Ecyoj had niet precies door wat er nou eigenlijk gebeurd was. Ze stond
buiten de trouwzaal te wachten tot de dienst afgelopen was met haar handen vol
rijst en gekookte duiven. Intuïtief klopte dat niet helemaal, maar ze had zich
laten vertellen dat dit traditioneel was in Dnaleez. Rehtse had haar verteld
dat ze om administratieve redenen helaas niet de kerk in mocht. En toen ze net
lekker aan het wachten was hoorde ze opeens een lawaai van jewelste van binnen.
Dus ze deed wat elke rechtgeaarde vrouw zou doen: ze rende weg op zoek naar de
hulp van een man. Ze rende met haar armpjes in de lucht en kleine stapjes door
de straten tot ze zich herinnerde dat de mannen op deze planeet haar
waarschijnlijk niet konden helpen, ze konden nauwelijks praten. Maar ze bleef
rennen om er zeker van te zijn dat ze veilig was. Opeens struikelde ze over een
vlaggetje. Waar was ze eigenlijk ergens? Ze zag alleen een meer, een woestijn,
dorheid, bergen in de verte. Boven het vlakke land trilde stil de warme lucht.
Hé, een teken van beschaving. Er was iets aangespoeld. Als hulpeloos
vrouwpersoontje wist ze niet direct wat dat ding was. Gelukkig stond het erop
geschreven. “U-S-S-J-O-R-N,” las ze. Toen ze het ding voorzichtig naderde
opende een deur zich. Angstig sprong ze achteruit. Ze was niet zo bekend met
techniek, ze wist nog maar net hoe haar oven thuis werkte, maar iets zei haar
dat het veilig was om naar binnen te gaan. In de hitte van de zon was de
shuttle bijna compleet opgedroogd. Uitgeput van het rennen ging ze zitten.
Thuis… haar oventje, haar bollen wol, haar ramen. Die konden vast wel een
flinke beurt gebruiken. God, wat miste ze de aarde. Haar familie, haar katten,
haar taartmix. Ze werd bevangen door een zweem van nostalgie. “Ik wil terug
naar de aarde.” Zei ze. “Ik wil naar huis!” De automatische piloot werd wakker.
“Ladies and gentlemen, this is your automatic pilot speaking. It’s going
to be a bumpy ride, so we suggest you hold on to your alphabet, particularly
your S.”
“Wat doe je nu, Ussjorn? Wat doe je? Help! Help!” riep ze. Maar in de ruimte
hoort niemand je schreeuwen.
“Wat is er verdomme mis met de ontvangst van die klotetelevisie?” zei
Retep gefrustreerd. Hij sloeg een paar keer op het toestel en toen een paar
keer op de afstandsbediening en toen een paar keer op hol. “Waarom valt nou
opeens het beeld weg als de bruiloft net lekker op gang is? En waarom is die
timer van de video nog niet aangegaan? Daar erger ik me zo aan hè!” zei Sacul.
“Ik erger me aan het feit dat er nog altijd mensen zijn die denken dat het
PDC-systeem werkt.” Zei Marb. “Mensen die denken dat het PDC-systeem werkt zijn
hufters. Die moeten ze tegen de muur zetten en allemaal afknallen.” Die Marb
toch, altijd streng maar rechtvaardig. “Verdorie, tegen de tijd dat we dat ding
weer aan de gang hebben is de ceremonie natuurlijk afgelopen. Probeer eens wat
anders op te zetten anders.” Zei Sacul. Retep pakte de ABCD, het apparaat
waarmee hij niet alleen televisieprogramma’s kon bekijken maar ook
gebeurtenissen die zich afspeelden in welke dimensie dan ook. Hij drukte op de
knopjes. “Nee. Nee. Nee. Hè, was dat…oh nee toch niet. Nee. Nee. Jeminee, wat
is er met Reigor gebeurd?” “Wacht even, zap eens terug!” zei Sacul. “Wat, iets
interessanters dan dit? Kijk nou man, hoe hij eruitziet!” “Daar komen we later
nog wel op terug. Kijk, er komt een shuttle linea directa op aarde af!” zei
Marb nadat hij de ABCD had afgepakt en teruggezapt had. “Ja, van Dnaleez af.
