toen ze haar nog negeerden. Ze ging haar
schoonmaakspullen pakken. Marb ging verder: “Ja, of je zou iemand moeten vinden
die zich verkleden wil als vrouw.” voegde hij er snerend aan toe. Sacul was
vastbesloten om eindelijk eens van zijn plannetjes uit te voeren. “Ymer, kom je
even mee?” Hij sleurde Ymer mee naar de ziekenboeg van Ekeneim’s schip.
“Scalpel.” De automatische zuster gaf Ymer de scalpel. Het apparaat dat
‘piep’ deed, deed piep. Hij gaf de scalpel terug. “Veeg het zweet even van mijn
voorhoofd af.” Zei hij tegen de zuster. Net op tijd realiseerde hij zich iets
belangrijks. “Maarlegeerstdescalpelneer!!!” zei hij snel. Zo snel dat hij niet
eens tijd had om de spaties uit te spreken. Hij zuchtte. “Zo, eindelijk klaar.”
“Dat werd tijd.” Zei Sacul. “Ik dacht dat je het plastic zakje met de rubber
handschoenen nooit open zou krijgen. Nu, deze procedure is toch wel omkeerbaar
hè?” “Oh, ja hoor. Het is wat moeilijker maar ik kan het best als ik op mijn
hoofd sta.” “Don’t quit your day job. Nou, bouw me nu maar om tot de mooiste
vrouw die er is!”
Na veel smeken en bidden en beloven dat ze van alles voor hen zou doen
had Ecyoj Marb er van overtuigd dat ze haast moesten maken. Hij was echter nog
steeds onverbiddelijk: het was te gevaarlijk om de ABCD te gebruiken om het
schip te versnellen. Dus had ze een plan bedacht: “Als een van jullie gewoon
het schip verlaat met de shuttle, dan kan diegene dit schip van Ekeneim
versnellen zonder problemen. Dan komen jullie ook vast eerder bij Retuow aan
voor dat vreemde plan van Sacul, en ben ik sneller weer bij Mot. En als er tijd
over is kunnen we Melliw ook nog helpen. Degene in de shuttle kan op normale
snelheid volgen, die komt alleen wat later aan dan de rest.” Dat was best een
goed plan, maar dat kon Marb niet toegeven want een vrouw had het bedacht. “Het
is een goed plan. Laten we het uitvoeren.” Zei hij. Hmm, dat was niet zo slim.
Nou ja jammer dan. “We zullen loten wie er met de shuttle naar huis mag.” Er
kwam een mooie vrouw binnen. 1.80 m lang, blond haar en twee van de groenste
ogen die hij ooit gezien had. “Well, helloooo.” Zei Marb en hij haalde een hand
door zijn haar. “How you doin’? What’s your name, pretty girl? In the
Fast Food restaurant of life, you’re the McGorgeous!” “Call me Ettebab. Vind je
het niet geweldig?” zei Sacul/Ettebab en zij/hij draaide een rondje om
zijn/haar as. Haar/zijn jurkje draaide mee. Zijn/haar haar/zijn danste zelfs
een beetje. “Ymer is echt een genie!” Marb gilde en ging zijn ogen spoelen.
Toen hij terugkwam was Ecyoj Sacul/Ettebab aan het leren wat het betekende om
een vrouw te zijn.
“Verder is het een welbekend feit dat de aantrekkelijkste vrouw
aantrekkelijker wordt als ze een bril draagt.” Zei ze. Jammer genoeg had
Sacul/Ettebab net lenzen aangemeten gekregen. “Je mag die van mij zolang wel lenen,” zei Ecyoj en gaf haar bril aan
Ettebab/Sacul. “Wow. Alles is blurry. Misschien wel zo handig als ik moet
proberen Retuow te verleiden, als ik hem niet goed kan zien kan ik makkelijker
doen alsof ik hem aantrekkelijk vind.” Zei hij/ze tegen de boekenkast. “Ja, ik
sta dus hier,” zei Ecyoj tegen de koelkast. Dit werkte toch niet zo goed als
gedacht. Sacul/Ettebab gaf de bril terug aan Ecyoj. “Sterkte.” Zei ze/hij
nog.
Ze hadden geloot en Ymer moest hen versnellen. “Maar waarom ik?”
“Sacul/Ettebab kan niet, want dan kan hij/zij zijn/haar plannetje niet
uitvoeren. Ecyoj ook niet want die kan Mot niet zo lang missen. Retep moet
blijven om eventuele reparaties uit te voeren, Ekegor is de enige die weet hoe
het schip werkt en ik ben de leider dus ik kan zeker niet later komen. Jij bent
de enige die we even kunnen missen.” “Waarom hebben we dan nog geloot
eigenlijk?” “Ja het was niet zo handig misschien, zeker aangezien we 33 keer
moesten loten voordat jij verloor. Maar zo zijn de regels nu eenmaal.”
Ymer werd gelanceerd en hij versnelde het schip van Ekeneim. Hij volgde
hen op een slakkengangetje. “Zal je net zien, dalijk hebben ze mij nodig om
Sacul/Ettebab weer terug om te bouwen, of een chip uit iemand hersenen te halen
en dan ben ik er niet. Net goed. Stommerikken. Stommeriken.” Toen hij zag dat
ze de shuttle van Retuow naderden vertraagde hij het beeld weer tot normale
snelheid. Hij zag dat Sacul/Ettebab in haar eentje op de brug was, vast om
Retuow te misleiden. De anderen hadden zich achter de banken verstopt en
probeerden hun lachen in te houden.