Weet je wel hoe ver dat hiervandaan ligt? Als we nou in de tussentijd eens
kijken naar Reigor in die…Yoink!” Retep greep de ABCD terug. “Nee, dit is
belangrijk, wie er ook in die shuttle zit weet vast wel hoe de bruiloft
afgelopen is.” Zei Sacul en hij greep de ABCD. “Ze zeggen ‘Ja ik wil’, groot
feest met zingen en dansen en sketches en speeches en activiteiten tot diep in
de nacht en de baarmoeder. Ben ik nou echt de enige die benieuwd is naar de
toestand van Reigor?” zei Retep. “Ja.” Zeiden Marb en Sacul. Sacul drukte op
het FF[Flug Fooruit]-knopje. De shuttle vloog sneller. “Zo komen ze wat sneller
aan.” Zei hij. “Het blijft me verbazen hoe handig dit apparaatje werkt. Het zou
me niet verbazen als we in de loop van de tijd nog allerlei verborgen functies
ontdekken die goed van pas komen.” Hij drukte nog een paar keer op het knopje,
zodat ze niet lang hoefden te wachten tot de shuttle geland was, niet ver van
hen vandaan. De deuren gingen razendsnel open [sjpk!] en Ecyoj kwam naar
buiten. “He, het is Ecjoy!” zei Marb. “Wie?” zei Retep. “Ecyoj. De vriendin van
Mot. We hebben haar avonturen met hem en Melliw en Rehtse een aantal weken
gevolgd, weet je nog?” “Oh, Ecyoj.
Ja, die ken ik nog wel. Maar wat doet die nou hier, die zat toch op Dnaleez?”
Marb zuchtte en schudde zijn hoofd. “Zet hem eens wat harder, ik versta niets
van wat ze zegt.”
“Iemandmoetmehelpen!Erisietsvreselijkvreselijkmis!” piepte ze.
“Waarmoetikheen,hoezalikgaan?Watzullenwedrinkenzevendagenlangwatzullenwedrinkenwateendorst?”
“Ze is hysterisch! Iemand moet haar op haar kont slaan!” zei Retep. “Wacht, ik
zet haar weer op normale snelheid.” Zei Sacul. Zo gezegd zo gedaan, natuurlijk
pas nadat ze een tijdje met haar gespeeld hadden door haar voor- en achteruit
te laten lopen maar dat spreekt voor zich. “Nee, ze heeft niemand nodig om op
haar kont te slaan, die heeft ze vast al genoeg. Deze dame heeft hulp nodig. En
die gaan wij haar geven.” “Geven? Bedoel je dat we haar gratis helpen?” zei
Retep. “Ja, dat is het plan. We zeggen dat we haar gratis helpen en dan is ze
zo dankbaar dat ze ons flink beloont. Of laat belonen door Mot, die is toch de
prins te rijk.” Zei Marb. “Maar om haar echt goed te helpen moeten we als een
hecht team werken.” “En codenamen hebben!” zei Sacul. “Ok, Retep, jij bent
B.O.” zei Marb. “B.O.? Mag ik geen coolere naam? Een geheimzinnige, zoals Mr.
E. of zo?” “Nee. Sacul, jij bent Faeces en ik ben Alp. Dat lijken me wel
toepasselijke namen.” “Faeces? Waarom Faeces?” klaagde Sacul. “Ja het was dat
of Templeton Pick. Ik snap niet wat jullie tegen die namen hebben hoor.” “Ja
jij bent Alp, jij hebt niets te klagen. Wat vind je van Olifant, Retep, is dat
niet beter voor Marb?” “Ja dat lijkt me inderdaad beter.” Zei Retep. “Dat is
een uitgewezen codenaam voor hem.” Marb probeerde ze kanker te geven met zijn
ogen maar met weinig effect. “Op naar de hulpeloze dame!” zei hij dus maar.
“Nee, we kunnen haar niet helpen voordat we compleet zijn. We moeten Ymer
bevrijden van de negertjes in Zuid-Antartica!” zei Retep. “Oh ja. Euh… kan je
nog even uitleggen waarom?” zei Marb. “Waarom? Euh… dat lijkt me logisch toch?”
“Oh ja, nu snap ik het.” Zei Marb. “Nou, waar wachten we nog op? Zet haar maar
even op pauze dan.” Zei hij en wees naar Ecyoj. “We bedenken onderweg wel een
plan om hem te redden. Op naar de Marbmobiel!” “Retepmobiel bedoel je.” “Ik
dacht dat we Saculmobiel besloten hadden.” “Zwijg! Op naar dat zwarte busje met
die bliksemschichten erop getekend. We bedenken onderweg wel een naam ervoor.”
“Ik dacht dat we onderweg een plan gingen bedenken.” Marb sloeg hem op zijn
hoofd. “Shut up.”
Ze reden Zuid-Antartica binnen. Gelukkig hadden ze snel een plan kunnen
bedenken en iets minder snel een naam voor het busje gevonden. Ze stapten
vermomd uit Het Zwarte Busje Met Die Bliksemschichten Erop Getekend. B.O. had
een zwarte smoking aan met een zwart overhemd en zwarte schoenen en zwarte
sokken. Hij had in zijn enthousiasme zelfs zijn huid zwartgeverfd. Hij zag
eruit als een bodyguard, het enige wat miste was een oordopje maar om dit te
compenseren had hij zich omhangen met gouden kettingen. Hij droeg een enorme
pot Quick ’n Brite. Marb rookte een sigaar en gedroeg zich als een ware gameshowhost. Sacul, the man with a thousand faeces droeg een
blonde krulletjespruik en een schort. Het plan kon beginnen.
Ze liepen het dorpje binnen. Een negertje kwam op hen af. “Damdilié?”
vroeg hij. Marb liep op hem af en zette een asbak op zijn hoofdje. “Dag, beste
man. Wij zoeken de heer Ymer Snamlemeb, die heeft namelijk een grote prijs
gewonnen. De prijs in kwestie is de grote Quick ’n Brite-prijs en bestaat uit
een levensvoorraad Quick ’n Brite en een Boogie Bass. De beste man is hier een
aantal weken geleden gekomen om jullie te bekeren want jullie moeten toetreden
tot de kerk van Melliw zodat jullie gewoon vlees kunnen eten op vrijdag. Maar
hij is ongetwijfeld opgeklommen in jullie sociale ladder dus: Take me to your
leader, beste man!” En hij klopte op zijn schouder zijn sigaar af. “Damdilié?”
zei het mannetje. “Volgens mij begrijpt hij je niet.” Zei Sacul. Hij trok een
foto van Ymer tevoorschijn uit zijn schort. “WAAR IS DEZE MAN?” “Damdilié?” zei
het mannetje maar hij bleef staan. “Wacht, ik spreek die apentaal wel denk ik.”
Zei Retep. “DAMDILIÉ!” zei hij en hij wees naar de foto. Het begon het mannetje
te dagen. “Ah, Damdilié! Damdilié
damdilié damdilié!” En hij rende weg. “Snel, achter hem aan!” zei Retep en ze
renden achter hem aan. Sacul en Retep arriveerden bij de wc’s, waar het
mannetje op ze stond te wachten. “Damdilié, damdilié!” riep hij opgewonden en
hij wees naar binnen. “Weet je zeker dat je niet gevraagd hebt waar de wc’s
waren?” zei Sacul. “Geen idee, ik zei ook maar wat.” Marb arriveerde eindelijk
ook, buiten adem. “Ik…ben…een…beetje…misselijk…van…dat…rennen.” Hijgde hij en
hij strompelde het hokje in. Ze hoorden achtereenvolgens de geluiden van een
brakende Marb en een geschrokken kreet van een nog ongeïdentificeerd persoon.
Ik ga die geluiden niet helemaal uitschrijven want mijn braakgeluiden worden
nog wel eens verward met de bronsroep van de Zuid-Antarcticaanse Keizerspinguïn
en het was niet de bedoeling dat jullie dachten dat er een Zuid-Antarcticaanse
Keizerspinguïn op het toilet zat. Terug naar het plot.
“Misschien had Ymer beter sloten kunnen invoeren hier dan godsdienst.”
Merkte Retep op. Marb kwam weer naar buiten, gevolgd door een bevuilde Ymer.
“Hé, die Ymer! Lang niet gezien zeg! Ik zou je graag omhelzen, maar je zit
onder de poep.” zei Sacul. Retep liet zich daar niet door tegenhouden. “We
komen je redden.” Zei Marb. “Ja dat werd ook een tijd! Ik heb jullie al tig
briefjes gestuurd!” “Hoe dat dan? Wij hebben niets ontvangen hoor!” “Gewoon,
uitgehakt in een brok ijs en dat in het water gegooid hoe anders?” “Nou ja het
belangrijkste is dat we er zijn. Kom je mee?” “Nee dat gaat niet zo makkelijk.