Het schip dat zo snel aan kwam vliegen was gestopt. Bijna vloog Retuow
ertegenop. Maar zijn superieure reflexen zorgden ervoor dat hij net op tijd kon
uitwijken. Hij opende een kanaal. “He man kan je niet uitkijken of uit je
doppen kijken of uitwijken of zo?” zei hij. “Oh wacht, ik had niet gezien dat
er een vrouw achter het stuur zat. Jij lijkt op iemand die ik ken zeg. Ben jij
het zusje van…kom, hoe heet hij ook al weer? Sacul!”
“Nee, ik ben Ettebab, mysterieuze verleidster van de sterren. De echte
sterren, die twinkelende gasbollen, niet acteurs of actrices dus. Ik heb een
lekke band en arme ik kan die niet repareren... ik heb een man nodig die me kan
helpen...” Ze knipperde heftig met zijn ogen en loensde naar hem. “Lonken moet
je, niet loensen!” siste Ecyoj naar hem. Ettebab lonkte naar hem. “Ettebab, jij
slettebak.” Zei Retep. Marb begon te gniffelen. “Waarom kom je niet even aan
boord om me te helpen? Dan kleed ik me even om terwijl jij kijkt of alle
onderdelen wel op de juiste plaats zitten. En ik kan je verzekeren dat ze
tip-top in orde zijn.” “Ik dacht dat je juist scheepspech had,” zei Retuow. “Dat
klopt. Kom je nog aan boord? En als je het slim speelt, mag je ook aan boord komen.”
Ze/hij bewoog zijn/haar wenkbrouwen snel en verleidelijk op en neer.
“Wat denk je, zal het hem lukken?” vroeg Ekegor aan Marb. “Ik zie niet
hoe iemand weerstand kan bieden aan zoiets op en top vrouwelijks.” Zei Marb.
Hij kwijlde er een beetje bij. Langzaam maar vastberaden schoof Ekegor een stuk
van Marb vandaan.
“Ach, it never hurts to help.” Zei Retuow. “En als ik klaar ben met de
reparaties kan jij mij misschien helpen met je snelle schip om mijn geliefde
Elleinad op te sporen. Oh, Elleinad, wat mis ik haar. Ik zou alles geven om
weer een moment met haar samen te zijn.” “Jaja, vlieg je scheepje nou maar bij
me naar binnen, als je begrijpt wat ik bedoel.” “Je bedoelt dat ik met mijn
shuttle in jouw schip moet landen?” “Ja, maar dat klinkt niet zo erotisch. Ik
open mijn poorten voor je...” Hij/zij drukte op een knopje. Helaas het
verkeerde knopje. Laserstralen bliezen de shuttle van Retuow aan flarden.
Ymer drukte op de terugspoelknop van de ABCD. Eens kijken of Ettebab
deze keer wel de goede knop zou vinden.
Hij/zij drukte op een knopje en de sluisdeuren gingen open. Retuow
vloog naar binnen. Ze hadden de andere shuttle slim vermomd, het leek nu alsof
er een koelkast en een auto onder een autocover stond. Gelukkig gaf Retuow
niets om auto’s, al kon hij wel doen alsof, mocht de gelegenheid er om vragen.
Ettebab kwam aangesneld op haar/zijn hoge hakken. “Welkom, welkom vreemdeling.
Wat van mij is, is van jou.” Hij/ze streek haar/zijn kleren recht. “En alles
van mij staat tot je volledige beschikking. Je hoeft het maar te vragen. Of te
insinueren. Of niets te doen.” Retuow probeerde te glimlachen. “Jaja, maar wat
was nu eigenlijk je probleem? U had het over een lekke band maar dat zal ik wel
verkeerd begrepen hebben.” “Ah, u doorziet mijn list. Ik had het kunnen weten,
zo’n knappe man en dan ook nog eens zo intelligent. Hahaha! Maar u wist dus dat
ik gelogen had, en toch kwam u hierheen... naughty naughty!” Het scheen Ettebab
toe dat ze hem bijna in haar/zijn klauwen had. Nu nog maar wat liegen over
haar/zijn achtergrond, dan zou ze het zeker weten. Wie kan er een intelligente
vrouw weerstaan? “Ik denk dat je misschien wel net zo slim bent als mij,
misschien nog wel slimmer.” “Als ik,” verbeterde Retuow. “Maar als u toch geen
pech hebt, dan kunnen we snel mijn geliefde Elleinad op gaan zoeken.”
“Integendeel. Ik ben toch veel beter voor jou? Onze intellecten passen beter
bij elkaar. Wist je, dat ik Theorethische Natuurkunde gestudeerd heb? Met als
specialisatie Quantummechanica. Jaja, wie kan er zo’n intelligente vrouw
weerstaan?” “Dat is allemaal reuze leuk aangeboden, maar ik heb liever
Elleinad. Dus laat me weer gaan of help me, maar vertraag mijn zoektocht niet
langer.” Hij draaide zich om. “Je wilt dus eerlijk zeggen dat je Elleinad
verkiest boven een intelligente vrouw?” “Ik hoop dat je nu niet
insinueert wat ik denk dat je insinueert...”
“Integendeel!” Retuow sloeg Sacul/Ettebab op haar gezicht. De anderen
sprongen tevoorschijn. “Goed zo Retuow! Je hebt de test glansrijk doorstaan.”
Zei Marb. “Kom nu met ons mee naar Dnaleez, waar Elleinad op je wacht. Als ze
nog niet voor de charmes van Melliw gezwicht is tenminste.”
Sacul/Ettebab begon te vloeken en te tieren. “Zeg, dit behoorde niet
tot mijn plan! Ik zou geen pijn moeten lijden!” Retep klopte haar/hem op
zijn/haar schouders. “Troost je, Ettebab: het heeft wel wat mysterieus, een
groen oog en een blauw oog.”
Wordt vervolgd.