Toen ik hier kwam en uitlegde dat ik missionaris was heb ik een klein foutje
gemaakt. Ik zei namelijk damdilié, dat wcschoonmaker betekent, in plaats van
damdilié, dat ‘persoon die ons er op wijst dat we al jaren verkeerd geleefd
hebben zonder het te weten’ betekent. Stom, ik weet het. Maar ik heb een
contract getekend en kan daar alleen onder uit als ik de dorpsleider, kolonel
Rekced, kan overtuigen dat het echt heel erg nodig is.” Legde Ymer uit. “Nou
dan moeten we maar naar die kolonel gaan lijkt me.” Zei Marb. “Trouwens, even
voor de duidelijkheid, we gebruiken codenamen. Dat zijn B.O. en Faeces en ik
ben Alp.” “Olifant!” zeiden Retep en Sacul. “Olifant dan.” “Krijg ik ook een
codenaam?” “Ja, wat dacht je van Meurdok?” zei Sacul en hij hield zijn neus dicht.
“Nee, we zullen jou Broccoli noemen. Now, take us to their leader!”
“Damdilié?” zei Rekced. “Hij vraagt wat we komen doen.” Vertaalde Ymer.
“Zeg hem maar dat we van de Quick ’n Brite maatschappij komen en dat jij een
prijs gewonnen hebt. En dat Neim Neetslebbod zelf –Sacul maakt een knixje- deze
komt uitreiken.” Zei Marb. “Damdilié
damdilié.” Zei Ymer. “Damdilié?” “Hij zegt ‘Hoezo gewonnen? Waarom
krijgt deze ordinaire poepruimer wel een prijs en ik niet?’” vertaalde Ymer.
“Zeg hem maar dat jij de prijs gewonnen hebt omdat je de vieste persoon was op
deze aardkloot en je daarom de aangelezen persoon was om het boegbeeld te
worden van Quick ’n Brite.” “Damdilié.” Ymer dacht even na, hij kon zo snel
niet op het woord voor ‘aardkloot’ komen. “Oh ja, Damdilié, damdilié.”
“Damdilié.” “Hij wil een demonstratie.” Gelukkig had Retep nog wat poep in zijn
haar van de omhelzing met Ymer. Marb nam de emmer uit zijn handen en smeerde
met een spateltje wat op zijn hoofd. “We moeten het even laten inwerken, maar
dan heb je ook wat.” Zei hij tegen Rekced. “Damdilié.” Vertaalde Ymer. Ze
wachten even. “Het is wel koud hier zeg.” Zei Sacul. “Ja maar dat went wel.”
Zei Ymer. “Oh. Heeft het al lang genoeg ingewerkt?” “Nee nog niet.” “Oh. Verder
alles goed?” “Ja, op het feit dat ik elke dag de wc’s moet schrobben die
bevroren zijn. De truc is dat je ze eerst op moet warmen met je naakte lichaam
zodat…” “OK het is ingewerkt!” zei Marb. Hij schraapte het spul uit het haar
van Retep. Althans, dat was de bedoeling, er kwam nogal wat haar mee. “Oh-oh…”
zei Marb. “Oh-oh? Dat is de goede oh-oh neem ik aan? Je weet wel, ‘oh-oh dit is
het beste wat me ooit overkomen is’?” “Ja dit is best gunstig. Wist je dat
hanenkammen weer in de mode zijn?” “Hoezo, weer?”
“Hohoho. Damdilié!” zei kolonel Rekced. “Hij zegt dat de grote dikke
man en de grote dunne man en die half-man, half vrouw hem vermaken. Hij wil
weten of jullie geïnteresseerd zijn in een positie als hofnar, zijn vorige nar
is helaas omgekomen in een werkgerelateerd ongeluk.” “Wat voor ongeluk?” vroeg
Retep. “Damdilié?” “Damdilié damdilié damdilié damdilié damdilié.” Zei Rekced.
“Hij is met zijn hoofd in een krokodil gevallen.” “Krokodillen? Op
Zuid-Antartica?” “Oh sorry, ik bedoel alligator.” “Oh. Maar we zien er toch van
af, nietwaar Retep?” Retep wreef over zijn kin. “Nou…” “Damdilié.” Zei Rekced
en hij wuifde met zijn hand. Ymer slikte. “Hij zei… hij zei dat hij het gezwam
van de drie buitenstaanders zat is. Hij heeft het bevel gegeven om jullie in de
vulkaan te gooien.” “Waarom doen de bewakers hier dan niets?” vroeg Marb. “Wat?
Kijk dan man!” zei Ymer en hij wees omlaag. Er stonden pygmeeën om hen heen in
hen te prikken en aan hen te sjorren. “Oh. Volhardend zijn ze wel hè.” Een van hen prikte Retep met een speer. “Ai,
pittig gevoel. Zakken!” riep hij. Snel doken Ymer, Sacul en Marb op de grond
terwijl Retep met de emmer Quick ’n Brite om zich heen sloeg. “Rennen!” riep
hij en sprong op de vlucht. De anderen volgden. “Damdilié! Damdilié!” zei
Rekced. “Hij zei-” begon Ymer. “Laat me raden: Volg die vreemdelingen?” zei
Retep. “Ja dat klopt.” Sacul viel. “He Neim Neetslebbod, wat schort eraan?” lachte Retep. “Ja,” zei
Ymer, “We moeten de plaat poetsen.
Voor die bosjesmannen hier flink huishouden!”
“Waarom heb je die hoge hakken dan ook aangetrokken?” riep Marb. “Het hoorde
dan misschien wel bij het kostuum, maar je hoefde niet per sé levensecht te
lijken!” “Ik geloof niet dat die hakken bij het kostuum zaten hoor Marb.” Zei
Retep. Sacul lachte als een schaap met kiespijn en stond op. Hierbij viel de
Boogie Bass uit zijn schort. De Bass begon te zingen. De negertjes, die al
vervaarlijk dichtbij waren gekomen, lieten hun monden openvallen. “Damdilié!
Damdilié!” Ze vielen op hun knieën en begonnen de vis te vereren. “Ze zeiden:
‘Kijk, mede-bosjesmensen, het is de legendarische pratende en zingende vis die
ons zal redden van al onze problemen en ons zal leiden naar warmere oorden waar
de uitwerpselen niet aan onze derrières vastvriezen!’” zei Ymer. “Hé, de
Ymermobiel.” “Nee, het heet tegenwoordig Het Zwarte Busje Met Die
Bliksemschichten Erop Getekend. Ik had KITT voorgesteld maar we wisten niet
waar die afkorting voor stond dus daar hebben we van afgezien.” Ze stapten in
en reden weg.
“Concluderend: er is iets vreselijk vreselijk mis en wij gaan helpen.”
Zei Retep. “Je bedoelt dat we weer een avontuur gaan beleven? Zoals ons gevecht
tegen Ait?” Sacul stopte de bus. Ze reden in Zuid-Antartica maar toch werd het
duidelijk een paar graden kouder. “She-who-must-not-be-named, Ymer.” “Ja, zij.
Maar begin liever bij het begin Retep, wie legt er nou een verhaal uit door met
de conclusie te beginnen?” “Nou vooruit dan. Ik dacht dat jij ma e ha woo nod
ha, maar ik had het mis blijkbaar. Het lijkt wel gisteren dat het begon.”
“Wanneer begon het dan?” “Gisteren. We zaten te kijken naar de bruiloft van
Melliw en Rehtse.” “Melliw en Rehtse? Gaan die echt trouwen? Ik had gedacht dat
Melliw met Elleinad zou trouwen eerlijk gezegd. Maar het is wel een leuk
stelletje. Een stelletje ongeregeld.” “Ga je me onderbreken of ga ik
vertellen?” zei Retep. “Ik denk allebei.” Antwoordde Ymer. “Je had die jurk
moeten zien!” zei Sacul. “Er zaten allemaal beeldige lovertjes op en het was
laag uitgesneden, maar smaakvol. En ze had een hoed op, nou ongelóóflijk!
Volgens mij was het een originele Hplar Nerual, maar toch beeldschoon.” Ze
keken hem aan. “Ben je klaar?” “Ja. Nee, wacht, de sleep! Ja ik ben klaar.” Zei
Sacul en hij leunde mokkend achterover.
“Nou goed, we zaten dus naar die bruiloft te kijken en toen viel opeens
het beeld weg. We ontdekten vlak daarna dat er iemand van de oppervlakte van de
planeet opsteeg en onderweg naar de aarde was. Met behulp van de ABCD zorgde we
ervoor dat ze snel aankwam. En we kwamen erachter dat ze hulp nodig had. Dus
kwamen we snel hierheen want je kan damsels in distress alleen redden met z’n
vieren.” Zei Marb. “Wie ben jij, de verteller?” vroeg Ymer. De Bus begon te
schudden. “Wat was dat, verdomme?” riep Retep. “Let eens op je woorden.” Zei Ymer. “Sorry.” Zei Retep met gehangen
hoofd. “Ik vergeef het je.” Zei Ymer
“En ik weet wat het was, als jullie nog geïnteresseerd zijn tenminste.” Zei
Ymer. “Ik denk dat het Rekced is. Je zou denken dat hij jullie wel vergeten was
toen hij de Boogie Bass in handen kreeg, but let me assure you: the colonel is
not as forgiving as I am.” Rekced achtervolgde hen inderdaad, hij reed op een
mammoet die met zijn slurf naar de Bus sloeg.
Er volgde een wilde achtervolging met veel special effects en personen
die op elkaar schoten en misten. Ik ga dat niet helemaal uitschrijven, gebruik
je fantasie maar. En als je toch bezig bent, fantaseer dan ook maar wat leuks
voor jezelf. Uiteindelijk kon de Bus ontsnappen door over een brug te springen
die net openging. De mammoet was net te laat en viel in het water en met hem de
plannen van Rekced om het team te vangen. Ze stopten de bus en stapten uit om
hem eens flink uit te lachen. “Ik dacht dat mammoeten uitgestorven waren.” zei
Marb. “Nu wel.” Zei Retep. Dat was eigenlijk wel een perfect moment om de
aflevering te stoppen vonden ze. “Ze bleven daarom stokstijf staan. Na een paar
minuten zei Sacul: “Moesten we nog iets doen?” “Ja volgens mij wel, maar wat?”
zei Marb. “Het was iets met de kleur
rood.” “Moeten we opstaan? Mijn digitale wekker heeft rode getallen namelijk.”
Zei Sacul. “Nee dat was het niet.” Zei
Marb. “Een zonsopgang bekijken?” zei Ymer.
“Nee ook niet,” zei Marb.
“Moeten we tampons kopen?” zei Retep. “Dat heeft…” “Shut up!” zeiden ze
allemaal in koor, zelfs Retep. “Zullen we weer in de bus stappen?” vroeg Marb. “Waar moeten we in
stappen?” zei Retep. Marb zuchtte: “In
Het Zwarte Busje Met Die Bliksemschichten Erop Getekend.” “Goed zo. Kom, we
gaan weer naar huis.” Ze reden naar huis.
Thuis aangekomen zetten ze natuurlijk direct de televisie aan. Marb wilde
graag het nieuws zien want misschien was er wel wat geschiedenis gebeurd in de
tijd dat ze weg waren. Er was een reportage: “Er is een onverklaarbare gebeurtenis voorgevallen op het plein. Een
roodharig persoon staat stokstijf stil zonder zich te bewegen als een plank.
Pogingen om haar te laten bewegen door haar op haar kont te slaan hebben nog
niets opgeleverd maar men laat zich niet ontmoedigen. Behalve de ontmoedigeren
dan. Verder staat er een soort auto zonder wielen of stuur of
achteruitkijkspiegel of ruitenwissers of voorruit of achterruit of lak of motor
of schakelbak. Het is nog onbekend of de twee zaken iets met elkaar te maken
hebben maar sommigen denken van wel en anderen zijn van mening dat sommigen het
mis hebben.” Zei de presentatrice Yllic Letrad.
“Dit is saai. Zet dit saaie programma af voordat we allemaal omvallen
door de intrinsieke saaiheid van dit saaie programma dat saai is.” Zei Retep.
“Ja, hoe kunnen we nou bedenken wat we moeten doen als de televisie ons
afleidt?” “Weet je wat ironisch zou zijn?” zei Sacul. “Ja, als op dit moment
iets op televisie was dat ons vertelde wat we moesten doen.” Zei Retep. Er ging
hen een lichtje op. “Snel, zappen, misschien is er op een andere zender iets
dat ons vertelt wat we doen moeten!” Ze zapten achtereenvolgens langs ‘Nor’s
Honeymoonquiz’, ‘Hart in het land’ en ‘Het roodharige meisje dat hulp nodig
had.’ Plotseling wist Sacul het: “We moesten nog boodschappen doen.” Ymer wees
hen er op dat ze meer boodschappen moesten halen nu hij weer terug was. “Waarom
was je ook weer terug?” “Om jullie te helpen met het helpen van Ecyoj
natuurlijk!” Nu wisten ze hun missie weer.
“Dus nu gaan we Ecyoj helpen om weer terug te komen bij Mot, zodat de
Ware Liefde weer bijeenkomt?” Zei Retep. “Dat bepaal ik dus wel, wanneer dat
gebeurt hè.” Zei Marb en hij haalde zijn sigaar uit zijn mond. “I plan it when love comes together.”
Wordt vervolgd…